Zorgaanbieder gaf juiste dosering medicatie; klacht ongegrond verklaard

De Geschillencommissie Zorg
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Geestelijke Gezondheidszorg    Categorie: zorgverlening/ bejegening    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 250347/255793

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De cliënt verwijt de zorgaanbieder dat zij over een periode van 25 tot 30 jaar een te hoge dosering aan medicatie heeft voorgeschreven aan de cliënt. Naar het oordeel van de commissie is dit niet komen vast te staan. De zorgaanbieder heeft aangevoerd dat zij de dosering van de medicatie in samenspraak met de cliënt vaststelde op geleide van het ziektebeeld en dat deze dosering niet bijzonder hoog was. De commissie ziet geen aanleiding om hieraan te twijfelen. Dit geldt te meer nu de cliënt ook zelf heeft verklaard dat zijn medicatie meerdere keren op zijn verzoek is verhoogd dan wel verlaagd. Hieruit volgt dat de zorgaanbieder wel degelijk oog had voor hoe de cliënt de dosering van zijn medicatie ervaarde. De zorgaanbieder heeft dan ook ten aanzien van de behandeling van de cliënt gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend zorgaanbieder mag worden verwacht.

De uitspraak

In het geschil tussen

de heer [naam], wonende te [plaatsnaam] (hierna te noemen: de cliënt),

en

Stichting Yulius, gevestigd te Dordrecht
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Samenvatting
De cliënt verwijt de zorgaanbieder dat zij over een periode van 25 tot 30 jaar een te hoge dosering aan medicatie heeft voorgeschreven aan de cliënt. Naar het oordeel van de commissie is dit niet komen vast te staan. De zorgaanbieder heeft aangevoerd dat zij de dosering van de medicatie in samenspraak met de cliënt vaststelde op geleide van het ziektebeeld en dat deze dosering niet bijzonder hoog was. De commissie ziet geen aanleiding om hieraan te twijfelen. Dit geldt te meer nu de cliënt ook zelf heeft verklaard dat zijn medicatie meerdere keren op zijn verzoek is verhoogd dan wel verlaagd. Hieruit volgt dat de zorgaanbieder wel degelijk oog had voor hoe de cliënt de dosering van zijn medicatie ervaarde. De zorgaanbieder heeft dan ook ten aanzien van de behandeling van de cliënt gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend zorgaanbieder mag worden verwacht.

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Geestelijke Gezondheidszorg (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 19 april 2024 te Den Haag.

De cliënt heeft ter zitting in persoon zijn standpunt toegelicht. De cliënt werd vergezeld door mw. [naam], ambulant begeleider van [naam zorginstelling].

Ter zitting werd de zorgaanbieder vertegenwoordigd door mw. [naam], jurist, en mw. [naam], verpleegkundig specialist en de voormalig behandelaar van de cliënt.

Beoordeling

De klacht
De cliënt verzoekt de commissie om te bepalen dat de zorgaanbieder aan de cliënt een door de commissie te bepalen bedrag aan schadevergoeding dient te betalen voor het tekortschieten in de behandeling van de cliënt. Hij voert hiertoe, voor zover relevant, het volgende aan.

De cliënt is ongeveer 32 jaar bij de zorgaanbieder onder behandeling geweest en heeft deze periode ervaren als een last. De psychiaters en behandelaars van de zorgaanbieder hebben aan de cliënt jarenlang een te hoge dosis medicijnen gegeven. De cliënt heeft hierdoor 25 tot 30 jaar lang erg veel last gehad van bijwerkingen, zoals een gok-, drank- en rookverslaving. De psychiaters hebben tegen de cliënt verteld dat hij hiermee moet leren leven. Als gevolg van de bijwerkingen heeft de cliënt geen contact meer met familie en vrienden en heeft hij twee huizen en twee banen verloren. Daarnaast is hij half gehandicapt door de voorgeschreven medicatie.

De zorgaanbieder heeft in de periode 2000 tot 2017 niet goed gekeken of de cliënt hinder had van de voorgeschreven medicijnen. De cliënt functioneerde niet goed door alle bijwerkingen van de medicijnen, was eenzaam en voelde zich als een speelbal voor de wereld, omdat mensen met slechte bedoelingen alles met de cliënt konden doen wat ze wilden.

Aan de cliënt is op een gegeven moment 20 mg zyprexa voorgeschreven. Dit was een veel te hoge dosis, waardoor de cliënt ontoerekeningsvatbaar werd. In 2017 is de cliënt gestopt met het zien van een behandelaar, omdat hij op dat moment zijn medicatie afbouwde onder toezicht van een behandelaar van Indigo. Toen de cliënt zijn medicatie tot 0 mg had afgebouwd voelde hij dat hij in een heftigere periode kwam. De zorgaanbieder heeft de cliënt toen gebeld om een afspraak te maken met een psychiater. De psychiater heeft de cliënt vervolgens cisordinol voorgeschreven. Uiteindelijk zat de cliënt hierdoor weer op 20 mg cisordinol en wilde de psychiater de dosis cisordinol nog verder opbouwen. Op aandringen van de cliënt mocht hij van de behandelaar afbouwen met 2 mg per half jaar. Nu zit de cliënt op 8 mg cisordinol. Hij voelt zich een stuk beter en heeft minder last van bijwerkingen.

