Commissie: Ziekenhuizen
Categorie: -
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
859101/1008690
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De cliënt diende een klacht in tegen Medisch Centrum Leeuwarden B.V. met het verwijt dat de zorgaanbieder in een brief aan zijn huisarts de huisarts ‘een prutser’ zou hebben genoemd. Tevens vorderde de cliënt een schadevergoeding vanwege het gevolg van deze vermeende uitlating. De zorgaanbieder ontkende het gebruik van deze terminologie en gaf aan uitsluitend medisch relevante informatie te hebben gedeeld met de huisarts. Na beoordeling van de overgelegde stukken stelde de commissie vast dat onvoldoende bewijs is geleverd dat de zorgaanbieder deze uitlating heeft gedaan of haar ambtsgeheim heeft geschonden. De commissie verklaarde de klacht derhalve ongegrond en wees de gevorderde schadevergoeding af.
De uitspraak
in het geschil tussen
[naam] wonende te [plaats] (hierna te noemen: de cliënt)en
Medisch Centrum Leeuwarden B.V., gevestigd te Leeuwarden
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).
Samenvatting
Volgens de cliënt heeft de zorgaanbieder een brief gestuurd aan de huisarts van de cliënt waarin hij heeft beweerd dat de huisarts ‘een prutser’ was. De klacht is ongegrond. Uit de overgelegde stukken is naar het oordeel van de commissie niet c.q. onvoldoende gebleken dat de zorgaanbieder een dergelijke term heeft gebezigd. De gevorderde schadevergoeding wordt afgewezen.
Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Ziekenhuizen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.
De cliënt heeft de klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder. De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.
Partijen zijn niet voor de zitting opgeroepen.
De behandeling heeft plaatsgevonden op 26 mei 2025 te Den Haag.
De commissie heeft het volgende overwogen.
Beoordeling
Standpunt van de cliënt
De cliënt stelt dat hij in een gesprek met de neurologe (zorgaanbieder) heeft geantwoord op de vraag “en hoe denkt u dan nu over de huisarts?” “dat is een grote prutser.” Enkele dagen later kwam de cliënt bij de huisarts en deed twee stappen in de spreekkamer waarop de huisarts woedend naar de cliënt riep “dus u vindt mij een grote prutser”. Daarop heeft de cliënt dat ontkend. Vervolgens heeft de huisarts zijn computer op zijn bureau omgedraaid en geroepen “Kijk maar, daar staat het”. De cliënt is vervolgens uitgesloten van alle medische hulp van deze huisartsenpraktijk. De cliënt verlangt een schadevergoeding van €9.000,–
Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie allereerst naar de overgelegde stukken, met name het verweer van 3 april 2025 van de zorgaanbieder. Het standpunt van de zorgaanbieder luidt samengevat en in de kern als volgt.
Op 29 januari 2025 heeft de cliënt een digitaal klachtenformulier van de ombudsfunctionarissen van de zorgaanbieder ingevuld. Naar aanleiding van dit formulier heeft de betreffende ombudsfunctionaris begin februari 2025 twee keer getracht telefonisch contact met de cliënt op te nemen, echter zonder resultaat. Halverwege maart 2025 heeft de ombudsfunctionaris opnieuw telefonisch contact met de cliënt opgenomen, deze keer kon wel contact worden gelegd. De cliënt is daarbij de vraag gesteld of hij – los van de klacht bij de commissie – een gesprek met de betrokken arts en de ombudsfunctionaris op prijs zou stellen, om zodoende zijn klacht te bespreken. De cliënt heeft aangegeven dat hij geen gesprek wilde.
De neuroloog heeft de cliënt op 30 januari 2024 op het spreekuur gezien. De klachten van de cliënt bestonden uit trillen en de cliënt werd verwezen met de vraag of er sprake zou kunnen zijn van de ziekte van Parkinson. Na een anamnese waarbij de neurologe zijn klachten heeft uitgevraagd en een nauwkeurig neurologisch onderzoek had uitgevoerd, kwam de neurologe tot de conclusie dat bij de cliënt geen aanwijzingen waren voor de diagnose Parkinson.
De cliënt vertelde de neurologe dat hij zo trilde omdat hij angstig was. Deze angst kwam voort uit het feit dat iemand hem elke nacht met een zogenaamde ‘taser’ belaagde. Dit heeft de neurologe ook als zodanig in de brief van 30 januari 2024 aan de huisarts verwoord. Ook heeft de neurologe de huisartsenpraktijk gebeld omdat zij zich zorgen maakte over de cliënt. Een medisch specialist mag in de regel een terugkoppeling geven aan de verwijzend huisarts, zonder expliciete toestemming van een patiënt.
De neurologe is zeer verbaasd dat de cliënt beschikt over andere informatie, die geheel niet in lijn ligt met haar medisch handelen. Er is geen brief naar de huisarts gestuurd waarin zij tegen de huisarts zou hebben gezegd wat de cliënt beweert, namelijk ‘dat hij de huisarts een prutser vindt’ en dit is ook niet mondeling overgedragen aan de assistente van de huisarts.
Beoordeling van het geschil.
De klacht komt er in de kern op neer dat de zorgaanbieder zijn ambtsgeheim heeft geschonden. Uit de overgelegde stukken blijkt dat de cliënt na de afspraak met de neurologe een bezoek aan de huisarts heeft gebracht. De stelling van de cliënt dat de zorgaanbieder haar ambtsgeheim heeft geschonden is naar het oordeel van de commissie niet c.q. onvoldoende met bewijsstukken onderbouwd, zodat daaraan wordt voorbijgegaan. Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is. De verlangde schadevergoeding wordt daarom afgewezen.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie:
– verklaart de klacht ongegrond;
– wijst de verlangde schadevergoeding af.
Het door de cliënt verlangde wordt afgewezen.