Klacht over resultaat borstverkleining ongegrond

De Geschillencommissie Zorg




Commissie: Ziekenhuizen    Categorie: Plastische chirurgie    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 962788/1227579

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een vrouw diende een klacht in tegen Erasmus MC over het resultaat van een borstverkleining aan haar linkerborst. De operatie vond plaats in 2017 nadat eerder een tumor uit haar rechterborst was verwijderd. Volgens de vrouw is haar borst na de operatie ernstig verminkt door brede littekens rond de tepel. Ook stelde zij dat een arts had afgesproken om extra weefsel uit haar oksel te verwijderen, maar dat dit niet was gebeurd. Daarom vroeg zij een schadevergoeding van €25.000 voor immateriële schade. Het ziekenhuis stelde dat de operatie volgens de medische richtlijnen is uitgevoerd en dat de littekens een mogelijke complicatie van de ingreep zijn. Na de operatie kreeg de vrouw een wondprobleem, wat kan leiden tot bredere littekens. Volgens het ziekenhuis was zij vooraf geïnformeerd over deze risico’s. Ook bleek uit het operatieverslag dat er wel degelijk extra klierweefsel uit de oksel was verwijderd. Daarnaast had het ziekenhuis verschillende behandelingen aangeboden om het litteken te verbeteren, zoals een littekencorrectie of injecties, maar de vrouw wilde daarvan geen gebruik maken. De Geschillencommissie oordeelde dat de plastisch chirurg heeft gehandeld volgens de professionele standaard. Het feit dat het resultaat anders is dan de vrouw had gehoopt, betekent volgens de commissie niet dat er een medische fout is gemaakt. Daarom werd de klacht ongegrond verklaard en werd de gevraagde schadevergoeding afgewezen.

De volledige uitspraak

in het geschil tussen

[naam], wonende te [woonplaats] (hierna te noemen: cliënte)

en

Erasmus Universitair Medisch Centrum Rotterdam (Erasmus MC), gevestigd te Rotterdam
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij wege van bindend advies door de Geschillencommissie Ziekenhuizen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

Het geschil is ter zitting behandeld op 4 november 2025 te Den Haag. Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen.

Cliënte heeft op 27 oktober 2025 aangegeven dat zij met haar dochters de mondelinge behandeling van het geschil zou bijwonen. Cliënte heeft op 4 november 2025, kort voor de zitting, het secretariaat van de commissie verzocht om uitstel van de behandeling van het geschil vanwege het overlijden van haar vader op 6 oktober 2025. De commissie heeft dit verzoek afgewezen gelet op de inhoud van haar brief van 27 oktober 2025, waaruit blijkt dat op dat moment het overlijden van de vader van cliënte geen bezwaar was om aanwezig te zijn bij de mondelinge behandeling.

Cliënte was niet ter zitting aanwezig.

De zorgaanbieder werd ter zitting vertegenwoordigd door [naam] Chirurg, afdelingshoofd plastische en reconstructieve chirurgie & handchirurgie, [naam], plastisch chirurg, en [naam]

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft het resultaat van een borstverkleining.

Standpunt van cliënte

Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dit op het volgende neer.

Cliënte heeft in juni 2017 een borstverkleining/borstcorrectie ondergaan aan haar linkerborst, nadat er uit haar rechterborst een tumor was verwijderd. Cliënte is niet tevreden over het resultaat van de ingreep. Zij stelt dat haar borst ernstig is verminkt als gevolg van zichtbare brede littekens rondom de tepel. Ook heeft de arts geen weefstel uit haar oksel weggehaald terwijl dit wel vooraf was afgesproken.
Cliënt vordert een schadevergoeding van € 25.000,- als immateriële schade voor deze verminking van haar borst.

