Commissie: Ziekenhuizen
Categorie: -
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
879891/1051692
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De uitspraak
in het geschil tussen
[naam], wonende te Almere(hierna te noemen: de cliënt)
en
OLVG, gevestigd te Amsterdam
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).
Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Ziekenhuizen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.
De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.
De behandeling heeft plaatsgevonden op 26 mei 2025 te Utrecht. De cliënt is verschenen samen met [naam] en [naam], gemachtigden.
Namens de zorgaanbieder zijn verschenen [naam], jurist en [naam], chirurg. [naam] heeft middels een digitale verbinding aan de zitting deelgenomen.
Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft het handelen van de zorgaanbieder tijdens en na de ingreep die de cliënt op 16 februari 2024 bij de zorgaanbieder heeft ondergaan.
Standpunt van de cliënt
Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De cliënt heeft op 16 februari 2024 een Endoscopische Thoracale Sympathectomie (ETS) operatie ondergaan. De operatie en de daaropvolgende nalatige zorg hebben geleid tot ernstige fysieke, psychologische en financiële schade, waarvoor de cliënt passende compensatie eist.
De klacht is onderverdeeld in de volgende vier onderdelen.
1. Onvoldoende consultatie en gebrek aan geïnformeerde toestemming
2. Onprofessioneel gedrag en misleidende informatie.
3. Postoperatieve complicaties en levensbedreigende aandoeningen
4. Langdurige gezondheidsgevolgen door aanhoudende gezondheidsproblemen.
De cliënt vordert een redelijke schadevergoeding voor de ernstige fysieke, emotionele en psychologische schade die hij heeft geleden door medische nalatigheid, inadequate postoperatieve zorg en onvoldoende communicatie van de zorgaanbieder.
Als gevolg van het handelen en nalaten van de zorgaanbieder heeft de cliënt te maken met onder andere chronische pijn, zenuwpijn en ademhalingsproblemen door een klaplong en 30% verlies van longfunctie, inwendige bloedingen, postoperatieve complicaties en verminderde functionaliteit in zijn rechterhand, gewichtsverlies, psychologische schade zoals angst en slaapstoornissen en achteruitgang van zijn geestelijke gezondheid en verergering van de aandoening (blozen) waarvoor de operatie werd uitgevoerd. Gezien de blijvende gevolgen voor de gezondheid en levenskwaliteit van de cliënt vraagt hij om een schadevergoeding die de geleden schade en toekomstige medische kosten dekt, en die de medische fouten erkent.
Ter zitting is door de cliënt aangevoerd dat hij geen Nederlands spreekt, hier is geen rekening mee gehouden door de zorgaanbieder. Er is sprake geweest van miscommunicatie. De cliënt heeft niet begrepen wat de mogelijkheden waren en wat de risico’s waren. De complicaties zijn niet vooraf besproken, dit is pas na de operatie gebeurd. Het is niet juist dat er al in Oekraïne gesproken is over de operatie. De cliënt ontkent bekend te zijn met paniekaanvallen, zoals vermeld in het dossier. De cliënt stelt dat de chirurg weinig empathie heeft getoond en dat hij te vroeg naar huis is gestuurd.
Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Op 22 december 2023 heeft de cliënt een consult gehad vanwege geleidelijk toenemend blozen in het gezicht. Tijdens dit consult gaf hij aan een ETS te willen ondergaan en dat deze ingreep al gepland stond in zijn thuisland Oekraïne. Alle andere conservatieve behandelingsopties zouden al zijn geprobeerd. Vervolgens werd de cliënt doorverwezen naar een vaatchirurg om de ETS-procedure te bespreken.
Op 3 januari 2024 werd hij gezien door de vaatchirurg. In het medisch dossier staat dat de cliënt op de hoogte werd gebracht van mogelijke complicaties van de ETS-procedure. De vaatchirurg heeft aangegeven dat de cliënt goed op de hoogte was van de ingreep en dat hij al informatie had gekregen in Oekraïne. Op
5 januari 2024 is de cliënt via e-consult geïnformeerd over de wijze van anesthesie door de afdeling Anesthesiologie en heeft hij hiervoor toestemming gegeven. Op 16 februari 2025 heeft de ETS plaatsgevonden. Volgens het medisch dossier waren er tijdens de ingreep geen complicaties. Postoperatief waren een perifere randpneumothorax en minimaal vocht op de rechterlong zichtbaar. Volgens de professionele standaard is het beleid om een pneumothorax met een smalle rand (of top) en/of minimaal vocht in de long conservatief te behandelen, met een paar dagen rust en door regelmatig röntgenfoto’s te maken. De dagen erna zijn er regelmatig extra röntgenfoto’s gemaakt en op 18 februari 2024 is de cliënt ontslagen.
