Commissie: Zorg Algemeen
Categorie: informatie(verstrekking)zorgverlening
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: bindend advies
Uitkomst: deels gegrond
Referentiecode:
1249395/1310516
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De cliënte werd geopereerd aan een hernia en kreeg te horen dat zij de dag erna weer naar huis zou kunnen. Na de operatie bleek zij echter veel minder zelfredzaam dan verwacht. De zorgaanbieder had haar vooraf niet duidelijk geadviseerd om thuis hulp te regelen, terwijl dat volgens de commissie wél had gemoeten. Dat deel van de klacht is daarom gegrond. Over de nazorg, de communicatie met de familie en de overplaatsing naar het zorghotel oordeelt de commissie anders. Uit het medisch dossier blijkt dat cliënte en haar dochter wél hebben ingestemd met de overplaatsing. Er waren geen medische redenen om haar langer in de kliniek te houden. Daarom zijn deze klachtonderdelen ongegrond. Omdat de zorgaanbieder niet onrechtmatig heeft gehandeld bij de overplaatsing, hoeft hij de kosten van het zorghotel niet te vergoeden. Wel moet hij het klachtengeld van € 52,50 terugbetalen.
De volledige uitspraak
in het geschil tussen
mevrouw [naam], wonende te [plaatsnaam] (hierna te noemen: cliënte)
en
Medische Kliniek Velsen, gevestigd te Velsen-Noord
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).
Onderwerp van het geschil
Het geschil heeft betrekking op het handelen van de zorgaanbieder na een herniaoperatie
Standpunt van de cliënte
Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Cliënte is op 6 maart 2025 door de zorgaanbieder geopereerd aan stenose/hernia. Haar is verschillende malen bevestigd dat zij de dag na de operatie zelfredzaam naar huis zou kunnen gaan en beter zou zijn dan voor de operatie. Na de operatie weigerde haar dochter, die hoofdverpleegkundige is in het [ziekenhuis], cliënte mee naar huis te nemen omdat zij nog helemaal niet zelfredzaam was. Ook de eerste drie weken na de operatie kon zij niet zitten of lopen. De houding van de zorgaanbieder jegens haar familie werd grimmig.
Cliënte verwijt de zorgaanbieder dat hij zijn zorgplicht jegens haar niet is nagekomen. Uiteindelijk heeft de zorgaanbieder cliënte per ambulance laten vervoeren naar een particulier zorghotel in [plaatsnaam], waar ze op eigen kosten heeft verbleven totdat haar huisarts voor haar een plek in een revalidatie instelling in [plaatsnaam] had weten te bemachtigen. De overplaatsing naar het zorghotel was noch haar keuze, noch passend bij haar medische situatie.
De suggestie dat cliënte akkoord is gegaan met overplaatsing naar een zorghotel klopt niet. Er is tegen haar gezegd dat zij overgebracht zou worden, maar niet dat dit naar een particulier zorghotel zou zijn. Cliënte wist niet wat een zorghotel was en had geen idee van de gevolgen of kosten. Dat zij in een viersterren zorghotel terechtkwam dat zelf aangaf dat cliënte daar niet op haar plek was, bevestigt dat dit geen passende oplossing was.
Na de operatie was haar rugpijn erger dan voor de operatie. Cliënte kreeg last van een evenwichtsstoornis, kan niet goed lopen en heeft daarom een rollator nodig. Ze kan haar tuin niet meer onderhouden en heeft hulp nodig in haar huishouden. En tenslotte kan ze niet de dingen ondernemen met haar kleinkinderen die zij voor de operatie wel kon.
Cliënte vordert een schadevergoeding van € 2.500,- voor de kosten die zij voor het zorghotel heeft moeten maken. De verantwoordelijkheid voor de beslissing cliënte naar een zorghotel te vervoeren ligt bij de zorgaanbieder. Dit betekent dat de verblijfskosten voor rekening van de zorgaanbieder moeten komen.
Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dit op het volgende neer.
De zorgaanbieder betreurt dat de nazorg als onprettig is ervaren.
Communicatie voorafgaand aan de operatie: Er werd geen aanvullende thuiszorg of revalidatie geadviseerd omdat daarvoor geen medische indicatie bestond. Cliënte werd aangeraden om hulp te organiseren bij huishoudelijke taken na ontslag.
Nazorg en postoperatieve situatie: De cliënte voldeed aan de ontslagcriteria en er waren geen complicaties. De pijnklachten werden adequaat behandeld en besproken met de cliënte en haar dochter; op verzoek bleef de cliënte één nacht extra opgenomen.
Contact met familie: Het contact met de dochter verliep minder constructief door verschil van inzicht over verdere opname, waarvoor medisch gezien geen noodzaak was.
Overplaatsing naar zorghotel: De zorg is volgens protocol verleend. Toen bleek dat er geen mantelzorg beschikbaar was, heeft de kliniek snel een plaats in een zorghotel geregeld. De overplaatsing vond plaats met instemming van de cliënte en is schriftelijk vastgelegd. De kliniek heeft het vervoer verzorgd.
