Commissie: Ziekenhuizen
Categorie: -
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
698193/818676
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De cliënt stelde dat Erasmus MC ten onrechte had geweigerd om brieven van vóór 23 juni 2017 in het online patiëntenportaal te plaatsen en dat het ziekenhuis zijn klacht hierover niet had behandeld. De zorgaanbieder voerde aan dat het patiëntenportaal pas sinds die datum bestaat en dat historische gegevens niet zijn gemigreerd. Wel heeft de cliënt op zijn verzoek tweemaal een volledig medisch dossier ontvangen. Daarnaast heeft het ziekenhuis, vanwege de vele eerdere klachten van de cliënt en een officiële waarschuwing, besloten niet meer inhoudelijk op deze klacht te reageren. De commissie oordeelde dat het ziekenhuis niet verplicht is om oudere correspondentie digitaal beschikbaar te stellen en dat de cliënt geen redelijk belang heeft aangetoond bij zijn klacht. Gezien de ongegrondheid van eerdere klachten en de tijdsinvestering die verdere klachtbehandeling zou vergen, mocht het ziekenhuis besluiten niet inhoudelijk te reageren. De klacht werd daarom ongegrond verklaard.
De uitspraak
in het geschil tussen
[naam], wonende te [naam] (hierna te noemen: de cliënt)en
Erasmus Universitair Medisch Centrum Rotterdam (Erasmus MC), gevestigd te Rotterdam
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).
Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Ziekenhuizen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.
De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.
De behandeling heeft plaatsgevonden op 12 februari 2025 te Utrecht.
Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen. Namens de zorgaanbieder is verschenen [naam]. De cliënt is niet ter zitting verschenen.
Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft het niet voldoen aan het verzoek van de cliënt tot plaatsing van alle correspondentie in het online patiëntenportaal en het niet reageren op de klacht die de cliënt hierover bij de zorgaanbieder heeft ingediend.
Standpunt van de cliënt
Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De cliënt heeft de zorgaanbieder verzocht om de brieven van de zorgaanbieder die vóór 23 juni 2017 zijn gegenereerd in het online patiëntenportaal “Mijn Erasmus MC” te plaatsen. De zorgaanbieder heeft aan dit verzoek geen gehoor gegeven. De eerste brief die in “Mijn Erasmus MC” is geplaatst is de brief van 3 augustus 2017.
De cliënt heeft hierover een klacht ingediend bij de zorgaanbieder. De zorgaanbieder is verplicht om binnen 6 weken een schriftelijke mededeling aan de cliënt te sturen waarin met redenen omkleed is aangegeven tot welk oordeel het onderzoek van de klacht heeft geleid, welke beslissingen de zorgaanbieder over en naar aanleiding van de klacht heeft genomen en binnen welke termijn maatregelen zullen zijn gerealiseerd. Ook dit heeft de zorgaanbieder niet gedaan.
De cliënt verzoekt de commissie om te beslissen dat de zorgaanbieder verplicht is om de brieven van vóór 23 juni 2017 in “Mijn Erasmus MC” te plaatsen en om een schriftelijke mededeling als hiervoor bedoeld aan de cliënt te sturen.
Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De zorgaanbieder beschikt sinds 23 juni 2017 over een elektronisch patiëntendossier. Het patiëntenportaal bevat gegevens vanaf 23 juni 2017. Er heeft geen migratie plaatsgevonden van historische gegevens.
Dat is ook niet verplicht. Indien een patiënt gegevens van voor 23 juni 2017 wil inzien, kan hij schriftelijk een kopie van zijn medisch dossier opvragen. De cliënt is hiermee bekend. Hij heeft in 2023 een volledig medisch dossier opgevraagd en ontvangen. Hij heeft daarom geen redelijk belang bij zijn klacht van
3 mei 2024. De zorgaanbieder heeft de indruk dat klager met zijn klacht opnieuw de confrontatie wil zoeken en duidelijk wil maken dat hij zich niets aantrekt van de afspraken zoals genoemd in de brief van 28 april 2024, die de zorgaanbieder aan de cliënt heeft verstuurd naar aanleiding van de vele klachten die de cliënt in de achterliggende jaren bij de zorgaanbieder heeft ingediend en waarin aan de cliënt een officiële waarschuwing is gegeven. De zorgaanbieder heeft in lijn met de inhoud van de brief van 28 april 2024 de klacht van 3 mei 2024 niet verder in behandeling genomen en hierop niet gereageerd. De zorgaanbieder is van mening dat grenzen moeten kunnen worden gesteld aan de correspondentie als dit leidt tot een onevenredige inspanning. Dat is hier het geval.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De cliënt stelt dat de zorgaanbieder ten onrechte niet heeft voldaan aan het verzoek van de cliënt om correspondentie van vóór 23 juni 2017 te plaatsen in het online patiëntendossier. De cliënt heeft niet gesteld dan wel aannemelijk gemaakt dat en op welke grond de zorgaanbieder hiertoe gehouden zou zijn. De commissie is van oordeel dat de zorgaanbieder hiertoe niet gehouden is. Een patiënt kan op verzoek een afschrift van het gehele medisch dossier ontvangen. Het is niet verplicht dat dit dossier digitaal wordt verstrekt. De zorgaanbieder heeft ter zitting toegelicht dat de cliënt tot tweemaal toe een verzoek heeft gedaan tot ontvangst van zijn dossier. Hij heeft dit ook ontvangen. Volgens het systeem van de zorgaanbieder is het volledige dossier verstrekt. De cliënt heeft destijds niet aangegeven dat stukken zouden ontbreken. De cliënt heeft ook niet aangegeven dat dan wel welke stukken er ontbreken. De cliënt lijkt derhalve geen redelijk belang te hebben bij een uitspraak van de commissie, althans heeft dit niet aangetoond. Zoals de zorgaanbieder in het verweerschrift en ter zitting heeft uiteengezet, heeft klager vele klachten geuit jegens de zorgaanbieder. Deze klachten zijn door de zorgaanbieder behandeld en afgewezen. De commissie is van oordeel dat de zorgaanbieder, gelet op de ongegrondheid van de door de cliënt ingediende klachten, de hoeveelheid aan klachten en de tijd die de behandeling van deze klachten vergt en gelet op de inhoud van de brief van 28 april 2024 aan de cliënt, terecht niet meer inhoudelijk op de klacht van 3 mei 2024 heeft gereageerd.
Voorzover de cliënt in zijn klacht kan worden ontvangen – de cliënt heeft immers niet aangetoond een redelijk belang te hebben bij een uitspraak van de commissie – is de commissie gelet op het bovenstaande van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie;
– verklaart de klacht ongegrond.
– Overeenkomstig het reglement van de commissie is de zorgaanbieder aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit mevrouw mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, de heer dr. M.W. Mundt, de heer mr. P.O.H. Gevaerts, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. M. Gardenier, secretaris, op 12 februari 2025.