Commissie: Zelfstandige Klinieken
Categorie: (On)Zorgvuldig handelenComplicatieNazorg
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
607184/1226523
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Een cliënt liet bij een zelfstandige kliniek een ganglion uit zijn linkerpink verwijderen. Kort na de operatie kreeg hij pijn en zwelling in zijn hand. Volgens de cliënt heeft de zorgaanbieder signalen van een infectie niet serieus genomen en te laat ingegrepen, waardoor hij uiteindelijk in het ziekenhuis moest worden opgenomen. Hij stelt dat betere nazorg de infectie en ziekenhuisopname had kunnen voorkomen en vordert schadevergoeding. De zorgaanbieder stelt dat de operatie volgens de professionele standaard is uitgevoerd en dat de klachten in eerste instantie pasten bij een normaal herstel na de ingreep. De infectie wordt beschouwd als een zeldzame complicatie die niet verwijtbaar is. De commissie oordeelt dat de zorgaanbieder heeft gehandeld volgens de professionele standaard. De infectie wordt aangemerkt als een zeldzame complicatie die ook kan optreden bij zorgvuldig medisch handelen. Er zijn geen aanwijzingen dat eerder ingrijpen het verloop had veranderd. De klacht is daarom ongegrond en de vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen.
De uitspraak
in het geschil tussen
de heer [naam cliënt], wonende te [woonplaats]
(hierna te noemen: de cliënt)
en
Bergman Clinics Zorg, gevestigd te Naarden
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).
Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft de nazorg van de zorgaanbieder na het operatief verwijderen van een ganglion aan
de linkerpink.
Standpunt van de cliënt
Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt
het standpunt op het volgende neer.
Op 24 augustus 2022 is er operatief een vochtballetje uit zijn linkerhand verwijderd. De operatie was
van korte duur en binnen een half uur kon cliënt naar huis. Na de operatie kreeg cliënt instructies mee
over hoe hij zijn hand moest hooghouden en dat hij paracetamol moest innemen zodra hij pijn voelde.
Cliënt heeft zich aan deze instructies gehouden.
Op 25 augustus 2022 werd zijn hand erg dik en voelde hij steken in zijn hand. Naar aanleiding hiervan
nam hij om 12:30 uur telefonisch contact met de zorgaanbieder op, die hem vertelde dat dit normaal
was na een operatie en dat hij paracetamol moest innemen. Op vrijdag 26 augustus 2022 werd de pijn
heftiger en werd zijn hand ook dikker. Cliënt heeft wederom telefonisch contact opgenomen met de
zorgaanbieder. Op verzoek van de zorgaanbieder heeft cliënt vervolgens foto’s van zijn hand
opgestuurd. Daarop kreeg hij van de fysiotherapeut te horen dat de zwelling normaal was en dat deze
in het weekend minder zou moeten worden en dat de pijn zou verdwijnen. Hij moest zijn hand
hooghouden en als de pijn aanbleef moest hij na het weekeinde contact opnemen met de kliniek. Dit
heeft hij ook gedaan.
Omdat de pijn zo heftig werd heeft hij op maandag 29 augustus 2022 vroeg weer telefonisch contact
met de zorgaanbieder opgenomen. De zorgaanbieder heeft uiteindelijk pas om rond 14:00 uur
teruggebeld. Ruim vijf uur later. Tijdens dit gesprek heeft cliënt nadrukkelijk aangegeven dat hij echt
pijn had en dat zijn hand en zelfs een gedeelte van zijn arm, erg dik aan het worden was. Er werd toen
aangegeven dat hij langs kon komen. Rond 16:30 uur heeft cliënt de chirurg gezien, die hem na
onderzoek heeft doorverwezen naar de spoedeisende hulp van het ziekenhuis in verband met een
infectie. Cliënt is in het ziekenhuis geopereerd en moest een nacht overblijven. In verband met de
blijvende infectie is cliënt de volgende dag in de avond opnieuw opgenomen en heeft hij voor de
toediening van een antibiotica via een infuus drie dagen in het ziekenhuis gelegen.
