Commissie: Ziekenhuizen
Categorie: (On)Zorgvuldig handelen
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: bindend advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1321426/1331689
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Deze zaak gaat over een vrouw die een hyaluronzuurinjectie in haar rechterheup kreeg tegen artroseklachten. Tijdens de behandeling brak de glazen spuit waarmee de vloeistof werd toegediend, waardoor niet alle medicatie kon worden geïnjecteerd. De vrouw vond dat de behandeling onzorgvuldig was uitgevoerd, dat zij onvoldoende was geïnformeerd en dat de injectie ten onrechte werd uitgevoerd door een arts-assistent in plaats van een orthopedisch chirurg. Ook stelde zij dat zij hierdoor fysieke en emotionele schade had geleden en vroeg zij een schadevergoeding van € 25.000. De zorgaanbieder stelde dat de behandeling volgens de professionele standaard was uitgevoerd door een daarvoor opgeleide arts-assistent onder toezicht van een orthopedisch chirurg. Volgens de zorgaanbieder kan het breken van een glazen spuit incidenteel voorkomen zonder dat sprake is van een medische fout. De Geschillencommissie oordeelt dat de vrouw ontvankelijk is in haar klacht, omdat het niet haar schuld was dat de interne klachtenprocedure niet volledig was afgerond. Inhoudelijk ziet de commissie echter geen aanwijzingen dat de behandeling onjuist of onzorgvuldig is uitgevoerd. Ook acht de commissie het niet onzorgvuldig dat een ervaren arts-assistent de behandeling uitvoerde onder supervisie. Wel merkt de commissie op dat de patiënteninformatie op dit punt duidelijker had mogen zijn. Omdat niet is aangetoond dat de zorgaanbieder een fout heeft gemaakt of tekort is geschoten in de behandeling, wordt de klacht ongegrond verklaard en wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft de orthopedisch injectiebehandeling tegen heupklachten door de zorgaanbieder op 14 februari 2025.
Standpunt van klaagster
Voor het standpunt van klaagster verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dit op het volgende neer.
De klacht betreft de mislukte injectie met hyaluronzuur in het rechter heupgewricht. De behandeling zou uitgevoerd worden door een orthopedisch chirurg, maar werd uitgevoerd door een arts-assistent zonder relevante ervaring met dit type injectie. De injectie vond plaats zonder verdoving. Tijdens de procedure brak de glazen ampul/spuit van de naald omdat de naald kennelijk onjuist was gekozen. De injectie werd abrupt stopgezet, wat leidde tot onaanvaardbaar veel pijn. Een tweede ampul met spuit werd geopend, maar ondanks ernstige pijn weigerde klaagster verdere injecties. Uiteindelijk werd er toch een factuur uitgereikt, welke door de verzekeraar is betaald, ondanks de afspraak dat geen kosten gerekend zouden worden. Klaagster verzoekt een financiële tegemoetkoming van € 25.000,- voor de fysieke en emotionele schade die zij heeft opgelopen door deze zeer stressvolle en foutief uitgevoerde behandeling. Daarnaast wil zij dat alle kosten worden vergoed die zij na deze foutieve behandeling heeft moeten maken om de schade van de behandeling te verhelpen.
Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dit op het volgende neer.
De zorgaanbieder voert primair aan dat klaagster niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat zij de interne klachtenprocedure niet volledig heeft doorlopen. Klaagster had haar klacht eerst moeten laten behandelen via de interne klachtenregeling en de daarvoor aangewezen klachteninstanties.
Subsidiair betwist de zorgaanbieder dat sprake is geweest van onzorgvuldig handelen. De zorgaanbieder stelt dat klaagster sinds januari 2024 onder behandeling was vanwege ernstige pijnklachten als gevolg van slijtage van de rechterheup (coxartrose) en dat zij gedurende het behandeltraject uitvoerig is geïnformeerd over de diagnose, de mogelijke behandelingen en de voor- en nadelen daarvan. Omdat klaagster een operatie wilde uitstellen, is in overleg met klaagster gekozen voor een behandeling met een hyaluronzuurinjectie onder röntgendoorlichting. De behandeling van 14 februari 2025 is uitgevoerd door een daarvoor opgeleide en ervaren arts-assistent niet in opleiding (ANIOS), onder supervisie van een orthopedisch chirurg. Uit de gemaakte röntgenbeelden blijkt dat de naald correct was gepositioneerd en dat de proceduretechnisch juist is uitgevoerd. Tijdens het injecteren van de hyaluronzuur in het heupgewricht brak de glazen spuit van de naald waardoor niet al het medicijn in het heupgewricht kwam. Dat slechts een deel van de medicatie is toegediend, is het gevolg geweest van omstandigheden tijdens de behandeling en van de keuze van klaagster om geen tweede poging te laten doen. Van een medische fout of onzorgvuldig handelen is geen sprake.
