Cliënt ontvankelijk in klacht tegen ziekenhuis ondanks oude datum van behandeling

De Geschillencommissie Zorg




Commissie: Ziekenhuizen    Categorie: -    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: voorbeslissing   Uitkomst: ontvankelijk   Referentiecode: 800757/962985

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een cliënt heeft een klacht ingediend tegen het Erasmus MC over het feit dat in 2011 geconstateerde nekproblemen (stenoses en vernauwingen) niet met hem zouden zijn besproken. Hij stelt dat dit heeft geleid tot blijvende klachten, waaronder evenwichtsproblemen. De zorgaanbieder betoogde dat de cliënt niet-ontvankelijk is omdat hij de interne klachtenprocedure niet heeft afgerond en dat de klacht te laat is ingediend. De Geschillencommissie oordeelde echter dat de cliënt ontvankelijk is in zijn klacht. Volgens de commissie was de communicatie vanuit het Erasmus MC over de verdere stappen binnen de klachtenprocedure onvoldoende concreet. De e-mail van 9 oktober 2024 vroeg de cliënt weliswaar om nadere toelichting, maar gaf geen duidelijke termijn of informatie over mogelijke gevolgen bij uitblijven van reactie. Daarom kan het niet voltooien van de interne klachtenprocedure niet aan de cliënt worden tegengeworpen. Ook het feit dat de schadeclaim van € 25.000 pas bij de geschillencommissie werd ingediend, maakt de klacht niet niet-ontvankelijk; eerdere jurisprudentie ondersteunt dat schadeclaims ook voor het eerst via de geschillencommissie kunnen worden behandeld.

De uitspraak

in het geschil tussen

[naam], wonende te [plaats] (hierna te noemen: de cliënt)

en

Erasmus Universitair Medisch Centrum Rotterdam (Erasmus MC), gevestigd te Rotterdam
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil

Uit de stukken blijkt dat eerst dient te worden vastgesteld of de cliënt in zijn klacht ontvankelijk is.

De Geschillencommissie Ziekenhuizen (verder te noemen: de commissie) heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 19 mei 2025 te Den Haag.

Partijen zijn niet voor de zitting opgeroepen.

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de vraag of de cliënt ontvankelijk is in zijn klacht.

Standpunt van de cliënt

Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dat op het volgende neer.

In 2011 is de cliënt bij de zorgaanbieder onder behandeling geweest. Uit de medische gegevens van deze periode blijkt dat de cliënt stenoses en vernauwingen aan de nek had. Dit is echter nooit met de cliënt besproken. Volgens de zorgaanbieder komt dat omdat de cliënt zijn afspraken had afgezegd, maar dat is niet waar.

De cliënt heeft sindsdien problemen met zijn evenwicht en moet een wandelstok gebruiken.

Standpunt van de zorgaanbieder

Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dat op het volgende neer.

De zorgaanbieder doet onder verwijzing naar artikel 6 lid 1 sub a van het Reglement van de commissie een beroep op niet-ontvankelijkheid van de cliënt. De cliënt heeft de interne klachtenprocedure nog niet geheel doorlopen.

De secretaris van de klachtencommissie van de zorgaanbieder heeft tijdens de voorbereiding geconcludeerd de klacht wellicht niet te kunnen behandelen, nu het handelen/nalaten waarop de klacht ziet, meer dan tien jaar geleden heeft plaatsgevonden. Uit het onderzoek is gebleken dat de cliënt in 2011 geïnformeerd moet zijn geweest over de uitkomst van de MRI die is gemaakt op 28 september 2011.

Op 3 oktober 2024 is door de secretaris per e-mail contact gezocht met de cliënt waarna op 7 oktober 2024 de eerste bevindingen zijn toegezonden en besproken. De cliënt bleef echter bestrijden dat hij in 2011 was geïnformeerd en dat hij zelf een afspraak zou hebben afgezegd. Om eventuele behandeling van de klacht door de klachtencommissie nog te kunnen overwegen, is besproken dat een nadere onderbouwing van de klacht nodig is. De cliënt is hiertoe bij mail van 9 oktober 2024 in de gelegenheid gesteld.

Hierna heeft de zorgaanbieder niets meer van de cliënt vernomen. De zorgaanbieder heeft hierdoor geen gelegenheid gekregen de klachtbehandeling conform de klachtenregeling af te ronden.

Daarnaast heeft de cliënt bij de indiening van zijn geschil een vordering voor een schadevergoeding van
€ 25.000, — ingediend die nog niet eerder aan de zorgaanbieder kenbaar is gemaakt en waarover de zorgaanbieder nog niet de mogelijkheid heeft gehad een oordeel te geven.

Beoordeling van het geschil

De zorgaanbieder heeft een beroep gedaan op niet-ontvankelijkheid van de cliënt, omdat hij de interne klachtenprocedure niet geheel heeft doorlopen.

Vanwege twijfel of de klachtencommissie de klacht wel kon behandelen, is de cliënt bij mail van 9 oktober 2024 in de gelegenheid gesteld zijn klacht nader te onderbouwen. Volgens de zorgaanbieder heeft de cliënt hierop niet gereageerd en heeft de zorgaanbieder daardoor geen gelegenheid gehad de klacht op te lossen.

In de betreffende mail van 9 oktober 2024 staat het volgende: “Als u na de inzage in uw dossier informatie kunt aandragen die uw klacht kan onderbouwen, dan stel ik het op prijs als u mij daarover wilt berichten”.

Naar het oordeel van de commissie heeft de klachtencommissie in deze mail onvoldoende concreet aangegeven wat van de cliënt werd verwacht. In de e-mail is niet geduid welke termijn de cliënt had voor het toelichten van zijn klacht en wat de eventuele consequenties of vervolgstappen zouden kunnen zijn.

Nu de commissie niet is gebleken dat de cliënt hierover op enige wijze is geïnformeerd, kan het niet geheel doorlopen van de interne klachtenprocedure niet aan de cliënt worden tegengeworpen. Het is immers de verantwoordelijkheid van de zorgaanbieder cliënten helder en concreet te wijzen op de interne klachtenprocedure en de daarin te volgen stappen.

Ten aanzien van de stelling van de zorgaanbieder dat de schadeclaim niet eerder bij de zorgaanbieder is ingediend, verwijst de commissie naar eerdere jurisprudentie zoals de uitspraak van de Geschillencommissie Ambulancezorg met referentienummer 591273/697604. Hieruit blijkt dat er geen goede reden is de geschilleninstantie niet als eerste instantie een uitspraak te laten doen over claims met betrekking tot geleden schade.

Op grond van het voorgaande is de cliënt ontvankelijk in zijn klacht.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De cliënt wordt in de klacht ontvankelijk verklaard. De commissie bepaalt dat de inhoudelijke behandeling van de klacht zal plaatsvinden op een nader aan de cliënt en de zorgaanbieder bekend te maken datum en tijdstip.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit mevrouw mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, de heer dr. A.B. Hooker, de heer mr. R.P. Gerzon, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. S.M.E. Balfoort, secretaris, op 19 mei 2025.