Commissie: Zorg Algemeen
Categorie: (On)Zorgvuldig handelen
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: bindend advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
1185307/1311643
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Deze zaak gaat over een oogoperatie waarbij de cliënt nieuwe lenzen kreeg, maar daarna nog steeds slecht kon zien. Volgens de cliënt zijn de metingen niet goed gedaan en moest zij extra kosten maken voor brillen, reizen en gemiste werktijd. De zorgaanbieder heeft geen verweer gegeven en is ook niet naar de zitting gekomen. De commissie oordeelt dat de zorgaanbieder fouten heeft gemaakt en onvoldoende heeft gecommuniceerd. Daarom is de klacht gegrond. De zorgaanbieder moet een deel van de schade (€ 985,60) en het klachtengeld vergoeden, maar niet alle gevraagde kosten.
De volledige uitspraak
in het geschil tussen
Mevrouw [naam], wonende te [plaatsnaam] (hierna te noemen: de cliënte)
en
ZBC Eyescan B.V., gevestigd te Utrecht
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).
Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft het resultaat van lensimplantaten.
Standpunt van de cliënte
Voor het standpunt van de cliënte verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dit op het volgende neer.
In januari 2024 heeft zij bij de zorgaanbieder een lensimplantatie in beide ogen ondergaan. De kosten van deze operatie zijn inmiddels vergoed doordat de behandeling niet goed was gegaan. Echter, naar aanleiding van deze ingreep heeft cliënte aanzienlijke extra kosten moeten maken en overlast ervaren waarvoor tot op heden geen enkele compensatie is ontvangen, ondanks eerdere toezeggingen van de zorgaanbieder dat deze kosten, een bedrag van € 8823,20 via de beroepsaansprakelijkheidsverzekering zouden worden vergoed.
Na de operatie was cliënte niet brilonafhankelijk waardoor zij meerdere brillen en nieuwe glazen nodig had. De extra directe kosten die zij heeft gemaakt bedragen in totaal € 188,-.
Daarnaast heeft cliënte in de periode januari t/m november 2024 veertien keer een afspraak moeten maken bij de zorgaanbieder in [plaatsnaam], met 1.120 km aan reiskilometers als gevolg. Op basis van de standaard kilometervergoeding (€ 0,21 per km) komt dit neer op € 235,20 aan reiskosten.
Elke afspraak kostte gemiddeld drie tot vier uur inclusief reistijd, wachttijd en consulttijd. Als zelfstandig ondernemer met een uurtarief van € 105,- betekent dit dat cliënte 42 tot 56 uur aan werktijd heeft moeten missen, resulterend in gederfde inkomsten van minimaal € 4.410,- tot maximaal € 5.880,-. Deze schade is rechtstreeks toe te wijzen aan het hersteltraject en de daarmee gepaard gaande consulten, behandelingen, klachten en de uiteindelijke nastaarbehandeling die ook niet geholpen heeft.
Op 10 april 2024 is met de zorgaanbieder afgesproken dat de resterende kosten (deels) zouden worden voorgelegd aan de beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Vervolgens heeft cliënte niets meer van de zorgaanbieder vernomen.
Cliënte heeft een overzicht opgesteld van alle gemaakte kosten en schadeposten en vordert van de zorgaanbieder een volledige compensatie voor zowel de directe kosten als de gederfde inkomsten.
Standpunt van de zorgaanbieder
Ondanks meerdere verzoeken van de commissie heeft de zorgaanbieder geen verweer gevoerd op de klachten van cliënte.
Beoordeling van het geschil
Cliënte houdt de zorgaanbieder aansprakelijk voor de kosten die zij heeft moeten maken vanwege het feit dat de sterkte van de lenzen die in haar ogen zijn geïmplanteerd niet juist is gebleken en cliënte vervolgens alsnog een bril nodig had.
Voor aansprakelijkheid van de zorgaanbieder is vereist dat voldoende aannemelijk is dat de zorgaanbieder, dan wel ieder die werd ingeschakeld bij de uitvoering van de voor de zorgaanbieder uit de overeenkomst voortvloeiende verplichting, is tekortgeschoten in de uitvoering van die verplichting. De tekortkoming moet aan de zorgaanbieder kunnen worden verweten (toerekenbare tekortkoming) en cliënt moet daarvan nadeel hebben ondervonden.
Op grond van de geneeskundige behandelingsovereenkomst moet de zorgaanbieder bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen en daarbij handelen in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (artikel 7:453 van het Burgerlijk Wetboek). Deze zorgplicht houdt in dat de zorgaanbieder die zorg moet betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht.
De commissie zal de klachten van cliënte, afgezet tegen het hierboven geschetste toetsingskader, beoordelen.
De commissie betreurt het dat de zorgaanbieder niets van zich heeft laten horen. Er is geen verweer gevoerd. Aan het verzoek van de commissie om het medisch dossier te overleggen is eveneens geen gehoor gegeven, en de zorgaanbieder heeft ervoor gekozen om niet op de zitting aanwezig te zijn.