Verder stelt de zorgaanbieder dat de behandeling geen schade heeft veroorzaakt en dat de klachten van klaagster passen bij de reeds bestaande ernstige heupartrose. De kosten van de door klaagster zelf aangeschafte medicatie zijn uit coulance vergoed. Ten aanzien van de gevorderde schadevergoeding voert de zorgaanbieder aan dat klaagster haar gestelde fysieke, psychische, financiële en arbeid gerelateerde schade onvoldoende heeft onderbouwd. Volgens de zorgaanbieder is niet aangetoond dat sprake is van schade die het gevolg is van enig tekortschieten door de zorgaanbieder, noch van een causaal verband tussen het gestelde handelen en de gevorderde schade. De zorgaanbieder concludeert dat klaagster niet-ontvankelijk in de klacht moet worden verklaard dan wel dat de klacht ongegrond dient te worden verklaard en dat geen grond bestaat voor toekenning van een schadevergoeding.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Toetsingskader
Op grond van de geneeskundige behandelingsovereenkomst moet de zorgaanbieder bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen en daarbij handelen in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (artikel 7:453 van het BW). Deze zorgplicht houdt in dat de zorgaanbieder die zorg moet betrachten die een
redelijk bekwaam en redelijk handelend hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht.
De verplichting die voor een hulpverlener (in dit geval: de zorgaanbieder) voortvloeit uit een geneeskundige
behandelingsovereenkomst wordt in beginsel niet aangemerkt als een resultaatsverplichting, waarbij de
hulpverlener moet instaan voor het bereiken van een bepaald resultaat, maar als een
inspanningsverplichting, waarbij de hulpverlener zich verplicht zich voor het bereiken van een bepaald
resultaat in te spannen. De reden hiervoor is dat het bij een geneeskundige behandeling meestal niet
mogelijk is een bepaald resultaat te garanderen, omdat het menselijk lichaam in het (genezings-)proces
een ongewisse factor vormt; zelfs bij onberispelijk medisch handelen kan het beoogde resultaat uitblijven.
Van een tekortkoming kan dan ook pas worden gesproken indien komt vast te staan dat de hulpverlener
zich onvoldoende heeft ingespannen of bij de inspanning een fout heeft gemaakt. Voor de
aansprakelijkheid van de zorgaanbieder is vereist dat voldoende aannemelijk is dat de zorgaanbieder te kort
is geschoten in de nakoming dan wel de uitvoering van de behandelingsovereenkomst. De aanwezigheid
van een fout of nalaten is een vereiste voor aansprakelijkheid van de zorgaanbieder. De tekortkoming moet
aan de zorgaanbieder kunnen worden verweten en de cliënt moet door deze tekortkoming nadeel zijn
toegebracht.
Beoordeling ontvankelijkheid
De zorgaanbieder heeft een beroep gedaan op niet-ontvankelijk van klaagster, omdat zij niet eerst de interne klachtprocedure van de zorgaanbieder (volledig) heeft doorlopen. Ter zitting is toegelicht door de klachtenfunctionaris dat er contacten zijn geweest tussen hem en klaagster. In eerste instantie had de klacht betrekking op de terugbetaling van de medicatie. Dat is gebeurd en daarmee leek de klacht afgehandeld. Vervolgens heeft klaagster opnieuw een klacht ingediend en ook per e-mail contact gezocht. De klachtenfunctionaris heeft hierop telefonisch contact gehad met klaagster en haar gevraagd om nadere informatie. Die heeft zij opgestuurd, maar vervolgens heeft de klachtenfunctionaris geen contact meer met haar gehad en ook niet gereageerd op twee reminders van haar kant. Gelet op deze toelichting acht de commissie niet-ontvankelijkheid niet aan de orde, nu duidelijk is dat het niet aan klaagster is te wijten dat zij niet de volledige klachtenprocedure bij de zorgaanbieder heeft doorlopen. Klaagster is ontvankelijk in haar klacht.
Inhoudelijke beoordeling
De commissie dient te beoordelen of de zorgaanbieder bij de uitvoering van de behandeling op 14 februari 2025 heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend zorgverlener mag worden verwacht.
