Commissie oordeelt dat 17-jarige cliënt zelf klacht mag indienen

De Geschillencommissie Zorg




Commissie: Klachtencommissie Onvrijwillige Zorg    Categorie: Ontvankelijkheid    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Tussen Advies   Uitkomst: ontvankelijk   Referentiecode: 1350728/1353341

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De klacht is ingediend door een 17-jarige jongen die woont in een zorginstelling. Hij klaagt onder meer over het ontbreken van volledige dossierinzage, het gebruik van fysieke dwang waarbij hij letsel aan zijn lip en tand opliep, een situatie waarin hij op zijn kamer werd opgesloten, de inzet van politie, onvoldoende uitleg en evaluatie van vrijheidsbeperkende maatregelen, en een gebrek aan betrokkenheid bij besluiten die invloed hebben op zijn vrijheid en rechtspositie. Daarnaast vraagt hij om een schadevergoeding voor de lichamelijke en emotionele gevolgen die hij naar eigen zeggen heeft ondervonden. De zorginstelling stelde dat eerst moest worden beoordeeld of de jongen zelf bevoegd was om deze klacht in te dienen, omdat hij minderjarig is en de klacht met hulp van zijn oom en tante was ingediend. De klachtencommissie oordeelde echter dat de jongen wilsbekwaam is om zelf een klacht in te dienen, omdat hij 17 jaar oud is, zelf contact heeft gezocht met de commissie en zelf betrokken was bij het indienen van de klacht. Daarom is de klacht ontvankelijk verklaard. De commissie heeft nog geen inhoudelijk oordeel gegeven over de klachten zelf, maar heeft besloten de verdere behandeling uit te stellen zodat de jongen zich tijdens een nieuwe zitting kan laten ondersteunen door een cliëntvertrouwenspersoon.

De volledige uitspraak

Inzake de klacht van

de heer [naam] , wonende te Tilburg
(hierna te noemen: de klager)

en

Amarant Groep, gevestigd te Tilburg
(hierna te noemen: de zorgaanbieder)

Onderwerp van het geschil

De vraag of de zorginstelling zorgvuldig heeft gehandeld bij de toepassing van vrijheidsbeperkende maatregelen, fysieke interventies, dossierinzage en besluitvorming rond de zorg van een 17-jarige cliënt, en of hij daardoor schade heeft geleden.
De procedure

De Klachtencommissie Onvrijwillige Zorg (hierna: de commissie) heeft kennisgenomen van de klacht en van de onderliggende stukken.

Het klachtschrift is op 27 juli 2026 door de oom en tante van de klager met zijn toestemming naar de commissie gestuurd ter behandeling.

De commissie heeft de zorgaanbieder de gelegenheid gegeven om schriftelijk op de klacht te reageren. De
commissie heeft het verweerschrift met stukken op 25 augustus 2026 ontvangen. Partijen hebben kennisgenomen van elkaars stukken.

De zitting ter bespreking van de ontvankelijkheid van de klager vond plaats op 1 september 2026. Partijen zijn hiervoor niet uitgenodigd.

Feiten en omstandigheden

De commissie gaat op grond van de schriftelijke stukken en uit van de volgende feiten.

De klager is bij indiening van de klacht, een jongen van 17 jaar. Op de klager is een Wzd-reikwijdteverklaring van toepassing. De klager verblijft bij de zorgaanbieder op een locatie in [plaatsnaam].

De klacht

De klacht van de klager ziet op de volgende onderdelen.

Dossierinzage
De klager heeft gedurende langere tijd verzocht om volledige dossierinzage, maar tot op heden is dit niet gerealiseerd. De zorgaanbieder heeft informatie over hem vastgelegd en gebruikt deze bij belangrijke beslissingen die hem rechtstreeks raakten, terwijl hij zelf geen volledig zicht heeft op die informatie.

De klager verzoekt de commissie te beoordelen of de zorgaanbieder zorgvuldig heeft gehandeld ten aanzien van dossierinzage, rapportagetoegang, informatievoorziening en transparantie rondom besluitvorming die betrekking had op zijn begeleiding, vrijheidsbeperkende maatregelen en rechtspositie.

Fysiek handelen met letsel tot gevolg
Tijdens een fysieke interventie door medewerkers is de klager op de grond terechtgekomen. Daarbij is meer fysieke kracht toegepast dan noodzakelijk was om de situatie onder controle te krijgen. De zorgaanbieder heeft onvoldoende gekeken naar minder ingrijpende mogelijkheden, onvoldoende ingezet op de-escalatie en onvoldoende rekening gehouden met de gevolgen.

Door het handelen tijdens die interventie heeft de klager letsel opgelopen aan zijn mond en gebit. De lip en voortand van de klager zijn beschadigd geraakt. Ook heeft het handelen mentale schade bij de klager opgeleverd.

De klager verzoekt de commissie te beoordelen of het toegepaste fysieke optreden voldeed aan de eisen van noodzakelijkheid, proportionaliteit, subsidiariteit en zorgvuldigheid die gelden bij vrijheidsbeperkende of fysiek ingrijpende interventies.

