Geschil over verlof valt buiten bevoegdheid commissie

De Geschillencommissie Zorg




Commissie: Geestelijke Gezondheidszorg    Categorie: (On)bevoegdheid    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: onbevoegdverklaring   Uitkomst: onbevoegd   Referentiecode: 1003680/1316969

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Dit geschil gaat over een cliënt die vindt dat een geestelijk verzorger zijn beroepsgeheim heeft geschonden door informatie te delen, waardoor zijn verlof is ingetrokken. De zorgaanbieder stelt dat de klacht eigenlijk gaat over beslissingen rond het verlof, waarvoor een speciale wettelijke regeling geldt. De commissie oordeelt dat zij deze zaak niet mag behandelen, omdat andere regels (voor TBS) hiervoor gelden en niet de gewone klachtenwet. Daarom verklaart de commissie zich onbevoegd en wordt de klacht niet inhoudelijk beoordeeld.

De volledige uitspraak

in het geschil tussen

de heer [naam], wonende te [plaatsnaam] (hierna te noemen: de cliënt)

En

Stichting De Forensische Zorgspecialisten, gevestigd te Utrecht
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Standpunt van de cliënt

Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De cliënt stelt zich op het standpunt dat de zorgaanbieder het beroepsgeheim heeft doorbroken zonder dat daarvoor een rechtvaardiging aanwezig is. De cliënt verblijft op een locatie van de zorgaanbieder op basis van TBS met dwangverpleging. Tijdens zijn verblijf spreekt de cliënt met regelmaat de geestelijk verzorger die bij de zorgaanbieder werkzaam is. Door de cliënt is tijdens een gesprek met de geestelijk verzorger gesproken over een ([sociale media]) vriendin die hij al jaren persoonlijk goed kent. Na dit gesprek heeft de geestelijk verzorger de informatie die de cliënt hierover met haar heeft gedeeld, besproken met de groepsleiding van de afdeling waar de cliënt verblijft. Als gevolg hiervan is onder meer het verlof van de cliënt ingetrokken en is de cliënt zijn baan verloren.

Standpunt van de zorgaanbieder

Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Binnen de locatie [verblijfslocatie] verblijven cliënten met een zorgmachtiging en cliënten met een maatregel TBS met dwangverpleging. De Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz) is het wettelijk kader dat de interne rechtspositie regelt voor alle patiënten op deze locatie. De externe rechtspositie, bijvoorbeeld daar waar het gaat over het aanvragen, verlenen en uitvoeren van verlof, wordt voor cliënten met een maatregel TBS met dwangverplichting beheerst door de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden (hierna: Bvt).
In een gesprek met de geestelijk verzorger heeft de cliënt haar verteld dat hij zijn verlofvoorwaarden schendt door tijdens het verlof buiten de instelling contact te hebben met een voor de kliniek onbekende vrouw die niet op zijn toegestane contactlijst staat. Binnen de locatie van de zorgaanbieder waar de cliënt verblijft, worden alle verlofaanvragen en het verloop daarvan besproken in het multidisciplinaire stafberaad. Aan het multidisciplinaire overleg nemen alle disciplines deel die binnen de locatie in contact staan met patiënten. Dit geldt ook voor de geestelijk verzorgers. In dat kader heeft de geestelijk verzorger informatie uit het gesprek met de cliënt gedeeld met het hoofd behandeling, zodat getoetst kon worden of het verlof verantwoord kon plaatsvinden. Uiteindelijk is naar aanleiding daarvan het verlof van de cliënt ingetrokken.
De cliënt klaagt over de procedure rondom zijn verlof, waardoor zijn klacht volgens de zorgaanbieder betrekking heeft op de externe rechtspositie van de cliënt, zoals beschreven in de Bvt. De procedure rondom het aanvragen en verlenen van verlofaanvragen is geregeld in de Bvt, Rvt de Verlofregeling TBS en de huisregels, en bevat een eigen, specifieke klachtenprocedure voor beslissingen ten aanzien van verlof. De beklagcommissie Bvt is in voorkomende gevallen de rechtsprekende instantie met bevoegdheid om te oordelen over klachten van patiënten die zijn opgenomen met een Tbs-maatregel. Aangezien er in dit geval een bijzondere klachtenprocedure bestaat onder de Bvt is volgens de zorgaanbieder de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (hierna: Wkkgz) niet van toepassing. De Bvt heeft als lex specialis voorrang op de algemene wet Wkkgz (lex generalis). Gelet hierop wordt verzocht dat de commissie zich onbevoegd verklaart.

Beoordeling door de commissie

De commissie stelt allereerst vast dat de cliënt na ontvangst van het verweerschrift van de zorgaanbieder in de gelegenheid is gesteld om ten aanzien van de bevoegdheid van de commissie een nader standpunt in te nemen. De cliënt heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
De commissie merkt op dat – nu zij zich alleen zal uitlaten over haar bevoegdheid – alle andere inhoudelijke opmerkingen van partijen ten aanzien van de werkwijze rondom verlofaanvragen, intrekkingen en het beroepsgeheim van een geestelijk verzorger, buiten beschouwing worden gelaten.
Uit de overgelegde stukken blijkt dat de cliënt op grond van een machtiging TBS met dwangverpleging op een locatie van de zorgaanbieder verblijft. Cliënten die TBS met dwangverpleging ontvangen kunnen een verlofaanvraag doen. Op grond van artikel 50 lid 1 Bvt jo. artikel 53 lid 2 Reglement verpleging ter beschikking gestelden (hierna: Rvt), verzoekt het hoofd van de inrichting de minister dan om een verlofmachtiging. Uit artikel 53 lid 4 Rvt en artikel 2 lid 2 van de Verlofregeling TBS blijkt dat dit verzoek tot stand komt na multidisciplinair overleg binnen de inrichting.
De cliënt stelt dat er sprake is van een schending van het beroepsgeheim door de geestelijk verzorger nu zij informatie heeft gedeeld met andere behandelaren, terwijl de cliënt hiervoor geen toestemming heeft gegeven. Dit heeft geleid tot intrekking van zijn verlofmachtiging. De zorgaanbieder stelt hiertegenover dat de klacht van de cliënt ziet op de procedure rondom het verlof. Voor een cliënt die verblijft op grond van een machtiging TBS met dwangverpleging is de procedure rondom het verlof geregeld in de Bvt. De Bvt is als lex specialis in onderhavige situatie van toepassing en niet de Wkkgz. De commissie is daarom niet bevoegd om het geschil te beoordelen.
De commissie is bevoegd tot het behandelen van klachten op grond van de Wkkgz. In artikel 1 lid 5 van de Wkkgz staat het volgende: “Deze wet is niet van toepassing in justitiële inrichtingen en instellingen voor de verpleging van ter beschikking gestelden voor zover daar een bijzondere wettelijke regeling geldt of de justitiële setting zich daartegen verzet”.
Nu het geschil ziet op de werkwijze van de zorgaanbieder ten aanzien van het verlof van de cliënt en daarop andere wettelijke regelingen van toepassing zijn (meer specifiek de Bvt, de Rvt en de Verlofregeling TBS), vindt de Wkkgz naar het oordeel van de commissie geen toepassing.
Op grond van het voorgaande acht de commissie zich onbevoegd het geschil te behandelen.
Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie verklaart zich onbevoegd het geschil te behandelen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Geestelijke Gezondheidszorg, bestaande uit de heer mr. dr. B. Wallage, voorzitter, de heer drs. D.J.L. Jonker, mevrouw E.M. van den Berg, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. K.E. Heins, secretaris, op 16 maart 2026.