Commissie: Geestelijke Gezondheidszorg
Categorie: (On)Zorgvuldig handelen
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1160556/1294305
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De zaak gaat over een cliënt die vindt dat zij door zorgaanbieder verkeerd is behandeld. Zij klaagde over de afbouw van haar antidepressivamedicatie, over hacken en stalking door haar psychiater en over de manier waarop de interne klachtencommissie haar klacht had behandeld. De Geschillencommissie onderzocht alle stukken en sprak beide partijen tijdens een zitting. De commissie oordeelde dat de zorgaanbieder zorgvuldig heeft gehandeld bij het afbouwen van de medicatie: het schema werd steeds aangepast aan de klachten van de cliënt en er was overleg met haar huisarts. Dat de afbouw niet is gelukt, betekent niet dat er fouten zijn gemaakt. Voor de beschuldigingen van hacken en stalking vond de commissie geen enkel bewijs. De stukken die de cliënt aanleverde, waren onvoldoende om een verband met de psychiater aan te tonen. Over de klacht tegen de interne klachtencommissie kon de commissie geen oordeel geven, omdat dit volgens de wet niet tot haar taak hoort. Daarom verklaarde zij zich op dat punt onbevoegd. Omdat de klachten ongegrond of niet‑behandelbaar zijn, krijgt de cliënt geen schadevergoeding.
De volledige uitspraak
Geschillencommissie Geestelijke Gezondheidszorg
in het geschil tussen
[Naam], wonende te [woonplaats] (hierna te noemen: de cliënt)en
Altrecht, gevestigd te Utrecht
(hierna te noemen: de zorgaanbieder)
Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft de afbouw van medicatie, het handelen van de klachtencommissie en het verwijt van hacken en stalking door de psychiater.
Standpunt van de cliënt
Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De klacht van de cliënt ziet enerzijds op de wijze waarop zij is behandeld door de psychiater, [naam], en anderzijds op de klachtbehandeling door de klachtencommissie.
In de behandeling door de psychiater, is sprake van hacken van haar digitale apparatuur, stalken, intimideren en onbeschoft gedrag. Ook heeft hij gesteld dat het afbouwen van antidepressiva geen goede resultaten opleverde en dat stabilisering of verhoging van de medicatie beter zou zijn. Terwijl volgens de cliënt vooral de wijze van afbouwen belangrijk is, namelijk niet te snel afbouwen. De zorgaanbieder heeft hierin de geldende richtlijn niet gevolgd.
De klachtencommissie van de zorgaanbieder heeft haar klacht behandeld, maar niet alle klachtonderdelen die de cliënt op het klachtenformulier had ingevuld, zijn door de klachtencommissie behandeld. De klachtencommissie heeft zich niet bevoegd geacht om de klacht over hacken te onderzoeken, terwijl dat juist een relevante klacht is.
Tijdens de hoorzitting is nauwelijks ingegaan op de punten van de cliënt hieromtrent. Ook is tijdens de zitting de medische voorgeschiedenis van de cliënt aangedragen, terwijl dat niet relevant is.
De cliënt vordert een schadevergoeding (smartengeld) van € 2.500,- vanwege het nadeel dat zij door het handelen van de zorgaanbieder heeft ondervonden.
Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Hacken en stalking
De cliënt verwijt haar behandelend psychiater dat hij heeft ingebroken op haar telefoon en computer, dat hij ook heeft ingebroken op persoonlijke accounts, dat hij de controle over haar Wifi heeft overgenomen, dat hij veel angstig makende berichten heeft gestuurd en verder (onder meer) dat hij haar na afsluiting van de behandeling nog veelvuldig heeft gebeld zonder daar een goede reden voor te hebben.
De behandelend psychiater betwist uitdrukkelijk dat hij dit alles heeft gedaan en van de zijde van de cliënt zijn ook geen stukken in het geding gebracht waaruit ook maar een begin van bewijs kan volgen dat de behandelend psychiater hier ook maar enige betrokkenheid in heeft gehad.
Ook is niet juist dat dit in drie vergaderingen van de directie van de zorgaanbieder is besproken en dat de behandelend psychiater bij die gelegenheden op zijn gedrag is aangesproken. De zorgaanbieder heeft namelijk geen enkele aanwijzing dat de behandelend psychiater zich schuldig zou hebben gemaakt aan de zeer ernstige en zelfs strafrechtelijke aantijgingen door de cliënt.
