Zorgaanbieder legt claim niet voor aan verzekering

De Geschillencommissie Zorg
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Ziekenhuizen    Categorie: Privacy    Jaartal: 2023
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 192168/202766

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Cliënt klaagt erover dat de jurist van de zorgaanbieder zonder toestemming kennis heeft genomen van zijn medisch dossier. Ook is de cliënt het niet eens met de beslissing van de jurist van de zorgaanbieder om de klacht niet voor te leggen aan de beroepsaansprakelijkheidsverzekering. De zorgaanbieder schrijft in het verweerschrift dat cliënt akkoord is gegaan met inzage door de juridisch medewerker. De commissie stelt vast dat cliënt de medewerker van de zorgaanbieder schriftelijk heeft gemachtigd om het dossier in te zien. Voor wat betreft het niet willen voorleggen van de klacht aan de verzekering het volgende. Het is aan de zorgaanbieder op welke wijze de claim afgehandeld wordt. De klachten zijn ongegrond.

De uitspraak

in het geschil tussen

[Naam], wonende te [woonplaats] (hierna te noemen: de cliënt)

en

Erasmus Universitair Medisch Centrum Rotterdam (Erasmus MC), gevestigd te Rotterdam
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).
gemachtigde: [naam]

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Ziekenhuizen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 22 mei 2023 te Utrecht.

Partijen zijn ter zitting verschenen en hebben hun standpunt toegelicht. De cliënt werd daarbij bijgestaan door zijn echtgenote. De zorgaanbieder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde, [naam].

Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft de wijze waarop de juridische afdeling van de zorgaanbieder zich over de klacht van de cliënt heeft gebogen. De cliënt verwijt de juriste van de afdeling dat zij zonder zijn toestemming kennis heeft genomen van zijn medisch dossier. Voorts verwijt de cliënt de juriste dat zij de mogelijkheden voor een financiële compensatie niet met hem heeft willen bespreken.

Standpunt van de cliënt
Op 23 augustus 2021 werd bij de cliënt darmkanker gediagnosticeerd. Na een traject van bestralingen en chemokuren was een operatieve verwijdering van een deel van de endeldarm (het rectum) noodzakelijk. De operatie heeft op 18 januari 2022 plaatsgevonden. Na de operatie bleek een ernstige complicatie te zijn opgetreden ten gevolge waarvan de cliënt impotent is geworden en niet meer zelfstandig kan plassen; hij moet zich daarvoor katheteriseren. De cliënt heeft zijn medisch dossier bij de zorgaanbieder opgevraagd. In het dossier is genoteerd dat de operatie ongecompliceerd is verlopen. Dit strookt echter niet met de werkelijkheid. De cliënt heeft een goed gesprek gevoerd met zijn behandelend oncoloog. De cliënt wil benadrukken dat hij de oncoloog geen verwijt wil maken. Omdat hij te maken heeft met de blijvende ernstige gevolgen van de in het ziekenhuis van de zorgaanbieder verrichte operatie is de cliënt wel van mening dat een financiële compensatie voor de door hem geleden en nog te lijden schade op zijn plaats is. In een brief van 17 mei 2022 heeft de cliënt de zorgaanbieder dan ook aansprakelijk gesteld voor de door hem geleden schade. De juridische afdeling van het ziekenhuis van de zorgaanbieder heeft zich vervolgens over de klacht gebogen. De juriste van deze afdeling heeft echter, zonder daartoe te zijn gemachtigd door de cliënt, kennis genomen van zijn medisch dossier. Daarbij heeft zij de klacht van de cliënt niet voor willen leggen aan de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar van de zorgaanbieder. De juriste heeft de cliënt te kennen gegeven dat er geen grond was om enige aansprakelijkheid te erkennen en dat de klacht niet zou worden overgedragen aan de verzekeraar. De cliënt is het niet eens met die houding en dat standpunt; ook zonder erkenning van aansprakelijkheid is het volgens de cliënt mogelijk een financiële compensatie toe te kennen. De juriste heeft dit echter op geen enkele wijze willen bespreken. De cliënt verlangt een oordeel van de commissie over de handelwijze van de juridische afdeling van de zorgaanbieder.

Standpunt van de zorgaanbieder
Bij brief van 17 mei 2022 heeft de cliënt de zorgaanbieder aansprakelijk gesteld voor de door hem geleden schade als gevolg van een chirurgische behandeling op 18 januari 2022. De cliënt werd hierop verzocht een medische machtiging te ondertekenen waarbij werd toegelicht dat de cliënt door ondertekening van de medische machtiging de behandelend artsen toestemming gaf om medische gegevens te verstrekken onder meer aan de medewerker van de juridische afdeling die de aansprakelijkstelling zou afhandelen. Op 31 mei 2022 heeft de cliënt de machtiging ondertekend.

Na onderzoek van de klacht heeft de gemachtigde (hierna te noemen: de juriste) de cliënt bericht dat de zorgaanbieder het standpunt inneemt dat er geen grond is om aansprakelijkheid te erkennen. Aan de cliënt werd de mogelijkheid geboden de gang van zaken nog eens door te spreken met de betrokken artsen. Aangezien de cliënt nog veel medisch inhoudelijke vragen had, heeft op 14 september 2022 een gesprek plaatsgevonden met de oncoloog. De cliënt heeft hierna te kennen gegeven een goed gesprek te hebben gehad maar toch een vergoeding voor zijn schade te willen ontvangen, eventueel zonder erkenning van aansprakelijkheid. De juriste heeft de cliënt laten weten dat daar geen aanleiding toe bestaat. Omdat de cliënt zich hier niet in kon vinden heeft de juriste, na akkoord van de cliënt, de klachtenfunctionaris gevraagd contact met de cliënt op te nemen om zijn klacht te bespreken.

