Finale kwijting tussen partijen leidt tot niet ontvankelijkheid

De Geschillencommissie Zorg
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Ziekenhuizen    Categorie: Ontvankelijkheid    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: niet-ontvankelijkverklaring   Uitkomst: niet-ontvankelijk   Referentiecode: 229920/253447

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De commissie is niet bevoegd om over het geschil te oordelen nu cliënte op 26 januari 2023 een kwijtingsovereenkomst heeft gesloten.

De uitspraak

In het geschil tussen

mevrouw [naam], wonende te [plaatsnaam] (hierna te noemen: de cliënt)

en

Reinier de Graaf Groep, gevestigd te Delft
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Samenvatting
De commissie is niet bevoegd om over het geschil te oordelen nu cliënte op 26 januari 2023 een kwijtingsovereenkomst heeft gesloten.

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie
Ziekenhuizen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

Op 18 april 2024 heeft te Den Haag buiten aanwezigheid van partijen de behandeling
plaatsgevonden door de commissie.

Partijen zijn niet opgeroepen om ter zitting te verschijnen, omdat eerst moet worden vastgesteld of cliënte ontvankelijk is in haar klacht.

Beoordeling
De commissie overweegt het volgende.

De commissie dient eerst te beoordelen of cliënte ontvankelijk is in haar klacht, nu de zorgaanbieder in haar verweerschrift van 4 maart 2024 uitdrukkelijk een beroep heeft gedaan op de niet-ontvankelijkheid. In dit verband heeft de zorgaanbieder aangegeven dat de zorgaanbieder met cliënte een kwijtingsovereenkomst heeft gesloten. Voor zover cliënte tegen de overeengekomen finale kwijting wil opkomen, stelt de zorgaanbieder zich op het standpunt dat de beoordeling hiervan niet behoort tot de bevoegdheid van de commissie.

Als uitgangspunt heeft te gelden dat de commissie niet bevoegd is om te oordelen over een geschil dat door partijen is afgesloten door middel van een vaststellingsovereenkomst tegen finale kwijting. De zorgaanbieder heeft een brief aan cliënte, gedateerd 23 januari 2023, overgelegd. Daarin staat het volgende vermeld: “U en wij zijn overeengekomen om uw gehele kwestie, zoals aangegeven in uw correspondentie van 26 juli 2022 en verder, vanuit coulance te regelen middels een vergoeding van in totaal € 1.500,– ter finale kwijting. Finale kwijting wil zeggen dat er geen vordering meer kan worden ingediend en dat dus niet meer op de claim kan worden teruggekomen”.

Vaststaat dat cliënte deze brief op 26 januari 2023 heeft ondertekend, waarmee bedoelde vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen is. Dit betekent dat de klacht van de cliënte met deze vaststellingsovereenkomst is afgehandeld en de commissie op deze grond niet bevoegd is om een inhoudelijke beoordeling van het geschil te geven.

Op grond van het voorgaande is de cliënt niet-ontvankelijk in de klacht.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie verklaart cliënte niet-ontvankelijk in haar klacht.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit mevrouw mr. P.W.M. de Wolf MSM, voorzitter, de heer prof. dr. J.W. Deckers, de heer mr. R.P. Gerzon, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. W. Hartong van Ark, secretaris, op 18 april 2024.