Afzondering/opsluiting
Op 18 maart 2026 is de klager bij aankomst op zijn kamer op “rood” gezet waarmee zijn deur op slot ging. De zorgaanbieder heeft geen uitleg verstrekt en ook was geen sprake van nabijheid. De klager raakte hierdoor in paniek en heeft toen een ruit ingeslagen.

De klager verzoekt de commissie te beoordelen of de opsluiting zorgvuldig, noodzakelijk en proportioneel is geweest en of de zorgaanbieder voldoende waarborgen heeft geboden tijdens deze ingrijpende situatie.

Onvoldoende de-escalatie en inzet politie
Diverse gebeurtenissen zijn door de zorgaanbieder niet benaderd vanuit rust, uitleg en de-escalatie, maar hebben juist geleid tot verdere escalatie. Zo is diverse keren politie ingezet, wat de spanning verder heeft opgevoerd en het gevoel van veiligheid en vertrouwen bij de klager heeft aangetast.

De klager verzoekt de commissie te beoordelen of de zorgaanbieder voldoende zorgvuldig heeft gehandeld bij het voorkomen van escalatie en bij de inzet van politie of andere ingrijpende maatregelen.

Evaluatie Wzd-reikwijdteverklaring en -maatregelen
Op de klager is een Wzd-reikwijdteverklaring van toepassing. Deze verklaring wordt door de zorgaanbieder onvoldoende met de klager geëvalueerd, terwijl de gevolgen daarvan diep ingrijpen in zijn dagelijks leven.

Bij de klager worden vrijheidsbeperkende maatregelen toegepast zonder dat hij steeds begrijpt waarom deze worden ingezet, hoe lang deze gelden en wat nodig is om deze te beëindigen. Ook ontbreekt een duidelijk afbouwperspectief. Dit hangt ook samen met de klacht over dossierinzage en transparantie.

De klager verzoekt de commissie te beoordelen of de zorgaanbieder voldoende heeft voldaan aan de vereisten van informatievoorziening, evaluatie, motivering en betrokkenheid van de klager rondom de Wzd-reikwijdteverklaring en vrijheidsbeperkende maatregelen.

Betrokkenheid besluitvorming
De zorgaanbieder heeft de klager onvoldoende betrokken bij besluitvorming over maatregelen die rechtstreeks gevolgen hadden voor zijn vrijheid, veiligheid en rechtspositie. Dit betreft een gebrek aan transparantie en uitleg door de zorgaanbieder en inspraak van de klager.

De klager verzoekt de commissie te beoordelen of de zorgaanbieder de klager hierbij voldoende heeft betrokken.

Verzoek tot schadevergoeding
Door het handelen van de zorgaanbieder heeft de klager fysieke en emotionele schade opgelopen. De lichamelijke schade betreft letsel aan lip en voortand. Volgens de klager is sprake van feitelijke gevolgschade, nu de voortand aan het afsterven zou zijn en daarvoor mogelijk tandheelkundige behandelingen nodig zijn.

Verder hebben de gebeurtenissen geleid tot gevoelens van paniek, spanning, machteloosheid, onveiligheid, frustratie en verlies van vertrouwen. De opsluiting op 18 maart 2026 heeft bij de klager gevoelens van paniek opgeroepen die samenhangen met eerdere traumatische ervaringen uit zijn jeugd. Ook de fysieke interventies, de inzet van politie, het ontbreken van dossierinzage en het gebrek aan duidelijke uitleg over maatregelen hebben emotionele gevolgen gehad.

De klager verzoekt de commissie dit verzoek tot schadevergoeding te beoordelen.

Het verweer

Ontvankelijkheid
Ten tijde van het indienen van de klacht was de klager 17,5 jaar en derhalve minderjarig. Zijn ouders oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag over hem uit en zijn daarmee zijn wettelijke vertegenwoordigers. Zij zijn gedurende het gehele traject de primaire gesprekspartners van de zorgaanbieder geweest bij besluitvorming, evaluaties en de toepassing van zorg.

De onderhavige klacht is niet door de ouders ingediend, maar door de oom en tante van de klager. Naar aanleiding van de ontvangst van de klacht hebben de ouders de zorgaanbieder laten weten dat zij niet betrokken zijn geweest bij het opstellen of indienen daarvan, dat dit buiten hun medeweten heeft plaatsgevonden en dat zij zich niet kunnen verenigen met het indienen van deze klacht.

De zorgaanbieder onderkent dat een klager van zestien jaar of ouder op grond van de Wzd (artikel 3, lid 1) in beginsel zelfstandig beslist over de aan hem verleende zorg en over de uitoefening van zijn rechten en plichten op grond van de Wzd, waaronder het klachtrecht van artikel 55 Wzd. Deze zelfstandige bevoegdheid is naar de systematiek van de Wzd echter niet onvoorwaardelijk: zij geldt voor zover de klager ter zake van de betreffende beslissing wilsbekwaam is. Is de klager op dat punt niet tot een redelijke waardering van zijn belangen in staat, dan komt de beslissingsbevoegdheid toe aan zijn wettelijk vertegenwoordiger.

