Onvoldoende informatie en privacy bij operatie; klacht deels gegrond, geen schadevergoeding

De Geschillencommissie Zorg




Commissie: Ziekenhuizen    Categorie: (On)Zorgvuldig handeleninformatie(verstrekking)    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: ten dele gegrond   Referentiecode: 1124487/1308838

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Deze zaak gaat over een klacht van een cliënte tegen een ziekenhuis over een borstreconstructie die op 28 februari 2023 is uitgevoerd. De cliënte vindt dat de zorgaanbieder fouten heeft gemaakt. Zij stelt dat een arts-assistent zonder haar toestemming betrokken was bij de operatie, dat zij vooraf niet goed is geïnformeerd over wie haar zou opereren en hoe de ingreep zou verlopen, en dat er geen goed gesprek met de operateurs heeft plaatsgevonden. Ook voelde zij zich onveilig en ongemakkelijk op de holding, omdat haar privacy onvoldoende werd beschermd. Daarnaast ervaarde zij het gedrag van de arts-assistent als onprettig en vond zij dat haar medisch dossier niet volledig was. De cliënte eiste daarom een schadevergoeding van €17.000. Het ziekenhuis erkent dat in de voorbereiding fouten zijn gemaakt, vooral doordat de cliënte niet goed is geïnformeerd en geen duidelijke toestemming (informed consent) is gevraagd voor een belangrijk deel van de behandeling en de rol van de arts-assistent. Volgens het ziekenhuis is de operatie zelf wel correct uitgevoerd en was de arts-assistent bekwaam, en stond hij onder toezicht van de plastisch chirurg. De commissie oordeelt dat de zorgaanbieder inderdaad fouten heeft gemaakt bij het informeren van de cliënte en het vragen van toestemming, bij het bijhouden van het dossier, bij het ontbreken van goed contact vooraf met de operateurs en bij het onvoldoende waarborgen van privacy. Deze onderdelen van de klacht zijn daarom gegrond. Andere klachten, zoals over de uitvoering van de operatie en het gedrag, zijn niet bewezen en dus ongegrond. De commissie wijst de gevraagde schadevergoeding af, omdat de cliënte niet voldoende heeft onderbouwd dat zij daadwerkelijk schade heeft geleden en hoe zij op het bedrag van €17.000 komt. Wel moet het ziekenhuis het klachtengeld van €127,50 aan de cliënte terugbetalen. De conclusie is dat de klacht gedeeltelijk gegrond is, maar dat er geen recht is op schadevergoeding.

 

De volledige uitspraak

Beoordeling
Klacht van de cliënte
Op 24 januari 2023 heeft een consult bij de zorgaanbieder plaatsgevonden. Het medisch dossier vermeldt onder meer als volgt:
“Wat mij betreft kan volume replacement met LICAP een goede optie zijn. LD wel besproken maar geen voorkeur ivm schouder problemen. Maar indien nodig wel doen.” Op 14 februari vond een consult plaats met [Naam zorgverlener]. In het medisch dossier is onder meer vermeld:
“Vraag over extra plooi in de onderpool borst waardoor tepel vervorming (..)
Advies geen extra handelingen in deze oncologische operatie
Effect bestraling afwachten
Wel verzoek correctie ovale vorm areola medio cranaal
Overgedragen aan [naam zorgverlener].”

Op 28 februari 2023 heeft de cliënte wegens een tumor in haar borst een operatie ondergaan. Op de dag van de operatie is de cliënte in twee rondes geopereerd. Het eerste gedeelte is verricht door een oncologisch chirurg. Door haar is de tumor verwijderd, waarna het tweede gedeelte, de reconstructie, door middel van LICAP is verricht door [naam] (plastisch chirurg, hierna te noemen: de plastisch chirurg) en [naam] (arts-assistent, hierna te noemen: de arts-assistent).

