Chirurg had cliënte een borstlift moeten aanbevelen

De Geschillencommissie Zorg
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Zelfstandige Klinieken    Categorie: schadevergoeding    Jaartal: 2021
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 70012/106025

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De cliënte heeft een borstvergroting gehad zonder borstlift, omdat dit door de chirurg werd afgeraden. Het resultaat van de operatie was niet goed en er zijn twee vervolgoperaties uitgevoerd door de chirurg en één hersteloperatie door een andere zorgaanbieder. De cliënte eist een schadevergoeding. De zorgaanbieder stelt dat de chirurg niet meer voor haar werkt en zij niet verantwoordelijk is. Op basis van één foto uit het dossier van de cliënte zegt de zorgaanbieder dat het resultaat van de operatie prima is. Daarnaast heeft de cliënte, volgens de zorgaanbieder, te lang gewacht met het indienen van de klacht en is er al veel geld besteed aan de vervolgoperaties en het afhandelen van de klacht. De commissie oordeelt de zorgaanbieder verantwoordelijk is voor het werk van de ingeschakelde chirurg. De chirurg had de cliënte een borstlift moeten aanbevelen in verband met de slappe huid en had in het dossier moeten aangeven welke prothese de cliënte tijdens de afspraak gekozen had. De zorgaanbieder geeft toe dat op andere foto’s duidelijk te zien is dat het resultaat niet goed is. De klacht wordt gegrond verklaard en krijgt de cliënte een schadevergoeding van € 6.500,–.

Volledige uitspraak

In het geschil tussen

[Cliënt], woonachtig in [woonplaats]

en

A Klinieken, gevestigd in Zevenaar
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Zelfstandige Klinieken (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 12 oktober 2021 in Amsterdam. Partijen hebben ter zitting hun standpunt toegelicht. De cliënt werd ter zitting bijstaand door [naam]. Ter zitting werd de zorgaanbieder vertegenwoordigd door [naam].

Onderwerp van het geschil
De cliënt heeft de klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder.

Het geschil gaat over de borstvergrotingsoperatie die de zorgaanbieder bij de cliënt heeft uitgevoerd.

Standpunt van de cliënt
Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De cliënt heeft in een gesprek met [naam plastisch chirurg], destijds werkzaam als plastisch chirurg voor de zorgaanbieder, besproken dat zij een borstvergroting wilde. Zij wilde van haar B-cup naar een volle C-cup. In het gesprek met de plastisch chirurg heeft zij haar zorgen kenbaar gemaakt over haar slappe huid.

De borstvergrotingsoperatie heeft plaatsgevonden op 13 september 2010. De zorgaanbieder heeft daarbij geen borstlift uitgevoerd.

De cliënt was ontevreden met het resultaat, omdat er sprake was van een ‘double bubble’. Dat is het verschijnsel dat de prothese onder het borstweefsel uit zakt. De zorgaanbieder heeft nog twee operaties verricht. Op 18 december 2010 een ‘donut lift’ en op 28 februari 2011 een mastopexie.

Het resultaat na drie operaties is rampzalig volgens de cliënt. De cliënt had een E-cup en geen C-cup, de borsten waren lelijk, delen van de tepels waren verdwenen en de cliënt heeft blijvende littekens. De zorgaanbieder heeft geen nazorg verleend. Het enige dat de zorgaanbieder aangaf, was dat de cliënt het herstel de tijd moest geven.

Inmiddels heeft de cliënt een hersteloperatie achter de rug, een explantatie.

De cliënt stelt de zorgaanbieder aansprakelijk voor het tekortschieten in de nakoming van de behandelovereenkomst. Zij wil dat de zorgaanbieder de vergoeding voor de behandeling terugbetaalt (€ 3.400,–). Ook wil zij een vergoeding van de kosten voor een second opinion (€ 600,–), de hersteloperaties (€ 21.000,–) en haar immateriële schade (€ 10.000,–). Met een e-mailbericht van 19 mei 2021 aan de commissie heeft de cliënt haar totale gevraagde schadevergoeding verlaagd naar € 25.000,– en afstand gedaan van het meerdere.

Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De zorgaanbieder wijst erop dat de plastisch chirurg niet langer werkzaam is voor de zorgaanbieder.
De cliënt heeft het medisch dossier van de cliënt bekeken. Daarin bevindt zich één foto. Op basis van die foto meent de zorgaanbieder dat sprake is van een op dat moment (na de operatie) ‘esthetisch zeer acceptabel resultaat’.

Volgens de zorgaanbieder is de klacht ongegrond. Het heeft lang geduurd voordat de cliënt haar klacht bij de zorgaanbieder en daarna bij de commissie heeft ingediend. De plastisch chirurg heeft twee aanvullende operaties kosteloos uitgevoerd om de cliënt tevreden te stellen. De cliënt wás ook tevreden met het uiteindelijke resultaat na de derde operatie. Die extra operaties en de behandeling van de klacht hebben de zorgaanbieder veel geld gekost.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

Het beoordelingskader.

De overeenkomst die is gesloten tussen de cliënt en de zorgaanbieder is een geneeskundige behandelovereenkomst.

Bij de uitvoering van de geneeskundige behandelovereenkomst dient de plastisch chirurg de zorg van een goed plastisch chirurg in acht te nemen. Dat betekent dat hij moet handelen in overeenstemming met de professionele standaard zoals die ten tijde van behandelen geldt voor alle plastisch chirurgen. Voorts houdt dit in dat de plastisch chirurg die zorg moet betrachten die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot in dezelfde omstandigheden mag worden verwacht. De zorgplicht houdt geen resultaatsverplichting in, maar wordt aangemerkt als een inspanningsverplichting. Van een tekortkoming kan dan ook pas worden gesproken als komt vast te staan dat de plastisch chirurg zich onvoldoende heeft ingespannen of bij de inspanning een fout heeft gemaakt.

De zorgaanbieder is aansprakelijk indien voldoende aannemelijk is dat de zorgaanbieder, dan wel iemand die werd ingeschakeld bij de uitvoering van de behandelovereenkomst tekortgeschoten is bij de uitvoering van die overeenkomst. De tekortkoming moet aan de zorgaanbieder kunnen worden verweten (toerekenbare tekortkoming) en de cliënt moet daarvan nadeel hebben ondervonden

De commissie dient te beoordelen of de zorgaanbieder is tekortgeschoten in het nakomen van de behandelovereenkomst met de cliënt.

De plastisch chirurg werd door de zorgaanbieder ingeschakeld.
De zorgaanbieder heeft onder de aandacht gebracht dat de plastisch chirurg niet meer voor haar werkt. Maar de zorgaanbieder heeft hem ingeschakeld voor de uitvoering van de zorgovereenkomst. De zorgaanbieder is verantwoordelijk voor het handelen en/of nalaten van de plastisch chirurg die zij bij de uitvoering van de behandelovereenkomst heeft ingeschakeld. Dat deze plastisch chirurg thans niet meer voor haar werkt doet daaraan niet af.

Is de zorgaanbieder toerekenbaar tekortgeschoten? Ja.
Tijdens de zitting op 12 oktober 2021 heeft de commissie de vraag aan de orde gesteld op welke wijze de pasvorm van de implantaten is bepaald. De cliënt heeft toegelicht dat de – overigens gebruikelijke – werkwijze is gevolgd waarbij zij een aantal pasprothesen kon proefplaatsen onder haar kleding. Op basis van die pasprothesen heeft zij haar keuze voor een bepaalde prothese bepaald.

De plastisch chirurg heeft niet in het medisch dossier vastgelegd welke prothese de cliënt heeft aangewezen op basis van de pasprothesen. Daarom is niet vast te stellen of de cliënt heeft ingestemd met het volume van de 430cc prothesen, die uiteindelijk zijn geplaatst. Dat had de zorgaanbieder wel moeten doen en door dat na te laten is de zorgaanbieder tekortgeschoten in haar inspanningsverplichting. Het is immers onduidelijk of de cliënt informed consent heeft gegeven.

Tijdens de zitting heeft de zorgaanbieder te kennen gegeven dat zij onvoldoende bekend was met de vele (circa 45) foto’s van het resultaat van de operatie. De commissie heeft (met toestemming van de cliënt) één van die postoperatieve foto’s getoond. Daarop heeft de zorgaanbieder te kennen gegeven dat geen sprake is van een cosmetisch acceptabel resultaat. Die visie deelt de commissie.