Vergoeding zorghotelkosten: Er was geen medische indicatie voor een verlengde opname. Om deze reden is het verzoek om vergoeding afgewezen.
De zorg is verleend conform professionele standaarden. De zorgaanbieder betwist dat er sprake is geweest van onzorgvuldig handelen en verzoekt de commissie de klacht ongegrond te verklaren.
Beoordeling van het geschil
Op grond van de geneeskundige behandelingsovereenkomst moet de zorgaanbieder bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen en daarbij handelen in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (artikel 7:453 van het Burgerlijk Wetboek). Deze zorgplicht houdt in dat de zorgaanbieder die zorg moet betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht.
De verplichting die voor de zorgaanbieder voortvloeit uit een geneeskundige behandelingsovereenkomst, wordt in beginsel niet aangemerkt als een resultaatsverplichting, waarbij de zorgaanbieder moet instaan voor het bereiken van een bepaald resultaat, maar als een inspanningsverplichting, waarbij de zorgaanbieder zich verplicht zich voor het bereiken van een bepaald resultaat in te spannen. De reden hiervoor is dat het bij een geneeskundige behandeling meestal niet mogelijk is een bepaald resultaat te garanderen, omdat het menselijk lichaam in het (genezings-)proces een ongewisse factor vormt; zelfs bij onberispelijk medisch handelen, kan het beoogde resultaat uitblijven. Van een tekortkoming kan dan ook pas worden gesproken indien komt vast te staan dat de behandelend arts zich onvoldoende heeft ingespannen of bij de inspanning een fout heeft gemaakt.
Voor aansprakelijkheid van de zorgaanbieder is vereist dat voldoende aannemelijk is dat de zorgaanbieder, dan wel ieder die werd ingeschakeld bij de uitvoering van de voor de zorgaanbieder uit de overeenkomst voortvloeiende verplichting, is tekortgeschoten in de uitvoering van die verplichting. De tekortkoming moet aan de zorgaanbieder kunnen worden verweten (toerekenbare tekortkoming) en cliënt moet daarvan nadeel hebben ondervonden.
De commissie zal de klachten van cliënte, afgezet tegen het hierboven geschetste toetsingskader, beoordelen.
Communicatie voorafgaand aan de operatie:
Cliënte heeft gesteld dat aan haar door de zorgaanbieder verschillende malen is bevestigd dat zij de dag na de operatie zelfredzaam naar huis zou kunnen gaan en beter zou zijn dan voor de operatie. Na de operatie heeft zij echter meer pijnklachten gekregen waardoor zij minder zelfredzaam is geworden, met een rollator moet lopen en minder kan ondernemen met haar kleinkinderen.
De commissie kan niet vaststellen dat de zorgaanbieder bij het uitvoeren van de herniaoperatie onzorgvuldig heeft gehandeld of dat er een fout is gemaakt. Zoals hierboven is overwogen heeft de zorgaanbieder een inspanningsverplichting om deze operatie volgens professionele standaard uit te voeren. De zorgaanbieder kan bij een dergelijke operatie niet vooraf het resultaat garanderen omdat het menselijk lichaam in het (genezings-)proces een ongewisse factor vormt.
Cliënte heeft aangevoerd dat de zorgaanbieder haar ten onrechte niet vooraf heeft geadviseerd om aanvullende thuiszorg te organiseren. De zorgaanbieder heeft dit niet weersproken. Weliswaar heeft de zorgaanbieder aangegeven dat na een operatie normaliter geen extra thuiszorg of verblijf in een zorghotel wordt geadviseerd en het gebruikelijk is dat patiënten de eerste dagen na een rugoperatie hulp en ondersteuning in de huishoudelijke taken van naasten krijgen, maar niet is komen vast te staan dat de zorgaanbieder die hulp en ondersteuning ook expliciet vooraf aan cliënte heeft geadviseerd te organiseren, hetgeen volgens de norm van een goed hulpverlener wel had gemoeten.
De commissie zal dit klachtonderdeel gegrond verklaren.
Nazorg en postoperatieve situatie:
Op basis van de door partijen overgelegde stukken stelt de commissie vast dat na de operatie geen sprake is geweest van complicaties. Cliënte had pijnklachten na de operatie bij mobilisatie. De commissie is ambtshalve van oordeel dat deze klachten inherent zijn aan deze operatie. Cliënte had geen neurologische problemen, wondproblemen of mictieklachten zodat er geen medische indicatie was om cliënte na de operatie op te nemen.
De commissie is van oordeel dat de zorgaanbieder door het aanbieden van een extra nacht aan zijn zorgplicht jegens cliënte heeft voldaan.