Afbouw medicatie
De cliënt verwijt haar behandelend psychiater voorts dat zij terugkwam bij de zorgaanbieder voor afbouw van de sertraline, maar dat dit geen goede resultaten opleverde.
Uit de decursus blijkt dat gedurende de gehele behandelperiode – en dus niet alleen tijdens de behandelperiode door de psychiater waar de cliënt haar pijlen op heeft gericht, maar ook al aan het begin van de behandeling – zorgvuldig is ingezet op het begeleiden van de cliënt bij het afbouwen van de sertraline. Het afbouwtraject is steeds afgestemd met de huisarts en uitgevoerd volgens een stapsgewijs schema, waarbij rekening is gehouden met de individuele gevoeligheid van de cliënt voor veranderingen in medicatie en het optreden van onttrekkingsverschijnselen. In de rapportages is herhaaldelijk beschreven dat het tempo van afbouwen werd aangepast indien zich klachten voordeden, en dat stabilisatie op een lagere dosering werd geadviseerd wanneer nodig.
De decursus toont dat de cliënt gedurende het traject diverse klachten rapporteerde, waaronder stemmingswisselingen, angst en gevoelens van wanhoop. Dit zijn bekende klachten bij het afbouwen van antidepressiva, zeker bij patiënten met een complexe psychiatrische voorgeschiedenis en een hoge mate van gevoeligheid voor medicatieveranderingen. De zorgaanbieder heeft deze signalen steeds serieus genomen en in overleg met de cliënt en haar huisarts het beleid aangepast waar nodig.
Daarnaast blijkt uit het dossier dat de cliënt het afbouwen van de sertraline grotendeels zelfstandig heeft voortgezet, mede op advies van een vriendin, waarbij zij aangaf slechts behoefte te hebben aan professionele sturing. Dit heeft de regie op het afbouwproces bemoeilijkt, aangezien afstemming respectievelijk monitoring door de betrokken behandelaar hierdoor werd bemoeilijkt. Niettemin is vanuit de zorgaanbieder steeds het aanbod gedaan tot begeleiding en overleg en is het afbouwproces onderwerp van voortdurende evaluatie geweest.
Verder is van belang dat eerdere afbouwpogingen met andere antidepressiva geen gewenst effect hadden en dat de cliënt zelf aangaf niet alleen zeer gevoelig te zijn voor medicatie maar ook een aversie tegen het gebruik van medicatie te hebben. Dit alles maakte een adequaat overleg over het afbouwen ingewikkeld. Het niet volledig slagen van de afbouw van sertraline dient dan ook te worden gezien in het licht van de complexiteit van de casus en de individuele omstandigheden van de cliënt, en kan niet worden aangemerkt als een tekortkoming in de zorgverlening door de zorgaanbieder.
Ten slotte wijst de zorgaanbieder erop dat er bij de start van de behandeling geen aanwijzingen waren voor een afwijkend metabolisme.
Klachtencommissie
Primair geldt dat de cliënt in dit klachtonderdeel niet kan worden ontvangen. Ten eerste geldt dat de cliënt deze klacht niet eerst bij de zorgaanbieder heeft ingediend. Voor die situatie geldt dat de cliënt op voet van het bepaalde in artikel 6 van het reglement van de commissie dan ook niet in deze klacht kan worden ontvangen. Tweede reden voor niet-ontvankelijkheid is gelegen in het feit dat de commissie geen beroepsinstantie is voor klachten over de Klachtencommissie zelf. Zij behandelt geen procedurele beroepszaken over de wijze van behandelen van een klacht door de Klachtencommissie.
Schadevergoeding
Nu geen sprake is van onzorgvuldig of onrechtmatig handelen, bestaat geen grondslag voor toekenning van een schadevergoeding. Ook is de vordering onvoldoende onderbouwd.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De klachten van de cliënt zien op de afbouw van het medicijn sertraline, het verwijt van hacken en stalking door de psychiater en het handelen van de klachtencommissie. De commissie bespreekt deze klachtonderdelen hierna afzonderlijk.
