Commissie: Geestelijke Gezondheidszorg
Categorie: Beëindiging behandelingsovereenkomst
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies
Uitkomst: ten dele gegrond
Referentiecode:
1080630/1248307
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De cliënt heeft een klacht tegen de zorgaanbieder ingediend over de beëindiging van haar behandeling MBT-regulier volwassenen therapie. De klacht bestaat uit 8 klachtonderdelen. Volgens de cliënt is er sprake van een datalek, het onterecht weigeren van dossierinzage, het verkeerd interpreteren van een voicemail, het onterecht weigeren van toegang tot de locatie van de zorgaanbieder, het onvoldoende bieden van nazorg, het niet ondernemen van actie na meldingen van Veilig Thuis, een te lang durende wachttijd voor de behandeling en het onterecht stoppen van het aanbod voor systeemtherapie. De zorgaanbieder heeft de klachtonderdelen bestreden, met uitzondering van de dossierinzage die eerder aan de cliënt ter beschikking had moeten worden gesteld en de klacht over de wachttijd.
De volledige uitspraak
In het geschil tussen
[Naam], wonende te [woonplaats] (hierna te noemen: de cliënt)en
Stichting de Viersprong, landelijk centrum voor persoonlijkheidsproblematiek, gevestigd te Halsteren
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).
Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Geestelijke Gezondheidszorg (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.
De cliënt heeft de klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder. De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.
Partijen zijn niet voor de zitting opgeroepen.
De behandeling heeft plaatsgevonden op 27 oktober 2025 te Utrecht.
Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft de vraag of de zorgaanbieder zorgvuldig heeft gehandeld in de beëindiging van de behandelingsovereenkomst.
Standpunt van de cliënt
Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dat op het volgende neer.
Tijdlijn
In het kader van de behandeling van de cliënt heeft zij samen met de zorgaanbieder een tijdlijn opgesteld, waarin belangrijke gebeurtenissen uit haar leven stonden beschreven. Dit document was van groot persoonlijk belang en werd onderdeel van haar behandeling. De zorgaanbieder nam het document in bezit, maar het raakte later zoek. Op herhaalde verzoeken om het terug te krijgen, ontving zij geen reactie. De zorgaanbieder stelde dat dit geen datalek was, omdat het document niet officieel onderdeel van het dossier was, wat cliënt betwist. Aangezien het document onderdeel was van de behandeling, beschouwt de cliënt het verlies ervan als een datalek volgens de AVG, aangezien het gevoelige persoonsgegevens bevat.
Inzage medisch dossier en voicemail
De echtgenoot van de cliënt heeft herhaaldelijk verzocht om inzage in het medisch dossier van zijn partner. Ondanks verschillende verzoeken kreeg hij geen gehoor. Pas na contact met het bestuur werd het dossier alsnog verstrekt en zijn er excuses aangeboden. Dit heeft veel frustratie en extra belasting veroorzaakt en schendt het recht op inzage volgens de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO). Ook is sprake van schending van de dossiervoeringsplicht op grond van de WGBO en de Algemene Verordening gegevensbescherming (AVG) nu een voicemail van cliënt niet is opgeslagen, Dit geldt temeer nu de zorgaanbieder deze voicemail onterecht verdraaid in het dossier heeft opgenomen, in die zin dat de cliënt in de voicemail volgens de zorgaanbieder heeft gesuggereerd dat de cliënt “doorging in de hoop dat de zorgaanbieder een ernstige ziekte krijgt” en iets over haar geloofsovertuiging. Dit is volledig onjuist en onzorgvuldig.
Toegang/pushout
De cliënt werd na een emotioneel zware periode gebeld door de zorgaanbieder verteld dat zij welkom was bij het groepsgesprek later die dag. Later op deze dag ontving zij echter een e-mail waarin stond dat zij niet meer welkom was, zonder enige uitleg. Deze e-mail had zij niet gezien toen zij zich die avond meldde bij het groepsgesprek. Uiteindelijk is haar toen meegedeeld dat zij niet welkom was, waarna zij uren op de gang en huilend in een kamer heeft doorgebracht, terwijl ze contact had met de crisisdienst. Uiteindelijk werd de politie gebeld, wat volledig onterecht was. Het dossier vermeldde dat ze op de hoogte was van de time-out, wat niet waar is, aangezien dit niet met haar besproken was.
