Privacyschending door foutieve verzending afsluitbrief

De Geschillencommissie Zorg




Commissie: Geestelijke Gezondheidszorg    Categorie: Privacy    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 1311924/1327874

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De klacht ging over een privacyfout waarbij een medische afsluitbrief van de cliënt naar een oud adres werd gestuurd, terwijl was afgesproken dat deze via beveiligde e-mail zou worden verzonden. De commissie oordeelde dat de zorgaanbieder onzorgvuldig heeft gehandeld en verklaarde de klacht gegrond. De gevraagde vergoeding voor schade aan een deur werd afgewezen, omdat niet voldoende was aangetoond dat deze schade door de fout van de zorgaanbieder was ontstaan. Wel vond de commissie dat de cliënt door de privacyschending emotionele schade had geleden, omdat een bekende van de cliënt bekend was geraakt met het feit dat hij in behandeling was geweest. Daarom kende de commissie een immateriële schadevergoeding van € 250,- toe en moest de zorgaanbieder ook het klachtengeld van € 52,50 terugbetalen.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De cliënt heeft de klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder.

Het geschil betreft de hoogte van een passende schadevergoeding na privacyschending.

Standpunt van de cliënt

Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dat op het volgende neer.

De medische afsluitbrief van de cliënt is op 25 juli 2025 onzorgvuldig verstuurd naar het oude huisadres van de cliënt, terwijl hij expliciet om verzending per beveiligde e-mail had gevraagd. Hierdoor zijn zeer gevoelige gegevens tijdelijk in handen gekomen van derden.

Dit heeft geleid tot grote stress, paniek en tijdverlies bij de cliënt. De zorgaanbieder heeft de fout erkend maar heeft onvoldoende schadevergoeding aangeboden. In lijn met eerdere jurisprudentie vordert de cliënt een bedrag van € 1500, –, ter vergoeding van een kapotte deur en emotionele schade.

Standpunt van de zorgaanbieder

Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dat op het volgende neer.

De zorgaanbieder erkent dat het verzenden van de afsluitbrief aan de cliënt niet goed is gegaan. In het oordeel van de Raad van Bestuur op de klacht is hierover opgenomen: “Dit had niet mogen gebeuren en het spijt me dat u dit is overkomen.” Eerder hadden ook de behandelaar en de manager reeds excuses aangeboden. Ook heeft de zorgaanbieder direct diverse verbetermaatregelen doorgevoerd.

Het is voorstelbaar dat een dergelijke fout tot emoties kan leiden. De zorgaanbieder kan zich echter niet vinden in de hoogte van het bedrag dat de cliënt als schadevergoeding verzoekt. De cliënt voert aan dat de verzochte schadevergoeding een immateriële schadevergoeding betreft. In casu zijn – met dank aan de behandelaar en manager die erg snel en adequaat hebben gehandeld bij het constateren van de fout – geen medische gegevens van de cliënt in handen van derden gekomen.

De zorgaanbieder is niet bekend met jurisprudentie waaruit blijkt dat dergelijke bedragen zijn toegekend zonder dat er sprake was van (bijzondere) persoonsgegevens die in handen van derden zijn gekomen. De cliënt heeft dit ook niet verder onderbouwd.

De zorgaanbieder verzoekt de commissie de klacht van de cliënt ongegrond te verklaren en geen schadevergoeding toe te kennen hoger dan het reeds aangeboden bedrag van €50,-.

Beoordeling van het geschil

Niet in geschil tussen partijen is dat de verzending van de medische afsluitbrief niet zorgvuldig heeft plaatsgevonden en dat de cliënt hierdoor in zijn privacy is geschonden. De zorgaanbieder had de cliënt de mogelijkheid geboden de stukken per beveiligde e-mail te ontvangen dan wel deze persoonlijk op te halen. De zorgaanbieder heeft erkend dat de stukken als gevolg van een fout van een behandelend psycholoog toch per reguliere post zijn verzonden. Nu de cliënt reeds geruime tijd was verhuisd, is de brief op een onjuist adres bezorgd.

De commissie is van oordeel dat hiermee sprake is van onzorgvuldig handelen aan de zijde van de zorgaanbieder. Dit klachtonderdeel is derhalve gegrond. De zorgaanbieder heeft dit ook erkend.

Tussen partijen is uitsluitend nog in geschil de hoogte van een passende schadevergoeding. De cliënt heeft vergoeding gevorderd van zowel materiële als immateriële schade. De cliënt heeft het door de zorgaanbieder gedane schikkingsvoorstel niet aanvaard.

Voor toekenning van schadevergoeding is vereist dat sprake is van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de behandelovereenkomst en dat de cliënt als gevolg van die tekortkoming schade heeft geleden. De schade kan zowel materieel als immaterieel van aard zijn. Voor immateriële schadevergoeding geldt op grond van artikel 6:106 lid 1 onder b BW dat deze slechts toekomt aan degene die lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad, of op andere wijze in zijn persoon is aangetast.

Ten aanzien van de gevorderde materiële schade, bestaande uit schade aan de deur, is de commissie van oordeel dat het causaal verband tussen het onzorgvuldig handelen van de zorgaanbieder en de door de cliënt gestelde schade onvoldoende is komen vast te staan. Daarbij weegt de commissie mee dat de cliënt zelf heeft erkend dat emotieregulatie voor hem soms lastig is. Dit onderdeel van de schadevordering zal daarom worden afgewezen.

Ten aanzien van de gevorderde immateriële schadevergoeding ziet de commissie wel aanleiding tot toewijzing. Naar het oordeel van de commissie heeft de cliënt voldoende aannemelijk gemaakt dat hij als gevolg van de privacyschending in zijn persoon is aangetast. Daarbij neemt de commissie in aanmerking dat de medische afsluitbrief is bezorgd bij een persoon met wie de cliënt bekend is en dat de brief was verpakt in een envelop voorzien van het logo van de zorgaanbieder. Tevens staat vast dat tussen de cliënt en de betreffende bewoner niet alleen contact bestaat, maar dat aan dit contact tevens een eerdere contractuele relatie ten grondslag heeft gelegen.

Dat deze persoon hierdoor bekend is geraakt met het feit dat de cliënt onder behandeling is geweest bij de zorgaanbieder, heeft bij de cliënt gevoelens van hevige stress en paniek veroorzaakt. Gelet op de aard, duur en impact van de privacyschending en de daaruit voortvloeiende emotionele belasting acht de commissie een vergoeding van immateriële schade ten bedrage van € 250,– billijk en passend.

Klachtengeld
Nu de klacht gegrond wordt verklaard bepaalt de commissie onder verwijzing naar het reglement, dat de zorgaanbieder het door de cliënt betaalde klachtengeld aan hem dient te vergoeden.
Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:
– verklaart de klacht van de cliënt gegrond;
– bepaalt dat de zorgaanbieder een immateriële schadevergoeding van € 250, — aan de cliënt dient te betalen binnen 14 dagen na verzending van dit bindend advies;
– bepaalt dat de zorgaanbieder het door de cliënt betaalde klachtengeld van € 52,50 aan hem dient te vergoeden binnen 14 dagen na verzending van dit bindend advies;
– wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Geestelijke Gezondheidszorg, bestaande uit mevrouw mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, de heer drs. D.J.L. Jonker, mevrouw E.M. van den Berg, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. S.M.E. Balfoort, secretaris, op 6 mei 2026.