De cliënte heeft in het verleden vervelende ervaringen gehad met mannelijke plastisch chirurgen. De cliënte is voor de operatie onderzocht door een andere arts die aangaf dat de oplossing voor een ontsierende plooi in de linkerborst – die de cliënte had overgehouden aan vorige borstoperaties – zou zijn het aanbrengen van een snede aan de linkerkant van de tepelhof, zodat de tepelhof kleiner zou worden en de plooi weg zou trekken. Deze arts heeft met een smartphone foto’s gemaakt van de linkerborst met als doel die foto’s aan de plastisch chirurg te zenden.
Enkele dagen voor de operatie stond niet in het dossier van de cliënte wie de operateur zou zijn. De cliënte kreeg hier stress van, zij was bang dat het weer een ander zou worden en misschien zelfs iemand met wie zij een vervelende ervaring had gehad. De mamaverpleegkundige die de cliënte belde, gaf aan dat de operatie uitstellen onverstandig was en gaf aan dat volgens planning de plastisch chirurg de operateur zou zijn.

Op de ochtend van de operatie verscheen niet de plastisch chirurg maar de arts-assistent. De cliënte heeft toen naar de plastisch chirurg gevraagd en kreeg als antwoord dat de arts-assistent de ingreep zou uitvoeren. De cliënte was daar zeer ongerust over, waar geen begrip voor was. De arts-assistent zei alleen dat de operatie ook een andere keer kon, maar de cliënte dacht alleen aan de poortwachtersklierprocedure, waarvan gezegd was dat verder uitstel onverstandig was. Zij was bang dat uitstel ertoe zou leiden dat zij toch chemotherapie moest ondergaan, wat zij niet wilde. Bij de cliënte was ook al een infuus ingebracht. Zij voelde niet dat zij rustig kon bedenken wat zij wilde en wist niet wat het zou betekenen als de operatie uitgesteld zou worden. De arts-assistent trok daarop aan het gordijn bij het bed. Het gordijn sloot niet goed. De cliënte voelde zich heel ongemakkelijk in alleen haar onderbroek, ook toen er een tweede keer iemand binnenkwam. Zij ervaarde hiervoor geen begrip van de arts-assistent, hij reageerde geïrriteerd op haar ongemakkelijkheid.
Vervolgens is er discussie ontstaan tussen de cliënte en de arts-assistent over de uit te voeren operatie. De cliënte heeft toen de arts-assistent ervan moeten overtuigen de behandeling te doen zoals dat met de vorige arts was afgesproken. De cliënte heeft het contactmoment met de arts-assistent ervaren als het naarste dat zij heeft meegemaakt in haar leven. Zij heeft nooit eerder een discussie met ontbloot bovenlichaam hoeven voeren.
De plastisch chirurg kwam minder dan twee minuten voordat de cliënte volledig onder narcose was aan het bed in de operatiekamer. De cliënte meent dat de plastisch chirurg er veel eerder, in de voorbereidingszaal bij had moeten zijn. Dan zou de cliënte haar hebben kunnen laten weten dat zij niet door weer iemand anders, die arts-assistent én man was, behandeld wilde worden.
De plastisch chirurg heeft zonder overleg, laat staan toestemming, iemand anders – een man – in klaagsters lichaam laten snijden.

De cliënte vordert een schadevergoeding van €17.000.

