Commissie: Geestelijke Gezondheidszorg
Categorie: (Niet) Ontvankelijkheid
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: bindend advies
Uitkomst: deels ongegronddeels ontvankelijk/deels niet-ontvankelijk
Referentiecode:
567579/684602
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De uitspraak
in het geschil tussen
[Naam], wonende te [woonplaats] (hierna te noemen: de cliënt)en
Mediant, stichting voor geestelijke gezondheidszorg Oost- en Midden-Twente, gevestigd te Enschede
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).
Beoordeling
De commissie kan niet vaststellen waarover de cliënte klaagt en waarom dat verwijt aan de zorgaanbieder terecht zou zijn volgens de cliënte. Daarom is de klacht ongegrond.
Wat aan het geschil vooraf is gegaan.
Op 28 januari 2024 heeft de cliënte een e-mailbericht verstuurd aan de klachtenfunctionaris van de zorgaanbieder. Zij beschrijft daarin haar eerdere contacten met medewerkers van de zorgaanbieder. De cliënte schrijft ook dat het weliswaar klopt dat de psychiater in haar rapportage van 3 januari 2024 heeft opgenomen dat zij lijdt aan de ziekte van Behcet, maar dat de psychiater niet kon verklaren hoe zij aan deze medische feiten kon komen.
Er is een ‘ronduit beledigende’ rapportage opgesteld (door ‘mevr’, de commissie vermoedt: door de psychiater). Maar ook [naam] en [naam] doen volgens de cliënte vreemde uitspraken. De cliënte sluit haar bericht aan de klachtenfunctionaris af met: ‘
Ik heb chronische complexe ptss en hoor thuis op het Traumacentrum. Locatie Helmerzijde is voor patiënten met andere beperkingen. Tevens is de locatie van het FACT Team, van Alphenstraat. Mijn vraag aan u is hoe kom ik weer op de juiste route voor behandeling chronische complexe ptss. Ik hoop dat u mij op weg kunt helpen. Tevens wil ik aangeven dat er tot nu toe geen Psychiater naar mijn complexe trauma heeft gekeken. Vandaar mijn persoonlijke mening dat hulpverlening in gebreke blijft’.
De zorgaanbieder heeft toegelicht dat naar aanleiding van dit e-mailbericht van de cliënte telefonisch contact is opgenomen. Er is volgens de zorgaanbieder afgesproken dat de klachtenfunctionaris contact zou leggen met de betrokken behandelaar ([naam behandelaar]). De klachtenfunctionaris heeft [naam behandelaar] op 1 februari 2024 gebeld en tijdens dat telefoongesprek is besproken dat gekeken zou worden wat het meest passend zou zijn voor de cliënte. De uitkomst van het telefoongesprek is dezelfde dag teruggekoppeld door de klachtenfunctionaris aan de cliënte, die daarop zou hebben verklaard dat deze terugkoppeling voldoende antwoord gaf op haar vraag. De zorgaanbieder heeft daarmee het contact beëindigd.
Op 16 augustus 2024 heeft de cliënte een klacht ingediend bij de zorgaanbieder. Dezelfde klacht heeft de cliënte bij de commissie ingediend als melding van een geschil. De cliënte klaagt erover dat de psychiater de rapportage van 3 januari 2024 niet heeft ondertekend met vermelding van haar BIG-registratienummer. Volgens de cliënte is daarmee de rapportage ongeldig. Ook bevat de rapportage volgens de cliënte een onjuiste weergave van de medische feiten. De cliënte noemt ook het onrechtmatig inzetten van het
FACT-protocol vanaf 1 november 2023. De klachtenfunctionaris zou volgens de cliënte de klacht van
28 januari 2024 hebben verworpen.
De klacht is deels ontvankelijk.
De zorgaanbieder heeft gevraagd om de cliënte niet-ontvankelijk te verklaren in haar klacht. Het procesreglement gaat ervan uit dat een klager en de zorgaanbieder eerst samen proberen de klacht op te lossen. Pas als dat niet is gelukt, staat de weg naar geschilbeslechting door de commissie open. In dit geval heeft de cliënte haar klacht van 16 augustus 2024 gelijktijdig zowel bij de commissie als bij de zorgaanbieder ingediend. De cliënte heeft de zorgaanbieder daarmee de mogelijkheid ontnomen om via de interne klachtenprocedure te proberen eruit te komen.
De commissie is van oordeel dat de zorgaanbieder daarmee deels gelijk heeft.
Het e-mailbericht van 28 januari 2024 heeft kenmerken van een klacht (het is ingediend bij de klachtenfunctionaris, en de cliënte beschrijft ontevredenheid over de inhoud van de rapportages), maar sluit af met een vraag. Het is te begrijpen dat voor de zorgaanbieder de beantwoording van die vraag voorop heeft gestaan. Maar wat er van zij, de cliënte geeft nu te kennen dat de klachtenfunctionaris haar klacht ‘ten onrechte heeft verworpen’. Daaruit volgt dat de cliënte het niet eens is met de wijze van afdoening door de zorgaanbieder. Die onenigheid mag de cliënte aan de commissie voorleggen. In zoverre is de klacht ontvankelijk.
In de melding van het geschil bij de commissie van 16 augustus 2024 komt ook een aantal onderwerpen aan bod, dat de cliënte niet eerder bij de zorgaanbieder onder de aandacht heeft gebracht (ondertekening van een rapportage met een BIG-registratienummer, onrechtmatig inzetten van het FACT-protocol). Daarover heeft de cliënte niet eerder geklaagd bij de zorgaanbieder. In zoverre is de klacht
niet-ontvankelijk.
De beoordeling van het geschil
In het e-mailbericht van 28 januari 2024 stelt de cliënte een concrete vraag aan de klachtenfunctionaris over een vervolg van haar behandeling. Dat is strikt genomen geen klacht. Ook stelt zij aan de orde dat er vreemde of beledigende uitspraken in de rapportages zijn opgenomen, zonder dat de cliënte duidelijk maakt over welke uitspraken zij wil klagen.
De cliënte is uitgenodigd om haar klacht toe te lichten tijdens de mondelinge behandeling. Zij is echter niet bij de behandeling verschenen. Ter zitting heeft de zorgaanbieder opgemerkt dat ook zij niet weet wat haar verweten wordt.
De commissie kan niet vaststellen waarover de cliënte klaagt en waarom dat verwijt aan de zorgaanbieder terecht zou zijn volgens de cliënte. Daarom is de klacht ongegrond.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de cliënt verlangde wordt afgewezen.
De commissie:
– Verklaart de klacht deels niet-ontvankelijk, namelijk voor zover in de klacht van 16 augustus 2024 wordt geklaagd over de ondertekening van de rapportage door de psychiater, het opnemen van onjuiste medische feiten in de rapportage en het hanteren van het FACT-protocol;
– Verklaart de klacht, voor zover ontvankelijk, ongegrond.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Geestelijke Gezondheidszorg, bestaande uit mr.
M.M. Verhoeven, voorzitter, drs. T. Knap, mr. R.P. Gerzon , leden, in aanwezigheid van mr. C.J.H. Terwal, secretaris, op 12 december 2024.