Vaststaat dat bij klaagster op 14 februari 2025 een behandeling met hyaluronzuur injectie in het rechter heupgewricht onder röntgendoorlichting heeft plaatsgevonden. Tijdens deze behandeling is de glazen spuit/ glazen ampul waarin het hyaluronzuur zich bevond gebroken bij de overgang naar de naald, waardoor niet de volledige inhoud van de ampul hyaluronzuur kon worden toegediend. Klaagster stelt dat de behandeling onzorgvuldig is uitgevoerd, dat zij onvoldoende is geïnformeerd over de risico’s van de behandeling en dat de behandeling bovendien niet is uitgevoerd door een orthopedisch chirurg of een orthopedisch chirurg in opleiding, zoals in de patiënteninformatie staat vermeld.
Uit de door partijen overgelegde stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht, is niet gebleken dat de behandeling technisch onjuist is uitgevoerd. De zorgaanbieder heeft toegelicht dat hyaluronzuur een relatief visceuze substantie betreft die onverdoofd via een naald wordt ingebracht. De hyaluronzuur wordt steriel aangeleverd in een glazen spuit. De commissie begrijpt uit de toelichting van de zorgaanbieder en ambtshalve dat het breken van een dergelijke glazen ampul een bekend probleem is dat zich incidenteel kan voordoen, ook wanneer de procedure zorgvuldig wordt uitgevoerd. De enkele omstandigheid dat de spuit/ ampul tijdens de behandeling is gebroken, leidt daarom niet zonder meer tot de conclusie dat sprake is geweest van onzorgvuldig handelen. De commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat de behandelaar daarbij onjuist of ondeskundig heeft gehandeld. Evenmin is aannemelijk geworden dat de keuze voor de gebruikte naald of de wijze van uitvoering afweek van de binnen de beroepsgroep geldende standaard. De commissie neemt daarbij in aanmerking dat de zorgaanbieder heeft toegelicht dat normaliter wordt gestart met de dunst mogelijke naald, omdat dat voor de patiënt het meest comfortabel is. Voorts staat vast dat aan klaagster tijdens de behandeling is aangeboden om een tweede poging te doen met een nieuwe spuit/ampul, desgewenst uitgevoerd met betrokkenheid van de supervisor. Klaagster heeft ervoor gekozen hiervan geen gebruik te maken. Dat recht stond haar vanzelfsprekend vrij, maar deze keuze kan niet aan de zorgaanbieder worden tegengeworpen.
Ten aanzien van uitvoering van de behandeling overweegt de commissie dat de behandeling niet is uitgevoerd door een orthopedisch chirurg of een orthopedisch chirurg in opleiding, maar door een ANIOS die binnen het ziekenhuis voor deze verrichting was opgeleid en werkzaam was onder supervisie van een orthopedisch chirurg. De commissie acht dit op zichzelf niet onzorgvuldig. Daarbij neemt zij in aanmerking dat sprake is van een opleidingsziekenhuis en dat is gesteld dat aan klaagster voorafgaand aan de behandeling is meegedeeld dat de behandeling door deze arts zou worden uitgevoerd.
Wel merkt de commissie op dat de patiënteninformatie op dit punt niet volledig overeenkomt met de feitelijke werkwijze binnen het ziekenhuis. In de folder staat vermeld dat het onderzoek wordt uitgevoerd door een orthopedisch chirurg of een orthopedisch chirurg in opleiding (AIOS), terwijl in de praktijk ook een ANIOS de behandeling kan uitvoeren. Ook kan de commissie zich voorstellen dat een patiënt uit deze informatie begrijpt dat de behandeling onder verdoving wordt gedaan, omdat vermeld staat dat een verdovend middel wordt ingebracht.
Hoewel de commissie niet van oordeel is dat hierdoor sprake is van onzorgvuldig medisch handelen in dit individuele geval, verdient het naar haar oordeel aanbeveling dat de zorgaanbieder de patiënteninformatie op dit punt actualiseert zodat deze beter aansluit bij de huidige dagelijkse praktijk.
Alles overziend is de commissie van oordeel dat niet is komen vast te staan, noch voldoende aannemelijk is geworden, dat de behandeling op 14 februari 2025 niet lege artis is uitgevoerd of dat de zorgaanbieder anderszins tekort is geschoten in de uitvoering van de behandelingsovereenkomst.
De klacht is daarom ongegrond.
Schadevergoeding
Nu de commissie niet heeft vastgesteld dat de zorgaanbieder tekort is geschoten in de nakoming van de behandelingsovereenkomst, bestaat geen grond voor toekenning van schadevergoeding. Het verzoek van klaagster wordt daarom afgewezen.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie:
– verklaart klaagster in haar geschil ontvankelijk;
– verklaart de klacht ongegrond;
– wijst af het door klaagster verzochte.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit mevrouw mr. dr. E. Venekatte, voorzitter, de heer prof. dr. B.J. van Royen, de heer J. Zomerplaag, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. M. Gardenier, secretaris, op 12 juni 2026.