Beoordeling van ambulance-inzet bij vingerletsel: inzet Rapid Responder gerechtvaardigd

De Geschillencommissie Zorg




Commissie: Ambulancezorg    Categorie: -    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 594078/713443

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een cliënte diende een klacht in tegen Ambulance Rotterdam-Rijnmond wegens vermeende nalatigheid bij de inzet van spoedeisende hulp na het afscheuren van haar ringvinger. Ze stelde dat er geen ambulance was gestuurd, de hulp te laat kwam en zij zelf de route naar het ziekenhuis moest aangeven. Volgens de zorgaanbieder werd bewust gekozen voor een Rapid Responder met een Verpleegkundig Specialist Acute Ambulancezorg (VSAZ), die bevoegd is voor wondbehandeling op locatie. De melding werd ingeschat met urgentiecode A2 en het voertuig arriveerde binnen de geldende norm. De VSAZ besloot cliënte zelf naar het ziekenhuis te vervoeren om haar sneller daar te krijgen. De commissie oordeelde dat deze inzet conform het Landelijk Protocol Ambulancezorg was. Het feit dat cliënte de Rapid Responder niet als ambulance herkende, doet daar niets aan af. Er zijn geen aanwijzingen dat de VSAZ ondeskundig handelde of dat de zorgaanbieder verantwoordelijk is voor wachttijden op de spoedeisende hulp. De vordering tot schadevergoeding van €25.000 wegens psychische schade werd afgewezen, mede omdat geen onzorgvuldig handelen is vastgesteld. De commissie verklaarde de klacht ongegrond.

De uitspraak

in het geschil tussen

mevrouw [naam], wonende te [plaatsnaam] (hierna te noemen: de cliënt)

en

Ambulance Rotterdam-Rijnmond, gevestigd te Barendrecht
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Samenvatting

Cliënte heeft een klacht ingediend tegen de zorgaanbieder wegens nalatig handelen door niet tijdig de vereiste spoedeisende hulp te verlenen. Er zou geen ambulance zijn gestuurd; de verpleegkundige die kwam naar aanleiding van haar melding, had geen adequate hulpmiddelen bij zich en het heeft veel te lang geduurd voordat zij in het ziekenhuis is aangekomen. De ambulancemeldkamer heeft een Rapid Responder voertuig met een Verpleegkundig Specialist Acute Ambulancezorg naar het adres van cliënte gestuurd vanwege het scheurletsel van de huid rond één van de vingers. Deze verpleegkundige heeft meer handelingsbevoegdheden dan een reguliere ambulanceverpleegkundige met betrekking tot wondbehandeling. De commissie is van oordeel dat de zorgaanbieder zorgvuldig heeft gehandeld.

Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Ambulancezorg (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

Op 21 februari 2025 heeft de commissie cliënte ontvankelijk verklaard in haar klacht.

De inhoudelijke behandeling van het geschil heeft plaatsgevonden op 15 mei 2025 te Utrecht.
Partijen zijn niet ter zitting verschenen.

Beoordeling
De commissie heeft te oordelen of de ambulancedienst heeft gehandeld volgens de professionele standaard die is verwoord in het Landelijk Protocol Ambulancezorg (hierna: het Protocol).

Standpunt van cliënte
Cliënte heeft op 14 augustus 2023 ernstig letsel opgelopen door een ongeval thuis, waarbij haar ringvinger volledig afscheurde. Ondanks herhaalde noodoproepen werd geen ambulance gestuurd, waardoor zij pas na 40 minuten door een verpleegkundige zonder adequate medische middelen werd geholpen en zelf de route naar het ziekenhuis moest navigeren. Al met al heeft het een uur geduurd voordat zij in het ziekenhuis was. Dit heeft geleid tot amputatie van haar vinger en ernstige psychische schade (PTSS) met impact op haar kinderen. De ambulancedienst heeft nalatig gehandeld door niet tijdig de vereiste spoedeisende hulp te verlenen.

Standpunt van de zorgaanbieder
De ambulancemeldkamer heeft een Rapid Responder voertuig met een Verpleegkundig Specialist Acute Ambulancezorg (hierna: VSAZ) naar het adres van cliënte gestuurd vanwege het scheurletsel van de huid rond een van de vingers. Dergelijk letsel wordt in het algemeen behandeld door het plaatsen van hechtingen. Voor de uitvoering van die behandeling is de VSAZ bekwaam en bevoegd. Hij kan die behandeling ook ter plaatse uitvoeren. De High Care ambulancezorg heeft die bevoegdheid of mogelijkheid niet.
Het telefoongesprek tussen de centralist meldkamer en cliënte heeft ongeveer 11:03 minuten geduurd.

