Commissie: Ziekenhuizen
Categorie: -
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
638661/914874
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De cliënt heeft zich op 8 juli 2024 met een gebroken en bebloede linkerwijsvinger gemeld op de spoedeisende hulp van het ziekenhuis, waar hij diezelfde dag is geopereerd. Tijdens de operatie zijn twee K-draden geplaatst om de fractuur te stabiliseren. In de weken daarna ontstonden klachten van infectie en verslechterde de toestand van de vinger, waarop de cliënt zich elders heeft laten behandelen. Op 28 januari 2025 is de vinger uiteindelijk geamputeerd in de Isalakliniek. De cliënt verwijt het ziekenhuis onzorgvuldig handelen, onder meer bij het verwijderen van de K-draden, de omgang door verpleegkundigen en het niet tijdig onderkennen van de infectie. Hij stelt hierdoor € 22.600,– schade te hebben geleden. Het ziekenhuis betwist onzorgvuldig te hebben gehandeld en voert aan dat de zorg conform de geldende standaard is verleend. De wachttijd op de spoedeisende hulp was te lang, maar leidde volgens de commissie niet tot schade. Ook de overige klachten, waaronder de bejegening en de infectiebehandeling, leveren geen tekortkoming op. De K-draden zijn verwijderd volgens protocol en er zijn geen fouten vastgesteld die tot de amputatie hebben geleid. De infectie kan niet aan het ziekenhuis worden toegerekend. De commissie oordeelt dat het ziekenhuis aan zijn zorgplicht heeft voldaan.
De uitspraak
in het geschil tussen
[naam], wonende te [plaats] (hierna te noemen: de cliënt)en
Stichting Ziekenhuisgroep Twente, gevestigd te Almelo
(hierna te noemen: het ziekenhuis).
Samenvatting
De Geschillencommissie Ziekenhuizen (hierna: de commissie) verklaart de klacht van de cliënt ongegrond, omdat niet is komen vast te staan dat het ziekenhuis tekortgeschoten is in haar zorgplicht jegens de cliënt. Niet gebleken is dat de infectie van de wijsvinger aan het ziekhuis te wijten is of dat het ziekenhuis de amputatie van de wijsvinger had kunnen voorkomen.
Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de commissie te laten beslechten.
De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.
De behandeling heeft plaatsgevonden op 11 april 2025 te Den Haag. De cliënt heeft ter zitting in persoon zijn standpunt toegelicht. Namens het ziekenhuis zijn [naam] (jurist staf Raad van Bestuur) en [naam] (traumachirurg) digitaal via Zoom ter zitting verschenen.
Beoordeling
Inleiding
Op 8 juli 2024 heeft de cliënt, zijnde lasser, tijdens zijn werk op zijn linker wijsvinger geslagen met een hamer. De cliënt is op dezelfde dag in het ziekenhuis geopereerd aan deze wijsvinger door de behandelend arts, [naam]. De wijsvinger was gebroken, vertoonde een afwijkende stand en er was sprake van een ‘barstwond’ van het eerste vingerkootje. Tijdens de operatie zijn er twee k-draden in zijn wijsvinger geplaatst om de fractuur in de juiste positie te zetten. Deze draden zijn later in het ziekenhuis verwijderd, maar de cliënt voelde zich steeds slechter. De cliënt heeft zijn vinger vervolgens laten behandelen in een ziekenhuis in Hardenberg en een ziekenhuis in Zwolle, omdat hij geen vertrouwen meer had in de behandeling in het ziekenhuis. Uiteindelijk is zijn wijsvinger op 28 januari 2025 in Zwolle geamputeerd. In geschil is of het ziekenhuis, die de wijsvinger van de cliënt in de periode van juli tot en met september 2024 heeft behandeld, onzorgvuldig heeft gehandeld.
De klacht
De cliënt stelt zich op het standpunt dat het ziekenhuis bij de behandeling van zijn linker wijsvinger onzorgvuldig heeft gehandeld, waardoor hij € 22.600, — aan schade heeft geleden. Hij voert hiertoe, samengevat weergegeven, het volgende aan.
Spoedeisende hulp
De cliënt heeft zich op 8 juli 2024 met een bebloede handdoek om zijn vinger gemeld bij de balie van de spoedeisende hulp van het ziekenhuis. Tegen de cliënt is op dat moment gezegd dat hij moest gaan zitten. Vervolgens heeft hij twee uur met forse pijn moeten wachten voordat een verpleegkundige hem hielp en er een foto werd gemaakt van zijn hand.