De reactie van de zorgaanbieder
De zorgaanbieder stelt zich op het standpunt dat zij, in goed overleg met de cliënt, de zorg aan de cliënt heeft verleend die nodig was. Zij voert hiertoe, voor zover relevant, het volgende aan.

De cliënt is al meer dan 25 jaar in behandeling bij de psychiatrie met een uitgebreide zorggeschiedenis. De cliënt is gediagnostiseerd met schizofrenie, paranoïde type, chronisch. Hij heeft een weerzin tegen medicatie en schrijft geen enkel positief effect aan de medicatie toe. De voorgeschreven anti psychotische medicatie is echter wel noodzakelijk voor het welzijn van de cliënt. Wanneer de cliënt deze medicatie op zijn verzoek afbouwt, belandt hij in een recidive paranoïde psychose met alle gevolgen van dien. Als hij de medicatie weer herstart, dan verbleekt de psychose grotendeels.

De door de cliënt genoemde doseringen zijn niet bijzonder hoog en zijn aan de cliënt gedoseerd op geleide van het ziektebeeld. De cliënt heeft gedurende zijn behandeling bij de zorgaanbieder geregeld contact gehad met zijn arts/psychiater. In deze gesprekken was er altijd ruimte en aandacht voor het bespreken van het doel, de effecten en de dosering van de medicatie van de cliënt. De dosering van de medicatie van de cliënt is daarom meerdere malen op verzoek van de cliënt verlaagd of verhoogd. Echter, bij een te lage dosering van de medicatie werd de cliënt steeds achterdochtiger over zijn medicatie. De cliënt heeft ook zelf bij de zorgaanbieder aangegeven dat de zorgaanbieder niet moet luisteren als hij zei dat hij te veel medicijnen kreeg.

De zorgaanbieder betwist dat de alcohol-, gok- en rookverslaving bijwerkingen zijn van de medicijnen van de cliënt.

Volgens de zorgaanbieder dient de commissie de klacht van de cliënt ongegrond te verklaren. De zorgaanbieder wijst de commissie daarbij op de uitspraak van de klachtencommissie van de zorgaanbieder, waarin de klacht van de cliënt (met dezelfde strekking als onderhavige klacht) ongegrond is verklaard.

De beoordeling van het geschil door de commissie
In geschil tussen partijen is of de zorgaanbieder tekortgeschoten is in de behandeling van de cliënt. De cliënt stelt zich op het standpunt dat de zorgaanbieder hem jarenlang medicatie met een te hoge dosering heeft voorgeschreven, waardoor de cliënt schade heeft geleden door de zware bijwerkingen van de medicatie. De zorgaanbieder betwist dit.

Voor de beoordeling van dit geschil dient de commissie de vraag te beantwoorden of de zorgaanbieder ten aanzien van de behandeling van de cliënt heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend zorgaanbieder mag worden verwacht.

De commissie stelt voorop dat zij begrijpt dat de cliënt de behandelperiode bij de zorgaanbieder als nadelig heeft ervaren. Dat de zorgaanbieder aan de cliënt over een periode van 25 tot 30 jaar een te hoge dosering aan medicatie heeft voorgeschreven, is echter niet komen vast te staan. De zorgaanbieder heeft aangevoerd dat zij de dosering van de medicatie in samenspraak met de cliënt vaststelde op geleide van het ziektebeeld en dat deze dosering niet bijzonder hoog was. De commissie ziet geen aanleiding om hieraan te twijfelen. Dit geldt te meer nu de cliënt ook zelf heeft verklaard dat zijn medicatie meerdere keren op zijn verzoek is verhoogd dan wel verlaagd. Hieruit volgt dat de zorgaanbieder wel degelijk oog had voor hoe de cliënt de dosering van zijn medicatie ervaarde. Voor de commissie is dan ook niet gebleken dat door de zorgaanbieder fouten zijn gemaakt in de zorgverlening aan de cliënt, die verwijtbaar zijn en een toerekenbare tekortkoming opleveren. Naar het oordeel van de commissie heeft de zorgaanbieder ten aanzien van de behandeling van de cliënt gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend zorgaanbieder mag worden verwacht.

De conclusie
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht van de cliënt ongegrond is. Het verzoek tot toewijzing van schadevergoeding zal dan ook worden afgewezen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie:
– verklaart de klacht van de cliënt ongegrond;
– wijst het verzoek van de cliënt af.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de zorgaanbieder aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Geestelijke Gezondheidszorg, bestaande uit de heer mr. H.A. van Gameren, voorzitter, de heer drs. T. Knap, de heer mr. P.C. de Klerk, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. R.H.W. Theuns – van Waasdijk, secretaris, op 19 april 2024.