Commissie: Publieke Gezondheid
Categorie: -
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bevoegdverklaring
Uitkomst: Niet bevoegd
Referentiecode:
1264244/1308825
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De klager kreeg op een vliegveld plotseling veel bloedverlies. Volgens haar heeft de ambulanceploeg haar niet goed geholpen en is haar bloedwaarde (HB) niet gecontroleerd, terwijl zij dat wel vroeg. Later bleek in het ziekenhuis dat zij een heel laag HB had en direct een bloedtransfusie nodig had. De zorgaanbieder zegt dat er volgens de protocollen is gewerkt en dat de klacht eigenlijk niet over de GGD gaat, maar over de ambulancedienst. De commissie is het daarmee eens. De klacht gaat namelijk over het handelen van de ambulance, niet over het werk van de GGD. De ambulancedienst valt onder een andere geschillencommissie. Daarom verklaart de commissie zich onbevoegd en wordt de klacht doorgestuurd naar de juiste commissie, zodat deze daar behandeld kan worden.
De volledige uitspraak
in het geschil tussen
[Naam], wonende te [woonplaats] (hierna te noemen: de cliënt)en
GGD Brabant-Zuidoost, gevestigd te Eindhoven
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).
Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Publieke Gezondheid (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.
De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.
De behandeling heeft plaatsgevonden op 11 december 2025 te Den Haag.
Partijen zijn niet opgeroepen ter zitting te verschijnen.
Onderwerp van het geschil
De cliënt heeft de klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder.
Het geschil betreft de vraag of de commissie bevoegd is dit geschil te behandelen.
Standpunt van de cliënt
Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Op 15 mei 2025 heeft de cliënt op [vliegveld], vlak voor het boarden van het vliegtuig, een acuut en hevig bloedverlies geleden. De BVH ter plaatse heeft de ambulance gebeld, maar die heeft de cliënt niet meegenomen. De cliënt is vervolgens door een andere chauffeur naar het ziekenhuis gebracht. Daar bleek de cliënt een HB van 4,6 te hebben en was een bloedtransfusie van twee zakken nodig.
De zorgaanbieder heeft alleen standaardtesten uitgevoerd bij de cliënt en haar HB is, ondanks haar uitdrukkelijk verzoek, niet gecontroleerd. De zorgaanbieder is van mening volgens protocol te hebben gehandeld, omdat bloedverlies als gevolg van endometriose geen eigen protocol heeft. De zorgaanbieder neemt tot op heden geen verantwoording voor wat er is gebeurd.
Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De zorgaanbieder is van mening dat niet de Geschillencommissie Publieke Gezondheidszorg, maar de Geschillencommissie Ambulancezorg deze kwestie in behandeling moet nemen. Dit aangezien de aard van het geschil daadwerkelijk ambulancezorg betreft.
Beoordeling van de bevoegdheid
De commissie acht zich onbevoegd dit geschil te behandelen.
Weliswaar is het geschil ingediend tegen de onderhavige zorgaanbieder die aangesloten is bij deze commissie en die daarnaast de interne klachtenprocedure op zich heeft genomen, maar de klacht zelf ziet op het handelen van de ambulancedienst. Deze ambulancedienst is aangesloten bij een andere commissie, te weten de Geschillencommissie Ambulancezorg. Hier komt nog bij dat de klachtenfunctionaris de cliënt uitdrukkelijk heeft verwezen naar de Geschillencommissie Ambulancezorg.
Nu dit geschil niet bij de onderhavige commissie, maar bij de Geschillencommissie Ambulancezorg thuishoort, zal het secretariaat van De Geschillencommissie ervoor zorgdragen dat het geschil voor behandeling bij de juiste commissie terechtkomt.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie:
– verklaart zich onbevoegd het geschil te behandelen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Publieke Gezondheid, bestaande uit de heer mr.
H.A. van Gameren, voorzitter, de heer drs. Th.N.J. van Rijmenam, de heer mr. R.P. Gerzon, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. S.M.E. Balfoort, secretaris, op 11 december 2025.