Commissie ziet mogelijk fout bij laserbehandeling borst

De Geschillencommissie Zorg




Commissie: Ziekenhuizen    Categorie: Kwaliteit dienstverlening    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Tussen Advies   Uitkomst: aanvullende informatie vereist   Referentiecode: 1292094/1312750

De uitspraak:

Is de uitspraak gepubliceerd?

Een vrouw diende een klacht in tegen Stichting ZorgSaam Zorggroep Zeeuws-Vlaanderen na een laserbehandeling tegen hyperpigmentatie op haar borst. Volgens haar kreeg zij na de behandeling een borstontsteking en bleef haar huid beschadigd met witte plekken. Zij stelde dat het apparaat te sterk was ingesteld en dat zij vooraf niet goed was geïnformeerd over de risico’s. De vrouw vroeg daarom een schadevergoeding van bijna €21.000. Het ziekenhuis stelde dat de behandeling volgens de gebruikelijke instellingen was uitgevoerd en dat de klachten niet door de laserbehandeling waren veroorzaakt. Wel erkende het ziekenhuis dat er een bekende complicatie was opgetreden, namelijk een lichtere verkleuring van de huid, maar volgens het ziekenhuis was dit geen gevolg van onzorgvuldig handelen. De commissie oordeelde echter dat mogelijk niet volgens de professionele standaard is gewerkt. Uit het behandelverslag bleek dat een relatief groot deel van de huid twee keer met een sterke instelling was behandeld, wat voor dit gebied risico’s kan geven. Tegelijkertijd kon de commissie op basis van de beschikbare informatie nog niet vaststellen of er daadwerkelijk schade is ontstaan door de behandeling. Daarom heeft de commissie besloten dat eerst een zitting met beide partijen moet plaatsvinden en dat aanvullende informatie nodig is. Pas daarna zal de commissie een definitief oordeel geven over de klacht en een mogelijke schadevergoeding.

De volledige uitspraak

in het geschil tussen

[naam], wonende te [woonplaats] (hierna te noemen: de cliënte)

en

Stichting ZorgSaam Zorggroep Zeeuws-Vlaanderen, gevestigd te Terneuzen
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Ziekenhuizen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 17 december 2025 te Utrecht.

Partijen zijn niet voor de zitting opgeroepen.

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de kwaliteit van dienstverlening door de zorgaanbieder, waardoor de cliënte stelt blijvende lichamelijke schade te hebben opgelopen.

Standpunt van de cliënte

Voor het standpunt van de cliënte verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dit op het volgende neer.

De cliënte is 10 oktober 2023 door de zorgaanbieder behandeld met lasertherapie in verband met hyperpigmentatie op de borst. Kort daarna kreeg zij een borstontsteking door de wondjes, waardoor zij niet kon werken. De cliënte heeft diverse second opinions laten doen. In oktober 2024 heeft de cliënte contact gezocht met de zorgaanbieder, omdat zij witte plekken heeft gekregen en haar huid op de behandelde plekken is beschadigd. Niets van de behandeling heeft geholpen. Volgens een second opinion heeft de behandelaar van de zorgaanbieder het apparaat te hard en te warm aangezet. De cliënte is van tevoren niet gewezen op de deze risico’s. De behandeling is niet naar wens verlopen en de cliënte is zeer ontevreden over het resultaat. Dit is een medische fout en een zeer onervaren inschatting van de arts.
De cliënte verzoekt om toekenning van een schadevergoeding van € 20.999,-.

Standpunt van de zorgaanbieder

Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dit op het volgende neer.

De zorgaanbieder stelt dat zij haar zorgplicht tegenover de cliënte niet heeft geschonden bij de uitgevoerde CO₂-laserbehandeling. De laser is volgens de standaardinstellingen gebruikt, passend bij het huidtype en behandelgebied. Er is geen sprake geweest van een te hoge of te warme instelling en de behandeling is uitgevoerd zoals van een redelijk bekwaam zorgverlener mag worden verwacht.
De klachten die de cliënte ervaart/heeft ervaren, zoals een borstontsteking, littekens en ribbels, zijn volgens de zorgaanbieder geen gevolg van de laserbehandeling. De borstontsteking trad niet op in het behandelde gebied en niet kort na de behandeling. Littekens zijn op foto’s en bij onderzoek niet vastgesteld; de waargenomen witte plekken zijn volgens artsen tijdelijke huidverkleuringen. Ook ribbels zijn niet zichtbaar en lijken al vóór de behandeling aanwezig te zijn geweest.

