Commissie: Geestelijke Gezondheidszorg
Categorie: informatie(verstrekking)
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies
Uitkomst: ten dele gegrond
Referentiecode:
1184349/1248798
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De cliënt verwijt de zorgaanbieder hem niet, dan wel onvoldoende te hebben geïnformeerd over de kosten van het intakegesprek van 25 september 2024. Daarnaast zijn deze kosten niet proportioneel en is de kwaliteit van de intake onvoldoende, blijkens onder meer het summiere verslag ervan. De zorgaanbieder verwijst naar de uitnodigingsbrief en de informatiefolders die aan de cliënt zijn toegestuurd, waarin is vermeld dat er kosten zijn verbonden aan het gesprek. Volgens de zorgaanbieder is voldaan aan de wettelijke vereisten, waaronder de Regeling transparantie zorgaanbieders, die per 1 september 2024 in werking is getreden. De zorgaanbieder stelt verder dat de intake is uitgevoerd door een verpleegkundig specialist en een verpleegkundige en dat voor deze intake 165 minuten in rekening zijn gebracht.
De volledige uitspraak
in het geschil tussen
[Naam], wonende te [woonplaats] (hierna te noemen: de cliënt)en
Stichting Rivierduinen, gevestigd te Leiden
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).
Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Geestelijke Gezondheidszorg (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.
De cliënt heeft de klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder. De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.
De cliënt heeft ter zitting via een videoverbinding zijn standpunt toegelicht.
Ter zitting werd de zorgaanbieder – eveneens digitaal – vertegenwoordigd door [naam] en [naam].
De behandeling heeft plaatsgevonden op 27 oktober 2025 te Utrecht.
Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft de vraag of 1) de zorgaanbieder de cliënt voorafgaand aan het intakegesprek voldoende heeft geïnformeerd over de kosten daarvan, 2) of deze kosten noodzakelijk en proportioneel zijn gelet op de inspanning die hiervoor is geleverd door de zorgaanbieder en 3) of het intakegesprek voldoet aan de kwalitatieve eisen die daaraan gesteld mogen worden, gelet op het summiere verslag dat daarvan is opgemaakt.
Standpunt van de cliënt
Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dat op het volgende neer.
De cliënt verwijt de zorgaanbieder het verzaken van diens informatieplicht over de kosten van de behandeling op grond van artikel 38 lid 1 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) jo. artikel 4 lid 1, 2 en 6 van de Regeling transparantie zorgaanbieders (TH/NR-035). Ook is volgens de cliënt de proportionaliteit van de eerste fase van de behandeling, c.q. de intake, in het gedrang, alsmede de kwaliteit van diezelfde intake.
Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dat op het volgende neer.
De zorgaanbieder verwijst naar de uitnodigingsbrief, verzonden op 3 september 2024, waarin is vermeld dat het gaat om een intake en wat het vervolg daarop kan zijn. Zowel in de brief als in de meegezonden informatiefolders (“Kennismaken, Welkom bij GGZ Rivierduinen” en “Informatie over de kosten van je behandeling”) is vermeld dat er kosten verbonden zijn aan het gesprek. Beide folders vermelden duidelijk dat een intake deel uitmaakt van de behandeling, dat deze in principe wordt vergoed door de verzekeraar bij verwijzing en dat het wettelijk eigen risico van toepassing is. Er wordt op meerdere plaatsen verwezen naar de eigen verantwoordelijkheid van de cliënt om polisvoorwaarden te controleren of bij vragen over dit eigen risico deze te stellen aan de zorgverzekeraar. Deze informatie is volgens de zorgaanbieder volledig en conform de wettelijke vereisten, waaronder de Regeling transparantie zorgaanbieders. De zorgaanbieder vermeldt bewust geen concrete kosten voorafgaand aan een intake, omdat dit op voorhand lang niet altijd in te schatten is.
Ten aanzien van de klacht van de cliënt met betrekking tot de proportionaliteit en kwaliteit van de intake stelt de zorgaanbieder dat het in de GGZ gebruikelijk is dat voorafgaand aan een behandeltraject een uitgebreide intake plaatsvindt. Deze heeft als doel om op basis van het gesprek, de verwijsinformatie en eventuele vragenlijsten een goed beeld te krijgen van de klachten, de zorgvraag en de (on)mogelijkheden voor verdere behandeling. De intake is op 25 september 2024 uitgevoerd door een verpleegkundig specialist en een verpleegkundige. Hierbij is in totaal 165 minuten in rekening gebracht.
