Bindend advies over ondeugdelijk kunstgebit en onterechte incassovordering

De Geschillencommissie Zorg




Commissie: Zorg Algemeen    Categorie: (On)Zorgvuldig handelen    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 1268565/1315028

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De zaak gaat over een kunstgebit dat in 2020 door de zorgaanbieder bij de cliënt is geplaatst. Volgens de cliënt zat het kunstgebit vanaf het begin niet goed, maar de zorgaanbieder reageerde niet op haar klachten en bood geen oplossing. Een andere tandarts bevestigde later dat het kunstgebit verkeerd was geplaatst. Daarnaast kreeg de cliënt onterecht betalingsherinneringen en werd zelfs een incassotraject gestart, terwijl de zorgaanbieder het bedrag al had teruggestort naar de zorgverzekeraar. Pas nadat de cliënt een klacht indiende bij de geschillencommissie, erkende de zorgaanbieder dat de incassovordering onterecht was. De commissie oordeelt dat beide klachten van de cliënt gegrond zijn: het kunstgebit was ondeugdelijk geplaatst en de incassoprocedure had nooit mogen plaatsvinden. De gevraagde schadevergoeding wordt afgewezen, omdat de cliënt geen bedragen of bewijsstukken heeft aangeleverd. Wel moet de zorgaanbieder het door de cliënt betaalde klachtengeld van € 52,50 terugbetalen. De commissie spreekt de wens uit dat de zorgaanbieder alsnog contact opneemt met de cliënt om samen naar een oplossing te zoeken.

De volledige uitspraak

Geschillencommissie Zorg Algemeen

in het geschil tussen

mevrouw [naam], wonende te [plaatsnaam]

(hierna te noemen: de cliënt)

en

Acibadem International Medical Center, gevestigd te Amsterdam (hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Onderwerp van het geschil

De cliënt heeft de klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder.

Het geschil betreft de kwaliteit van het geplaatste kunstgebit door zorgaanbieder en de incassovordering.

Standpunt van de cliënt

Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De cliënt heeft, naar de commissie begrijpt, haar klacht onderverdeeld in twee klachtonderdelen, te weten:

  • Ondeugdelijke plaatsing van het kunstgebit door zorgaanbieder

In 2020 is door de zorgaanbieder bij de cliënt een kunstgebit geplaatst. Hiertoe is de cliënt meermalen naar Amsterdam gereisd, voor onder meer het maken van foto’s en de uiteindelijke plaatsing van het kunstgebit. Nadat het kunstgebit geplaatst was, gaf de cliënt aan de zorgaanbieder aan dat het gebit niet fijn zat. De zorgaanbieder heeft hierop geen actie ondernomen. De cliënt heeft meermalen geprobeerd in contact te komen met de zorgaanbieder om tot een oplossing te komen, maar dat is niet gelukt. Door de zorgaanbieder werd enkel aangegeven dat de arts die de behandeling heeft uitgevoerd niet meer daar werkzaam was. De cliënt is vervolgens naar een tandarts in [plaatsnaam] gegaan voor een second opinion en die gaf aan dat het klikgebit niet juist geplaatst is.

De cliënt vond de ervaringen zo traumatisch dat zij na het door de zorgaanbieder geplaatste kunstgebit niet meer naar een andere behandelaar is geweest om een nieuw gebit te laten plaatsen. Als gevolg hiervan loopt de cliënt sinds 2020 zonder kunstgebit rond, ervaart zij moeite met eten en schaamt zij zich.

De cliënt stelt op grond van het voorgaande dat de zorgaanbieder op ondeugdelijke wijze het kunstgebit heeft geplaatst. De cliënt verzoekt de commissie te bepalen dat de zorgaanbieder met een concrete oplossing komt.

  • Onterechte incassovordering

Nadat het kunstgebit bij de cliënt was geplaatst en de cliënt aan de zorgaanbieder heeft aangegeven dat het kunstgebit niet prettig zat, is het door cliënt betaalde bedrag door de zorgaanbieder aan de zorgverzekeraar teruggeboekt. Door de zorgaanbieder werden vanaf dat moment regelmatig betalingsherinneringen aan de cliënt gestuurd. Ook werd door de zorgaanbieder een incassotraject gestart. De cliënt heeft meerdere malen hierover contact opgenomen met de zorgaanbieder, zowel per mail, telefonisch als fysiek op het kantoor, maar het is haar niet gelukt om hierover in contact te komen met de zorgaanbieder. Door de zorgverzekeraar werd de cliënt doorverwezen naar de geschillencommissie. Pas op het moment dat de cliënt ook bij de geschillencommissie een klacht heeft ingediend, is door de zorgaanbieder erkend dat de incassovordering onterecht was en is aan de cliënt meegedeeld dat zij geen betaling meer verschuldigd was aan de zorgaanbieder.

