Beoordeling van medische besluitvorming bij niet-draineren van geïnfecteerde vinger

De Geschillencommissie Zorg




Commissie: Ziekenhuizen    Categorie: -    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 742875/883323

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een cliënt klaagde over het uitblijven van een chirurgische drainage van zijn geïnfecteerde wijsvinger tijdens een langdurige ziekenhuisopname in 2023 wegens een stafylokokkeninfectie. Hij stelde dat de zorgaanbieder eerder had moeten ingrijpen om blijvende schade te voorkomen. De vinger werd niet gespoeld ondanks aanhoudende zwelling en stijfheid, en de behandeling werd beperkt tot antibiotica. De zorgaanbieder verweerde zich met het argument dat er geen vocht in het gewricht zichtbaar was en dat drainage in dergelijke gevallen niet gebruikelijk is, vanwege risico’s op blijvende stijfheid. Volgens de commissie heeft de zorgaanbieder medisch zorgvuldig gehandeld door af te zien van drainage, in lijn met de professionele standaard. Wel werd vastgesteld dat de communicatie met de cliënt onduidelijk en onvoldoende was, met name over behandelkeuzes en verwachtingen. Dit communicatiegebrek leidde echter niet tot een gegrondverklaring van de klacht. Het causaal verband tussen het niet-draineren en de uiteindelijke schade aan de vinger werd onvoldoende onderbouwd. De commissie verklaarde de klacht ongegrond. Ook de gevraagde schadevergoeding van €25.000 werd afgewezen.

De uitspraak

in het geschil tussen

[naam], wonende te [woonplaats] (hierna te noemen: de cliënt)

en

Stichting Gelre Ziekenhuizen, gevestigd te Apeldoorn
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Ziekenhuizen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 2 april 2025 te Den Haag.

Partijen zijn niet voor de zitting opgeroepen.

Onderwerp van het geschil

De cliënt heeft de klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder.

Het geschil betreft de vraag of de zorgaanbieder onzorgvuldig heeft gehandeld door niet eerder de vinger van de cliënt operatief te draineren.

Standpunt van de cliënt

Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 12 mei 2023 is de cliënt opgenomen met een stafylokokken aureus infectie. De cliënt had zeer hoge ontstekingswaarden en een ernstig opgezwollen wijsvinger. Op de afdeling orthopedie is gesproken over het openmaken van de vinger om de wond te spoelen, maar dat is op dat moment niet gebeurd.

De cliënt heeft negen weken in het ziekenhuis gelegen. De vinger van de cliënt werd steeds stijver en bleef dik. Er is veel gepraat over zijn vinger maar er is geen nader onderzoek gedaan of actie ondernomen. Op 24 mei 2023 hoorde de cliënt dat zijn vinger gespoeld zou gaan worden maar deze behandeling werd twee keer geannuleerd. Op 13 juli 2023 is de cliënt ontslagen uit het ziekenhuis met een verwijzing naar de handenfysiotherapeut.

In september 2023 is alsnog een röntgenfoto gemaakt van de vinger, waaruit bleek dat het gewricht was dichtgegroeid waardoor geen beweging meer mogelijk was. De client is van oordeel dat dit resultaat had voorkomen kunnen worden indien de vinger op tijd was gespoeld, wat ook door een plastisch chirurg is bevestigd en door de orthopeed van de zorgaanbieder is erkend.

De cliënt vordert een schadevergoeding van €25.000,– als smartengeld vanwege het verlies van het gebruik van de vinger.

Standpunt van de zorgaanbieder

Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De behandeling van septische artritus aan de wijsvinger is volgens de regels van de geneeskunst en conform de professionele standaard uitgevoerd. In het medisch dossier is nauwkeurig beschreven welke stappen zijn gezet om de bacteriële artritus te behandelen en om welke redenen is afgezien van het spoelen.

De primaire behandeling van deze infectie is gericht op het elimineren van de bacterie door middel van (gerichte) antibiotica. In gevallen van pusvorming is ontlasting noodzakelijk door middel van een ontlastende punctie of een operatieve spoeling van het gewricht. De ontlasting garandeert dat de antibiotica de bacterie adequaat kan bereiken. In die gevallen waarin geen sprake is van pusvorming, zal doorgaans worden afgezien van drainage en/of spoeling omdat dit de behandeling kan tegenwerken.