Op 21 februari 2024 wordt er weer een röntgenfoto gemaakt. Deze controle toont een afname van de pneumothorax en een lichte afname van het vocht op de rechterlong. Aan de linkerkant wordt resorptie van de vloeistof waargenomen. In het medisch dossier staat dat de cliënt verschillende vragen had en bezorgd en angstig leek. Verder vertelde hij bekend te zijn met paniekaanvallen. De cliënt werd gerustgesteld en er werd gezamenlijk besloten dat een conservatief beleid zou worden voortgezet nu de röntgenfoto een positief resultaat liet zien. Er is besloten dat op 13 maart 2024 weer een röntgenfoto zou worden gemaakt. Op 15 maart belde de vaatchirurg de cliënt op over een geplande telefonische afspraak en over het feit dat er op 13 maart een no show was (controle röntgenfoto). Helaas werd de telefoon niet opgenomen. De daaropvolgende afspraak op 22 mei werd op eigen verzoek geannuleerd. De laatste afspraak was op
29 mei. Volgens de vaatchirurg was dat een lang consult.
Om de claim van de cliënt goed te kunnen onderzoeken, heeft de zorgaanbieder gevraagd om aanvullende medische informatie van de andere ziekenhuizen waar de cliënt is geweest. Op 28 september 2024 is de gevraagde informatie ontvangen. Samengevat is de cliënt op 23 februari 2024 in het Flevo Ziekenhuis gekomen met klachten van hyperventilatie, angst, pijn aan de rechterkant van de thorax, lichte pneumothorax, gevoelloosheid van de huid, zweten en hemothorax. Na aanvullend onderzoek kan gesteld worden dat het Flevoziekenhuis in eerste instantie ook een conservatief beleid adviseerde en de cliënt naar huis werd gestuurd. Helaas nam na langere tijd het vocht in de long toe en moest er een drain worden ingebracht. In het medisch dossier staat dat er maar een kleine hoeveelheid vocht werd afgetapt. Uiteindelijk werd besloten om de vloeistof te verwijderen met behulp van een VATS-procedure in het Amsterdam UMC. De cliënt stelt dat hij ook last heeft van pijn en/of gevoelloosheid van de arm. Het Amsterdam UMC stelt dat de pijnklachten aan de arm direct na de VATS-procedure zijn begonnen.
Die pijn en/of gevoelloosheid in de arm komt niet overeen met een ETS. Na bestudering van het dossier en na intern overleg is de zorgaanbieder tot de conclusie gekomen dat de operatie lege artis is uitgevoerd en dat er helaas een complicatie is opgetreden. De zorgaanbieder kan niet concluderen dat de schade is veroorzaakt door nalatig handelen tijdens de operatie. Nu de cliënt volgens gangbaar gebruik is geïnformeerd over mogelijke complicaties en de artsen volgens de medische norm hebben gehandeld, concludeert de zorgaanbieder derhalve niet aansprakelijk te zijn voor de schade die de cliënt stelt te hebben. Gelet op de status van het schadedossier kan geen verwijtbaarheid ten aanzien van de opgetreden complicaties worden vastgesteld. Er is dus geen aansprakelijkheid.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De commissie dient te beoordelen of de zorgaanbieder is tekort geschoten in de nakoming van de geneeskundige behandelingsovereenkomst die tussen cliënt en de zorgaanbieder is gesloten. Bij de uitvoering van de overeenkomst moet de hulpverlener de zorgplicht in acht nemen. Deze zorgplicht houdt in dat de hulpverlener die zorg moet betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot/hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht. De zorgplicht houdt in beginsel geen resultaatsverplichting in, maar wordt aangemerkt als een inspanningsverplichting. Van een tekortkoming kan dan ook pas worden gesproken indien komt vast te staan dat de hulpverlener zich onvoldoende heeft ingespannen of bij de inspanning een fout heeft gemaakt.