Standpunt van de zorgaanbieder

Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dit op het volgende neer.
Bij cliënte is in 2015 een tumor in de rechterborst geconstateerd. Tijdens het consult op 17 november 2015 is de borstsparende operatie aan de rechterborst besproken en is ook gesproken over verkleining van de linkerborst. Vanwege het BMI van cliënte en het mogelijke effect van bestraling op de uiteindelijke vorm van de borst werd besloten om de linkerborst later aan te passen, nadat cliënte is afgevallen. In overleg met cliënte werd afgesproken dat ook overtollig weefsel in de oksel zou worden weggenomen. De operatie aan de linkerborst heeft op 29 juni 2017 plaats gevonden. Na deze operatie heeft cliënte meerder malen melding gemaakt van een breed litteken rondom de tepel en last van jeukklachten rondom de tepel.

De zorgaanbieder betwist dat sprake is geweest van verminking van de linkerborst. Allebei de operaties zijn op dezelfde wijze uitgevoerd, conform de professionele standaard en in overeenstemming met de toepasselijke protocollen. Kort na de ingreep aan de linkerborst meldde cliënte zich op 6 juli 2022 op de polikliniek vanwege malaise (pijn en koorts met name in de avond). Daarbij vertelde zij dat de wond ook was opengegaan. Echografisch onderzoek toonde op dat moment geen abces, maar voor de zekerheid is wel antibiotica voorgeschreven aan cliënte. De mogelijkheid van infectie en het opengaan van de wond zijn complicaties die vooraf met cliënte zijn besproken. Dergelijke complicaties kunnen leiden tot een groter litteken. De zorgaanbieder stelt zich op het standpunt dat het litteken op de linkerborst weliswaar breder is dan op de rechterborst, maar niet breder dan bij deze ingreep verwacht mag worden. Daarbij moet rekening worden gehouden met het feit dat de rechterborst is bestraald, hetgeen van invloed kan zijn op het litteken op de rechterborst. De littekens op de linker en rechter borst kunnen dan ook niet met elkaar worden vergeleken. Ook in het nazorgtraject is adequaat gehandeld door cliënte diverse opties te bieden als een littekencorrectie, aanvullende behandeling met Kenacort injecties en beoordeling door een andere plastisch chirurg. Cliënte wenste echter van deze mogelijkheden geen gebruik te maken. Voor wat betreft de klacht van cliënte dat klierweefsel niet is weggehaald, verwijst de zorgaanbieder naar het OK-verslag van juni 2017 waarin wordt gesproken over de excisie van accessoir klierweefsel. Ook blijkens het verslag van het consult op 12 september 2017 is er tijdens dat consult gesproken over een litteken op de plek waar op verzoek van cliënte extra klierweefsel was verwijderd. De stelling van cliënte dat dit niet zou zijn gebeurd, is derhalve niet juist.
De zorgaanbieder verzoekt de klacht ongegrond te verklaren en de vordering tot schadevergoeding af te wijzen.
Beoordeling van het geschil

Cliënte heeft de zorgaanbieder aansprakelijk gesteld voor de – volgens haar – op onjuiste wijze uitgevoerde medische ingreep die zij heeft ondergaan op 29 juni 2017: de ingreep heeft – kort gezegd – niet het door haar verwachte resultaat opgeleverd.

De commissie stelt voorop dat voor aansprakelijkheid van de zorgaanbieder is vereist dat voldoende aannemelijk is dat deze tekort is geschoten in de nakoming dan wel de uitvoering van de behandelingsovereenkomst. De aanwezigheid van een fout of nalaten is een vereiste voor aansprakelijkheid van de zorgaanbieder. De tekortkoming moet aan de zorgaanbieder kunnen worden verweten en de cliënte moet door deze tekortkoming nadeel zijn toegebracht.

Op grond van de geneeskundige behandelingsovereenkomst moet de zorgaanbieder bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen en daarbij handelen in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (artikel 7:453 BW). Deze zorgplicht houdt in dat de zorgaanbieder die zorg moet betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht.