Bejegening
De cliënt is na de operatie aan zijn wijsvinger meerdere keren ‘onmenselijk’ behandeld door zowel verpleegkundigen als de artsen van het ziekenhuis. Zo heeft een verpleegkundige, in reactie op de toelichting van de cliënt dat hij moeite heeft met stilzitten wegens aanhoudende pijnklachten door Complex regionaal pijnsyndroom in zijn linkerarm, tegen de cliënt gezegd dat hij een ADHD geval is en heeft op een onprettige manier uitgelegd wat er na de operatie op hem te wachten zou staan. Daarnaast heeft de cliënt een discussie gehad met een verpleegkundige toen hij later, op verzoek van het ziekenhuis naar aanleiding van foto’s van zijn vinger, zich weer op de spoedeisende hulp had gemeld. De cliënt heeft nog een gesprek gehad met de heer [naam] over zijn behandeling, maar deze arts luisterde niet naar de cliënt en heeft een totaal ander verhaal op papier gezet dan wat de cliënt met hem had besproken.
Niet de benodigde zorg verstrekt
Het ziekenhuis heeft niet de benodigde zorg aan de cliënt geboden. De stagiaire van de behandelend arts heeft tijdens de operatie verkeerd in de wijsvinger van de cliënt geboord. De wijsvinger van de cliënt is in de weken na de operatie flink ontstoken geraakt. De stagiair heeft vervolgens samen met een andere arts (zonder overleg met de behandelend arts van de cliënt) één van de K-draden verwijderd met een oude verroeste tang en de cliënt met een volledig ontstoken vinger naar huis gestuurd. De cliënt is zich daarna steeds zieker gaan voelen. Een week later is de tweede K-draad uit zijn wijsvinger verwijderd door de behandelend arts, ondanks dat de cliënt had aangegeven dat hij minder gevoel in zijn wijsvinger had en zich erg ziek voelde. De toestand van zijn wijsvinger werd daarna steeds slechter, waardoor de cliënt op
18 augustus 2024 op de spoedeisende hulp van het Saxenburg Ziekenhuis in Hardenberg is beland. De behandelend arts in dit ziekenhuis vroeg waarom de cliënt niet eerder was gekomen met zo’n ontstoken vinger en heeft direct de ontsteking behandeld. De cliënt heeft in september nog een second opinion gekregen in het ziekenhuis van een andere arts, [naam], waarbij het advies werd gegeven om handtherapie te volgen, terwijl de wijsvinger van de cliënt nog geheel ontstoken was. De cliënt heeft de behandeling aan zijn vinger daarna laten voortzetten in de Isalakliniek in Zwolle, waar zijn wijsvinger uiteindelijk is geamputeerd wegens de schade die de infectie ondertussen had aangericht. Dit had voorkomen kunnen worden als de artsen in het ziekenhuis de K-draden niet hadden verwijderd en vanaf het moment dat de cliënt met zijn ontstoken wijsvinger in het ziekenhuis kwam een andere behandeling hadden toegepast. Bij de operatie in de Isalakliniek in Zwolle bleek zelfs dat er een stukje K-draad in de wijsvinger van de cliënt was blijven zitten en dat de fractuur nog niet was geheeld. Indien de cliënt een zorgvuldige en juiste behandeling had gekregen dan was de wijsvinger binnen zes tot acht weken hersteld. Als gevolg van voornoemd onzorgvuldig handelen van het ziekenhuis is de cliënt niet meer in staat zijn werkzaamheden als lasser te verrichten.
De reactie van het ziekenhuis
Het ziekenhuis betwist dat het onzorgvuldig heeft gehandeld bij de behandeling van de cliënt en voert hiertoe, voor zover relevant, het volgende aan.
Uit het medisch dossier van de cliënt volgt dat de betrokken artsen en verpleegkundigen van het ziekenhuis de zorg van een goed hulpverlener in acht hebben genomen en daarbij in overeenstemming met de op hen rustende verantwoordelijkheden hebben gehandeld. Niet gebleken is dat er gedurende de behandelrelatie met de cliënt sprake was van een botinfectie, laat staan dat deze infectie is ontstaan door verwijdering van de K-draden. Het verwijderen van de K-draden heeft plaatsgevonden met inachtneming van het daarvoor geldende beleid. De K-draden in de wijsvinger van de cliënt zijn niet verwijderd door een stagiair, maar door een daartoe bevoegd en gediplomeerde arts-assistent, onder supervisie van een medisch specialist. Eén draad is verwijderd omdat deze de fractuur niet overstak. De andere draad is verwijderd nadat bleek dat de wijsvinger en fractuurdelen een goede stand lieten zien. De cliënt heeft niet aangetoond dat deze ingreep heeft geleid tot de door hem gestelde infectie. Ook de controles na verwijdering van de K-draden lieten steeds een goed en ongecompliceerd herstel van de wijsvinger zien. Verder valt uit diverse verslagen af te leiden dat de cliënt meermaals is voorgelicht over het belang van (onder andere) het geleidelijk opbouwen van het belasten van de vinger, voortzetting van (consequent) antibioticagebruik en het volgen van handtherapie. Dat de cliënt besloten heeft om deze adviezen niet op te volgen, maakt niet dat het ziekenhuis jegens de cliënt verwijtbaar heeft gehandeld door hem de juiste zorg te onthouden.