De cliënt verwijt de juriste dat zij zonder zijn toestemming zijn medisch dossier heeft ingezien. In de door hem op 31 mei 2022 ondertekende machtiging heeft de cliënt zich echter akkoord verklaard met het verstrekken van inlichtingen en het verstekken van afschriften van zijn medisch dossier door zijn behandelend artsen aan de medewerkers van de zorgaanbieder die belast zijn met de afhandeling van de claim. Het is niet mogelijk een klacht te behandelen zonder inzage in het medisch dossier te hebben. Alleen op die manier kan immers worden ingezien welke behandelingen door wie zijn uitgevoerd en op welk moment.

Voorts verwijt de cliënt de zorgaanbieder dat de klacht niet is overgedragen aan de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar en de toekenning van een eventuele schadevergoeding niet bespreekbaar was. Het ziekenhuis van de zorgaanbieder is een groot academisch en zogeheten ‘zelfregelend’ ziekenhuis: onder bepaalde, met de verzekeraar overeengekomen voorwaarden, worden claims ‘in huis’ afgehandeld. Het toekennen van een eventuele schadevergoeding is wel degelijk met de cliënt besproken maar het ziekenhuis zag geen grond om hiertoe over te gaan vanwege het ontbreken van enige aansprakelijkheid. De zorgaanbieder stelt zich op het standpunt dat de afdeling juridische zaken correct en zorgvuldig is omgegaan met de aansprakelijkstelling van de cliënt en adequaat heeft gereageerd op zijn wens een gesprek aan te gaan over een mogelijke financiële compensatie.

Beoordeling van het geschil
Tijdens de toelichting ter zitting heeft de cliënt naar voren gebracht dat hij door de zorgaanbieder voor de chirurgische ingreep niet, althans niet voldoende duidelijk, is gewezen op de mogelijkheid van een ernstige complicatie zoals die bij hem na de operatie van 18 januari 2022 is opgetreden. De voorzitter houdt de cliënt voor dat de klacht die ter zitting zal worden behandeld beperkt is tot de klacht zoals die in het vragenformulier is opgenomen namelijk:
1. de juriste heeft zonder toestemming kennis genomen van het medisch dossier van de cliënt en
2. ten onrechte heeft de juriste de mogelijkheid van een financiële genoegdoening niet willen bespreken.

Over de medisch inhoudelijke kant van de zaak kan de commissie geen uitspraak doen nu die klacht niet aan de commissie is voorgelegd.

De juriste heeft zonder toestemming kennisgenomen van het medisch dossier van de cliënt. De commissie stelt vast dat de cliënt met het ondertekenen van de machtiging op 31 mei 2022 toestemming heeft verleend aan zijn behandelend artsen om inlichtingen en afschriften van zijn medisch dossier te verstrekken onder meer aan ‘de met de afwikkeling van de claim belaste medewerkers van Erasmus MC’. De cliënt heeft toegelicht dat hij in de veronderstelling verkeerde dat een medisch adviseur, een arts, zijn zaak zou bekijken en een advies zou verstrekken aan de juridische afdeling. De cliënt was onaangenaam verrast dat in de brief van de juriste van 18 augustus 2022 medische informatie over hem was opgenomen. Met het ondertekenen van de machtiging heeft de cliënt de juriste toestemming verleend om gegevens en data in zijn medisch dossier in te zien. In de brief van 18 augustus 2022 heeft de juriste de reactie en de zienswijze van de behandelend artsen op de klacht van de cliënt verwoord. Het benoemen van informatie uit het medisch dossier van de cliënt ten aanzien van zijn behandeling is daarbij toegestaan en onontkomelijk.

De commissie is dan ook van oordeel dat wat dit betreft geen sprake is van enig klachtwaardig of verwijtbaar handelen. De klacht is ongegrond.

Ten onrechte heeft de juriste de mogelijkheid van een financiële genoegdoening niet willen bespreken. De cliënt verwijt de juriste dat zij een mogelijke schadevergoeding, eventueel zonder erkenning van aansprakelijkheid, niet met hem heeft willen bespreken. Uit het dossier en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht is de commissie gebleken dat er meerdere gesprekken zijn gevoerd tussen de cliënt, zijn behandelend artsen en ook de juriste waarbij een financiële genoegdoening is besproken. (De juriste van) de zorgaanbieder heeft de cliënt gemotiveerd toegelicht waarom de zorgaanbieder een beroep op een eventuele coulanceregeling afwees. Het standpunt van de cliënt dat de zorgaanbieder gehouden was zijn klacht over te dragen aan zijn beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar getuigt van een onjuiste voorstelling van zaken. De zorgaanbieder is gerechtigd zelf klachten en claims af te handelen onder met zijn verzekeraar overeengekomen voorwaarden. Ook wat dit betreft is geen sprake van enig verwijtbaar of onzorgvuldig handelen. Deze klacht is eveneens ongegrond.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie verklaart de klacht van de cliënt ongegrond.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de zorgaanbieder aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit mevrouw mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, mevrouw dr. K.M.A.J. Tytgat en de heer mr. R.P. Gerzon, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. J.C. Quint, secretaris, op 22 mei 2023.