Teleurstellend resultaat na ooglidcorrectie: discussie over voorlichting, communicatie en coulance-aanbod

De Geschillencommissie Zorg




Commissie: Zelfstandige Klinieken    Categorie: -    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 899594/1019184

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een cliënte onderging op 4 juli 2023 een onder- en bovenooglidcorrectie bij de Velthuis Kliniek. Ze was teleurgesteld over het resultaat en meende dat zij vooraf verkeerd was geïnformeerd door de behandelend arts. Na het indienen van een klacht werd haar aanvankelijk een nacorrectie aangeboden, maar dit aanbod werd later ingetrokken nadat zij om meer informatie vroeg. De cliënte vorderde een volledige terugbetaling van € 3.975. De zorgaanbieder stelde dat de ingreep goed en conform de professionele standaard was uitgevoerd, dat de cliënte goed geïnformeerd was over de risico’s, en dat een teleurstellend resultaat niet gelijkstaat aan medisch onzorgvuldig handelen. De wens voor een wenkbrauwlift was volgens hen een nieuwe, losstaande wens en geen onderdeel van de oorspronkelijke behandeling. De zorgaanbieder benadrukte dat het coulance-aanbod vrijblijvend was en ingetrokken mocht worden. De Geschillencommissie oordeelde dat geen sprake was van een toerekenbare tekortkoming of onzorgvuldig handelen. De cliënte was voldoende geïnformeerd, en de klacht is ongegrond verklaard. Ook de vordering tot schadevergoeding werd afgewezen.

De uitspraak

in het geschil tussen

mevrouw [naam], wonende te [plaatsnaam] (hierna te noemen: de cliënte)

en

Velthuis Kliniek, gevestigd te Amsterdam, onderdeel van Equipe Zorgbedrijven, gevestigd te Rotterdam
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Zelfstandige Klinieken (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 18 juni 2025 te Utrecht.

Namens de zorgaanbieder zijn verschenen de heer [naam], [functie] en mevrouw mr. [naam], gemachtigde. Mevrouw [naam], cosmetisch arts, heeft de zitting via een digitale verbinding bijgewoond. De cliënte heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid ter zitting een mondelinge toelichting te geven op de klacht.

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de kwaliteit van dienstverlening van de zorgaanbieder.

Standpunt van de cliënte

Voor het standpunt van de cliënte verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De cliënte heeft op 4 juli 2023 een onder- en bovenooglidcorrectie ondergaan bij de zorgaanbieder. Dit is niet naar wens verlopen. Het resultaat was teleurstellend door verkeerde informatie van de behandelaar tijdens het intakegesprek.

Na indienen van een klacht en verschillende gesprekken met de klachtenfunctionaris is er aangeboden om ter compensatie een nabehandeling uit te voeren. Nadat de cliënte een mail heeft gestuurd met het verzoek om meer informatie, heeft de zorgaanbieder besloten het aanbod tot nabehandeling in te trekken. Er is dus uiteindelijk geen compensatie geboden naar aanleiding van de klacht. De cliënte verlangt terugbetaling van het door haar betaalde bedrag van € 3.975,–.

Standpunt van de zorgaanbieder

Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dit op het volgende neer.

Indien het resultaat van een operatie teleurstellend is, betekent dit niet dat de operatie niet goed is verlopen. Uit het operatieverslag blijkt ook geenszins dat de operatie niet goed zou zijn verlopen.
Evenmin was sprake van bijzonderheden. Ten tweede betwist de zorgaanbieder dat er, althans objectief gezien, sprake is van een teleurstellend resultaat. Dit blijkt ook uit de foto’s van voor en na de ooglidcorrecties.

Ten derde is onjuist de stelling van de cliënte dat bij de controle-afspraak erkend zou zijn dat er tijdens het intakegesprek verkeerde informatie is verstrekt. De cliënte heeft deze stelling ook op geen enkele wijze onderbouwd.

Ten aanzien van het vereiste van informed consent stelt de zorgaanbieder dat de cliënte bij de intake voorafgaand aan de operatie goed is geïnformeerd over de operatie en de te verwachten resultaten. Vervolgens heeft de cliënte op 8 mei 2023 per e-mail een brief ontvangen met informatie over de operatie. Bij deze brief was een medicatievoorschrift, een informed consentformulier en een informatiefolder gevoegd. Vervolgens is op 4 juli 2023 voorafgaand aan de operatie de inhoud van het informed consentformulier nogmaals door de arts met de cliënte doorgenomen.

Het is een feit van algemene bekendheid dat het resultaat van een plastische chirurgie-operatie voor de patiënt kan tegenvallen. Het is dus niet aannemelijk dat de cliënte niet wist dat het resultaat kon tegenvallen. Ook uit het feit dat de cliënte heeft betaald en is verschenen op de afspraak voor de ingreep, blijkt dat zij heeft ingestemd met de operatie. Hieruit blijkt dat door de zorgaanbieder is voldaan aan het vereiste van informed consent.