Nazorg
Na de pushout heeft de huisarts de zorgaanbieder benaderd voor nazorg, maar de zorgaanbieder bood slechts een optie aan die niet passend was. De zorgaanbieder stelde bovendien dat als de cliënt niet binnen twee weken akkoord ging, het dossier gesloten zou worden. Ondanks herhaalde verzoeken om meer tijd werd geen verlenging gegeven, wat getuigt van onterechte dwang.
Veilig Thuis
Er zijn meerdere meldingen bij Veilig Thuis gedaan, waarvan Veilig Thuis heeft gemeld dat deze zijn doorgezet/overgedragen naar de zorgaanbieder. De zorgaanbieder heeft ten onrechte niets met deze meldingen gedaan.
Wachttijd
De wachttijd is niet alleen ver boven de Treeknorm, maar is ook in strijd met het recht op tijdige zorg, aldus de cliënt. Door deze vertraging is de cliënt niet alleen een aanzienlijke verergering van haar psychische klachten gaan ervaren, maar is ook haar vertrouwen in de toegankelijkheid van geestelijke gezondheidszorg geschaad.
Systeemgesprekken
De cliënt heeft tezamen met haar echtgenoot herhaaldelijk zowel schriftelijk als mondeling aangegeven behoefte te hebben aan systeemgesprekken. In totaal zijn er vijf systeemgesprekken gevoerd, waarna dit aanbod is gestopt vanwege onderbezetting van personeel. Daarna is geen alternatief aanbod of tijdelijke ondersteuning door de zorgaanbieder aangeboden.
Schade
De cliënt verzoekt de commissie om vast te stellen dat de zorgaanbieder de rechten van de cliënt heeft geschonden, waaronder het recht op inzage in haar dossier, zorgvuldige dossiervoering en nazorg. Daarnaast verzoeken de cliënt en haar echtgenoot dat er bevestigd wordt dat zij gelijk hebben in deze situatie. De onduidelijkheid, verwarring en stress die zij hebben ervaren, hebben ervoor gezorgd dat zij mentaal enorm belast zijn geraakt. Zij voelen zich in de steek gelaten door de zorgaanbieder. Zij verzoeken om een vergoeding van € 2.400,- voor emotionele schade en kosten door deze nalatigheid en onterechte behandeling.
Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dat op het volgende neer.
Tijdlijn
Na navraag bij de betrokken behandelaar is gebleken dat de tijdlijn niet gezamenlijk is opgesteld met de behandelaar, maar thuis door de cliënt zelf en dat zij dat document heeft meegebracht naar de zorgaanbieder. Hier is op 24 maart 2025 ook over gerapporteerd in het medisch dossier naar aanleiding van een e-mail van de cliënt. De tijdlijn vormt geen onderdeel van het medisch dossier maar is een persoonlijk document van de cliënt. De zorgaanbieder heeft dit document niet in bezit genomen en het bewaren van de tijdlijn behoorde tot de eigen verantwoordelijkheid van de cliënt. Dit maakt dat de zorgaanbieder het niet kunnen terugvinden van de tijdlijn niet heeft gemeld als een datalek.
Inzage medisch dossier
De zorgaanbieder erkent dat er lering wordt getrokken uit de wijze waarop het verzoek om inzage in het medisch dossier in behandeling is genomen. Hoewel er zoals verzocht inzage is verleend in het medisch dossier van de cliënt had dit verzoek eerder gehonoreerd en opgepakt moeten worden. In een eerder stadium heeft de zorgaanbieder hier dan ook excuses voor aangeboden aan de cliënt en haar echtgenoot.
Voicemail
De zorgaanbieder bestrijdt dat de weergave van de voicemail feitelijk onjuist is en dat er sprake zou zijn van discriminatie. In lijn met de wettelijke kaders rondom zorgvuldige dossiervorming worden waarnemingen op objectieve en feitelijke wijze gerapporteerd in het medisch dossier en dit geldt ook voor wat betreft de inhoud van de voicemail.
Toegang/pushout
Nadat de cliënt een veelheid aan berichten aan de behandelaren heeft gestuurd die als grensoverschrijdend zijn ervaren, meerdere voicemails heeft ingesproken en de zorgaanbieder aanhoudend is gebeld door de cliënt, is gekozen voor een tijdelijke time-out. Deze time-out is in de e-mail van 4 maart 2025 aan de cliënt meegedeeld en uitgelegd. De cliënt is echter op diezelfde dag toch op de locatie van de zorgaanbieder verschenen. Vervolgens is de time-out door een betrokken behandelaar nogmaals mondeling toegelicht aan de cliënt. Daarna is haar verzocht het pand van de locatie te verlaten, maar de cliënt weigerde dat. Pas nadat contact is opgenomen met de politie heeft de cliënt het pand verlaten. De volgende dag, 5 maart 2025, heeft het behandelteam de cliënt een e-mail gestuurd waarin nogmaals de reden van de time-out is uitgelegd en dat het niet opvolgen van de aan haar gecommuniceerde time-out ertoe heeft geleid dat er na overleg is gekozen voor een push-out.
