Klacht over knieoperatie deels gegrond door gebrekkige dossiervoering

De Geschillencommissie Zorg




Commissie: Ziekenhuizen    Categorie: informatie(verstrekking)    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: ten dele gegrond   Referentiecode: 952524/1284900

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een man diende een klacht in tegen het Amphia ziekenhuis omdat volgens hem onnodig een knieoperatie was uitgevoerd. Hij had zijn knie gestoten en meldde zich bij de Spoedeisende Hulp met veel pijn. Na onderzoeken, waaronder een echo, dachten artsen dat er een scheur in een pees boven de knieschijf zat. Daarom werd dezelfde dag een operatie uitgevoerd. Tijdens de operatie bleek echter dat de pees niet gescheurd was en werd alleen wat vocht verwijderd. De man stelde dat hij onvoldoende was geïnformeerd over andere behandelmogelijkheden, dat er sprake was van een taalbarrière en dat hij de operatie niet had laten doen als hij beter was voorgelicht. Volgens het ziekenhuis waren er duidelijke aanwijzingen voor een peesscheur en was een operatie daarom een logische keuze. De commissie oordeelde dat het ziekenhuis op basis van de klachten, het lichamelijk onderzoek en de echo terecht had besloten tot een operatie. Ook vond de commissie dat de patiënt voldoende uitleg had gekregen en dat er sprake was van toestemming voor de behandeling. Wel stelde de commissie vast dat in het medisch dossier niet was vastgelegd dat alternatieve behandelmogelijkheden met de patiënt waren besproken. Dat betekende dat de dossiervoering op dit punt onvoldoende was. Daarom werd de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. Omdat er geen verband was tussen deze tekortkoming en de schade die de patiënt stelde te hebben geleden, kreeg hij geen schadevergoeding. Wel moet het ziekenhuis het betaalde klachtengeld aan de patiënt terugbetalen.

De volledige uitspraak

in het geschil tussen

[naam], wonende te [woonplaats] (hierna te noemen: de cliënt)
gemachtigde: [naam]

en

Stichting Amphia, gevestigd te Breda
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Ziekenhuizen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 11 november 2025 te Utrecht. Ter zitting werd de zorgaanbieder vertegenwoordigd door [naam] (jurist), [naam] (orthopedisch chirurg) en [naam] (arts in opleiding tot specialist orthopedie). De cliënt heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om zijn klacht nader mondeling toe te lichten.

Onderwerp van het geschil

De cliënt verwijt de zorgaanbieder dat onnodig een knieoperatie bij hem is uitgevoerd en alternatieve behandelmogelijkheden onvoldoende met hem zijn besproken.

Standpunt van de cliënt

De cliënt heeft op 11 april 2021 zijn knie gestoten. Op 13 april 2021 heeft hij zich via zijn huisarts op de Spoedeisende Hulp afdeling (SEH) van het ziekenhuis van de zorgaanbieder gemeld waar foto’s van de knie zijn gemaakt. Op de foto’s was niet meteen iets te zien waarop werd besloten om op 14 april 2021 een echo van de knie te maken. Er was op dat moment een verdenking van peesletsel. Diezelfde dag is de cliënt geopereerd. Tijdens de operatie bleek geen sprake van een scheur in de pees en werd alleen wat vocht weggehaald. De cliënt verwijt de zorgaanbieder het volgende:

1. Niet alle behandelmogelijkheden zijn besproken. De cliënt werd met klem een operatie geadviseerd. Er is niet gesproken over een afwachtend beleid in de vorm van gips/spalken;
2. Er was onvoldoende aandacht voor de taalbarrière en de manier van communiceren;
3. De operatie heeft onnodig plaatsgevonden; er waren andere behandelmogelijkheden.