Wat betreft de operatie zelf stelt de zorgaanbieder dat er geen millimeter huid meer viel weg te nemen, anders zouden de oogleden van de cliënte boven en onder niet meer dicht kunnen. De stelling van de cliënte dat haar wenkbrauwen iets hoger zouden kunnen, is een andere procedure en een nieuwe wens, maar het is niet zo dat dit in plaats van een bovenooglidcorrectie gedaan had moeten worden, het is dus geen alternatief voor de uitgevoerde ooglidcorrectie.

Ten aanzien van de eventuele nacorrectie/wenkbrauwlift stelt de zorgaanbieder dat de arts die deze nacorrectie zou uitvoeren uiteindelijk hiervan heeft afgezien, omdat hij dacht niet aan de verwachtingen van de cliënte te kunnen voldoen. Hiermee heeft de arts zorgvuldig gehandeld. Immers, een operatie uitvoeren terwijl van tevoren duidelijk is dat niet voldaan kan worden aan de verwachtingen van een patiënt, zou juist onzorgvuldig zijn. In het klachtentraject is door de zorgaanbieder altijd goed geluisterd naar de wens van de cliënte en meteen het voorstel gedaan de mogelijkheid van een nacorrectie te onderzoeken. Overigens is de behandelend arts geregistreerd plastisch chirurg en daarmee bevoegd alle plastisch chirurgische ingrepen te verrichten, inclusief een wenkbrauwlift.

Concluderend stelt de zorgaanbieder dat geen sprake is van medisch onzorgvuldig handelen door de zorgaanbieder. Wat betreft de gevorderde schadevergoeding stelt de zorgaanbieder dat nu geen sprake is van medisch onzorgvuldig handelen, de door de cliënte gevorderde schade niet voor vergoeding in aanmerking komt.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Op grond van de geneeskundige behandelingsovereenkomst moet de zorgaanbieder bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen en daarbij handelen in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (artikel 7:453 van het Burgerlijk Wetboek). Deze zorgplicht houdt in dat de zorgaanbieder die zorg moet betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht.

De verplichting die voor de zorgaanbieder voortvloeit uit een geneeskundige behandelingsovereenkomst, wordt in beginsel niet aangemerkt als een resultaatsverplichting, waarbij de zorgaanbieder moet instaan voor het bereiken van een bepaald resultaat, maar als een inspanningsverplichting, waarbij de zorgaanbieder zich verplicht zich voor het bereiken van een bepaald resultaat in te spannen.

De reden hiervoor is dat het bij een geneeskundige behandeling meestal niet mogelijk is een bepaald resultaat te garanderen, omdat het menselijk lichaam in het (genezings-)proces een ongewisse factor vormt; zelfs bij onberispelijk medisch handelen, kan het beoogde resultaat uitblijven. Van een tekortkoming kan dan ook pas worden gesproken indien komt vast te staan dat de behandelend arts zich onvoldoende heeft ingespannen of bij de inspanning een fout heeft gemaakt.

Voor aansprakelijkheid van de zorgaanbieder is vereist dat voldoende aannemelijk is dat de zorgaanbieder, dan wel een ieder die werd ingeschakeld bij de uitvoering van de voor de zorgaanbieder uit de overeenkomst voortvloeiende verplichting, is tekortgeschoten in de uitvoering van die verplichting.
De tekortkoming moet aan de zorgaanbieder kunnen worden verweten (toerekenbare tekortkoming) en de cliënt moet daarvan nadeel hebben ondervonden.

De commissie zal de klacht van de cliënte beoordelen in het licht van het hierboven geschetste toetsingskader.

Naar het oordeel van de commissie kan niet worden gesteld dat de zorgaanbieder ten aanzien van de ooglidcorrectie onzorgvuldig heeft gehandeld. Uit de overgelegde stukken is voldoende gebleken dat de cliënte voorafgaande aan de ingreep is gewezen op het feit dat het gewenste resultaat niet gegarandeerd kan worden. Dat het resultaat van de ingreep voor de cliënte teleurstellend was, is niet te wijten aan een onzorgvuldig of onjuist uitgevoerde ingreep. De zorgaanbieder heeft de cliënte in eerste instantie een nacorrectie aangeboden. Zoals ter zitting is toegelicht door de zorgaanbieder, verlangde de cliënte hierbij meer dan de zorgaanbieder kon dan wel wilde aanbieden. Daar het een aanbod uit coulance betrof en de zorgaanbieder niet gehouden was een dergelijke nacorrectie kosteloos aan te bieden, stond het de zorgaanbieder vrij om dit aanbod, nadat duidelijk was dat niet aan de wensen van de cliënte tegemoet gekomen kon worden, in te trekken.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Vordering tot schadevergoeding:
Voor aanspraak op een schadevergoeding is ten minste vereist dat de zorgaanbieder in enig opzicht toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de behandelingsovereenkomst en dat er een causaal verband is tussen deze tekortkoming en de schade die is geleden. Nu hiervan niet is gebleken dient de vordering tot schadevergoeding te worden afgewezen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:

– verklaart de klacht ongegrond;
– wijst af de vordering tot schadevergoeding.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Zelfstandige Klinieken, bestaande uit mevrouw mr. S.W.M. Speekenbrink, voorzitter, mevrouw dr. M. van Hal, de heer mr. P.O.H. Gevaerts, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. M. Gardenier, secretaris, op 18 juni 2025.