De declaratie van €693,– die voor de intake van de cliënt is opgesteld, is in overeenstemming met het geldende NZa-tarief en de contractuele afspraken met de zorgverzekeraar van de cliënt.
Beoordeling
De commissie heeft het volgende overwogen.
Toetsingskader
Artikel 4 leden 3, 5 en 6 van de Regeling transparantie zorgaanbieders (hierna: de Regeling) luidt als volgt:
Artikel 4 Informatieverstrekking
3. De zorgaanbieder informeert de consument over tarieven die voor de consument van belang zijn.
5. De zorgaanbieder informeert de consument voor de start van de zorgverlening actief en aantoonbaar over de aan- of afwezigheid van een contract met de zorgverzekeraar van de consument en over mogelijke gevolgen daarvan voor de vergoeding van zorg of diensten door de zorgverzekeraar. Voor informatie over de hoogte van de vergoeding van zorg of diensten verwijst de zorgaanbieder de consument naar diens zorgverzekeraar.
6. De zorgaanbieder informeert de consument over eventuele eigen betalingen.
In de toelichting op dit artikel staat het volgende vermeld:
Artikel 4
Zoals aangegeven wordt met deze regeling nadere invulling gegeven aan de informatieverplichting die zorgaanbieders hebben ten opzichte van consumenten.
Welke informatie over de eigenschappen van aangeboden prestaties en tarieven zorgaanbieders ten minste aan consumenten moeten verstrekken is, in aanvulling op artikel 38 Wmg, geregeld in artikel 4 van de regeling.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Toetsingskader
Artikel 4 leden 3, 5 en 6 van de Regeling transparantie zorgaanbieders (hierna: de Regeling) luidt als volgt:
Artikel 4 Informatieverstrekking
3. De zorgaanbieder informeert de consument over tarieven die voor de consument van belang zijn.
5. De zorgaanbieder informeert de consument voor de start van de zorgverlening actief en aantoonbaar over de aan- of afwezigheid van een contract met de zorgverzekeraar van de consument en over mogelijke gevolgen daarvan voor de vergoeding van zorg of diensten door de zorgverzekeraar. Voor informatie over de hoogte van de vergoeding van zorg of diensten verwijst de zorgaanbieder de consument naar diens zorgverzekeraar.
6. De zorgaanbieder informeert de consument over eventuele eigen betalingen.
In de toelichting op dit artikel staat het volgende vermeld:
Artikel 4
Zoals aangegeven wordt met deze regeling nadere invulling gegeven aan de informatieverplichting die zorgaanbieders hebben ten opzichte van consumenten. Welke informatie over de eigenschappen van aangeboden prestaties en tarieven zorgaanbieders ten minste aan consumenten moeten verstrekken is, in aanvulling op artikel 38 Wmg, geregeld in artikel 4 van de regeling.
Lid 3:
Dit lid heeft tot doel dat de consument over de tariefinformatie kan beschikken waarmee hij in voorkomende gevallen kan beoordelen wat hij zal moeten betalen voor de betreffende zorgverlening. Dit ook in samenhang met het zesde lid van dit artikel.
De zorgaanbieder informeert de consument over tarieven voor zijn prestaties en diensten die voor de consument van belang zijn. Daarbij moet voor de consument bijvoorbeeld ook duidelijk zijn of het in rekening te brengen tarief inclusief of exclusief btw is en, in voorkomende gevallen, hoeveel btw er bij komt.
Lid 5:
Dit lid heeft tot doel te voorkomen dat een consument onbedoeld bij een aanbieder terechtkomt die geen contract heeft met diens zorgverzekeraar. Een consument kan immers met hoge eigen betalingen worden geconfronteerd indien de zorgaanbieder en zorgverzekeraar niet over een contract met elkaar beschikken. In dat geval dient de zorgaanbieder aan te geven dat de consument mogelijk een deel van de zorg zelf moet betalen. Voor informatie over de hoogte van de vergoeding van de zorg of diensten verwijst de aanbieder de consument naar diens verzekeraar.
De informatieverstrekking dient actief en aantoonbaar plaats te vinden voor de zorgverlening start. Voor de zorgverlening start houdt in dat de patiënt de informatie in beginsel ontvangt voor een declarabele prestatie wordt geleverd en/of een behandelingsovereenkomst tussen de patiënt en zorgaanbieder tot stand komt. Aangezien het om keuze-informatie gaat, is het van belang dat de informatie wordt gegeven op een zodanig moment dat de patiënt deze informatie nog kan gebruiken voor het maken van een weloverwogen keuze of hij de zorg (van de betreffende zorgaanbieder) wil afnemen. Indien informeren voor de start van de zorgverlening op medisch inhoudelijke grond niet mogelijk is, dient de zorgaanbieder de patiënt te informeren op het eerst mogelijke moment.