Reactie van de zorgaanbieder
De plastisch chirurg was niet op de hoogte van de vervelende ervaringen die de cliënte heeft gehad met mannelijke plastisch chirurgen. De borstreconstructies in het ziekenhuis worden gedaan door plastisch chirurgen uit het AUMC. De dag van de operatie was de plastisch chirurg in de ochtend in het AUMC ingedeeld en in de middag in het ziekenhuis. De arts-assistent was wel in de ochtend al in het ziekenhuis aanwezig en deed daar een spreekuur. Het operatieprogramma die dag vlotte sneller dan verwacht want de cliënte was al eerder aan de beurt.
De plastisch chirurg had al eerder samengewerkt met de arts-assistent en vertrouwde hem het aftekenen van de operatie zeker toe, hij was daartoe bekwaam. Hij was het niveau van toezicht houden in zijn opleiding al ontstegen, zij kon derhalve toezicht houden op afstand. Toen de cliënte aangaf niet door de arts-assistent te willen worden afgetekend heeft hij haar de keuze gegeven te wachten tot de plastisch chirurg er was. De plastisch chirurg begrijpt dat dit op een kwetsbaar moment was, maar zij had die keuze op dat moment mogen en kunnen maken. De reden waarom er niet bij voorbaat werd gewacht is ten eerste omdat de arts-assistent bekwaam is het aftekenen uit te voeren en ten tweede omdat zij als ziekenhuis een operatieprogramma altijd zoveel mogelijk willen laten aansluiten zodat zij zoveel mogelijk mensen kunnen helpen en om te voorkomen dat patiënten aan het einde van het programma afvallen.
De plastisch chirurg heeft de cliënte kort voor de narcose nog gesproken, het was haar niet bekend dat de cliënte haar graag langer had gesproken. Dat had op dat moment gekund. De plastisch chirurg heeft de operatie samen met de arts-assistent uitgevoerd. De cliënte is niet geopereerd door de arts-assistent.

De arts-assistent kan zich nog herinneren dat de cliënte ontstemd was hem te zien en iemand anders verwacht had tijdens het preoperatieve aftekenen. Hem was niet bekend dat er problemen waren geweest met mannelijke artsen.
Aftekenen door een aios, zeker als deze bijna klaar is met de opleiding, is een heel gangbaar fenomeen in een opleidingsziekenhuis. In het geval van de cliënte is aan de arts-assistent gevraagd om alvast af te tekenen zodat het operatieprogramma voortgezet kon worden, terwijl de plastisch chirurg onderweg was.
De arts-assistent zal inderdaad gezegd hebben dat hij zou opereren. Het betreft een opleidingsziekenhuis waarin er in principe wordt geopereerd door de aios onder directe supervisie van het staflid, tenzij in het dossier anders aangegeven. De arts-assistent probeert ook de privacy van zijn patiënten zoveel mogelijk te waarborgen, maar is daarin beperkt door de mogelijkheden die het ziekenhuis Amstelland biedt. De privacy schermen zijn voor verbetering vatbaar. De arts-assistent kan zich het gesprek over het wijzigen van het behandelplan niet meer herinneren. Indien de arts-assistent geïrriteerd is overgekomen, biedt hij hiervoor zijn excuses aan. Dat is niet zijn bedoeling geweest.

Beoordeling van het geschil door de commissie
De commissie heeft het volgende overwogen.

Informed consent
Op basis van het Burgerlijk Wetboek heeft de zorgverlener de plicht om de cliënte in begrijpelijke taal te informeren over onder andere het voorgenomen onderzoek, de diagnose, de behandelopties, de risico’s en (mogelijke) bijwerkingen, zodat de cliënte een weloverwogen beslissing kan nemen voor een bepaalde behandeling (informed consent). Informed consent bestaat dan ook enerzijds uit een informatieplicht voor de zorgaanbieder (artikel 7:448 BW) en anderzijds uit een toestemmingsvereiste vanuit de cliënte (artikel 7:450 BW).

De cliënte stelt in de gesprekken voorafgaand aan de behandeling op geen enkele wijze geïnformeerd te zijn door de plastisch chirurg en/of de arts-assistent over de uit te voeren operatie. In ieder geval was de cliënte niet bekend met de omstandigheid dat de operatie niet door de plastisch chirurg maar door de arts-assistent zou worden uitgevoerd.