Cliënt verwijt de zorgaanbieder dat deze niet adequaat heeft gehandeld bij de eerste melding dat hij
pijn had en zijn hand gezwollen was. Het is bizar dat er niet één keer is gedacht aan een eventuele
infectie. Als de nacontrole direct na zijn eerste melding had plaatsgevonden had direct met een
antibioticakuur kunnen worden gestart en was hem een ziekenhuisopname bespaard gebleven. Nu
heeft hij lang met deze infectie rondgelopen waardoor complicaties zijn opgetreden.
Cliënt vordert van de zorgaanbieder materiële en immateriële schadevergoeding.
Cliënt heeft als gevolg van het handelen van de zorgaanbieder schade geleden. Hij heeft van 24
augustus 2022 tot en met 3 oktober 2022 niet kunnen werken, veel langer dan gepland. Zijn wekgever
heeft vanwege het ziekteverlof 5% van zijn loon ingehouden. Zijn hand is nog steeds niet volledig
genezen is en zijn vingers staan gedeeltelijk krom. Cliënt werkt als kok en moet zijn handen kunnen
gebruiken. Doordat zijn hand niet volledig is hersteld wordt hij belemmerd in zijn werk. De behandelde
arts in het ziekenhuis heeft aangegeven dat zijn hand waarschijnlijk niet meer volledig zal genezen.
Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de
kern komt het standpunt op het volgende neer.
De operatie op 24 augustus 2022, waarbij een ganglion in de linker pink is verwijderd, is lege artis
uitgevoerd. Na de operatie kreeg cliënt een brief mee van de zorgaanbieder, met onder meer de
telefoonnummers waarop hij de kliniek, ook buiten kantooruren en in het weekend, kon bereiken indien
hij klachten zou krijgen na de operatie. Dat heeft cliënt ook gedaan. De dag na de operatie nam cliënt
telefonisch contact op. Cliënt gaf wel pijn aan, maar op vragen van de handtherapeut gaf cliënt aan dat
de hand niet gezwollen was. Cliënt heeft geen klachten aangegeven die zouden kunnen passen bij
een infectie, zoals ziek zijn, koorts, roodheid, of pus uit de wond, of onvermogen om de hand of
vingers te bewegen. De pijnklachten van cliënt een dag na de operatie werden geduid als normale
postoperatieve pijn. Het advies om het buitenste verband losser om de hand heen te wikkelen was
adequaat. Op 26 augustus 2022 heeft de zorgaanbieder zelf telefonisch contact opgenomen met cliënt
om te informeren hoe het met hem ging. Er is meerdere keren telefonisch contact opgenomen met
cliënt, omdat hij in eerste instantie niet bereikbaar was. De handtherapeut is in dit consult nagegaan of
sprake was van pijn, zwelling, hoe de bewegelijkheid was en of er mogelijke tekenen van een infectie
waren (roodheid, koorts en pus uit de wond). Cliënt heeft niet aangegeven dat sprake was van een
toename van de pijnklachten. Cliënt gaf aan dat de pink nog pijn deed en wat gezwollen was. Gelet op
deze klachten verzocht de handtherapeut cliënt een foto van zijn pink te mailen. De handtherapeut
heeft de foto beoordeeld en daarbij gelet op aanwijzingen voor een infectie. Op de foto werd een
zwelling gezien, die werd geduid als passend bij de fase van wondgenezing twee dagen na de
operatie. De huidplooien waren nog zichtbaar. Er waren geen alarmsymptomen die duidden op een
infectie. Het is ook vrij ongebruikelijke dat er zo vroeg (2e dag na de operatie) al een infectie ontstaat.
De handtherapeut heeft cliënt aangegeven dat hij de pleister er af moest halen en dat hij bij vurige
roodheid en een wijziging of toename van de klachten nogmaals contact moest opnemen. Op
maandag 29 augustus 2022 waren er duidelijke aanwijzingen voor een diepe infectie en is cliënt direct
voor verdere diagnostiek en behandeling verwezen naar het AUMC. Het precieze tijdstip waarop cliënt
telefonisch contact heeft opgenomen heeft geen invloed op het uitgevoerde beleid. Het beleid is dat
een patiënt dezelfde dag nog teruggebeld wordt als de aangegeven klachten wijzen op een infectie.