Tijdens dit gesprek zijn vragen gesteld om te bepalen of een ambulance diende te worden ingezet en zijn aan cliënte instructies gegeven hoe de wond te stelpen. De indicatie voor een inzet van de VSAZ is vastgesteld om 10:17:50 uur.
De VSAZ is bij de woning van cliënte gearriveerd om 10:34:40 uur, een aanrijdtijd van 16:50 minuten. Uit de uitgevoerde triage volgde een inzet van de VSAZ met een urgentiecode A2. Voor de urgentiecode A2 geldt een aanrijtijd van 30 minuten, maar zoals gesteld was de aanrijtijd van de VSAZ 16:50 minuten.

Het is ongebruikelijk dat een Rapid Responder voertuig patiënten vervoert naar het ziekenhuis. Evenwel bestonden voor de VSAZ gronden om cliënte naar het door haar gekozen ziekenhuis te vervoeren.

Anders dan cliënte suggereert, bestaat door het arriveren per High Care ambulance geen enkel recht op ‘voorrang’ bij enige behandeling op een SEH. Wanneer een patiënt kan worden geholpen op een SEH, hangt af van welke patiënten met welk soort zorgvraag zich daar bevinden. De zorgaanbieder heeft geen enkele zeggenschap over hoe een SEH haar zorg voor de patiënten organiseert.

Overwegingen van de commissie
In tegenstelling tot hetgeen cliënte heeft gesteld, is er wel degelijk door de meldkamer een ambulance naar cliënte gestuurd. Wellicht heeft cliënte de ambulance niet als zodanig herkend, omdat hier sprake was van een Rapid Responder voertuig. Gezien de beschrijving van het letsel heeft de centralist ervoor gekozen om een VSAZ te sturen. Dit is een zwaar opgeleide verpleegkundige die meer handelingen, zoals het plaatsen van hechtingen, mag uitvoeren dan een reguliere ambulanceverpleegkundige. Gelet op de aard van het letsel van cliënte begrijpt de commissie dat deze keuze is gemaakt.

De commissie kan niet tot het oordeel komen dat de VSAZ niet deskundig heeft gehandeld. De VSAZ heeft geoordeeld dat cliënte in het ziekenhuis moest worden behandeld. In afwijking van de geldende richtlijnen heeft hij cliënte vervolgens zelf naar het ziekenhuis gebracht om zelf de overdracht te doen en met het idee dat cliënte daar sneller zou zijn dan met eigen vervoer. Omdat cliënte reeds onder behandeling in een ziekenhuis is geweest, heeft de VSAZ gevraagd welk ziekenhuis de voorkeur had van cliënte. Het is naar het oordeel van de commissie niet aannemelijk dat de VSAZ de weg naar dit ziekenhuis niet zou weten, een ziekenhuis dat hij beroepshalve vaak bezoekt.

Op grond van de uitdraai van de overgelegde ritadministratie stelt de commissie vast dat om 10:17:50 uur door de centralist de opdracht is verstrekt. Het voertuig is om 10:18:42 uur vertrokken en om 10:34:40 uur op het adres aangekomen.
De commissie constateert dat de centralist gekozen heeft voor een urgentiecode A2, terwijl in het systeem een urgentiecode A1 staat vermeld., Bij de laatstgenoemde code wordt als norm een aanrijtijd van 15 minuten aangehouden. Gelet op de aanrijtijd van 16 minuten zou het in casu niet wezenlijk anders zijn geweest als de rit op urgentiecode A1 zou zijn uitgevoerd.

Dat cliënte op de spoedeisende hulp van het ziekenhuis lang heeft moeten wachten, kan de zorgaanbieder niet worden aangerekend. De spoedeisende hulp maakt zelf de keuze wie als eerste moet worden behandeld.

Vordering tot schadevergoeding
Cliënte heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend voor een bedrag van
€ 25.000, – vanwege de PTSS klachten die zij en haar dochtertje hebben overgehouden vanwege het feit dat de ambulance niet onmiddellijk is gekomen.

Voor aanspraak op een (im-)materiële schadevergoeding is ten minste vereist dat de zorgaanbieder in enig opzicht onzorgvuldig heeft gehandeld. Hiervan is naar het oordeel van de commissie geen sprake. De vordering tot schadevergoeding, die overigens niet dan wel onvoldoende is onderbouwd, zal de commissie afwijzen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie verklaart de klachten ongegrond en wijst de vordering tot schadevergoeding af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Ambulancezorg, bestaande uit de heer mr. H.A. van Gameren, voorzitter, de heer P. Haasbeek, de heer mr. P.C. de Klerk, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. W. Hartong van Ark, secretaris, op 15 mei 2025.