De vraag die hier voorligt is dan ook niet of de klager in algemene zin een mening mocht hebben over zijn zorg maar specifiek of hij ter zake van déze rechtshandeling, te weten het machtigen van een derde om als zijn formele vertegenwoordiger in een juridische klachtprocedure op te treden, tot een redelijke waardering van zijn belangen in staat kon worden geacht. Het verlenen van een dergelijke volmacht (artikel 3:60 BW) is een zelfstandige rechtshandeling met aanzienlijke reikwijdte, die zich onderscheidt van beslissingen over de dagelijkse zorgverlening.

Uit het dossier van de klager blijkt dat bij hem een lichte verstandelijke beperking en een autismespectrumstoornis zijn vastgesteld, en dat herhaaldelijk is gerapporteerd dat hij onvoldoende overzicht heeft over de gevolgen van zijn eigen handelen. Tegen die achtergrond verzoekt de zorgaanbieder de commissie te beoordelen of de klager ter zake van het verlenen van deze specifieke machtiging aan zijn oom en tante als wilsbekwaam kon worden aangemerkt.

De zorgaanbieder stelt zich op het standpunt dat de klacht niet-ontvankelijk dient te worden verklaard indien de commissie tot het oordeel komt dat de oom en tante niet als rechtsgeldige vertegenwoordigers van de klager kunnen worden aangemerkt en de klacht evenmin als een door de klager zelf rechtsgeldig ingediende klacht kan worden beschouwd.

Overwegingen en conclusies

Ten aanzien van de ontvankelijkheid van de klager overweegt de commissie als volgt.

De klager is op het moment van het indienen van de klacht 17 jaar oud. De zorgaanbieder heeft in het verweerschrift terecht gewezen op artikel 3, tweede lid, Wzd, op grond waarvan een cliënt vanaf de leeftijd van 16 jaar zelfstandig beslissingen kan nemen over de zorgverlening en over de uitoefening van de rechten en plichten die uit de Wzd voortvloeien. Het in artikel 55 Wzd vastgelegde klachtrecht maakt hiervan onderdeel uit.

De commissie ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of de klager ten aanzien van het indienen van de klacht wilsbekwaam kan worden geacht. De commissie stelt vast dat de klager zelfstandig de weg naar de commissie heeft gevonden, de klacht zelf heeft ingediend en zelf telefonisch contact heeft onderhouden met het secretariaat van de commissie. Deze omstandigheden geven de commissie geen aanleiding om te twijfelen aan de wilsbekwaamheid van de klager ter zake van het indienen en voeren van de onderhavige klacht. De commissie acht de klager dan ook wilsbekwaam ter zake.

Naar aanleiding van het verweerschrift van de zorgaanbieder heeft de klager verzocht de behandeling van de klacht aan te houden. De klager heeft daarbij aangegeven zich in de klachtenprocedure te willen laten bijstaan door een cliëntvertrouwenspersoon. Deze cliëntvertrouwenspersoon is ten tijde van de geplande zitting echter nog met vakantie. De klager heeft verzocht om de behandeling van de klacht aan te houden, zodat hij bij een nieuwe zitting samen met zijn cliëntvertrouwenspersoon aanwezig kan zijn.

De commissie acht het van belang dat een cliënt in een klachtenprocedure op grond van de Wzd gebruik kan maken van advies en bijstand van een cliëntvertrouwenspersoon. Het kunnen ontvangen van deze ondersteuning draagt naar het oordeel van de commissie bij aan een effectieve uitoefening van het klachtrecht. De commissie acht het daarom wenselijk dat de klager bij de behandeling van zijn klacht door zijn cliëntvertrouwenspersoon kan worden bijgestaan.

Met inachtneming van het bovenstaande zal de commissie de klager dan ook ontvankelijk verklaren.

De commissie zal een nieuwe zitting plannen, waarvoor zowel de klager als de zorgaanbieder opnieuw zullen worden uitgenodigd.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:
– verklaart de klager ontvankelijk in zijn klacht;
– bepaalt dat de zaak wordt aangehouden en een nieuwe zitting zal worden gepland, waarvoor de zorgaanbieder en de klager met zijn cliëntvertrouwenspersoon zullen worden uitgenodigd.

Rechtsmiddel
Partijen kunnen, binnen zes weken na de dag waarop de commissie deze beslissing aan partijen heeft
medegedeeld (dat wil zeggen: binnen zes weken na de dag waarop partijen gemeld is dat zij deze beslissing kunnen downloaden van het netwerk van de KCOZ), een verzoekschrift indienen bij de rechter ter verkrijging van een beslissing over de klacht (zie artikel 56c Wet zorg en dwang).

Aldus beslist door de Klachtencommissie Onvrijwillige Zorg, bestaande uit de heer mr. A.R.O. Mooy, voorzitter, mevrouw drs. J.C. van Alfen, mevrouw M.A. van Hooff – Spiertz, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. S.M.E. Balfoort, secretaris, op 1 september 2026.

de heer mr. A.R.O. Mooy