Cliënt is diezelfde dag gebeld en gezien. De verwijzing naar het AUMC was adequaat en dat wordt
door cliënt ook niet betwist.
Bij cliënt is een diepe wondinfectie opgetreden na de operatieve verwijdering van het ganglion. Deze
infectie is een zeldzame, niet verwijtbare en niet vermijdbare complicatie die kan optreden na een
operatie, zoals hier aan de orde. Cliënt is over dit risico voorafgaand aan de operatie ook
geïnformeerd. Cliënt stelt dat in het weekend van 27 en 28 augustus 2022 sprake was van een
toename van de klachten. Van het feit dat cliënt in dat weekend geen contact heeft opgenomen met de
zorgaanbieder, terwijl hij wel bekend was met de telefoonnummers waarop hij deze kon bereiken, kan
de zorgaanbieder geen verwijt worden gemaakt. Uit het medisch dossier komt naar voren dat na
ontslag uit het AUMC adequaat handtherapie aan cliënt is aangeboden.
Voor zover cliënt blijvende klachten heeft aan zijn hand, kunnen deze klachten niet aan de
zorgaanbieder worden toegerekend. In dit kader is van belang dat cliënt diverse keren niet op
afspraken is verschenen en de adviezen met betrekking tot de voorgeschreven oefeningen niet
(voldoende) heeft opgevolgd, hetgeen ook blijkt uit het medisch dossier. Ook de afspraak met de
chirurg tijdens het telefonisch consult op 15 februari 2023 dat er een afspraak voor een controle zou
worden gemaakt voor drie maanden later en dat cliënt (op zijn eigen verzoek) zelf contact zou
opnemen voor het maken van deze afspraak, is door cliënt niet nagekomen. Cliënt heeft zich na 15
februari 2023 aan verdere behandeling bij de zorgaanbieder onttrokken. De eventuele gevolgen van
het niet nakomen van afspraken c.q. niet opvolgen van redelijke adviezen kunnen niet aan de
zorgaanbieder worden toegerekend.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Cliënt houdt de zorgaanbieder aansprakelijk voor het niet verlenen van een goede nazorg na de
ingreep van 24 augustus 2022, waarbij een ganglion in de linker pink is verwijderd.
Voor aansprakelijkheid van de zorgaanbieder is vereist dat voldoende aannemelijk is dat de
zorgaanbieder, dan wel ieder die werd ingeschakeld bij de uitvoering van de voor de zorgaanbieder uit
de overeenkomst voortvloeiende verplichting, is tekortgeschoten in de uitvoering van die verplichting.
De tekortkoming moet aan de zorgaanbieder kunnen worden verweten (toerekenbare tekortkoming) en
cliënt moet daarvan nadeel hebben ondervonden.
Op grond van de geneeskundige behandelingsovereenkomst moet de zorgaanbieder bij zijn
werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen en daarbij handelen in
overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor
hulpverleners geldende professionele standaard (artikel 7:453 van het Burgerlijk Wetboek). Deze
zorgplicht houdt in dat de zorgaanbieder die zorg moet betrachten die een redelijk bekwaam en
redelijk handelend hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht.
De verplichting die voor de zorgaanbieder voortvloeit uit een geneeskundige
behandelingsovereenkomst, wordt in beginsel niet aangemerkt als een resultaatsverplichting, waarbij
de zorgaanbieder moet instaan voor het bereiken van een bepaald resultaat, maar als een
inspanningsverplichting, waarbij de zorgaanbieder zich verplicht zich voor het bereiken van een
bepaald resultaat in te spannen. De reden hiervoor is dat het bij een geneeskundige behandeling
meestal niet mogelijk is een bepaald resultaat te garanderen, omdat het menselijk lichaam in het
(genezings-) proces een ongewisse factor vormt; zelfs bij onberispelijk medisch handelen, kan het
beoogde resultaat uitblijven. Van een tekortkoming kan dan ook pas worden gesproken indien komt
vast te staan dat de behandelend arts zich onvoldoende heeft ingespannen of bij de inspanning een
fout heeft gemaakt.
