Geen recht op terugbetaling na voortijdig stopgezette anorexiabehandeling in Portugal

De Geschillencommissie Zorg




Commissie: Zorg Algemeen    Categorie: (On)zorgvuldigheid    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies na Tussen Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 811878/1039611

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De cliënt heeft voor de behandeling van haar anorexia deelgenomen aan een behandeling in Portugal, die zes weken zou duren. Ze moest al na twee weken weer terug naar huis en heeft haar behandeling daarom niet kunnen afmaken. De cliënt heeft gevraagd om een deel van de behandelingskosten terug te krijgen, maar dat heeft de zorgaanbieder geweigerd. De commissie is van oordeel dat de cliënt geen recht heeft op een vergoeding van de gemaakte kosten.

De volledige uitspraak

Behandeling van het geschil
De Geschillencommissie Zorg Algemeen (verder te noemen: de commissie) heeft bij tussenadvies de eindbeslissing aangehouden. De inhoud van dit tussenadvies moet als hier ingevoegd worden beschouwd. De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.
Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen.

Beide partijen hebben geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid ter zitting het standpunt nader toe te lichten.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 4 december 2025 te Zwolle.

De commissie heeft het volgende overwogen.

Beoordeling
Wat aan het geschil vooraf is gegaan.

De cliënt woont in België. Zij heeft geen Nederlandse zorgverzekering.

De zorgaanbieder biedt aan cliënten met anorexia nervosa een behandeling in Portugal aan. Het kost € 49.500,- om deel te nemen aan deze groepsbehandeling. De cliënt heeft zich aangemeld en ingestemd met een overeenkomst op 14 juni 2024. Omdat de cliënt geen Nederlandse zorgverzekering heeft, heeft cliënt (althans haar ouders) dit bedrag voor de behandeling zelf betaald.

In de laatste week van juni 2024 is de cliënt naar Portugal afgereisd.

Op 30 juni 2024 heeft de zorgaanbieder aan de cliënt een schriftelijke waarschuwing gegeven. In de waarschuwing staat dat sprake is van een zorgwekkende verslechtering van de fysieke toestand van de cliënt. Die toestand is besproken met de cliënt, haar ouders en de behandelaars. Gezamenlijk is besloten dat de cliënt nog een kans krijgt om de behandeling af te maken. Dan moet zij zich wel houden aan de afspraken die in de schriftelijke waarschuwing staan, afspraken die voornamelijk gaan over eten. Ook staat in de waarschuwing dat de behandeling ten einde komt als de cliënt zich niet aan de afspraken houdt.

Het verblijf in Portugal is voortijdig gestaakt; de cliënt is op 6 juli 2024 teruggekeerd uit Portugal.

De ouders van de cliënt hebben op 14 juli 2024 gevraagd of zij een tegemoetkoming in de kosten kunnen krijgen. De zorgaanbieder heeft per e-mail van 28 oktober 2024 laten weten dat de cliënt eigenlijk nog een bedrag van € 3.263,- moet betalen. Dat bedrag zal zij niet innen, maar van een terugbetaling kan geen sprake zijn zo schrijft de zorgaanbieder.

Wat de cliënt wil.
De cliënt wil een financiële tegemoetkoming ontvangen van de zorgaanbieder. De behandeling is voortijdig gestaakt. Daarom meent de cliënt dat zij aanspraak kan maken op een terugbetaling van een deel van de kosten.

Het verweer daartegen.
De zorgaanbieder heeft het verzoek om een tegemoetkoming afgewezen. De cliënt heeft ingestemd met de voorwaarden van de behandelovereenkomst. Een van die voorwaarden is dat de cliënt geen recht heeft op terugbetaling als de behandeling voortijdig wordt beëindigd.