(…)
Informatieverstrekking vindt bijvoorbeeld actief en aantoonbaar voor de start van de zorgverlening plaats indien de zorgaanbieder in de afspraakbevestiging een toelichting zet over de contractstatus met de verschillende zorgverzekeraars en daaronder vallende merken en een korte uitleg geeft over de mogelijke gevolgen van het ontbreken van een contract met een verwijzing naar de (zorg)verzekeraar voor de specifieke gevolgen voor de betreffende patiënt.
(…)
Lid 6:
Voor de consument is bijvoorbeeld van belang te weten welke kosten van de zorg hij zelf moet betalen. Als de consument (een deel van) de kosten van de zorg zelf moet betalen, dan is het van belang dat de zorgaanbieder de consument informeert om welke kosten het gaat en, voor zover mogelijk, hoe hoog deze kosten zijn. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om kosten van onverzekerde zorg, kosten die de consument zelf betaalt en vervolgens declareert bij de zorgverzekeraar, eigen bijdragen en het feit dat kosten kunnen voortvloeien uit het verrekenen van het eigen risico.
Ten aanzien van de klacht en vordering van de cliënt over de hem in rekening gebrachte kosten overweegt de commissie als volgt.
De zorgaanbieder heeft gesteld dat aan cliënten, dus ook aan de cliënt, informatie wordt verstrekt over de kosten die zijn verschuldigd ook indien na het intakegesprek geen behandeling volgt. Die informatie is opgenomen in de folder “Informatie over de kosten van je behandeling” die aan cliënten bij de uitnodiging voor het intakegesprek wordt meegestuurd. De informatie is eveneens op de website van de zorgaanbieder te vinden.
De cliënt heeft gesteld dat aan hem alleen een algemene folder over de kosten van de intake is toegestuurd maar niet specifieke gegevens over de kosten van de intake.
Indien de cliënt wel vooraf op de hoogte was gesteld van de specifieke kosten van de intake, had de cliënt waarschijnlijk een ander behandelplan gemaakt en was hij selectiever geweest in de keuze van zijn zorg.
In de folder “Welkom bij GGZ Rivierduinen” is vermeld dat de zorgaanbieder met alle zorgverzekeraars afspraken heeft gemaakt en dat de zorgverzekeraar in principe de kosten van de behandeling betaalt na een doorverwijzing. Daarbij is opgemerkt dat de cliënt wel zijn eigen polis dient te controleren om te bezien of inderdaad echt alles wordt vergoed en dat alleen het verplichte eigen risico zelf moet worden betaald. Voorts is hierin vermeld dat men vanaf 18 jaar een verplicht eigen risico heeft bij de zorgverzekeraar en dat alle zorg van GGZ Rivierduinen hieronder valt. In de folder “Informatie over de kosten van je behandeling” is onder meer vermeld dat het in 2025 verplicht is om jaarlijks maximaal € 385,– eigen risico te betalen voor zorgkosten, of meer als hiervoor is gekozen.
Gelet op de informatie in deze folders heeft de zorgaanbieder aan haar informatieplicht uit hoofde van artikel 4, leden 5 en 6, van de Regeling voldaan. Er is duidelijk vermeld dat er afspraken zijn met alle zorgverzekeraars én dat een eigen risico moet worden betaald. Ook is duidelijk vermeld dat de hoogte van dit eigen risico afhangt van wat de cliënt met de eigen zorgverzekeraar heeft afgesproken.
Voor zover de cliënt klaagt over het feit dat hij niet is geïnformeerd over de specifieke gegevens van de kosten van de intake overweegt de commissie als volgt.