De commissie zal de klachten van cliënt, afgezet tegen het hierboven geschetste toetsingskader,
beoordelen.
Naar het oordeel van de commissie is voldoende aannemelijk geworden dat de cliënt voorafgaande
aan de ingreep adequaat is geïnformeerd over de behandeling en de risico’s en complicaties.
De commissie is van oordeel dat de operatie aan de linker-pink volgens de professionele standaard is
uitgevoerd. Het is haar ambtshalve bekend dat bij deze ingreep een postoperatieve zwelling en
pijnklachten kunnen optreden, die in beginsel na een paar dagen verdwijnen. Het is om die reden van
belang de adviezen van de zorgaanbieder op te volgen en de hand in de dagen na de operatie zoveel
mogelijk omhoog te houden.
Dat er uiteindelijk een diepe infectie is opgetreden is een zeldzame complicatie. De commissie is van
oordeel dat de zorgaanbieder van deze complicatie geen verwijt kan worden gemaakt.
Cliënt verwijt de zorgaanbieder dat deze niet adequaat is opgetreden na zijn melding van pijnklachten
op 25 en 26 oktober 2022. Hij kreeg op 26 oktober te horen dat de pijnklachten wel zouden verdwijnen
en dat hij anders op 29 oktober 2022 contact moest opnemen.
De commissie heeft ambtshalve de foto, die de cliënt op 26 oktober 2022 naar de kliniek heeft
gestuurd, beoordeeld en is van oordeel dat op het moment dat de foto is gemaakt de zwelling van de
hand niet abnormaal was twee dagen na de operatie. Het advies van de handtherapeut was op dat
moment juist. Daarbij merkt de commissie op dat een infectie in de regel niet zo snel na een operatie
ontstaat.
Partijen verschillen van mening over het advies dat zou zijn gegeven ten aanzien van het contact met
de kliniek gedurende het weekeinde. Cliënt stelt dat de zorgaanbieder heeft gezegd dat hij pas op
maandag contact mocht opnemen bij toename van de pijnklachten. De zorgaanbieder stelt dat cliënt
ook tijdens het weekeinde contact had kunnen opnemen als de pijnklachten zouden toenemen en dat
aan hem na de operatie een lijstje met telefoonnummers is gegeven waarop de kliniek buiten
kantooruren bereikbaar is.
Vast staat dat cliënt maandag 29 oktober 2022 in de ochtend de zorgaanbieder heeft gebeld, dat hij
later die dag is teruggebeld en dat cliënt pas aan het einde van de middag is gezien door de chirurg.
De commissie is van oordeel dat de zorgaanbieder wellicht wat meer adequaat had kunnen handelen
door cliënt eerder terug te bellen. Voor de commissie bestaat echter onvoldoende aanleiding om aan
te nemen dat het tijdsverloop op die maandag heeft geleid tot een extra complicatie met betrekking tot
de infectie.
Het is de commissie ambtshalve bekend dat na deze ingreep het van belang is te revalideren onder
begeleiding van een handtherapeut om te voorkomen dat de pink krom gaat staan. Ter zitting heeft
cliënt erkend dat hij geen gebruik heeft gemaakt van de geboden handtherapie door de zorgaanbieder
vanwege gezinsomstandigheden en de afstand tot de kliniek. Cliënt heeft zich verder ook aan de
nacontroles door de zorgaanbieder onttrokken.
De commissie is van oordeel dat de zorgaanbieder gezien het bovenstaande niet kan worden
verweten dat de pink niet meer rechtstaat.
Alles overziende is de commissie van oordeel dat er geen aanwijzingen zijn dat de zorgaanbieder niet
heeft gehandeld zoals een redelijk handelend hulpverlener in dezelfde omstandigheid zou hebben
gehandeld. Zij verklaart de klacht ongegrond en wijst de vordering tot schadevergoeding af.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart de klacht ongegrond en wijst de vordering tot schadevergoeding af.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Zelfstandige Klinieken, bestaande uit de heer mr. L.
Verheij, voorzitter, mevrouw dr. M. van Hal, de heer J. Zomerplaag, leden, in aanwezigheid van
mevrouw mr. W. Hartong van Ark, secretaris, op 10 oktober 2025.