Nazorg
In de e-mail van 5 maart 2025 is een nazorg-gesprek aan de cliënt aangeboden. Dit gesprek heeft plaatsgevonden op 21 maart 2025, waarin verschillende opties voor mogelijke vervolghulp zijn aangeboden aan de cliënt. Daarnaast is er ook contact opgenomen met de huisarts van de cliënt.
Veilig Thuismelding(en)
De zorgaanbieder bestrijdt dat er contactpogingen door Veilig Thuis zijn gedaan of dat zij een rapport hebben ontvangen van Veilig Thuis inzake de behandeling van de cliënt.
Wachttijd
De zorgaanbieder beaamt hetgeen de cliënt beschrijft over de wachttijd die boven de geldende Treeknorm uitkomt. Het is echter bekend dat dit voor de gehele sector Geestelijke Gezondheidszorg een uitdaging is en dat hier middels samenwerking aan wordt gewerkt en dat hierin ook een taak ligt voor de zorgverzekeraars. Ter overbrugging van de wachttijd tussen intake en start van de behandeling is door de zorgaanbieder met de cliënt gekeken naar overbruggingszorg en dit is ook geregeld.
Systeemgesprekken
Op 30 december 2024 heeft er een gesprek plaatsgevonden, waarbij de cliënt en haar echtgenoot aanwezig waren. Toen is er een aanbod gedaan voor een aantal systeemgesprekken. De ervaring van de betrokken behandelaren is dat het ingewikkeld was om de systeemgesprekken te plannen met de cliënt. Op 12 februari 2025 is er naar aanleiding van een gesprek met de cliënt de afspraak gemaakt om systeemtherapie op te starten zodra hiervoor gelegenheid is. In verband met vakantie van betrokkenen was een eerste individuceel therapiemoment afgesproken op 7 maart 2025. Dit therapiemoment heeft geen doorgang meer gevonden naar aanleiding van de time-out die werd gevolgd door de push-out op 4 maart 2025.
Schade
De zorgaanbieder meent dat er geen aanleiding is voor het toekennen van een schadevergoeding en wijst aansprakelijkheid voor schade af.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Toetsingskader
De overeenkomst die de cliënt met de zorgaanbieder heeft gesloten, betreft een geneeskundige behandelingsovereenkomst in de zin van artikel 7:446 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
Op grond van de behandelingsovereenkomst die de cliënt met de zorgaanbieder is aangegaan, moet de zorgaanbieder bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen en daarbij handelen in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (het goed hulpverlenerschap uit artikel 7:453 van het BW), die mede bepaald wordt door onder meer de stand en inzichten van de medische wetenschap, richtlijnen en protocollen. Het goed hulpverlenerschap houdt in dat de zorgaanbieder die zorg moet betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht.
Tijdlijn
Tegenover de – niet onderbouwde – stelling van de cliënt dat de tijdlijn in samenspraak met de behandelaar van de zorgaanbieder is opgesteld, staat de – eveneens niet onderbouwde – uitdrukkelijke betwisting daarvan door de zorgaanbieder. Mede bij gebrek aan inzage in het medisch dossier op dit punt, alsmede twee niet onderbouwde stellingen die elkaar weerspreken, kan de commissie niet vaststellen of de tijdlijn onderdeel is van het medisch dossier en of sprake is van een datalek. Dit klachtonderdeel is daarom ongegrond.
Inzage dossier
Niet weersproken is dat de cliënt op enig moment inzage is verleend in het medisch dossier en dat dit te laat is geweest. De commissie oordeelt dit klachtonderdeel niet-ontvankelijk nu de cliënt niet langer een belang bij een oordeel over dit klachtonderdeel heeft. Zij is door de zorgaanbieder op dit punt immers al eerder in het gelijk gesteld, en het verzoek om schadevergoeding lijkt niet hierop gegrond te zijn.