De zorgaanbieder stelt dat de borstreconstructies in het ziekenhuis worden gedaan door plastisch chirurgen uit het AUMC en dat op de dag van de operatie de arts-assistent al in het ziekenhuis aanwezig was zodat het efficiënter was dat de arts-assistent alvast – in afwachting van de komst van de plastisch chirurg – bij de cliënte kon aftekenen. Daarmee miskent de zorgaanbieder echter dat dit aftekenen door de arts-assistent in het geheel niet vooraf is besproken met de cliënte. Evenmin is met haar besproken dat de arts-assistent mede-operateur zou zijn. Haar is daarmee ook niet om toestemming gevraagd. Er was van tevoren ruim tijd om de ingreep en ook haar bezwaren te bespreken. Het aftekenen voor een operatie, waarmee de plek van de incisies wordt aangegeven, vormt een essentieel onderdeel van de behandelovereenkomst. Daar komt bij dat de cliënte, toen zij bemerkte dat de arts-assistent haar zou opereren, hem zelfs uitdrukkelijk kenbaar heeft gemaakt daar bezwaren tegen te hebben.

Door de cliënte vooraf niet te informeren dat de arts-assistent zou aftekenen en mede-operateur zou zijn terwijl zij in het voortraject al had aangegeven te willen weten wie haar zou opereren, is door de zorgaanbieder aan de cliënte niet alle informatie verstrekt die zij nodig had om weloverwogen toestemming te kunnen geven voor de operatie. Dat betekent dat nu de zorgaanbieder niet aan zijn informatieplicht heeft voldaan, er geen sprake is geweest van informed consent. Dat bij de zorgaanbieder niet bekend was wat in het voortraject met cliënte was besproken, komt voor rekening en risico van de zorgaanbieder.
Het enkele feit dat cliënte de behandeling is ondergaan, leidt – gelet op de hierboven omschreven omstandigheden (waaronder: uitstel kan chemobehandelingen tot gevolg hebben) evenmin tot een ander oordeel.

De commissie acht dit klachtonderdeel daarom gegrond.

Onvolledige dossiervoering
Het niet bekend zijn bij de zorgaanbieder dat de cliënte vooraf wilde weten door wie zij geopereerd zou worden en met de voorgeschiedenis van cliënte heeft kunnen ontstaan door onvolledige dossiervoering. De zorgaanbieder heeft de onvolledige dossiervoering ook erkend.

De commissie acht ook dit klachtonderdeel gegrond.

Privacy op de holding
Verweerders hebben erkend dat de privacy-schermen onvoldoende bescherming bieden.

Ook dit klachtonderdeel is dus gegrond.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht – voor wat betreft het ontbreken van informed consent, de onvolledige dossiervoering en het ontbreken van het hebben van contact met de cliënte door de plastisch chirurg en de arts-assistent – gegrond is. Tevens acht de commissie de klacht met betrekking tot onvoldoende privacy op de holding gegrond.

Schadevergoeding
De cliënte vordert een schadevergoeding van €17.000,-. Aan deze vordering heeft zij ten grondslag gelegd dat zij door een en ander lichamelijke en psychische schade heeft geleden. In dat verband heeft zij weliswaar een aantal omstandigheden genoemd maar niet onderbouwd/geconcretiseerd hoe deze omstandigheden tot een schade van € 17.000,- hebben geleid.
Dat betekent dat de vordering reeds daarom moet worden afgewezen.

Nu de klacht van de cliënte gegrond is bevonden, dient de zorgaanbieder overeenkomstig het reglement van de commissie het door de cliënte betaalde klachtengeld aan haar te vergoeden.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie:

– verklaart de klacht van de cliënte voor wat betreft het ontbreken van informed consent, de onvolledige dossiervoering, het ontbreken van het hebben van contact met de operateurs voorafgaand aan de operatie en het ontbreken van voldoende privacy op de holding gegrond;

– bepaalt dat de zorgaanbieder binnen veertien dagen na verzending van dit bindend advies een bedrag van € 127,50 ter zake van het door haar betaalde klachtengeld dient te voldoen;

– wijst de gevorderde schadevergoeding af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit mevrouw mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, de heer prof. dr. R.R.W.J. van der Hulst, mevrouw mr. I. van den Hoven – van Vogelpoel, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. M. Land Smorenburg, secretaris, op 30 maart 2026.

mevrouw mr. A.D.R.M. Boumans