Vanuit het ziekenhuis is amputatie van de wijsvinger van de cliënt nooit overwogen, omdat daarvoor nooit een medische indicatie heeft bestaan. Dat amputatie van de wijsvinger recent wél heeft plaatsgevonden maakt niet dat gesteld kan worden dat het ziekenhuis in haar zorgplicht tekort zou zijn geschoten.
Het ziekenhuis betwist dat het tekort is geschoten in de communicatie en bejegening jegens de cliënt. Hoewel de communicatie met de cliënt soms moeizaam verliep is door diverse zorgverleners altijd geprobeerd op een goede manier met elkaar in gesprek te blijven. Klachten die de cliënt ondervond zijn vanuit het ziekenhuis steeds serieus genomen.
Tevens betwist het ziekenhuis dat de patiëntverslagen in het medisch dossier van de cliënt niet kloppen. Voor zover de cliënt daar nog niet op gewezen is, wordt vanuit het ziekenhuis aangegeven dat hij (via de afdeling patiëntinformatie van het ziekenhuis) een verzoek tot rectificatie van zijn medisch dossier kan indienen, mochten er feitelijke onjuistheden in zijn dossier vermeld staan. Wanneer de onvrede van de cliënt zich uitstrekt over gestelde diagnoses en/of gemaakte keuzes waar hij het niet mee eens is, kan hij verzoeken om aan zijn dossier een verklaring te laten toevoegen waarin hij zijn (afwijkende) visie weergeeft.
Het ziekenhuis concludeert gelet op het voorgaande tot ongegrond verklaring van de klacht en afwijzing van het verzoek tot schadevergoeding.
De beoordeling van het geschil
In geschil is of het ziekenhuis aan haar zorgplicht heeft voldaan bij de behandeling van de cliënt in de periode van juli tot en met september 2024. De commissie zal het geschil behandelen aan de hand van het volgende juridisch kader.
Juridisch kader
Op grond van de geneeskundige behandelingsovereenkomst moet de zorgaanbieder bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen en daarbij handelen in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (artikel 7:453 van het Burgerlijk Wetboek). Deze zorgplicht houdt in dat de zorgaanbieder die zorg moet betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht.
De verplichting die voor een hulpverlener (in dit geval: het ziekenhuis) voortvloeit uit een geneeskundige behandelingsovereenkomst wordt in beginsel niet aangemerkt als een resultaatsverplichting, waarbij de hulpverlener moet instaan voor het bereiken van een bepaald resultaat, maar als een inspanningsverplichting, waarbij de hulpverlener zich verplicht zich voor het bereiken van een bepaald resultaat in te spannen. De reden hiervoor is dat het bij een geneeskundige behandeling meestal niet mogelijk is een bepaald resultaat te garanderen, omdat het menselijk lichaam in het (genezings-)proces een ongewisse factor vormt; zelfs bij onberispelijk medisch handelen kan het beoogde resultaat uitblijven. Van een tekortkoming kan dan ook pas worden gesproken indien komt vast te staan dat de hulpverlener zich onvoldoende heeft ingespannen of bij de inspanning een fout heeft gemaakt.
Voor de aansprakelijkheid van het ziekenhuis is dan ook vereist dat voldoende aannemelijk is dat de zorgaanbieder tekort is geschoten in de nakoming dan wel de uitvoering van de behandelingsovereenkomst. De aanwezigheid van een fout of nalaten is een vereiste voor aansprakelijkheid van het ziekenhuis. De tekortkoming moet aan de zorgaanbieder kunnen worden verweten en de cliënt moet door deze tekortkoming nadeel zijn toegebracht.
Zorgplicht ziekenhuis
De commissie is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat het ziekenhuis tekortgeschoten is in de zorgplicht jegens de cliënt. Zij overweegt hiertoe het volgende.