Afbouw sertraline
Op basis van de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting is besproken, is de commissie niet gebleken dat de zorgaanbieder bij de afbouw van de sertraline onzorgvuldig heeft gehandeld. De cliënt heeft gesteld dat bij de afbouw is afgeweken van de geldende richtlijnen. De commissie heeft echter niet kunnen vaststellen op welke concrete richtlijn de cliënt doelt, of welke specifieke bepalingen daarvan volgens de cliënt zijn geschonden.
Naar het oordeel van de commissie heeft de zorgaanbieder bij de afbouw van de medicatie de vereiste zorgvuldigheid in acht genomen. Uit het dossier volgt dat de cliënt zeer gevoelig was voor wijzigingen in de medicatie en dat zich onttrekkingsverschijnselen hebben voorgedaan. De zorgaanbieder heeft hierop het afbouwtempo aangepast en op verschillende manieren getracht de afbouw op verantwoorde wijze te laten verlopen. Ook blijkt uit de stukken dat de zorgaanbieder hierbij steeds overleg heeft gevoerd met de huisarts van de cliënt.
Gelet op het voorgaande komt de commissie tot de conclusie dat niet is gebleken van onzorgvuldig handelen aan de zijde van de zorgaanbieder. Dat de afbouw uiteindelijk niet is geslaagd, maakt dit oordeel niet anders. Het niet slagen van een medicatieafbouw kan immers diverse oorzaken hebben en impliceert niet zonder meer dat sprake is van foutief handelen. Dat bovendien geen overeenstemming kon worden bereikt met de cliënt, heeft het proces bemoeilijkt. Voor zover de cliënt (al dan niet op advies van een vriendin) zelfstandig beslissingen heeft genomen met betrekking tot de medicatie, kan dit niet aan de zorgaanbieder worden tegengeworpen.
Dit klachtonderdeel is dan ook ongegrond.
Hacken en stalking
De cliënt verwijt de psychiater dat deze zich ongeoorloofd toegang zou hebben verschaft tot haar telefoon, haar berichten en foto’s zou hebben gestuurd en zich schuldig zou hebben gemaakt aan stalking in haar privésfeer.
De commissie heeft op basis van de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting is besproken niet kunnen vaststellen dat dit verwijt terecht is. De door de cliënt ingebrachte foto’s en overige documenten bieden geen aanknopingspunten voor de conclusie dat sprake is geweest van hacken of stalking. Evenmin is gebleken dat dergelijk handelen kan worden toegerekend aan de psychiater van de zorgaanbieder.
De cliënt heeft deze beschuldigingen niet nader geconcretiseerd of met objectieve gegevens onderbouwd.
Dit klachtonderdeel is dan ook ongegrond.
Klachtencommissie
De cliënt klaagt over de klachtbehandeling door de klachtencommissie van de zorgaanbieder.
Op grond van artikel 19 lid 1 van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) heeft de commissie tot taak geschillen over gedragingen van een zorgaanbieder jegens een cliënt in het kader van de zorgverlening te beslechten.
De klachtencommissie van de zorgaanbieder betreft een zelfstandig en onafhankelijke instantie en valt niet onder het bereik van de zorgaanbieder of voor hem werkzame personen. De commissie kan dit klachtonderdeel daarom niet inhoudelijk behandelen.
De commissie verklaart zich onbevoegd dit klachtonderdeel inhoudelijk te behandelen.
Schadevergoeding
Nu de commissie onbevoegd is het klachtonderdeel ten aanzien van de klachtencommissie te behandelen en de overige klachtonderdelen ongegrond worden verklaard, komt de commissie niet toe aan de beoordeling van de schadevordering. Deze vordering wordt dan ook afgewezen.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie:
– verklaart zich onbevoegd in het klachtonderdeel ten aanzien van de klachtencommissie;
– verklaart de overige klachtonderdelen ongegrond;
– wijst de vordering tot schadevergoeding af.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Geestelijke Gezondheidszorg, bestaande uit de heer
mr. H.A. van Gameren, voorzitter, de heer drs. T. Knap, mevrouw H.E.L. Loeffen, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. S.M.E. Balfoort, secretaris, op 11 december 2025.