Op basis van de foto’s kan worden vastgesteld dat de zorgaanbieder een borstlift had moeten aanbevelen, gelet op de dunne huid van de borsten. De cliënt heeft tijdens de zitting verklaard dat zij haar zorgen over haar slappe huid met de zorgaanbieder heeft gedeeld. Zij was bezorgd of de borstoperatie zonder borstlift wel goed zou verlopen. De zorgaanbieder heeft volgens de cliënt echter een borstlift juist afgeraden, hetgeen ter zitting niet is weersproken. Dat is naar het oordeel van de commissie een onjuist advies geweest, gelet op de risico’s op het zogenoemde snoopy effect. De zorgaanbieder had juist moeten waarschuwen voor de gevolgen van het achterwege laten van een borstlift bij dunne huid.

Uit het vorenstaande volgt dat de zorgaanbieder tekortgeschoten is in de nakoming van haar inspanningsverplichting.

De zorgaanbieder is aansprakelijk voor de schade van de cliënt.
Omdat de zorgaanbieder tekortgeschoten is in de nakoming van haar verbintenissen uit de behandelovereenkomst, is zij gehouden de schade die de cliënt daardoor heeft geleden te vergoeden.

De commissie stelt vast dat de cliënt ten aanzien van de behandelkosten schade heeft geleden voor het gehele factuurbedrag van € 3.400,–. De commissie zal daarom bepalen dat de zorgaanbieder dat bedrag aan de cliënt teruggeeft.

De cliënt wil een vergoeding van € 600,– vanwege de kosten van een second opinion. Hoewel zij de second opinion niet in het geding heeft gebracht, verwijst zij in haar brief aan de zorgaanbieder van 13 november 2020 reeds naar de second opinion. De commissie acht het dan ook aannemelijk dat zij dergelijke kosten heeft gemaakt; de zorgaanbieder weerspreekt ze ook niet. Daarom zal de commissie de gevraagde vergoeding toewijzen.

De cliënt wil een vergoeding voor hersteloperaties ter hoogte van € 21.000,–. Inmiddels heeft zij een explantatie ondergaan. Een explantatie kan onder voorwaarden vergoed worden vanuit de Zorgverzekeringswet. Daarom had aannemelijk moeten worden dat de cliënt kosten voor een hersteloperatie zelf heeft moeten betalen. De factuur van Blooming Plastische Chirurgie van 16 september 2020 (€ 6.270,–) ziet op een borstlift. Die behandeling heeft de cliënt klaarblijkelijk niet ondergaan, zodat zij die kosten ook niet heeft gemaakt. Al met al wijst de commissie de gevraagde vergoeding van € 21.000,– af.

Tot slot wil de cliënt een vergoeding voor psychisch leed, ofwel immateriële schadevergoeding. Het toekennen van een immateriële schadevergoeding is mogelijk als sprake is van geestelijk letsel. De commissie acht voldoende aannemelijk dat de cliënt psychisch heeft geleden door de mislukte borstoperatie en de uitblijvende nazorg door de zorgaanbieder. Daarom is de commissie van oordeel dat een vergoeding van immateriële schade in de rede ligt. De commissie zal naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid bepalen dat de zorgaanbieder aan de cliënt een bedrag van € 2.500,– moet betalen.

In totaal moet de zorgaanbieder dus een bedrag van € 6.500,– aan de cliënt betalen.

Omdat de klacht van de cliënt deels gegrond wordt verklaard, ziet de commissie voorts aanleiding de zorgaanbieder te veroordelen tot vergoeding aan de cliënt van het door haar betaalde klachtengeld. Dat is een bedrag van € 52,50.

Op grond van het voorgaande wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie:

– verklaart de klacht van de cliënt gegrond;

– bepaalt dat de zorgaanbieder aan de cliënt een vergoeding van € 6.500,– dient te betalen;

– bepaalt dat de zorgaanbieder aan de cliënt het klachtengeld van € 52,50 dient te vergoeden;

– wijst het meer of anders verzochte af.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de zorgaanbieder aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Zelfstandige Klinieken, bestaande uit mr. A.D.R.M Boumans, voorzitter, dr. J.F.A. van der Werff, mr. P.C. de Klerk, leden, in aanwezigheid van mr. C.J.H. Terwal, secretaris, op 12 oktober 2021.