De cliënt heeft zijn klacht onderverdeeld in vier klachtpunten te weten:
– onvoldoende consultatie en gebrek aan geïnformeerde toestemming;
– onprofessioneel gedrag en misleidende informatie;
– postoperatieve complicaties en levensbedreigende aandoeningen;
– langdurige gezondheidsgevolgen door aanhoudende gezondheidsproblemen.
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting is de commissie van oordeel dat de cliënt niet aannemelijk heeft gemaakt dat deze klachtonderdelen gegrond zijn. De cliënt heeft niet aangetoond en de zorgaanbieder heeft weersproken dat sprake is geweest van onvoldoende consultatie en dat de cliënt geen geïnformeerde toestemming zou hebben gegeven. Uit het dossier blijkt dat de behandeling, welke door de cliënt zelf is voorgesteld, met hem is besproken, waarbij ook de mogelijke complicaties zijn genoemd. De cliënt heeft middels E-consult consent gegeven. Dat deze informatie in het medisch dossier niet juist zou zijn, heeft de cliënt niet aangetoond. Evenmin dat sprake is geweest van onprofessioneel gedrag en misleidende informatie. Dat voor de cliënt informatie niet duidelijk zou zijn geweest, omdat hij geen Nederlands spreekt, is evenmin aannemelijk geworden. De gesprekken hebben in het Engels plaatsgevonden. Het is de commissie gebleken dat de cliënt goed Engels spreekt en begrijpt, zodat niet duidelijk is waarom deze gesprekken voor hem niet goed te volgen zouden zijn geweest of tot miscommunicatie zouden hebben geleid.
Zoals door de zorgaanbieder opgemerkt lijkt sprake te zijn van een complicatie. Echter de zorgaanbieder kan hiervoor geen verwijt worden gemaakt. Het is de commissie niet gebleken dat de zorgaanbieder bij de uitvoering van de behandeling of daarna niet juist heeft gehandeld. Door het andere ziekenhuis waar de cliënt naartoe is gegaan werd hetzelfde conservatieve beleid voorgesteld als door de zorgaanbieder.
Ook wat betreft de geleverde nazorg door de zorgaanbieder heeft de cliënt derhalve niet aangetoond welk verwijt de zorgaanbieder valt te maken of wat de zorgaanbieder anders had moeten of kunnen doen.
De juistheid van het verwijt dat de cliënt de chirurg ter zitting heeft gemaakt, te weten dat deze te weinig empathisch is geweest, kan de commissie evenmin objectief vaststellen. Of iemand te weinig empathisch is, is een subjectief aspect en dat kan door verschillende personen verschillend worden beleefd. Uit de stukken blijkt in ieder geval dat de chirurg de cliënt op 29 mei langer dan gebruikelijk is te woord heeft gestaan en excuses heeft gemaakt voor de ontstane complicatie. Dat de chirurg zich op een dusdanige manier heeft gedragen tegenover de cliënt dat sprake is van verwijtbaar handelen, heeft de commissie op grond van de stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht niet kunnen vaststellen.
Op grond van vorenstaande is de commissie van oordeel dat de zorgaanbieder niet is tekortgeschoten in de nakoming van de geneeskundige behandelovereenkomst.
Schadevergoeding
Ten aanzien van de vordering tot schadevergoeding merkt de commissie op dat voor een aanspraak op schadevergoeding is vereist dat de zorgaanbieder in enig opzicht toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de behandelingsovereenkomst. Nu de commissie heeft vastgesteld dat er geen sprake is van tekortkomingen, zal de vordering tot schadevergoeding worden afgewezen.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht in alle klachtonderdelen ongegrond is en dat de vordering moet worden afgewezen.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie:
– verklaart de klacht van de cliënt ongegrond;
– wijst af de vordering tot schadevergoeding.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de zorgaanbieder aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit de heer mr. L. Verheij, voorzitter, de heer drs. J. van Schaik, de heer mr. M.H.J.N. van Berckel Smit, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. M. Gardenier, secretaris, op 26 mei 2025.