Spoedeisende hulp
Uit de ‘Richtlijn Triage op de spoedeisende hulp’ volgt dat het triagegesprek met de verpleegkundige, waarin de patiënt informatie krijgt over de urgentiecategorie van het letsel, de te verwachten wachttijd en hoe de wachttijd gaat worden benut, binnen vijf minuten na binnenkomst op de spoedeisende hulp dient plaats te vinden. Als onbetwist is echter komen vast te staan dat de cliënt twee uur heeft gewacht op de spoedeisende hulp van het ziekenhuis met een bebloede handdoek om zijn wijsvinger voordat een verpleegkundige hem heeft geholpen. De commissie is van oordeel dat deze wachttijd voor een triagegesprek te lang is en dat de cliënt beter door de verpleegkundigen op de spoedeisende hulp had moeten worden begeleid toen hij zich meldde. Hoewel het ziekenhuis hier steken heeft laten vallen, is de commissie van oordeel dat hieruit niet de conclusie kan worden getrokken dat dit negatieve gevolgen heeft gehad voor de conditie van de wijsvinger van de cliënt. Gelet hierop is van een tekortkoming in de nakoming in dit opzicht dan ook geen sprake.
Bejegening
De commissie stelt voorop dat het gevoel van de cliënt, dat hij door de bejegening van artsen en verpleegkundigen op een onmenselijke manier is behandeld, berust op de subjectieve beleving van de cliënt. Van een dergelijke beleving, die zich moeilijk op juistheid laat beoordelen, kan het ziekenhuis – objectief gezien – geen verwijt worden gemaakt. De commissie kan gelet op de betwisting van het ziekenhuis immers niet vaststellen wat er precies is gezegd tegen de cliënt. De commissie begrijpt dat de cliënt de communicatie met medewerkers van het ziekenhuis als onprettig heeft ervaren, maar dit enkele feit kan niet tot de conclusie leiden dat medewerkers van het ziekenhuis de cliënt onheus hebben bejegend en in hun zorgplicht jegens de cliënt tekort zijn geschoten.
De verstrekte zorg
Voorts is de commissie van oordeel dat niet is gebleken dat de infectie in de wijsvinger van de cliënt, die uiteindelijk heeft geleid tot de amputatie van de vinger, te wijten is aan het ziekenhuis. De commissie neemt hierbij in overweging dat het letsel van de cliënt een hoog risico heeft voor een postoperatieve wondinfectie en dat de cliënt aanvankelijk, tegen het advies van het ziekenhuis in, niet de voorgeschreven extra antibiotica heeft ingenomen. Uit het overgelegde medische dossier van de cliënt volgt naar het oordeel van de commissie dat de wond van de cliënt lege artis is behandeld door het ziekenhuis door deze open te houden en meerdere malen te controleren op infectie. Dat de K-draden in de wijsvinger van de cliënt zijn verwijderd voordat de fractuur volledig geheeld was kan niet worden gezien als een tekortkoming, nu de K-draden enkel ervoor zorgen dat de fractuur in de juiste positie wordt gezet. Als onbetwist is komen vast te staan dat één K-draad is verwijderd omdat deze de fractuur niet overstak en de ander is verwijderd nadat uit foto’s bleek dat de vinger en fractuur delen in goede stand stonden. Het ziekenhuis heeft daarnaast gemotiveerd betwist dat de eerste K-draad door een stagiaire is verwijderd met een verroeste tang. Uit het overgelegde medische dossier volgt dat deze ingreep is gedaan door een arts-assistent, in bijzijn van een medisch specialist. Dat een splinter van de K-draad van ongeveer 1 millimeter in de vinger is achtergebleven kan het ziekenhuis niet worden verweten, nu deze splinter op foto’s van de vinger niet waarneembaar is. De commissie kan niet vaststellen dat de infectie in de wijsvinger langer is gebleven door de splinter. Niet gebleken is dan ook dat deze afloop, de amputatie van de wijsvinger, voorkomen had kunnen worden door het ziekenhuis.
Slotsom
De conclusie uit het voorgaande is dat de klacht van de cliënt ongegrond wordt verklaard, nu niet is komen vast te staan dat het ziekenhuis tekortgeschoten is in haar zorgplicht jegens de cliënt. Het verzoek van de cliënt tot toekenning van schadevergoeding wordt daarom afgewezen.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie:
– verklaart de klacht van de cliënt ongegrond,
– wijst het verzoek tot schadevergoeding af.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is het ziekenhuis aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit mevrouw mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, de heer prof. dr. J.A. van der Hage, de heer J. Donga, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. R.H.W. Theuns-van Waasdijk, secretaris, op 11 april 2025.