Gelet op de verklaring van de zorgaanbieder dat op voorhand niet altijd is in te schatten welke concrete kosten er aan een intake verbonden zijn, gezien de vele factoren zoals de complexiteit van de hulpvraag, de aard van de problematiek en of het om een eerste intake of een vervolgafspraak gaat, acht de commissie het begrijpelijk dat de zorgaanbieder niet vooraf kan opgeven hoeveel kosten er bij de intake in rekening zullen worden gebracht. Overigens is de zorgaanbieder hiertoe ook niet verplicht. Wel is onduidelijk gebleven of de zorgaanbieder in zijn algemeenheid informatie verstrekt over de door haar gehanteerde tarieven, hetgeen wel een verplichting is die uit artikel 4, lid 3, van de genoemde Regeling voortvloeit. De zorgaanbieder heeft hierover zelf niets opgemerkt en op de website van de zorgaanbieder is die informatie niet (direct) vindbaar voor de commissie. Gelet hierop acht de commissie de klacht op dit onderdeel gegrond.
De cliënt verzoekt om schadevergoeding. Niet valt in te zien op welke wijze en in welke mate door cliënt schade is geleden als gevolg van het niet vermelden van tarieven op de website. Zo heeft cliënt bijvoorbeeld niet aannemelijk gemaakt dat een andere zorgaanbieder andere tarieven hanteert op grond waarvan hij dan voor een andere zorgaanbieder zou hebben gekozen, laat staan wat het verschil in kosten zou zijn geweest voor hem. Het verzoek om schadevergoeding, voor zover gegrond op dit klachtonderdeel, wordt daarom afgewezen. Wel zal de commissie bepalen dat de zorgaanbieder het door de cliënt betaalde klachtengeld aan hem zal vergoeden.
Met betrekking tot het tweede klachtonderdeel overweegt de commissie het volgende.
De cliënt acht een dergelijke uitgebreide intake zoals hij heeft gehad niet nodig, nu er al veel informatie over hem beschikbaar was gelet op de verwijzing door de huisarts, zijn medisch dossier en alle door hem en zijn moeder ingevulde vragenlijsten. De zorgaanbieder heeft gesteld dat het gebruikelijk is dat voorafgaand aan een behandeltraject een uitgebreide intake plaatsvindt. Deze heeft als doel om op basis van het gesprek, de verwijsinformatie en de vragenlijsten een goed beeld te krijgen van de klachten, de zorgvraag en de (on)mogelijkheden voor verdere behandeling. Uit de declaratiespecificatie blijkt dat aan de cliënt een consult Diagnostiek van 120 minuten door de verpleegkundige en een opvolgend consult Diagnostiek van 45 minuten door een verpleegkundig specialist in rekening is gebracht.
Naar het oordeel van de commissie heeft de zorgaanbieder niet in strijd met de professionele standaard gehandeld door een intake van deze omvang af te nemen. De commissie acht het juist in het belang van de cliënt dat hierdoor de problematiek goed in kaart wordt gebracht en er een op hem afgestemd behandelplan kan worden opgemaakt. Dit klachtonderdeel wordt daarom ongegrond verklaard.
Ten aanzien van het derde klachtonderdeel van de cliënt met betrekking tot de vraag of het intakegesprek, dan wel het verslag daarvan, voldoet aan de kwalitatieve eisen die daaraan gesteld mogen worden, overweegt de commissie allereerst dat uit het verslag niet blijkt van welke kwaliteit de intake was. Nu de cliënt daar inhoudelijk verder geen opmerkingen over heeft gemaakt, gaat de commissie ervan uit dat de intake zelf kwalitatief voldoende was. Voor zover de klacht ziet op het verslag van de intake, overweegt de commissie dat uit het na de zitting overgelegde intakeverslag niet is gebleken dat deze niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet. Dat in dit verslag voorlopige conclusies zijn neergelegd omtrent de diagnose van de cliënt omdat nog geen volledig persoonlijkheidsonderzoek door een specialist is verricht bij de cliënt maakt naar het oordeel van de commissie niet dat daarmee het verslag, alsook de intake zelf, als kwalitatief onvoldoende kan worden beschouwd.
De commissie verklaart de klacht van de cliënt op dit onderdeel dan ook ongegrond en wijst het verzoek tot het toekennen van een vergoeding af.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie:
– verklaart de klachtonderdelen 2 en 3 ongegrond;
– verklaart klachtonderdeel 1 gegrond;
– bepaalt dat de zorgaanbieder binnen veertien dagen na verzending van deze uitspraak aan de cliënt vergoedt het door hem betaalde klachtengeld van € 52,50;
– wijst af de vordering tot schadevergoeding.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Geestelijke Gezondheidszorg, bestaande uit mevrouw
mr. S.W.M. Speekenbrink, voorzitter, de heer drs. T. Knap, mevrouw M. Krouwel, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. M. Land Smorenburg, secretaris, op 27 oktober 2025.