Verzoek tot schadevergoeding

De cliënt vordert als gevolg van bovenstaande een schadevergoeding voor opgelopen materiële en immateriële schade. De cliënt heeft hieraan geen specifiek bedrag gekoppeld.

Standpunt van de zorgaanbieder

Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dat standpunt erop neer dat de zorgaanbieder stelt dat de oorspronkelijke klacht van de cliënt terecht is, en dat de incassovordering onterecht was. Door de zorgaanbieder is aangegeven dat de cliënt geen bedrag meer is verschuldigd aan de zorgaanbieder.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Ten aanzien van klachtonderdeel 1

De cliënt stelt dat het kunstgebit ondeugdelijk is geplaatst door de zorgaanbieder. De zorgaanbieder heeft hier in haar zeer summiere verweerschrift enkel tegenover gesteld dat de oorspronkelijke klacht van de cliënt terecht was. De commissie begrijpt dit standpunt zo dat hiermee door de zorgaanbieder wordt bedoeld dat de klacht van de cliënt over de ondeugdelijke plaatsing van het kunstgebit terecht was. In zoverre is de commissie van oordeel dat de klacht op dit onderdeel gegrond is.

Ten aanzien van klachtonderdeel 2

De cliënt stelt dat de zorgaanbieder ten onrechte een incassotraject is gestart en betaling eist van de cliënt voor de plaatsing van het kunstgebit. De zorgaanbieder heeft in haar verweerschrift erkend dat de klacht op dit punt terecht is. Voorts heeft de zorgaanbieder aangegeven dat de desbetreffende rekening inmiddels is ingetrokken en er geen bedrag meer openstaat. Gelet hierop is de commissie van oordeel dat ook dit klachtonderdeel gegrond is.

Schadevergoeding

De cliënt heeft een vergoeding gevraagd voor materiële en immateriële schade als gevolg van de ondeugdelijke plaatsing van het kunstgebit en de onterechte incassovordering. De cliënt heeft geen (specifiek) bedrag gekoppeld aan de gestelde materiële en immateriële schade. Bovendien heeft de cliënt het verzoek tot schadevergoeding in zijn geheel niet onderbouwd, terwijl dit wel van de cliënt mag worden verwacht. De cliënt heeft in abstracto gesteld reiskosten te hebben gemaakt als gevolg van de gebeurtenissen, maar ook deze zijn door de cliënt niet nader onderbouwd. De commissie overweegt dat de gevorderde reiskosten naar het kantoor van de zorgaanbieder, ook gelet op het ingenomen standpunt van de zorgaanbieder, in beginsel voor toewijzing in aanmerking komen. Echter, nu geenszins is gesteld hoe vaak het kantoor is bezocht en met welk doel, laat staan welke kosten daarmee zouden zijn gemoeid, kan de commissie die vordering niet toewijzen. Onduidelijk is namelijk gebleven wat dan de schade als gevolg van de reiskosten is. Gelet op het gebrek aan onderbouwing zal de commissie de vordering integraal afwijzen.

De commissie spreekt hierbij evenwel de hoop uit dat de zorgaanbieder contact opneemt met de cliënt om te kijken of er een oplossing mogelijk is voor de ontstane situatie. Dit geldt temeer nu de zorgaanbieder slechts zeer summier op de klacht van cliënt heeft gereageerd en niet ter zitting is verschenen.

Omdat de klacht van de cliënt gegrond is, zal de commissie bepalen dat de zorgaanbieder het door de cliënt betaalde klachtengeld van € 52,50 aan haar dient te vergoeden.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:

  • verklaart de klacht van de cliënt integraal gegrond;
  • wijst het verzoek tot schadevergoeding af;
  • bepaalt dat de zorgaanbieder overeenkomstig het reglement van de commissie binnen 14 dagen na verzending van dit bindend advies een bedrag van € 52,50 aan de cliënt dient te vergoeden ter zake van het klachtengeld;
  • overeenkomstig het reglement van de commissie is de zorgaanbieder aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Zorg Algemeen, bestaande uit mevrouw mr. S.W.M. Speekenbrink, voorzitter, de heer drs. F.J.M. Disch, de heer mr. P.C. de Klerk, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. K.E. Heins, secretaris, op 18 februari 2026.