Commissie niet bevoegd vanwege Wmo‑zorg

De Geschillencommissie Zorg




Commissie: Geestelijke Gezondheidszorg    Categorie: onbevoegd(verklaring)    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: onbevoegdverklaring   Uitkomst: onbevoegd   Referentiecode: 1310783/1313958

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Deze zaak gaat over een cliënt die klaagt over de zorg die hij heeft ontvangen en een schadevergoeding vraagt vanwege stress, slechte omstandigheden en volgens hem falend handelen van de zorgaanbieder. De zorgaanbieder stelt dat hij geen geestelijke gezondheidszorg heeft geleverd, maar alleen ondersteuning op basis van de Wmo, zoals hulp bij zelfstandig wonen. De Geschillencommissie onderzoekt eerst of zij het geschil mag behandelen. Zij oordeelt dat uit de stukken blijkt dat het om Wmo‑zorg gaat en niet om zorg die valt onder de regels voor de geestelijke gezondheidszorg. Daarom is de commissie niet bevoegd om deze klacht te behandelen en doet zij geen inhoudelijke uitspraak over de klachten.

De volledige uitspraak

in het geschil tussen

[naam], wonende te [woonplaats] (hierna te noemen: de cliënt)

en

Stichting Pameijer SP, gevestigd te Rotterdam
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de zorgverlening aan de cliënt. Allereerst ligt de vraag voor of de commissie bevoegd is dit geschil inhoudelijk te behandelen.

Standpunt van de cliënt

Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De kern van de klacht betreft een vordering tot vergoeding voor de honderden uren aan ‘gedwongen arbeid’, die de cliënt heeft moeten verrichten als eigen projectmanager en belangenbehartiger door het structurele falen van de zorgaanbieder. Daarnaast is er sprake van ernstige psychische schade door aanhoudende stress, een lastercampagne, een ernstig datalek en het maandenlang ontberen van een functionerende douche.

De cliënt wenst een bindende uitspraak waarin de commissie de klachten gegrond verklaart. Ook wenst de cliënt toekenning van de volledige schadevergoeding van € 8.500,- voor de geleden materiële en immateriële schade. Daarnaast wenst de cliënt een bevel aan de zorgaanbieder tot onmiddellijke rectificatie van de aantoonbaar valse en lasterlijke vermeldingen in het zorgdossier en formele, schriftelijke excuses van de Raad van Bestuur voor de gehele gang van zaken.

Standpunt van de zorgaanbieder

Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De zorgaanbieder stelt zich op het standpunt dat de commissie waar de klacht is ingediend, onbevoegd is om de klacht te behandelen dan wel dat de klacht niet ontvankelijk is. Zoals hiervoor al aangegeven, levert de zorgaanbieder geen geestelijke gezondheidszorg aan de cliënt. De zorgaanbieder leverde ten tijde van de klacht op basis van de Wmo-beschikking en de Zorg Dienstverlening Overeenkomst Wmo-zorg aan de cliënt, wat neerkomt op begeleiding en ondersteuning bij het zelfstandig wonen.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

In het tussenadvies van 16 januari 2026 heeft de commissie de zorgaanbieder opgedragen de Wmo-beschikking te overleggen en meer informatie te verstrekken over de aan de cliënt geleverde zorgprestaties.

De zorgaanbieder heeft daarop aangevoerd niet te beschikken over de Wmo-beschikking. Wel heeft hij het Wmo-ondersteuningsverslag overgelegd, evenals het arrangement dat is opgesteld op basis van de opdrachtverstrekking en genoemd ondersteuningsverslag.

De commissie heeft de cliënt vervolgens in de gelegenheid gesteld op deze stukken te reageren. De cliënt heeft aangevoerd dat de zorgaanbieder naar believen wisselt van juridische entiteit. Daarnaast stelt de cliënt dat sprake is van intramurale zorg, hetgeen naar zijn mening meebrengt dat de verleende zorg onder de reikwijdte van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) valt.

De commissie volgt dit standpunt van de cliënt niet. Op grond van de door partijen overgelegde stukken kan niet worden vastgesteld dat sprake is van zorgverlening op basis van de Wkkgz. Integendeel, uit zowel het Wmo-ondersteuningsverslag als het bijbehorende arrangement blijkt expliciet dat sprake is van een Wmo-arrangement. De zorgaanbieder heeft het standpunt van de cliënt gemotiveerd weersproken, terwijl de cliënt zijn stellingen niet nader met bewijsstukken heeft onderbouwd.

De door de cliënt overgelegde correspondentie ziet onder meer op contact met de Wmo-adviseur van de gemeente. Ook overweegt de commissie dat het enkele feit dat de zorgaanbieder niet kan worden aangemerkt als bestuursorgaan in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), niet meebrengt dat de zorgaanbieder reeds daarom onder het toepassingsbereik van de Wkkgz valt.
De commissie is niet bevoegd geschillen te behandelen over dienstverlening op basis van de Wmo. De wetgever heeft gemeenten de bevoegdheid gegeven om vast te stellen voor welke voorzieningen de verplichting van een klachtenregeling geldt (artikel 2.1.3 lid 2 sub d Wmo 2015). Voor de inrichting van een dergelijke klachtenregeling zijn de aanbieders van Wmo-voorzieningen zelf verantwoordelijk (artikel 3.2 lid 1 sub a Wmo 2015) en vallen klachten op basis van de Wmo daarom buiten het bestek van de Wkkgz.

Nu over het niet gevolg geven aan de indicatie van de gemeente voor ondersteuning in de huishouding, vastgesteld op basis van de Wmo, wordt geklaagd, moet deze klacht worden behandeld in het kader van de Wmo en is de commissie niet bevoegd.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie verklaart zich onbevoegd het geschil te behandelen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Geestelijke Gezondheidszorg, bestaande uit de heer mr. H.A. van Gameren, voorzitter, de heer drs. T. Knap, mevrouw mr. H.E.L. Loeffen, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. S.M.E. Balfoort, secretaris, op 23 februari 2026.