Commissie: Ziekenhuizen
Categorie: -
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
409741/605269
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Een patiënte heeft een klacht ingediend tegen het ziekenhuis na een heupoperatie. Zij beweerde dat ze tijdens de operatie was verschoven, waardoor zenuwen in haar rechterarm beschadigd raakten. Dit leidde tot krachtverlies, pijn en langdurige revalidatie. Ze eiste een schadevergoeding van € 2.860.
De zorgaanbieder stelde dat de operatie volgens protocol was verlopen en dat er geen incidenten of verschuivingen waren geweest. Volgens het ziekenhuis waren er geen aanwijzingen dat de klachten door de operatie waren veroorzaakt. Bovendien werd er pas twee maanden na de ingreep melding gemaakt van de pijn.
De Geschillencommissie oordeelde dat er geen bewijs was dat de patiënte daadwerkelijk was verschoven of dat de schade aan haar arm door de operatie was ontstaan. De ingreep was volgens de professionele standaard uitgevoerd. Hoewel de commissie begrip had voor het leed van de patiënte, kon de zorgaanbieder niet aansprakelijk worden gesteld. De klacht werd daarom ongegrond verklaard en de schadevergoeding afgewezen.
De uitspraak
in het geschil tussen
[naam] , wonende te [plaats] (hierna te noemen: de cliënte)en
Ziekenhuis St Jansdal, gevestigd te Harderwijk
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).
Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Ziekenhuizen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.
De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.
De behandeling heeft plaatsgevonden op 12 februari 2025 te Utrecht.
Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen. Namens de zorgaanbieder zijn digitaal verschenen [naam] en [naam]. De cliënte is ter zitting verschenen samen met haar echtgenoot, [naam].
Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft de kwaliteit van dienstverlening van de zorgaanbieder. De cliënte verwijt de zorgaanbieder onzorgvuldig te hebben gehandeld, waardoor zij lichamelijk letsel heeft opgelopen.
Standpunt van de cliënte
Voor het standpunt van de cliënte verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De cliënte heeft op 14 september 2023 bij de zorgaanbieder een heupoperatie ondergaan. Op de operatiekamer werd de linkerarm van de cliënte opgehangen aan een boog over haar heen. De rechterarm werd op een armplank gelegd. De cliënte stelt dat zij gedurende de operatie is verschoven, waardoor de zenuwen in de rechterarm beschadigd zijn geraakt. Zij is bij de neuroloog geweest, die ook heeft gezegd dat het een en ander in die arm beschadigd is. De cliënte heeft nog steeds geen kracht in haar rechterarm en nog pijn. Dit kan wel 1 tot 3 jaar duren en zal misschien geen 100% meer worden. De cliënte ondergaat zwemtherapie en gewone therapie. Zij heeft moeite met werken, kan niet sporten en niet autorijden. De cliënte vordert een schadevergoeding van € 2.860, –.
Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De linkerarm van de cliënte was in een beugel boven de borst gefixeerd. Fixatie behelst een band om de voorarm en een band om de bovenarm. De linkerarm heeft hiermee weinig ruimte voor enige beweging. De rechterarm lag op een armsteun, met een (losse) band om pols. Met deze arm is dus wel veel mogelijkheid voor beweging. Indien een patiënt moet worden geschoven op tafel, worden armen altijd eerst weer vrijgemaakt. Daar is bij de cliënte geen sprake van geweest. Er is evenmin sprake geweest van verschuiving van de cliënte na fixatie van haar armen. Er is ook geen notitie gemaakt van enige afwijking van de normale procedure. Verder wordt opgemerkt dat het veel meer voor de hand ligt dat, indien er geschoven was aan de cliënte, zij eerder last had gekregen van links dan rechts. Er is niet gebleken van pijn tijdens de procedure. Wanneer precies de klachten begonnen, is ook niet duidelijk. Bijna twee maanden later wordt voor het eerst melding gemaakt van pijn in de schouder. Het is de zorgaanbieder evenmin helemaal duidelijk waar precies in de neurologische baan het probleem zit. EMG kon geen pathologie aantonen. De zorgaanbieder geeft aan het heel vervelend te vinden voor de cliënte dat zij zoveel last ervaart, maar er zijn geen incidenten of slordigheid tijdens de operatie geweest, waardoor de zorgaanbieder dit had kunnen voorkomen.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Op grond van de geneeskundige behandelingsovereenkomst moet de zorgaanbieder bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen en daarbij handelen in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (art. 7:453 Burgerlijk Wetboek). Deze zorgplicht houdt in dat de zorgaanbieder die zorg moet betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht. Voor aansprakelijkheid van de zorgaanbieder is vereist dat voldoende aannemelijk is dat de zorgaanbieder, dan wel ieder die werd ingeschakeld bij de uitvoering van de voor de zorgaanbieder uit de overeenkomst voortvloeiende verplichting, is tekortgeschoten in de uitvoering van die verplichting. De tekortkoming moet aan de zorgaanbieder kunnen worden verweten (toerekenbare tekortkoming) en de cliënt moet daarvan nadeel hebben ondervonden.
De cliënte stelt dat zij tijdens de operatie is verschoven en hierdoor, omdat haar arm gefixeerd was en niet kon meebewegen, beschadigingen aan de zenuwen in de rechterarm zijn ontstaan. Het is de commissie niet gebleken dat de cliënte verschoven is, zoals zij stelt. De wijze van positionering van de armen is gebruikelijk. Er zijn geen aanwijzingen dat zich iets abnormaals/vreemds heeft voorgedaan tijdens de operatie. De cliënte heeft ter zitting gesteld dat zij kort na de operatie op de uitslaapkamer al heeft geklaagd over pijn in de arm/schouder en dat dit niet pas voor het eerst na twee maanden is gemeld. Hoewel de commissie niet wil uitsluiten dat de cliënte eerder heeft geklaagd, is hierover niets genoteerd en was dit derhalve bij de zorgaanbieder ook niet bekend.
De conclusie van de medisch adviseur/ anesthesioloog die de cliënte geraadpleegd heeft, geeft evenmin een aanwijzing dat het letsel/de pijn is ontstaan op de operatiekamer. Niet is vast te stellen dat de cliënte is verschoven en hierdoor beschadigingen zijn ontstaan.
Concluderend constateert de commissie dat op basis van het dossier en de toelichting die door de zorgaanbieder is gegeven tijdens de zitting de door de zorgaanbieder uitgevoerde totale heupprothese- operatie lege artis is uitgevoerd. Van een tekortkoming in de nakoming van de behandelovereenkomst is niet gebleken. De commissie heeft geen aanwijzingen dat de operatie op 14 september 2023 niet goed is uitgevoerd. De commissie betreurt het dat de cliënte na de operatie zoveel pijn en ongemak heeft ervaren en hier nog steeds last van ondervindt, maar komt tot het oordeel dat dit de zorgaanbieder niet valt te verwijten.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is. De gevorderde schadevergoeding wordt dan ook afgewezen.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie:
– verklaart de klacht ongegrond;
– wijst af de verlangde schadevergoeding.
– Overeenkomstig het reglement van de commissie is de zorgaanbieder aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit mevrouw mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, de heer R.P. Meijer, de heer mr. P.O.H. Gevaerts, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. M. Gardenier, secretaris, op 12 februari 2025.