Commissie: Ziekenhuizen
Categorie: -
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
380998/641831
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De cliënte stelt dat een KNO-arts op 30 november 2022 haar linkeroor zonder toestemming microscopisch heeft gereinigd, wat heeft geleid tot ernstige klachten als tinnitus en duizeligheid. Zij vordert €2000,- schadevergoeding en beweert dat zij voor de behandeling geen klachten had en actief was in sport. De zorgaanbieder stelt daarentegen dat cliënte al decennia klachten heeft van oorsuizen en duizelingen, en dat zij op 28 november 2022 juist is doorverwezen vanwege acute balansproblemen. De KNO-arts zou beide oren hebben gecontroleerd, wat standaardprocedure is bij duizeligheidsklachten. Volgens de commissie staat vast dat cliënte ook vóór de behandeling klachten had, onder andere in 1990 en 1994, en recent nog vlak vóór de behandeling. Er zijn geen aanwijzingen dat de arts zonder toestemming heeft gehandeld; bovendien geldt dat als cliënte expliciet bezwaar had gemaakt, de arts naar verwachting niet had behandeld. De behandeling is volgens de professionele standaard uitgevoerd en heeft geen blijvende gehoorschade veroorzaakt. Ook uit latere tests in het LUMC blijkt geen toegenomen slechthorendheid. De commissie stelt dat er geen causaal verband is tussen de behandeling en de huidige klachten. Omdat er geen sprake is van een medische fout of toerekenbare tekortkoming, wordt de klacht ongegrond verklaard. De gevraagde schadevergoeding wordt afgewezen. De zorgaanbieder is wel de gebruikelijke behandelingskosten aan de commissie verschuldigd.
De uitspraak
Samenvatting
De KNO-arts heeft op 30 november 2022 zonder toestemming van cliënte haar linkeroor microscopisch gereinigd. Sindsdien heeft cliënte ernstige klachten. Zij brengt hele dagen in bed door vanwege het rumoer in haar hoofd (tinnitus) en duizeligheid als gevolg van de behandeling door de KNO-arts.
In weerwil van hetgeen cliënte ter zitting naar voren heeft gebracht, is voor de commissie voldoende vast komen te staan dat cliënte al voor 30 november 2022 last had van oorsuizen en balansklachten. Niet kan worden vastgesteld dat de klachten van cliënte het gevolg zijn van de behandeling van de KNO-arts.
Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Ziekenhuizen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.
De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.
De behandeling heeft plaatsgevonden op 7 maart 2025 te Utrecht.
Beide partijen hebben ter zitting hun standpunten nader toegelicht.
Cliënte heeft via een ZOOM verbinding de zitting bijgewoond. Zij werd bijgestaan door mevrouw [naam], begeleidster en mevrouw mr. [naam].
De zorgaanbieder werd ter zitting vertegenwoordigd door mevrouw [naam] en de heer [naam], KNO- specialist.
Beoordeling
Op grond van de geneeskundige behandelingsovereenkomst moet de zorgaanbieder bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen en daarbij handelen in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (artikel 7:453 BW). Deze zorgplicht houdt in dat de zorgaanbieder die zorg moet betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht.
De verplichting die voor de zorgaanbieder voortvloeit uit een geneeskundige behandelingsovereenkomst wordt in beginsel niet aangemerkt als een resultaatsverplichting, waarbij de zorgaanbieder moet instaan voor het bereiken van een bepaald resultaat, maar als een inspanningsverplichting, waarbij de zorgaanbieder zich verplicht zich voor het bereiken van een bepaald resultaat in te spannen. De reden hiervoor is dat het bij een geneeskundige behandeling meestal niet mogelijk is een bepaald resultaat te garanderen, omdat het menselijk lichaam in het (genezings-)proces een ongewisse factor vormt; zelfs bij onberispelijk medisch handelen, kan het beoogde resultaat uitblijven.
Van een tekortkoming kan dan ook pas worden gesproken indien komt vast te staan dat de behandelend arts zich onvoldoende heeft ingespannen of bij de inspanning een fout heeft gemaakt.
Voor aansprakelijkheid van de zorgaanbieder is vereist dat voldoende aannemelijk is dat de zorgaanbieder, dan wel ieder die werd ingeschakeld bij de uitvoering van de voor de zorgaanbieder uit de overeenkomst voortvloeiende verplichting, is tekortgeschoten in de uitvoering van die verplichting. De tekortkoming moet aan de zorgaanbieder kunnen worden verweten (toerekenbare tekortkoming) en de cliënt moet daarvan nadeel hebben ondervonden (causaal verband).
De commissie zal de klacht van cliënte beoordelen in het licht van het hierboven geschetste toetsingskader.
