Zorgaanbieder erkent nalatigheid rond maagoperatie, maar geen schadevergoeding voor cliënte

De Geschillencommissie Zorg
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Zelfstandige Klinieken    Categorie: Zorgvuldigheid    Jaartal: 2020
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 29511/33392

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De cliënte heeft een maagoperatie bij de zorgaanbieder ondergaan. De communicatie voorafgaand de operatie verliep volgens de cliënte erg stroef en rommelig. Ook na de operatie heeft zij geen instructies gekregen wat betreft de voeding en medicatie. De cliënte stelt de zorgaanbieder aansprakelijk voor het nalatig handelen en wil een compensatie van €900,-. De zorgaanbieder erkent de klachten van de cliënte en heeft haar hiervoor excuses aangeboden inclusief een kleine compensatie in de vorm van een bos bloemen en een cadeaubon van €100,-. De zorgaanbieder vindt dat de cliënte geen schade heeft geleden en ziet geen mogelijkheden om de cliënte nog verder tegemoet te komen. De commissie oordeelt dat de cliënte geen redelijk belang meer heeft bij een uitspraak, nu de zorgaanbieder heeft erkend dat zij tekort is geschoten in het nakomen van de behandelingsovereenkomst. Volgens de commissie is er voor het vergoeden van de schade geen juridische grond. De commissie gaat ervan uit dat de zorgaanbieder wel haar aanbod van een cadeaubon en een bos bloemen nakomt.

Volledige uitspraak

In het geschil tussen
[Naam cliënt], wonende te [woonplaats]

en

Nederlandse Obesitas Kliniek West B.V., gevestigd te Huis Ter Heide, Utrecht (hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Zelfstandige Klinieken (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennis genomen van de overgelegde stukken.
De cliënte heeft de volgende stukken overgelegd: Het vragenformulier d.d. 29 april 2020; aanvulling op haar klacht d.d. 8 april 2020; emailwisseling met zorgaanbieder; antwoord op haar klacht van de zorgaanbieder d.d. 19 maart 2020; klachtformulier NOK d.d. 23 januari 2020; aanvulling schadeclaim d.d. 25 mei 2020.
De zorgaanbieder heeft het volgende stuk overgelegd: het verweerschrift d.d. 11 juni 2020.

Bij brief van 26 mei 2020 heeft het bureau van de commissie aan beide partijen bericht dat de commissie de behandeling van het geschil zal afdoen zonder mondelinge behandeling. De commissie heeft daartoe de bevoegdheid conform haar reglement. Alhoewel daartoe wel in de gelegenheid gesteld, hebben partijen niet aangegeven prijs te stellen op een mondelinge behandeling. Om die reden zijn partijen bij brief van 27 oktober 2020 geïnformeerd over de datum waarop de commissie zal beslissen over het geschil.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 19 november 2020.

Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft de kwaliteit van de zorg rond de operatie van cliënte.

Standpunt van de cliënte
Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 4 november 2019 heeft cliënte een Single Anastomosis Duodeno Ileal-bypasss (verder SADI) operatie ondergaan. Het contact met de zorgaanbieder voorafgaand aan deze operatie verliep rommelig en stroef. Zij heeft vooraf geen informatiemap ontvangen en was niet op de hoogte van het feit dat zij voor de operatie een maagfoto moest laten maken en een afspraak met de anesthesist moest maken. Toen cliënte op een gegeven moment aangaf dat zij vanwege haar werk graag geopereerd wilde worden in oktober/ november, kreeg zij een kortaf en geïrriteerde reactie aangezien men op september had gerekend. Ook na de operatie heeft cliënte van de zorgaanbieder geen instructies gekregen over de voeding en zij heeft na ontslag uit het ziekenhuis geen recept voor medicatie meegekregen.

Drie weken na de operatie bleek bij de controle-afspraak bij de arts dat een aantal zaken niet goed is gegaan met betrekking tot de medicatie:
1) Cliënte had gedurende de eerste drie weken na de operatie maagbeschermers moeten innemen maar heeft hier geen recept voor gekregen;
2) Gedurende de eerste drie weken na de operatie heeft zij geen recept gekregen voor medicijnen om galstenen te helpen voorkomen terwijl ze deze wel had moeten slikken;
3) Ook is niet gecontroleerd of de dosering van haar huidige medicatie tegen hoge bloeddruk nog verantwoord was na de operatie. De dosis hydrochloortiazide die zij tot dan toe innam bleek achteraf te hoog te zijn.
4) Pas bij de controle-afspraak van de diëtiste kreeg zij uitgebreide voedingsrichtlijnen.