Voicemail
De stelling van de cliënt dat de weergave van de voicemail in het dossier feitelijk onjuist is, wordt door de zorgaanbieder uitdrukkelijk betwist. Nu een letterlijke weergave of een transcriptie van de betreffende voicemail in het procesdossier ontbreekt, kan de commissie niet vaststellen of de opgenomen weergave niet juist is. Dit klachtonderdeel is ongegrond.
Toegang/pushout
De cliënt voert aan dat de beëindiging van de behandeling abrupt en onterecht heeft plaatsgevonden nu de cliënt niet op de hoogte was van de tweede time-out en dus ook niet van het feit dat zij niet meer op de locatie mocht komen.
Tussen partijen staat vast dat aan de cliënt voor de tweede keer een time-out is opgelegd op
4 maart 2025. Deze time-out is niet alleen schriftelijk bevestigd, te weten in de e-mail van 4 maart 2025 aan de cliënt, maar ook mondeling aan de cliënt meegedeeld, toen zij diezelfde dag/avond op de locatie van de zorgaanbieder verscheen. De cliënt heeft er toen voor gekozen om niet te vertrekken en daarmee de time-out niet op te volgen. Vervolgens is op 5 maart 2025 door de zorgaanbieder besloten om de behandelingsovereenkomst te beëindigen en dit op diezelfde dag aan de cliënt gecommuniceerd.
De commissie overweegt dat er gegronde redenen kunnen bestaan om een behandelingsovereenkomst te beëindigen. Daarbij wordt verwezen naar de KNMG-richtlijn Niet-aangaan of beëindiging van de geneeskundige behandelingsovereenkomst. Deze richtlijn bepaalt dat beëindiging van een behandelingsovereenkomst, mits de daaraan verbonden zorgvuldigheidseisen in acht worden genomen, geoorloofd is indien sprake is van gewichtige redenen.
In paragraaf 4.3 van deze richtlijn is, voor zover relevant, het volgende vermeld.
4.3 Zorgvuldigheidseisen bij beëindiging van een behandelingsovereenkomst door een zorginstelling
Naast het bestaan van een gewichtige reden kan een zorginstelling een behandelingsovereenkomst alleen beëindigen met inachtneming van een aantal zorgvuldigheidseisen. Deze zorgvuldigheidseisen zijn hetzelfde als voor de individuele arts en worden in hoofdstuk 3 genoemd. In deze paragraaf noemen we enkele aanvullende aspecten die specifiek voor zorginstellingen gelden. De zorgvuldigheidseisen die voor arts en zorginstelling gelijk zijn, zijn dat de zorginstelling de behandelingsovereenkomst pas mag beëindigen nadat:
a. de patiënt herhaaldelijk is gewaarschuwd en onderzocht is of herstel van de relatie mogelijk is;
b. de patiënt tijdig mondeling over het besluit is geïnformeerd en dit besluit schriftelijk is bevestigd.
De zorgvuldigheidseisen waarvoor aanvullende aandachtspunten gelden, zijn:
a. het aanhouden van een redelijke termijn voordat de overeenkomst daadwerkelijk wordt beëindigd;
b. het verlenen van medewerking bij het zoeken naar passende zorg elders;
c. het blijven verlenen van de noodzakelijke hulp tot de daadwerkelijke beëindiging.
Als de zorginstelling besluit om de behandelingsovereenkomst op te zeggen, moet zij daarbij een redelijke termijn in acht nemen. Een standaardtermijn is moeilijk te noemen. Welke termijn redelijk is, hangt af van de specifieke omstandigheden van het geval. Ontslag met onmiddellijke ingang is alleen geoorloofd als er sprake is van zeer dringende redenen, bijvoorbeeld bij uiterst agressief gedrag.
Aan de cliënt is tweemaal voor grensoverschrijdend gedrag een time-out opgelegd, waarin zij is gewaarschuwd dat bij herhaling van dit ernstige grensoverschrijdende gedrag een push-out aan haar zal worden opgelegd. Nu cliënt ten tijde van de tweede time-out gedurende uren heeft geweigerd het pand van de zorgaanbieder te verlaten en uiteindelijk pas met behulp van de ingeroepen politie het pand heeft verlaten, heeft zij zich (wederom) ernstig grensoverschrijdend gedragen. Naar het oordeel van de commissie is gelet hierop sprake van een gewichtige reden om de behandelrelatie direct te beëindigen. Niet is gebleken dat de hierboven genoemde zorgvuldigheidseisen hierbij niet in acht zijn genomen, waarbij de commissie tevens verwijst naar het hiernavolgende onder het kopje “nazorg”. Dit klachtonderdeel is ongegrond.