De zorgaanbieder erkent wel dat er sprake is geweest van een complicatie in de vorm van lichtere huidverkleuring (hypopigmentatie). Dit is een bekend risico van laserbehandelingen en geen gevolg van onjuist handelen. Deze verkleuringen laten herstel zien en verdere kosteloze behandeling is aangeboden. Volgens de zorgaanbieder is de cliënte voldoende geïnformeerd over de behandeling en mogelijke risico’s, zowel tijdens eerdere consulten als vlak voor de behandeling. Hoewel dit niet uitgebreid in het dossier is vastgelegd, is de standaard voorlichtingsprocedure gevolgd. Naar aanleiding van deze klacht is de procedure aangescherpt door voortaan schriftelijk informed consent vast te leggen. De zorgaanbieder stelt dat er geen sprake is van verwijtbaar medisch handelen en daarom geen aansprakelijkheid of schadevergoedingsplicht bestaat. Mocht aansprakelijkheid toch worden aangenomen, dan betwist de zorgaanbieder de hoogte van de gevorderde schade en acht zij een veel lager bedrag passend.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Toetsingskader
De overeenkomst die de cliënt met de zorgaanbieder heeft gesloten, betreft een geneeskundige behandelingsovereenkomst in de zin van artikel 7:446 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
Op grond van de behandelingsovereenkomst die de cliënt met de zorgaanbieder is aangegaan, moet de zorgaanbieder bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen en daarbij handelen in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (het goed hulpverlenerschap uit artikel 7:453 van het BW), die mede bepaald wordt door onder meer de stand en inzichten van de medische wetenschap, richtlijnen en protocollen. Het goed hulpverlenerschap houdt in dat de zorgaanbieder die zorg moet betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht. De zorgplicht houdt in beginsel geen resultaatsverplichting in, maar wordt aangemerkt als een inspanningsverplichting. Van een tekortkoming kan dan ook pas worden gesproken indien komt vast te staan dat de hulpverlener zich onvoldoende heeft ingespannen of bij de inspanning een fout heeft gemaakt.
De commissie dient hiertoe te onderzoeken of (de behandelaar van) de zorgaanbieder bij de uitvoering van de geneeskundige behandelingsovereenkomst in de gegeven omstandigheden al dan niet de hiervoor omschreven zorgplicht heeft nageleefd en/of een fout heeft gemaakt in de uitvoering van de geneeskundige behandelingsovereenkomst.

Beoordeling
De commissie is op grond van de stukken tot het oordeel gekomen dat niet conform de professionele standaard is gehandeld. Dit oordeel baseert de commissie op het verslag van de behandelaar waarin over de uitgevoerde behandeling/verrichting is vermeld dat het behandelde oppervlak ‘20%, 2 passes’ bedroeg. De commissie meent dat dit te hoog is voor het betreffende gebied dat is behandeld. De presternale huid bevat minder huidadnexen dan het gelaat en staat, zeker bij vrouwen, bekend als de “gevarendriehoek”.
Er is in dit geval, nu het gebied twee keer met een sterkte van 20% is behandeld, sprake geweest van een behandeld oppervlakte van 40%, terwijl 30% in het gelaat als maximaal wordt aanbevolen bij een diepe behandeling.

Het is voor de commissie op basis van de foto’s die zijn overgelegd niet mogelijk om goed te beoordelen wat de schade is en evenmin of sprake is van blijvende schade, zoals door de cliënte gesteld. Evenmin heeft de cliënte haar stelling dat de borstontsteking eveneens door de laserbehandeling is ontstaan onderbouwd. Daarnaast mist de commissie in het verweerschrift van de zorgaanbieder informatie over het toepassen van actieve koeling tijdens de behandeling en de instructie daaromtrent tijdens de nazorg thuis. Daarvan wordt geen melding gemaakt.

Gelet op deze ontbrekende informatie kan de commissie geen uitspraak doen over de schade en een eventuele schadevergoeding. De commissie acht het daarvoor noodzakelijk dat een mondelinge behandeling wordt gehouden, waarbij partijen aanwezig zijn.

De cliënte heeft op het vragenformulier aangegeven geen prijs te stellen op een mondelinge behandeling. Echter is dit voor de commissie voor een goede beoordeling van de klacht en de schadevaststelling wel noodzakelijk. Voorafgaand aan de hoorzitting ontvangt de commissie van de cliënte graag een nadere onderbouwing van haar stelling dat de borstontsteking het gevolg is van de laserbehandeling. Zij kan hiertoe een verklaring van de huisarts overleggen waarin deze informatie geeft over de aard en het ontstaan van de ontsteking. Daarnaast ontvangt de commissie van de zorgaanbieder graag aanvullende informatie over het wel of niet toegepast hebben van actieve koeling en met welk apparaat tijdens de behandeling.

Derhalve wordt als volgt beslist

Beslissing

– bepaalt dat een mondelinge behandeling zal worden gehouden in aanwezigheid van partijen;
– stelt de cliënte in de gelegenheid uiterlijk 3 weken voorafgaand aan de zitting schriftelijk haar stelling dat de borstontsteking een gevolg is van de laserbehandeling te onderbouwen.
– stelt de zorgaanbieder in de gelegenheid in aanvulling op het verweerschrift en uiterlijk 3 weken voorafgaand aan de zitting aan te geven of actieve koeling is toegepast na de behandeling.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit mevrouw mr. S.W.M. Speekenbrink, voorzitter, de heer prof. dr. E.P. Prens, de heer J. Donga, leden, in aanwezigheid
van mevrouw mr. M. Gardenier, secretaris, op 17 december 2025.