Commissie vraagt ziekenhuis om extra informatie over geweigerde hartoperatie

De Geschillencommissie Zorg




Commissie: Ziekenhuizen    Categorie: Doorverwijzing    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Tussen Advies   Uitkomst: aanvullende informatie vereist   Referentiecode: 923979/999483

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een patiënt diende een klacht in tegen Ziekenhuisgroep Twente omdat een cardioloog volgens hem had geweigerd een noodzakelijke operatie uit te voeren. De patiënt kreeg te horen dat er niets meer voor hem kon worden gedaan en dat hij afscheid moest nemen van zijn naasten. Uiteindelijk werd hij op initiatief van zijn echtgenote verwezen naar het LUMC in Leiden, waar hij wel werd geopereerd en de ingreep succesvol verliep. Volgens de patiënt had een eerdere doorverwijzing zijn gezondheid en herstel kunnen verbeteren. Het ziekenhuis stelde eerst dat de patiënt de interne klachtenprocedure niet volledig had doorlopen, maar trok dit bezwaar tijdens de zitting in. Daardoor kon de commissie de klacht inhoudelijk bekijken. De commissie merkte echter op dat het ziekenhuis geen inhoudelijk schriftelijk verweer had ingediend en ook geen medisch dossier had overgelegd. Hierdoor kon de commissie niet beoordelen of de medische behandeling zorgvuldig was geweest. De commissie heeft het ziekenhuis daarom de opdracht gegeven om alsnog een aanvullend verweerschrift in te dienen met informatie over de second opinions, de doorverwijzing naar het LUMC en de communicatie met de patiënt. Ook moet het ziekenhuis het medisch dossier aan de patiënt verstrekken. De commissie houdt de zaak voorlopig aan en zal later een definitieve uitspraak doen.

De volledige uitspraak

in het geschil tussen

[naam], wonende te [woonplaats] (hierna te noemen: de klager)

en

Stichting Ziekenhuisgroep Twente, gevestigd te Almelo
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil

De Geschillencommissie Ziekenhuizen (verder te noemen: de commissie) heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 16 mei 2025 te Utrecht.

De klager is verschenen samen met zijn echtgenote, [naam echtgenote]. Namens de zorgaanbieder is verschenen [naam], ziekenhuisjurist.

Onderwerp van het geschil

De klager verwijt de zorgaanbieder de weigering tot het uitvoeren van een operatie en de late doorverwijzing naar een ander ziekenhuis, waar de operatie wel met succes is uitgevoerd.

Standpunt van de klager

Voor het standpunt van de klager verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De cardioloog van de zorgaanbieder heeft in het verleden een zeer ernstige medische fout gemaakt, waarvoor excuses zijn gemaakt welke door de klager zijn aanvaard. De klager heeft daar nu spijt van, want vorig jaar heeft dezelfde cardioloog de klager gezegd dat hij niks meer voor hem kon doen en de klager maar afscheid moest nemen van iedereen. De vrouw van de klager heeft op dringend verzoek gezorgd dat de klager geopereerd kon worden in LUMC in Leiden en met succes. De uitspraak van de cardioloog dat er niets meer gedaan kon worden voor de klager heeft veel impact op het leven van de klager. Ook is de late doorverwijzing en daarmee de vertraging in de uitgevoerde operatie nadelig geweest voor de gezondheid en het herstel van de klager.

Standpunt van de zorgaanbieder

Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De zorgaanbieder is van mening dat de klager in zijn klacht niet-ontvankelijk dient te worden verklaard op grond van artikel 6 lid 1 sub b van het reglement Geschillencommissie Ziekenhuizen.
Uit de door de klager overgelegde documenten blijkt dat er tussen de klager en één van de klachtbemiddelaars telefonisch contact is geweest, nadat de klager zijn klacht bij de zorgaanbieder had ingediend. De klachtbemiddelaar heeft de klager uitgenodigd om zijn klacht telefonisch toe te lichten.
De klachtbemiddelaar heeft deze klacht vervolgens schriftelijk samengevat en ter accordering aan de klager voorgelegd en vervolgens doorgezonden aan de betrokken vakgroep. Vanuit de vakgroep, meer specifiek door de betrokken cardioloog, is op de klacht gereageerd. Deze reactie is aan de klager doorgezet. Gebruikelijk is dat daarna een klachtbemiddelingsgesprek plaatsvindt. De klager heeft de klachtbemiddelaar echter laten weten dat hij geen bemiddelingsgesprek wenst. Hoewel de klager de vrijheid heeft om te bepalen of hij bereid is om een bemiddelingsgesprek aan te gaan, kan naar het oordeel van zorgaanbieder niet met succes gesteld worden dat de klager de interne klachtenregeling heeft doorlopen. Kennelijk heeft de terugkoppeling aan de klager op het intakeverslag niet tot een voor de klager bevredigend antwoord geleid. De zorgaanbieder meent dat de klager, wanneer hij geen heil meer zag in een bemiddelingsgesprek, een oordeel van de klachtenonderzoekscommissie hadden kunnen vragen. Evenwel heeft de klager de mogelijkheid gehad om een claim in te dienen bij de zorgaanbieder. De klager heeft van beide mogelijkheden afgezien en zich in plaats daarvan tot de commissie gewend. Hiermee is de zorgaanbieder de kans ontnomen om te pogen via de interne regeling tot een voor ieder wenselijke oplossing te komen

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De zorgaanbieder heeft voorafgaand aan de zitting schriftelijk een niet-ontvankelijk verweer ingediend.
Ter zitting heeft de zorgaanbieder het niet-ontvankelijk verweer ingetrokken, zodat de commissie over dient te gaan tot een inhoudelijke beoordeling van de klacht. De zorgaanbieder heeft echter geen inhoudelijk verweer gevoerd, anders dan wat ter zitting mondeling is toegelicht. Door het ontbreken van een inhoudelijk verweer dan wel relevante informatie uit het medisch dossier, is de commissie niet in staat een onderbouwd medisch inhoudelijk oordeel te geven. De zorgaanbieder heeft ondanks verzoek van klager het medisch dossier beschikbaar te stellen aan klager aan dit verzoek nog niet voldaan.

De zorgaanbieder zal daarom in de gelegenheid worden gesteld alsnog een inhoudelijk verweerschrift in te dienen, waarbij de commissie onder meer de volgende informatie noodzakelijk acht:

– Informatie omtrent de second opinion uitgevoerd door Isala en MST
– Proces en tijdverloop rond doorverwijzing aan het LUMC
– Communicatie met de klager over het niet uitvoeren van de operatie

De zorgaanbieder zal tevens in de gelegenheid worden gesteld de klager de beschikking te geven over zijn medisch dossier.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:

– stelt de zorgaanbieder in de gelegenheid om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak een aanvullend verweerschrift in te dienen;
-stelt de zorgaanbieder in de gelegenheid om binnen twee weken na verzending van deze uitspraak klager beschikking te geven over zijn medisch dossier;
– zal vervolgens de klager in de gelegenheid stellen schriftelijk op het aanvullende verweer van de zorgaanbieder te reageren;
– doet daarna uitspraak op basis van de stukken tenzij de commissie toch een nadere zitting wenselijk acht;
– houdt iedere verdere beslissing aan.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit de heer mr. dr. B. Wallage, voorzitter, de heer dr. M.E.W. Hemels, de heer mr. M.H.J.N. van Berckel Smit, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. M. Gardenier, secretaris, op 16 mei 2025.