Commissie: Gehandicaptenzorg
Categorie: schadevergoeding
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
934440/1025721
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De cliënt woonde bij zorgaanbieder Siza en kreeg lange tijd te maken met ernstige overlast van een andere bewoner. Hierdoor raakten verschillende spullen kapot en voelde de cliënt zich langere tijd onveilig. De commissie vindt dat Siza niet genoeg heeft gedaan om de overlast te stoppen of de cliënt goed te beschermen. Hoewel de overlastgevende bewoner later is verhuisd, blijft de schade voor de cliënt bestaan. Daarom oordeelt de commissie dat de klacht terecht is en dat Siza 10.000 euro schadevergoeding en 52,50 euro klachtengeld moet betalen.
De volledige uitspraak
in het geschil tussen
[Naam], wonende te [woonplaats] (hierna te noemen: de cliënt)en
Stichting Siza, gevestigd te Oosterbeek
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).
Standpunt van de cliënt
Samengevat komt het standpunt van de cliënt op het volgende neer.
De cliënt heeft niet-aangeboren hersenletsel (NAH) en verblijft al enkele jaren op een locatie van de zorgaanbieder. De woonomstandigheden op de locatie zijn zorgelijk en ondermijnen de fysieke en mentale gezondheid van de cliënt. Ook is materiële schade ontstaan. De interne klachtenprocedure heeft niet tot een oplossing geleid.
De cliënt vordert een schadevergoeding van € 15.000, — voor geleden materiële en immateriële schade. De materiële schade bestaat onder andere uit kapotte huishoudelijke apparatuur, zoals een wasmachine, koffiezetapparaat en lampen.
Standpunt van de zorgaanbieder
Samengevat komt het standpunt van de zorgaanbieder op het volgende neer.
Op de locatie in Tilburg waar de cliënt woont, wonen een aantal cliënten in zelfstandige appartementen. De cliënten ontvangen hier 24 uur zorg. Begeleiding is aanwezig in het gebouw en komt op afspraak of op vraag naar de cliënten toe. Een van deze cliënten veroorzaakt al geruime tijd overlast voor de cliënt en andere cliënten. De overlast komt voort uit de beperking van desbetreffende cliënt. Helaas heeft de cliënt hier materiele schade door gekregen aan zijn appartement. Daarnaast geeft de cliënt aan dat hij ook emotionele schade heeft.
De overlast gevende cliënt is ondertussen verhuisd. De zorgaanbieder kan aan deze situatie helaas niet meer doen dan tot nu toe is gedaan.
Beoordeling van het geschil
Wat aan het geschil vooraf is gegaan
Op 11 juni 2025 heeft de mondelinge behandeling van het geschil plaatsgevonden in Utrecht. Op de zitting is met beide partijen afgesproken dat de zaak wordt aangehouden. De commissie kon niet vaststellen dat de zorgaanbieder voldoende heeft geprobeerd de overlast zoals veroorzaakt door een andere cliënt, te voorkomen en te beperken.
De zorgaanbieder kreeg tot 1 november 2025 de gelegenheid om isolatiemaatregelen te nemen in de woning van de cliënt en waar mogelijk in de woning van de overlast veroorzakende cliënt. Ook zou de zorgaanbieder onderzoeken of andere (juridische) stappen te nemen zijn ten aanzien van de overlast veroorzakende cliënt.
Op 1 juli 2025 heeft de commissie vernomen dat de overlast veroorzakende cliënt inmiddels is verhuisd. Maar voor de cliënt blijft de klacht staan ten aanzien van zijn materiële en immateriële schade door de overlast en het niet handelen van de zorgaanbieder. Naar aanleiding hiervan is een nieuwe mondelinge behandeling gepland op 5 november 2025.
De commissie gaat dan ook over tot de beoordeling van de schadevordering.
Schadevordering
De cliënt heeft een schadevergoeding gevorderd van € 15.000, — voor geleden materiële en immateriële schade. De materiële schade bestaat onder andere uit kapotte huishoudelijke apparatuur, zoals een wasmachine, koffiezetapparaat en lampen.
Dat de cliënt schade heeft geleden door toedoen van de medebewoner, wordt niet door de zorgaanbieder tegengesproken. Dat de zorgaanbieder in de aanpak van de situatie én in de begeleiding van de cliënt tekort is geschoten, is ook niet tegengesproken. De zorgaanbieder heeft op de mondelinge behandeling van 5 november 2025 erkend dat een schadevergoeding op zijn plek is en laat het aan de commissie om de hoogte daarvan vast te stellen.
Met de cliënt is de commissie van mening dat het jammer is dat de zorgaanbieder na de mondelinge behandeling van 11 juni 2025 geen persoonlijk contact meer heeft opgenomen met de cliënt. Dit had wellicht tot een eerdere, gezamenlijke oplossing van het geschil kunnen leiden. Nu dit niet is gebeurd, is het aan de commissie de hoogte van de schade vast te stellen.
Hoogte van de schade
Naar het oordeel van de commissie is een schadevergoeding van € 10.000,– passend en redelijk. De cliënt heeft hoge kosten moeten maken voor het vernieuwen van spullen die kapot zijn gegaan door de overlast die de medebewoner een hele lange tijd heeft veroorzaakt. Dit betrof dure spullen, zoals een wasmachine, koffiezetapparaat, bril, diverse lampen en servies.
Daarnaast heeft de cliënt ook immateriële (geestelijke) schade geleden. Hij heeft drie jaar lang in een zeer onrustige en vervelende situatie geleefd en is daardoor ook op medisch gebied achteruit gegaan. Door de constante overlast is bijvoorbeeld het slaap-waakritme van de cliënt geheel ontregeld. De zorgaanbieder heeft dit tijdens de mondelinge behandeling ook erkend.
Conclusie
Naar het oordeel van de commissie is bij de cliënt sprake van schade, die mede door het nalatig handelen van de zorgaanbieder is ontstaan (vanwege onvoldoende ingrijpen en onvoldoende begeleiding van de cliënt). Daarom is ex aequo et bono (oftewel naar redelijkheid en billijkheid) een schadevergoeding van
€ 10.000,– op zijn plaats.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie:
– verklaart de klacht van de cliënt gegrond;
– bepaalt dat de zorgaanbieder het door de cliënt betaalde klachtengeld van € 52,50 aan de cliënt dient te vergoeden binnen een maand na verzending van dit bindend advies;
– bepaalt dat de zorgaanbieder aan de cliënt een schadevergoeding van € 10.000,– dient te betalen binnen een maand na verzending van dit bindend advies.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Gehandicaptenzorg, bestaande uit mevrouw mr.
A.D.R.M. Boumans, voorzitter, mevrouw drs. Y.J.M. ten Brummelhuis MSM, de heer H.A. van Dam,
leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. S.M.E. Balfoort, secretaris, op 5 november 2025.