Cliënte heeft de zorgaanbieder voorgesteld om haar vanwege deze nalatigheden te compenseren met een bedrag van € 900,–. De zorgaanbieder heeft haar alleen een cadeaubon van € 100,– en een bos bloemen toegezegd.

Cliënte is ontevreden over deze voorgestelde tegemoetkoming die niet in verhouding staat tot wat er is misgegaan. De cliënte verzoekt de commissie de zorgaanbieder te veroordelen tot een door de commissie te bepalen financiële genoegdoening.

Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De zorgaanbieder erkent de klachten van cliënte en heeft haar hiervoor op 19 maart 2020 excuses aangeboden inclusief een kleine genoegdoening in de vorm van een bos bloemen en een cadeaubon.

De zorgaanbieder betwist dat de cliënte schade heeft ondervonden als gevolg van haar werkwijze. Daarnaast valt de behandeling onder de verzekerde zorg. Cliënte heeft slechts haar eigen risico aan de verzekeringsmaatschappij moeten vergoeden.
De zorgaanbieder betreurt het dat cliënte niet tevreden is. Zij ziet echter geen mogelijkheden om cliënte nog verder tegemoet te komen.

De zorgaanbieder verzoekt de commissie de klacht af te wijzen.

Beoordeling van het geschil
Naar aanleiding het door partijen over en weer gestelde overweegt de commissie het volgende.
De cliënte heeft de zorgaanbieder aansprakelijk gesteld voor het nalatig handelen van de zorgaanbieder en de commissie verzocht om de zorgaanbieder te veroordelen tot een door de commissie te bepalen schadevergoeding.

Vooropgesteld wordt dat voor aansprakelijkheid van de zorgaanbieder vereist is dat voldoende aannemelijk wordt dat de zorgaanbieder tekort is geschoten in het nakomen van de behandelingsovereenkomst. De aanwezigheid van een fout of nalaten is een vereiste voor aansprakelijkheid van de zorgaanbieder. De tekortkoming moet aan de zorgaanbieder kunnen worden verweten en de cliënt moet door deze tekortkoming schade zijn toegebracht.

De commissie heeft op basis van de stukken vastgesteld dat de zorgaanbieder alle klachten van de cliënte heeft erkend.
Cliënte heeft naar het oordeel van de commissie dan ook geen redelijk belang meer bij een uitspraak van de commissie over de handelwijze van de zorgaanbieder nu met het erkennen van de klachten de zorgaanbieder heeft erkend dat zij tekort is geschoten in het nakomen van de behandelingsovereenkomst.

De commissie overweegt dat er voor het vergoeden van de schade geen juridische grond bestaat. Hoewel zij begrijpt dat cliënte ongemak heeft ondervonden van het proces rond de operatie, te weten onvoldoende instructies en het ontbreken van medicatierecepten, en de angst achteraf dat het niet innemen van maagbeschermers en galsteenmedicatie had kunnen leiden tot complicaties. Cliënte heeft echter niet kunnen onderbouwen dat zij, anders dan zoals hiervoor overwogen, aan de operatie materiële schade heeft geleden.

Nu materiële schade als gevolg van het handelen van de zorgaanbieder niet is komen vast te staan, is de betreffende vordering van cliënte niet toewijsbaar.

De commissie gaat ervan uit dat de zorgaanbieder wel haar aanbod van een cadeaubon en een bos bloemen gestand doet.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie wijst de vordering tot schadevergoeding af.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de zorgaanbieder aan de commissie behandelingskosten verschuldigd

Aldus beslist door de Geschillencommissie Zelfstandige Klinieken, bestaande uit mevrouw mr. P.W.M. de Wolf MSM, voorzitter, de heer dr. J.F.A. van der Werff, de heer J. Zomerplaag, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. W. Hartong van Ark, secretaris, op 19 november 2020.