Het oordeel van de commissie.
De commissie is van oordeel dat de cliënt geen recht heeft op terugbetaling van de behandelingskosten. Niet de overeenkomst, waarmee de zorgaanbieder het recht op terugbetaling uitsluit, is daarvoor doorslaggevend maar het volgende wettelijk kader en de overwegingen van de commissie.

Het wettelijk kader
De overeenkomst tussen partijen is een geneeskundige behandelingsovereenkomst. Het uitgangspunt in de zorg is dat de patiënt de behandelingsovereenkomst kan opzeggen, om wat voor reden dan ook, maar dat de betalingsverplichting voor geleverde/verleende zorg in stand blijft.

Als de overeenkomst eindigt voordat de behandeling is voltooid of de tijd van de behandeling is verstreken, heeft de opdrachtnemer (de zorgaanbieder) recht op een naar redelijkheid vast te stellen deel van het loon (dat is geregeld in artikel 7:411 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek). De zorgaanbieder heeft slechts recht op het overeengekomen bedrag voor de behandeling als het einde van de overeenkomst aan de opdrachtgever is toe te rekenen en betaling van het volledige bedrag redelijk is. Ook moet de cliënt de onkosten vergoeden die aan de uitvoering van de overeenkomst zijn verbonden, voor zover deze onkosten niet in het loon zijn inbegrepen

De overwegingen van de commissie.
Het is de commissie niet duidelijk waarom de behandeling in Portugal al na twee weken ten einde is gekomen. Uit de schriftelijke waarschuwing van 30 juni 2024 is af te leiden dat de cliënt zich niet hield aan de afspraken en dat haar gedrag aanpassing behoefde ‘om de groep en de therapeuten te beschermen’. Dat is zo in de waarschuwing vermeld en de cliënt heeft die waarschuwing ondertekend, zodat de commissie ervan uitgaat dat zij zich met de inhoud daarvan kon verenigen. Daarna is ofwel de medische situatie van de cliënt zodanig verslechterd dat het niet langer verantwoord was de behandeling in Portugal voort te zetten (dat is het standpunt van de cliënt), danwel heeft de cliënt haar houding niet veranderd en bleef zij zich in strijd met de afspraken gedragen (dat is het standpunt van de zorgaanbieder). Geen van partijen is ter zitting van de commissie verschenen om een nadere toelichting te geven op de situatie die heeft geleid tot een beëindiging van de behandeling in Portugal.

Tot een einde van de behandelingsovereenkomst heeft de terugkeer uit Portugal niet direct geleid. Uit de stukken maakt de commissie op dat de cliënt bij terugkeer nog verdere behandeling heeft ontvangen van de zorgaanbieder. De zorgaanbieder heeft in dat verband zelfs gesteld een vordering op de cliënt te hebben van € 3.263,- (zie de mail van 13 april 2025 van de klachtenfunctionaris), omdat de cliënt meer therapiesessies heeft afgenomen dan waren begroot.

Al met al is het duidelijk dat de behandeling in Portugal niet het verloop heeft gehad zoals partijen dat voor ogen hebben gehad. De commissie overweegt dat de waarschuwing erop wijst dat de oorzaak daarvoor eerder moet worden gezocht bij de cliënt in de zin dat zij in strijd met de afspraken heeft gehandeld. Zij gaf daarmee aanleiding tot het beëindigen van de behandeling in Portugal, zodat het naar het oordeel van de commissie redelijk is dat de zorgaanbieder het volle loon ontvangt. Op vergoeding van de onkosten die verband houden met de uitvoering van de behandelingsovereenkomst heeft zij ook recht. Daarom heeft de cliënt geen recht op terugbetaling van een deel van de behandelingskosten.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De klacht is ongegrond.
Het door de cliënt verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Zorg Algemeen, bestaande uit de heer mr. M.M. Verhoeven, voorzitter, de heer drs. D.C. Bouman, de heer mr. R.P. Gerzon, leden, in aanwezigheid van de heer
mr. C.J.H. Terwal, secretaris, op 4 december 2025.