Nazorg
De commissie stelt vast dat aan de cliënt voldoende verschillende opties zijn aangeboden in het kader van de nazorg. Ook was er naar het oordeel van de commissie sprake van een redelijke termijn voor de cliënt om een keuze te maken tussen een passende vervolgbehandeling of een doorverwijzing, zodat van dwang geen sprake is. Dit klachtonderdeel is ongegrond.
Veilig Thuis
Onder de door de cliënt overgelegde stukken bevindt zich een dossier van Veilig Thuis. Uit dit dossier blijkt dat Veilig Thuis een eerdere melding bij haar in december 2024 met zorgen van mishandeling door de cliënt van haar echtgenoot aan de zorgaanbieder heeft overgedragen. Ook blijkt hieruit dat er ook na beëindiging van de behandelingsovereenkomst met de cliënt door Veilig Thuis op 28 maart 2025 telefonisch contact is opgenomen met de zorgaanbieder en dat die melding aan de zorgaanbieder is overgedragen. Hieruit blijkt dat er ten tijde van de behandelingsovereenkomst in ieder geval één melding vanuit Veilig Thuis is gedaan richting de zorgaanbieder. De enkele ontkenning door de zorgaanbieder dat dit het geval is, is in dit licht onvoldoende. Dit klachtonderdeel is daarom gegrond.
Wachttijd
De commissie overweegt dat tussen partijen niet in geschil is dat de wachttijd boven de geldende Treek-norm uitkomt. Helaas is het op dit moment in zijn algemeenheid dat de wachttijden in de zorg in Nederland te lang zijn als gevolg van de inrichting van het Nederlandse zorgsysteem. Dit is verre van wenselijk maar in zoverre niet de schuld van zorgaanbieder. Dit klachtonderdeel is gelet op de overschrijding van de norm wel gegrond.
Systeemgesprekken
De commissie stelt vast dat er vijf systeemgesprekken zijn gevoerd. Hierbij gaat de commissie uit van op zijn minst enige op inhoud gerichte invulling van deze gesprekken. De commissie kan echter niet vaststellen wanneer deze vijf systeemgesprekken hebben plaatsgevonden. Wel is duidelijk dat op
12 februari 2025 is afgesproken dat een systeemgesprek zou plaatsvinden zodra dat mogelijk zou zijn. Op 7 maart 2025 is een dergelijk gesprek ook ingepland. De tijd tussen 12 februari 2025 en 7 maart 2025 acht de commissie niet zodanig lang dat de zorgaanbieder de verplichting had om te zorgen voor een alternatief in de tussentijd. Dit klachtonderdeel is daarom ongegrond.
Schade
Voor aanspraak op een schadevergoeding is ten minste vereist dat de zorgaanbieder in enig opzicht toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de behandelingsovereenkomst en dat er een causaal verband is tussen deze tekortkoming en de schade die is geleden. Weliswaar oordeelt de commissie wat betreft het klachtonderdeel “Veilig Thuis” en “Wachttijd” dat de zorgaanbieder tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen, maar is het causaal verband tussen de tekortkomingen en de gestelde schade van de cliënt onvoldoende onderbouwd. De enkele stelling van de cliënt dat zij als gevolg van het handelen van de zorgaanbieder ernstig emotioneel is geschaad, kan naar het oordeel van de commissie niet tot toewijzing van de schadevordering leiden. De commissie wijst dit verzoek dan ook af. Wel dient de zorgaanbieder het klachtengeld dat de cliënt heeft moeten betalen te vergoeden, gelet op de gedeeltelijke gegrondverklaring van de klacht.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie:
– verklaart de cliënt niet-ontvankelijk in het klachtonderdeel over inzage in het medisch dossier;
– verklaart het klachtonderdeel over het niet opvolgen van de meldingen van Veilig Thuis gegrond;
– verklaart het klachtonderdeel over de wachttijd gegrond;
– wijst de vordering tot schadevergoeding af;
– verklaart de overige klachten ongegrond;
– bepaalt dat de zorgaanbieder het door de cliënt betaalde klachtengeld van € 52,50 aan de cliënt vergoedt.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Geestelijke Gezondheidszorg, bestaande uit mevrouw
mr. S.W.M. Speekenbrink, voorzitter, de heer drs. T. Knap, mevrouw M. Krouwel, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. M. Land Smorenburg, secretaris, op 27 oktober 2025.