Contact met familie:
Uit de stukken is naar voren gekomen dat er tussen de zorgaanbieder en de familie van cliënte verschil van mening is geweest over de zelfredzaamheid van cliënte en dat de communicatie stroef is verlopen. Cliënte heeft de zorgaanbieder een grimmige houding verweten. De zorgaanbieder heeft aangegeven dat het niet lukte om in het gesprek over te brengen dat er geen indicatie voor een klinische opname meer was.
De commissie kan geen oordeel geven over de wijze waarop is gecommuniceerd nu de standpunten van partijen diametraal tegenover elkaar staan. Het is vaste jurisprudentie van de commissie in gevallen als deze waarbij de lezingen van beide partijen uiteenlopen en niet kan worden vastgesteld wat de feitelijke gang van zaken is geweest, dat het verwijt van klager op het desbetreffende onderdeel niet gegrond kan worden bevonden. Dit oordeel berust niet op het uitgangspunt dat het woord van de klager minder geloof verdient dan dat van de zorgaanbieder, maar op de omstandigheid dat voor een oordeel of onzorgvuldig is gehandeld eerst moet worden vastgesteld welke feiten daaraan ten grondslag gelegd kunnen worden. Deze feiten kan de commissie hier niet vaststellen, waardoor deze klachten niet kunnen slagen.
Overplaatsing naar zorghotel:
Cliënte heeft aangegeven dat zij geen toestemming heeft gegeven aan de zorgaanbieder voor overplaatsing naar een particulier zorghotel. Er is tegen haar gezegd dat zij overgebracht zou worden, maar niet dat dit naar een particulier zorghotel zou zijn. Cliënte wist niet wat een zorghotel was en had geen idee van de gevolgen of daaraan verbonden kosten.
De zorgaanbieder heeft aangegeven dat de overplaatsing naar het zorghotel met toestemming van cliënte in gang is gezet, en dat dit ook op deze manier in het medisch dossier is gedocumenteerd.
De commissie heeft na afloop van de hoorzitting de zorgaanbieder gevraagd om het relevante deel van het medisch dossier te overleggen waaruit zou blijken dat cliënte deze toestemming heeft verleend. Uit het medisch dossier blijkt dat al op 7 maart 2025 door de zorgaanbieder is aangeboden om een plaats in het zorghotel [naam] te reserveren maar dat op dat moment cliënte en haar dochter dit geen goed alternatief vonden vanwege de afstand tot het woonadres van cliënte. In de dagrapportage van 8 maart 2025 staat vermeld dat zowel cliënte als haar dochter akkoord zijn met de overplaatsing naar het zorghotel [naam]. Gelet hierop is komen vast te staan dat cliënte wel degelijk toestemming heeft gegeven voor opname in het zorghotel. Cliënte heeft gesteld dat haar op dat moment niet is verteld dat dit een particuliere instelling betrof. Naar het oordeel van de commissie hadden cliënte en haar familie vooraf navraag over de kosten kunnen doen nu er geen medische indicatie bestond voor het verlenen van klinische zorg. Dit klachtonderdeel zal ongegrond worden verklaard.
Schadevergoeding.
Cliënte heeft de commissie verzocht om vergoeding van de kosten van het zorghotel, een bedrag van € 2.500,-
Voor de aansprakelijkheid van de zorgaanbieder is vereist dat voldoende aannemelijk is dat de zorgaanbieder, dan wel ieder die werd ingeschakeld bij de uitvoering van de voor de zorgaanbieder uit de overeenkomst voortvloeiende verplichting, is tekortgeschoten in de uitvoering van die verplichting. Voor aanspraak op een schadevergoeding is ten minste vereist dat de zorgaanbieder in enig opzicht toerekenbaar tekort is geschoten en daarnaast dat er een causaal verband kan worden gelegd tussen de behandeling door de zorgaanbieder en de schade die door klager is gevorderd.
De commissie zal de vordering van cliënte afwijzen daar zij van oordeel is dat de zorgaanbieder niet onrechtmatig heeft gehandeld door cliënte, met haar toestemming, naar het zorghotel over te brengen.
Nu de klacht van klaagster gedeeltelijk gegrond wordt verklaard, zal de commissie, onder verwijzing naar artikel 21 van het reglement, de zorgaanbieder veroordelen tot vergoeding aan cliënte van het door haar betaalde klachtengeld, zijnde een bedrag van € 52,50.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie
– verklaart de klacht over de communicatie voorafgaande aan de operatie gegrond;
– verklaart de overige klachten ongegrond;
– wijst het anders of meer gevorderde af;
– veroordeelt de zorgaanbieder tot het betalen van het klachtengeld, ad € 52,50, aan cliënte.
Betaling dient plaats te vinden binnen één maand na ontvangst door de zorgaanbieder van dit bindend advies.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Zorg Algemeen, bestaande uit mevrouw mr. S.W.M. Speekenbrink, voorzitter, de heer dr. J.D.M. Metzemaekers, de heer mr. P.O.H. Gevaerts, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. W. Hartong van Ark, secretaris, op 23 januari 2026.