In de vele gevallen waarin het gewricht van de cliënt is beoordeeld, bleek dat er geen of nagenoeg geen vocht in het gewricht aanwezig was, hetgeen een operatiespoeling of drainage niet noodzakelijk maakte dan wel de kans bestond dat dit tegenwerkend kon zijn. Dit is uitgebreid geëvalueerd door het behandelteam en besproken met de cliënt. Een rood en gezwollen gewricht is niet per se indicatief voor vocht, louter een gewricht waar verwijding van de bloedvaten plaatsvindt als reactie op een infectie.

De stelling van de cliënt dat als tijdig was gespoeld de schade niet zou ontstaan is, mede gezien de ernst van een dergelijke infectie, het beloop en de onderliggende complicaties, niet vast te stellen. De zorgaanbieder wijst erop dat het enkele gegeven van het ingetreden ernstige gevolg voor de client niet dwingt tot de vaststelling dat de ingreep onoordeelkundig is uitgevoerd.

Schade
De door de cliënt gevorderde schade wordt niet nader toegelicht dan wel ondersteund met objectiveerbare bewijsstukken. Ook wordt niet aangetoond dat deze schade in causaal verband staat tot het handelen van de zorgaanbieder.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Toetsingskader
De overeenkomst die de cliënt met de zorgaanbieder heeft gesloten, betreft een geneeskundige behandelingsovereenkomst in de zin van artikel 7:446 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
Op grond van de behandelingsovereenkomst die de cliënt met de zorgaanbieder is aangegaan, moet de zorgaanbieder bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen en daarbij handelen in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (het goed hulpverlenerschap uit artikel 7:453 van het BW), die mede bepaald wordt door onder meer de stand en inzichten van de medische wetenschap, richtlijnen en protocollen. Het goed hulpverlenerschap houdt in dat de zorgaanbieder die zorg moet betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht.

Drainage vinger
Uit de overgelegde stukken maakt de commissie op dat de cliënt met een ernstige en levensbedreigende infectie bij de zorgaanbieder binnenkwam. Vanwege de ernst van de infectie met diverse infectiehaarden in het lichaam van de cliënt heeft de zorgaanbieder gekozen voor een algehele bestrijdingsaanpak van de sepsis door middel van gerichte antibiotica.

De commissie acht het niet onzorgvuldig dat de zorgaanbieder eerst voor antibiotica heeft gekozen. Hierbij merkt de commissie op dat het chirurgisch draineren van een klein gewricht niet gebruikelijk is. Zeker niet wanneer er op grond van beeldvormend onderzoek of punctie, geen aantoonbare hoeveelheid vocht in het gewricht aanwezig is. Het chirurgisch openen (en eventueel debrideren) van een vingergewricht brengt een aanzienlijk risico op blijvende stijfheid met zich mee, zeker indien het geïnfecteerd weefsel betreft. Daar komt nog bij dat de commissie beroepshalve bekend is dat aantasting van het kraakbeen al in 24-48 uur na een infectie ontstaat, wat een onomkeerbaar proces is met stijfheid van het gewricht tot gevolg. Het is dan ook niet vast te stellen dat de stijfheid van de vinger het gevolg is van het niet draineren van de vinger.

Gezien het feit dat al antibiotica was gegeven om de sepsis en de mogelijke septische artritis van de vinger te bestrijden én nagenoeg geen indicatie bestaat voor het chirurgisch draineren van een vingergewricht, concludeert de commissie dat de zorgaanbieder heeft gehandeld conform de stand van de wetenschap en literatuur.

Wel is naar het oordeel van de commissie sprake van enige nalatigheid in de communicatie met de cliënt. Uit de overgelegde documenten blijkt van een onduidelijkheid in de besluitvorming en dat de communicatie daarover met de client niet eenduidig is geweest. Ook had de zorgaanbieder eerder en duidelijker de verwachtingen van de cliënt over de vinger kunnen managen. Dit leidt echter niet tot een gegrondverklaring van de klacht.

Nu de klacht van de cliënt ongegrond wordt verklaard, komt de commissie niet toe aan de beoordeling van de schadevordering. Deze vordering wordt dan ook afgewezen.
Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:
– verklaart de klachten van de cliënt ongegrond;
– wijst de vordering tot schadevergoeding af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit de heer mr. A.R.O. Mooy, voorzitter, de heer dr. R.J.P. van der Wal, de heer mr. P.O.H. Gevaerts, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. S.M.E. Balfoort, secretaris, op 2 april 2025.