De verplichting die voor een hulpverlener (in dit geval: de zorgaanbieder) voortvloeit uit een geneeskundige behandelingsovereenkomst wordt in beginsel niet aangemerkt als een resultaatsverplichting, waarbij de hulpverlener moet instaan voor het bereiken van een bepaald resultaat, maar als een inspanningsverplichting, waarbij de hulpverlener zich verplicht, zich voor het bereiken van een bepaald resultaat in te spannen. De reden hiervoor is dat het bij een geneeskundige behandeling meestal niet mogelijk is een bepaald resultaat te garanderen, omdat het menselijk lichaam in het (genezings-) proces een ongewisse factor vormt; zelfs bij onberispelijk medisch handelen kan het beoogde resultaat uitblijven. Van een tekortkoming kan dan ook pas worden gesproken indien komt vast te staan dat de hulpverlener zich onvoldoende heeft ingespannen of bij de inspanning een fout heeft gemaakt.

Ten aanzien van de vraag of de ingreep op juiste wijze is uitgevoerd is de commissie van oordeel dat niet kan worden geoordeeld dat de plastisch chirurg in deze niet de zorg heeft betracht die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend plastisch chirurg in dezelfde omstandigheden mocht worden verwacht. De operatie is volgens de geldende regels uitgevoerd.
Daarbij merkt de commissie op dat de zorgverzekeraars eisen dat voor het uitvoeren van een mammareductie de BMI minder dan 30 moet zijn. Echter omdat het hier ging om een ingreep na een oncologische ingreep mocht de zorgaanbieder van deze BMI-grens van 30 afwijken. Wel is het in algemene zin bekend dat bij een BMI groter dan 30 de risico’s op complicaties groter zijn.

Cliënte heeft gesteld dat er sprake is van een verminking van haar linkerborst door een breed litteken dat langs haar tepel loopt.
De commissie is van oordeel dat cliënte voorafgaande aan de operatie voldoende is geïnformeerd over de complicaties die na een borstverkleining kunnen optreden, zoals infectie en het wijken van de wond. Doordat de wond is opengegaan kan het zijn dat het litteken breder is geworden. Gezien het feit dat haar rechterborst is bestraald zullen de littekens op beide borsten anders zijn geheeld en niet vergelijkbaar zijn.
Dat de littekens op de linkerborst iets breder zijn kan de plastisch chirurg niet worden verweten. Zij kan immers niet instaan voor een bepaald resultaat.

Overigens merkt de commissie op dat de zorgaanbieder aan cliënte in het kader van de nazorg een littekencorrectie heeft aangeboden en ook een aanvullende behandeling met Kenacort injecties. Cliënte heeft dit aanbod om haar moverende redenen afgewezen.

Voorts heeft cliënte aangevoerd dat de plastisch chirurg het overtollige weefsel onder haar oksel niet heeft weggehaald. Dit blijkt niet uit het verslag dat van de operatie is gemaakt. Hierin staat vermeld dat er een excisie van accessoir klierweefsel is verricht. De commissie oordeelt deze klacht ongegrond.

Conclusie
De commissie is van oordeel dat de plastisch chirurg heeft gehandeld conform de voor haar geldende professionele standaard. De zorgaanbieder heeft cliënte na de operatie adequate nazorg aangeboden. De klacht van cliënte zal derhalve ongegrond worden verklaard.

Schadevordering
Cliënte heeft € 25.000,- gevorderd van de zorgaanbieder vanwege de verminking van haar borst.
Voor aansprakelijkheid van de zorgaanbieder is vereist dat voldoende aannemelijk is dat de zorgaanbieder is tekortgeschoten in de uitvoering van de medische behandeling.
De commissie heeft vastgesteld dat de zorgaanbieder bij het uitvoeren van de borstverkleining niet onzorgvuldig heeft gehandeld. De vordering tot schadevergoeding zal de commissie dan ook afwijzen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie verklaart de klacht ongegrond en wijst de vordering tot schadevergoeding af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit mevrouw mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, de heer dr. T.H.J. Nijhuis, de heer J. Donga, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. W. Hartong van Ark, secretaris, op 4 november 2025.