De operatie heeft geleid tot een ontsierend litteken en een gevoelsstoornis aan de voorzijde van de knie.
Als de cliënt juist en volledig was geïnformeerd had hij afgezien van de operatie en had hij gekozen voor een conservatieve aanpak. De cliënt had kenbaar gemaakt dat hij zeer angstig is voor operaties. De cliënt heeft zijn klachten ingediend bij de zorgaanbieder waarna de klachtencommissie op 14 februari 2024 een uitspraak heeft gedaan die geen recht doet aan zijn situatie. De cliënt kan zich niet in de uitspraak vinden en verlangt een oordeel van de commissie. De cliënt vraagt naast erkenning van zijn klacht een vergoeding voor het leed dat hij heeft geleden en nog steeds lijdt. De cliënt is van mening dat een bedrag van €3.000,-daarvoor alleszins redelijk is.

Standpunt van de zorgaanbieder

De cliënt heeft zich op 13 april 2021 met onhoudbare pijn in zijn linkerknie op de SEH van de zorgaanbieder gemeld. De cliënt had zijn knie twee dagen eerder hard gestoten. Bij onderzoek bleek bij herhaling dat de cliënt zijn been niet gestrekt kon heffen en dat hij zijn knie niet recht kon maken vanuit gebogen stand. Er bestond een sterke verdenking op een scheur van de pees van de knie juist boven de knieschijf (de quadricepspees). De cliënt werd uitgenodigd voor aanvullend echografisch onderzoek op 14 april 2021 om de pees te beoordelen. Soms kan een gescheurde pees zonder operatie worden behandeld, bijvoorbeeld in een gipskoker, maar meestal is een operatie nodig om de gescheurde pees te hechten. Dit is die middag ook zo met de cliënt besproken maar helaas is daarvan geen notitie gemaakt in het dossier. De cliënt is op 13 april 2021 gevraagd om op 14 april 2021 nuchter naar de polikliniek te komen omdat eventueel een operatie zou moeten volgen. Tijdens het onderzoek op 14 april 2021 kon de cliënt zijn been nog steeds niet gestrekt optillen en kon hij zijn knie nog steeds niet strekken. Het echo-onderzoek liet een gedeeltelijke scheur van de quadricepspees zien. Op grond van die bevindingen werd besloten tot een operatieve behandeling. Dit werd zo met de cliënt besproken. De cliënt is de Nederlandse taal niet geheel machtig maar verblijft al ruim 20 jaar in Nederland zodat hij de uitleg in redelijke mate begreep. Om er verzekerd van te zijn dat de cliënt kon instemmen met de operatie werd het operatieadvies ook nog telefonisch besproken met de echtgenote van de cliënt. Op dezelfde dag volgde de operatie waarbij bleek dat de pees nog voldoende intact was en het hechten daarvan niet noodzakelijk was. De ingreep is dan ook beperkt geweest en bestond uit een huidsnede tot aan de begrenzing van de pees. De huid is netjes gehecht en na de operatie is de cliënt op de hoogte gebracht van de bevindingen en is met hem een behandeladvies besproken. De zorgaanbieder stelt zich op het standpunt dat weloverwogen en op goede gronden is geadviseerd om een operatie uit te laten voeren; het lichamelijk onderzoek en de echo gaven daar aanleiding toe. Indien de operatie van een gescheurde pees wordt uitgesteld kan dit tot een lange periode van immobiliteit leiden die evenmin wenselijk is.