Cliënte heeft ter zitting het volgende naar voren gebracht.
Cliënte heeft een lensimplantatie in beide ogen ondergaan. Na de operatie kon zij niet goed zien. Zij is meerdere malen op consult geweest bij de zorgaanbieder. Uit metingen bleek dat er toch sprake was van een refractieafwijking. Op advies van de zorgaanbieder heeft zij een bril aangeschaft met glazen volgens de sterkte die door de zorgaanbieder was gemeten. Cliënte bleef slecht zien. Zij heeft vervolgens haar ogen bij de plaatselijke opticien laten opmeten en daar kwam een hele andere sterkte uit.
Uiteindelijk heeft de zorgaanbieder cliënte geadviseerd om een andere lens te laten implanteren. Cliënte heeft dit niet aangedurfd omdat er tot vier keer anders was gemeten. Op advies van de klachtenfunctionaris heeft de zorgaanbieder de kosten van de operatie vergoed. Vervolgens heeft cliënte overleg gehad met de zorgaanbieder over de kosten die zij na de operatie heeft moeten maken. Die zouden bij de beroeps- aansprakelijkheidsverzekering worden geclaimd, maar daarna heeft zij niets meer vernomen.
Voldoende is komen vast te staan dat de communicatie van de zijde van de zorgaanbieder richting cliënte uiterst summier is geweest.
Cliënte heeft gesteld dat de oogmetingen door de zorgaanbieder niet secuur zijn geweest waardoor er verkeerde lenzen zijn ingebracht. Ook na de nabehandeling stelt cliënte dat de zorgaanbieder de sterkte van brillenglazen niet juist heeft opgemeten. Zij is een paar keer van bril gewisseld en in augustus 2024 was voor haar het moment om het vertrouwen in de zorgaanbieder op te zeggen. De zorgaanbieder heeft dit niet betwist. Gelet hierop zal de commissie de klacht gegrond verklaren.
De commissie is van oordeel dat de zorgaanbieder de zorgplicht heeft om in het geval de geïmplanteerde lenzen niet voldoen, door middel van nabehandeling(en) alsnog brilonafhankelijkheid proberen te bereiken. In dat geval dient een cliënt de zorgaanbieder de gelegenheid te geven om deze behandeling uit te voeren.
De commissie heeft vastgesteld dat cliënte, nadat de nastaarbehandeling geen soelaas heeft geboden, meerdere brillen heeft laten aanmeten door de zorgaanbieder zonder gewenst effect. Er is een moment gekomen dat er geen vertrouwen meer was in de verdere behandeling. Ter zitting heeft de commissie vastgesteld dat het omslagpunt voor cliënte in augustus 2024 is geweest nadat na een paar keer van brillenglazen was gewisseld het resultaat op een goed zicht uitbleef en de metingen van de zorgaanbieder en van de lokale opticien bleven verschillen.
De commissie heeft vastgesteld dat de zorgaanbieder naar aanleiding van de klacht de kosten van de operatie in zijn geheel heeft vergoed. Naar het oordeel van de commissie heeft cliënte voldoende aannemelijk gemaakt dat zij extra kosten heeft moeten maken.
Cliënte heeft aangegeven dat zij in de periode april 2024 tot 20 november 2024 veertien keer naar [plaatsnaam] is gereden voor een consult bij de zorgaanbieder en naast de reiskosten die zij heeft moeten maken, vanwege wacht- en reistijd, schade heeft geleden als gevolg van gederfde inkomsten. De commissie is van oordeel dat het niet redelijk is dat de zorgaanbieder al deze kosten vergoedt.
De commissie bepaalt in redelijkheid en billijkheid dat de zorgaanbieder de kosten van twee keer een consult na augustus 2024 dient te vergoeden: 2 x 80 km = 160 km x € 0,21 per km = € 33,60. Daarnaast acht uur wachttijd x € 105,- per uur = € 840,- en de brillenglazen € 85,-. Totaalbedrag € 985,60.
Nu de klacht gegrond wordt verklaard zal de commissie, onder verwijzing naar artikel 21 van het reglement, de zorgaanbieder tevens veroordelen tot vergoeding aan cliënte van het door haar betaalde klachtengeld, zijnde een bedrag van € 52,50.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie
– verklaart de klacht gegrond;
– veroordeelt de zorgaanbieder tot het betalen van een bedrag van € 985,60 ter zake van de schade die cliënte na de ingreep heeft geleden;
– wijst het anders of meer gevorderde af;
– veroordeelt de zorgaanbieder tot het betalen van het klachtengeld, ad € 52,50, aan cliënte.
Betaling van beide bedragen dient plaats te vinden binnen één maand na ontvangst door de zorgaanbieder van dit bindend advies.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Zorg Algemeen, bestaande uit de heer mr. A.R.O. Mooy, voorzitter, de heer drs. T.C.G. Feenstra, de heer mr. P.O.H. Gevaerts, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. W. Hartong van Ark, secretaris, op 23 januari 2026.