Commissie onbevoegd bij klacht over omgangsregeling

De Geschillencommissie Zorg




Commissie: Verpleging Verzorging en Geboortezorg    Categorie: Bevoegdheid    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: onbevoegdverklaring   Uitkomst: onbevoegd   Referentiecode: 1313872/1325658

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De klacht gaat over de begeleiding van de omgang tussen klager en zijn zoon. Klager vindt dat de zorgaanbieder te laat en onjuist heeft gerapporteerd over de omgangsmomenten. Volgens hem heeft dit geleid tot een stop van het contact met zijn zoon en emotionele schade. Hij vroeg daarom om een schadevergoeding van € 9.750. De commissie heeft de inhoud van de klacht niet beoordeeld, omdat zij niet bevoegd is om hierover te oordelen. De begeleiding van omgang tussen ouder en kind valt in dit geval onder de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en niet onder de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz). Daarom heeft de commissie zich onbevoegd verklaard om het geschil te behandelen.

De volledige uitspraak

in het geschil tussen

de heer [naam], wonende te [plaastsnaam] (hierna te noemen: klager)

en

Stichting Omring, gevestigd te Hoorn NH
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Onderwerp van het geschil

Klager is het niet eens met de wijze waarop de zorgaanbieder de begeleiding van de omgang tussen hem en zijn zoon heeft uitgevoerd en de manier waarop de zorgaanbieder daarover heeft gerapporteerd.

Standpunt van klager

Door de zorgaanbieder is de omgang tussen klager en zijn zoon meerdere keren begeleid. De zorgaanbieder diende daarover te rapporteren zodat de voortgang van de omgang tijdens een zitting bij de rechtbank kon worden besproken. Door de zorgaanbieder is de rapportage echter te laat verstrekt hetgeen heeft geleid tot een vertraging in de rechtsgang en een onderbreking in het contact tussen klager en zijn zoon. De uiteindelijk verstrekte rapportage was ondeugdelijk en gekleurd. Mede op basis van de rapportage heeft de rechtbank beslist dat klager voorlopig geen omgang meer mag hebben met zijn zoon. Het handelen van de zorgaanbieder heeft geleid tot grote emotionele schade bij klager en een ernstige aantasting van de relatie met zijn zoon.
Klager vraagt de commissie om een oordeel over de handelwijze van de zorgaanbieder. Klager houdt de zorgaanbieder verantwoordelijk voor de materiële en immateriële schade die hij heeft geleden die hij begroot op een bedrag van € 9.750,– en welk bedrag hij als schadevergoeding vordert.

Standpunt van de zorgaanbieder

Op advies van de Raad voor de Kinderbescherming zijn klager en de moeder van de zoon in een tussenbeschikking van de rechtbank verwezen naar een hulpverleningstraject. Ter uitvoering van de beschikking dienden de ouders zich te melden bij de gemeente. De gemeente heeft de ouders doorgeleid naar de zorgaanbieder aan wie de gemeente de opdracht heeft gegeven om het hulpverleningstraject uit te voeren. In het kader van de hulpverlening heeft de zorgaanbieder de omgang tussen klager en zijn zoon begeleid. Anders dan klager naar voren heeft gebracht heeft de zorgaanbieder de rapportage tijdig verzonden. Ook is de rapportage conform de daarvoor geldende regels en normen tot stand gekomen en opgesteld.
De zorgaanbieder stelt zich dan ook op het standpunt dat de klacht van klager ongegrond is.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De zorgaanbieder is als zorgverlener in de verpleegzorg, thuiszorg en woonzorg aangesloten bij de Geschillencommissie. Partijen kunnen geschillen die hun oorsprong hebben in die vorm van zorg, die valt onder de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (de Wkkgz), aan de commissie voorleggen.

De klacht van klager heeft betrekking op het begeleiden van de omgang in het kader van een kinderbeschermingsmaatregel. Die taak wordt eveneens door de zorgaanbieder uitgevoerd, in dit geval in opdracht van de gemeente. Deze taak valt echter niet onder de reikwijdte van de Wkkgz, maar vindt haar kaders in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Jeugdwet.

De commissie is uitsluitend bevoegd geschillen te behandelen die zien op de Wkkgz.

Op grond van het voorgaande acht de commissie zich onbevoegd het geschil te behandelen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie verklaart zich onbevoegd het geschil te behandelen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Verpleging Verzorging en Geboortezorg, bestaande uit de heer mr. dr. B. Wallage, voorzitter, de heer dr. M. Decates en de heer J. Zomerplaag, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. J.C. Quint, secretaris, op 17 april 2026.