Beoordeling van het geschil

Bij de beoordeling van deze klacht geldt het volgende beoordelingskader. De overeenkomst die is gesloten tussen de cliënt en de zorgaanbieder, is aan te merken als een geneeskundige behandelingsovereenkomst in de zin van artikel 7:446 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Bij de uitvoering van de geneeskundige behandelingsovereenkomst moet de hulpverlener de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen. Daarbij moet de hulpverlener handelen in overeenstemming met de op hem/haar rustende verantwoordelijkheid die voortvloeit uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (artikel 7:453 van het BW), die mede bepaald wordt door onder meer de stand en inzichten van de medische wetenschap, richtlijnen en protocollen. Deze zorgplicht houdt in dat de hulpverlener die zorg moet betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot/hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht.
De zorgplicht houdt in beginsel geen resultaatsverplichting in, maar wordt aangemerkt als een inspanningsverplichting. Van een tekortkoming kan dan ook pas worden gesproken indien komt vast te staan dat de hulpverlener zich onvoldoende heeft ingespannen of bij de inspanning een fout heeft gemaakt.
De commissie dient te onderzoeken of de zorgaanbieder bij de uitvoering van de geneeskundige behandelingsovereenkomst in de gegeven omstandigheden al dan niet de hiervoor omschreven zorgplicht heeft nageleefd.

De commissie heeft het volgende overwogen.

De knieoperatie heeft onnodig plaatsgevonden
De cliënt verwijt de zorgaanbieder dat op 14 april 2021 onnodig een knieoperatie bij hem is uitgevoerd hoewel er andere behandelmogelijkheden waren.
Uit het medische dossier van de cliënt leidt de commissie af dat op 14 april 2021 sprake was van een zeer hoge verdenking van een scheur van de quadricepspees. Om die diagnose te kunnen stellen heeft de zorgaanbieder lichamelijk, röntgenologisch en echografisch onderzoek verricht. De combinatie van het onvermogen om het linkerbeen gestrekt te heffen, een voelbare deuk ter plaatse van de quadricepspees en het echografisch verslag dat een gedeeltelijke quadricepspees scheur liet zien vormden een indicatie om de knie operatief te openen. De commissie is dan ook van oordeel dat de zorgaanbieder op juiste gronden heeft besloten tot operatief ingrijpen. Dat tijdens de operatie is gebleken dat de pees niet was gescheurd wil niet zeggen dat de zorgaanbieder een onjuiste afweging heeft gemaakt. De indicatie bestond en die liet weinig ruimte voor een conservatieve behandeling of afwachtend beleid. Dit klachtonderdeel is ongegrond.

Taalbarrière en communicatie
De commissie stelt vast dat de zorgaanbieder de aard van de ingreep, het doel en de risico’s en complicaties daarvan op 13 en 14 april 2021 uitgebreid en zorgvuldig met de cliënt en op 14 april 2021 ook met zijn echtgenote heeft besproken; er was sprake van informed consent. De cliënt is tevens over mogelijke nadelige gevolgen zoals tijdelijke gevoelsstoornissen geïnformeerd. Die zijn inherent aan een operatieve ingreep waarbij de huid wordt ingesneden. Ook dit klachtonderdeel is ongegrond.

Alternatieve behandelmogelijkheden
Omdat in de verslaglegging niet is genoteerd dat alternatieve behandelmogelijkheden met de cliënt zijn besproken en de zorgaanbieder heeft erkend dat verzuimd is hiervan een notitie te maken is de dossiervoering van de cliënt op dit punt onvoldoende geweest. Wat dit betreft is de klacht gegrond.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is.

Schadevergoeding
Omdat er geen causaal verband bestaat tussen de door de door de cliënt gestelde geleden schade en de dossiervoering door de zorgaanbieder wordt het verzoek van de cliënt afgewezen.
Omdat de klacht deels gegrond is zal de commissie wel bepalen dat de zorgaanbieder aan de cliënt het klachtengeld dient te vergoeden.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:

– verklaart de klacht dat alternatieve behandelmogelijkheden niet in het dossier van de cliënt zijn genoteerd gegrond;
– verklaart de klacht voor het overige ongegrond;
– wijst af het verzoek tot het toekennen van schadevergoeding
– bepaalt dat de zorgaanbieder overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de cliënt dient te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de zorgaanbieder aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit de heer mr. dr. B. Wallage, voorzitter, de heer dr. R.J.P. van der Wal, de heer mr. P.O.H. Gevaerts, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. J.C. Quint, secretaris, op 11 november 2025.