Categorie: Niet-ontvankelijkheid

Juridisch kader: Wvggz, Wkkgz, BW

Als een klacht niet-ontvankelijk is, kan de commissie deze niet inhoudelijk behandelen. In deze analyse is terug te vinden wat de redenen zijn waarom de commissie de klacht niet kon behandelen.

Niet-ontvankelijkheid Geestelijke Gezondheidszorg

Wanneer er behandeling of opname plaatsvindt onder de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) (voorheen de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz), kan het zo zijn dat er een andere klachtenregeling van toepassing is. 

De per 1 januari 2020 in werking getreden Wvggz heeft namelijk een eigen klachtenregeling (hoofdstuk 10 Wvggz). De commissie is mogelijk onbevoegd wanneer de cliënt onder deze eigen klachtenregeling valt. Cliënten kunnen in beroep gaan bij de rechter als zij het niet eens zijn met de beslissing van de klachtencommissie onder de klachtenregeling Wvggz. 

Voorbeeld uitspraak 105617, Geschillencommissie Geestelijke Gezondheidszorg
In deze zaak ging het om een cliënt die gedwongen is opgenomen door de zorgaanbieder. Volgens de cliënt is zij slecht beoordeeld en had de zorgaanbieder haar niet gedwongen op mogen nemen. De commissie verklaart de cliënt echter niet ontvankelijk in haar geschil. De commissie verwijst in de eerste plaats naar de Wet Bopz. Op grond van artikel 41 van die wet heeft de onvrijwillig opgenomen cliënt het recht om te klagen over ingrijpende beslissingen die genomen worden op grond van de Wet Bopz. De klager is in haar klacht niet ontvankelijk, omdat de rechter de bezwaren tegen de gedwongen maatregelen moet beoordelen volgens de Wet Bopz. 

Vergelijkbare zaken 

Niet-ontvankelijkheid op basis van andere gronden

Vaststellingsovereenkomst
Een klacht kan tevens niet-ontvankelijk worden verklaard op basis van andere gronden. Zo kan het dat er een vaststellingsovereenkomst is vastgesteld tussen partijen. Het doel van zo’n overeenkomst is om het geschil definitief te beëindigen en om geschillen te voorkomen. 

Voorbeeld uitspraak 20190112, Geschillencommissie Huisartsenzorg
Klaagster verwijt verweerster dat de artsen die bij haar moeder op huisbezoek gingen onzorgvuldig hebben gehandeld, omdat zij haar moeder niet hebben doorgestuurd naar het ziekenhuis. De moeder van klaagster is drie dagen later overleden. Klaagster is daarom procedures gestart bij de klachtencommissie en het Regionale Tuchtcollege en het Centrale Tuchtcollege. Naar aanleiding van haar klacht hebben klaagster en haar advocaat afspraken gemaakt met de zorgaanbieder (vaststellingsovereenkomst). Klaagster heeft een schadevergoeding gekregen. Door het sluiten van deze vaststellingsovereenkomst zijn de geschillen over de zorgvuldigheid van het medisch handelen beëindigd (ex art. 7: 900 BW), Klaagster mag daarom niet nog een keer een geschil over hetzelfde indienen. Verweerster doet daarom terecht een beroep op de niet-ontvankelijkheid.

Vordering boven de 25.000 euro

Op basis van artikel 20 van de Wkkgz mag de Geschillencommissie een schadevergoeding toe kennen tot in ieder geval € 25.000,–. 

Gaat het om een hogere vergoeding dan € 25.000,-. dan moet de client uitdrukkelijk afzien van een hogere vergoeding. Als de cliënt dit niet wil, dan kan de commissie de klacht niet-ontvankelijk verklaren.

Voorbeeld uitspraak 2017/44, Geschillencommissie Huisartsenzorg
Verweerder heeft klager in 2013 niet verteld dat er sprake was van verhoogde PSA-waardes. Ook ging verweerder niet in gesprek en stelde verweerder geen verder onderzoek in. Klager zegt hierdoor meer dan € 25.000,00 schade te hebben geleden en vraagt om € 25.000,00 als voorschot op de schadevergoeding.
In totaal gaat het om een bedrag dat hoger is dan waarover de Geschillencommissie Huisartsenzorg uitspraak mag doen, zoals staat in artikel 20 van de Wkkgz. De gemachtigde van klager heeft niet aangegeven dat hij alsnog akkoord zou gaan met een maximale vergoeding van € 25.000,00, of dat de commissie alleen de klacht zou beoordelen. Daarom is de klacht niet-ontvankelijk verklaard.

Niet eerder kenbaar maken klacht

Een klacht zal eerst kenbaar moeten worden gemaakt bij de zorgverlener. Dit is een voorwaarde om de klacht te kunnen behandelen bij de Geschillencommissie. 

Voorbeeld uitspraak 20180001, Geschillencommissie Huisartsenzorg
Volgens klaagster maakte de triagiste van de huisartsenpost een onjuiste inschatting van de spoedeisendheid van de klachten. Volgens klaagster had de triagiste een ambulance naar de patiënt moeten sturen. Verweerster voerde aan dat dit onderdeel van de klacht geen deel uitmaakte van de klachtbehandeling door de huisartsenpost. Klaagster voerde dit onderdeel pas aan tijdens de procedure bij de geschillencommissie. Daarom moet volgens verweerster dit onderdeel van de klacht niet-ontvankelijk verklaard. De commissie stemt hier mee in.

Vergelijkbare zaak

Samenwerken aan kwaliteit

Ster

Alle telefoonlijnen vanaf maandag 5 oktober 2020 gesloten

De Geschillencommissie Zorg wil de veiligheid van haar medewerkers waarborgen door volledig thuis te werken. Hierdoor zijn wij tot nader bericht telefonisch niet bereikbaar.

Uiteraard kunt u altijd gebruik maken van het
contactformulier. Zo kunnen we al uw vragen toch beantwoorden. Lees hier verder over onze maatregelen.