Standpunt van cliënte:
Voor het standpunt van de cliënte verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De KNO-arts heeft op 30 november 2022 zonder toestemming van cliënte haar linkeroor uitgespoten. Zij heeft van tevoren de arts meegedeeld dat dit niet hoefde want haar huisarts had haar al gezegd dat dat oor nog schoon was. Na de behandeling voelde cliënte zich duizelig en heeft dit bij de balie gemeld. Sindsdien heeft cliënte ernstige klachten. Voor de behandeling was zij nog fit. Nu brengt zij hele dagen in bed door vanwege het rumoer in haar hoofd (tinnitus) en duizeligheid. De KNO-arts kan niets meer voor haar doen en heeft haar verwezen naar het LUMC alwaar oorsteentjes zijn rechtgezet. De neuroloog zegt dat het probleem zit bij haar oren. De KNO-arts wil haar niet helpen.
Cliënte betwist dat zij balansproblemen had voor de behandeling. Zij deed aan stijldansen en kunstrijden: daarvoor moet je in balans kunnen blijven.
Cliënte vordert een schadevergoeding van € 2000,-
Standpunt zorgaanbieder.
Cliënte is al decennia patiënte van de KNO-artsen. Zij is in de afgelopen jaren gezien vanwege klachten over oorsuizen en duizelingen. Regelmatig zijn haar oren microscopisch gereinigd.
Op 28 november 2022 heeft de longarts cliënte doorverwezen naar de KNO-arts omdat cliënte balansklachten had. Zij was enorm duizelig en kon niet lopen. Er was geen sprake van draaiduizeligheid. Door tussenkomst van de klachtenfunctionaris, die vanwege een klacht gericht tegen de longarts was ingeschakeld, kon cliënte op 30 november 2022 door de KNO-arts worden gezien. Om het trommelvlies te kunnen beoordelen heeft de KNO- arts in beide oren gekeken. Waarschijnlijk heeft hij beide oren microscopisch gereinigd maar dat is niet met zekerheid meer te achterhalen. Indien cliënte te kennen zou hebben gegeven dat haar linkeroor niet microscopisch gereinigd zou mogen worden dan zou de arts dit ook niet hebben gedaan. Er werd een gehoortest afgenomen, waarvan het resultaat niet wezenlijk afweek van de eerdere gehoortest van maart 2021. De behandeling is lege artis uitgevoerd. Het is niet aannemelijk dat de klachten die cliënte thans heeft zijn veroorzaakt door het uitzuigen van haar oren.
Beoordeling van de commissie.
In weerwil van hetgeen cliënte ter zitting naar voren heeft gebracht, is voor de commissie voldoende vast komen te staan dat cliënte al voor 30 november 2022 last had van oorsuizen en balansklachten. In juni 1990 is zij door een KNO-arts gezien vanwege oorsuizen in haar linkeroor. In januari 1994 is cliënte door de KNO-arts doorverwezen naar een neuroloog in verband met duizelingen.
De reden van doorverwijzing door de longarts op 28 november 2022 naar de KNO-arts was dat cliënte enorm duizelig was en niet meer kon lopen, zo blijkt uit de e-mail van 29 november 2022 van de klachtenfunctionaris aan de afdeling KNO.
Vanwege de balansklachten van cliënte heeft de KNO-arts beide trommelvliezen gecontroleerd. Dit is naar het oordeel van de commissie een normale procedure. Om de trommelvliezen te kunnen controleren moeten beide oren schoon zijn.
De commissie kan niet vaststellen wat zich precies in de spreekkamer heeft afgespeeld. Cliënte stelt dat ook haar linkeroor is behandeld. De KNO-arts kan dit niet met zekerheid zeggen. Op grond van het vorenstaande acht de commissie het echter aannemelijk dat cliënte, indien zij echt niet had gewild dat de arts haar linkeroor zou reinigen de arts dit ook niet had gedaan. Cliënte heeft ook overigens onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de arts haar oor tegen haar wil heeft gereinigd.
Tenslotte is het de commissie ambtshalve bekend dat het microscopisch reinigen van de oren, niet kan leiden tot beschadiging van het trommelvlies. De behandeling is door de KNO-arts op de juiste wijze (lege artis) uitgevoerd. Na de behandeling is geen sprake geweest van een toegenomen slechthorendheid, zoals blijkt uit de testuitslagen van het LUMC.
De commissie deelt de conclusie in het advies van de klachtencommissie van 29 juni 2023. Niet kan worden vastgesteld dat de klachten van cliënte het gevolg zijn van de behandeling van de KNO-arts.
De commissie zal de klacht ongegrond verklaren.
Schadevergoeding
Voor aanspraak op een schadevergoeding is ten minste vereist dat de zorgaanbieder in enig opzicht toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de behandelingsovereenkomst. Nu hiervan geen sprake is zal de commissie de vordering afwijzen.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart de klacht ongegrond en wijst de vordering tot schadevergoeding af.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de zorgaanbieder aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit de heer mr. A.R.O. Mooy, voorzitter, de heer dr. F.J.M. Disch, de heer J. Zomerplaag, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. W. Hartong van Ark, secretaris, op 7 maart 2025.