Zorgaanbieder deelt onterecht informatie met andere zorginstelling; cliënt krijgt schadevergoeding van € 400,–

  • Home >>
  • Ziekenhuizen >>
De Geschillencommissie Zorg
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Ziekenhuizen    Categorie: onzorgvuldigheid/ schadevergoeding    Jaartal: 2023
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: ten dele gegrond   Referentiecode: 213230/227156

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De klacht van klaagster ziet op het zonder toestemming en kennisgeving delen van medische gegevens en op het onzorgvuldig handelen ten aanzien van het verstrekken van moedermelk van klaagster aan een ander kind en het verdwenen zijn van moedermelk. Klaagster vordert een schadevergoeding. De zorgaanbieder stelt dat klaagster ten aanzien van de schadevergoeding niet-ontvankelijk is, omdat de zorgaanbieder nog niet voldoende de gelegenheid heeft gehad hierop zelf te reageren. Voor wat betreft het delen van informatie en de incidenten met de moedermelk heeft de zorgaanbieder excuses gemaakt en hebben de betrokkenen beschreven welke acties er naar aanleiding van het delen van gegevens en de incidenten met de moedermelk zijn ondernomen om herhaling in de toekomst te voorkomen. De commissie is van oordeel dat klaagster ontvankelijk is ook ten aanzien van de schadevergoeding en de klacht ten aanzien van het verstrekken van gegevens gegrond is. De klacht ten aanzien van de moedermelkincidenten is ongegrond. De commissie kent toe een schadevergoeding van € 400,–, overeenkomend met de uit coulance door de zorgaanbieder aangeboden vergoeding.

De uitspraak

In het geschil tussen

mevrouw [naam], wonende te [plaatsnaam] (hierna te noemen: de cliënt)

en

Universitair Medisch Centrum Utrecht, gevestigd te Utrecht
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Ziekenhuizen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De cliënt heeft de klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder. De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen.

Ter zitting werd de zorgaanbieder vertegenwoordigd door mevrouw [naam], jurist, mevrouw [naam], kinderarts, mevrouw [naam], hoofd kinderafdeling en de heer [naam], gynaecoloog.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 6 december 2023 te Utrecht.

De commissie heeft het volgende overwogen.

Beoordeling
Ten aanzien van het delen van gegevens
Op grond van artikel 7:457 van het Burgerlijk Wetboek moet de hulpverlener ervoor zorgdragen dat aan anderen dan de patiënt geen informatie over de patiënt wordt verstrekt zonder diens toestemming.
De geheimhouding beoogt niet alleen de belangen van de patiënt te beschermen, maar ook het algemeen, maatschappelijk belang van de toegankelijkheid van de zorg. Dat wil zeggen: eenieder moet zich vrij voelen om zich tot hulpverleners te wenden zonder ervoor beducht te hoeven zijn dat zijn of haar gegevens, die hij/zij in vertrouwen verstrekt, met derden worden gedeeld. Op het beroepsgeheim kan slechts inbreuk worden gemaakt als de patiënt daartoe zijn toestemming heeft gegeven dan wel als er voldoende concrete aanwijzingen bestaan dat door het beroep van de hulpverlener op het beroepsgeheim een ander zwaarwegend belang zou kunnen worden geschaad.

Onweersproken staat vast dat de zorgaanbieder zonder toestemming van klaagster en zonder haar daarvan in kennis te stellen informatie heeft gedeeld met andere zorginstellingen. Deze fout is door de zorgaanbieder erkend en hiervoor zijn excuses gemaakt. Ter zitting heeft klaagster aangevoerd dat hiermee de klacht niet is opgelost, omdat de ten onrechte gedeelde informatie nog steeds in het bezit is van de instellingen aan wie dit is verstuurd. De zorgaanbieder heeft aangevoerd dat het aan klaagster is een verzoek tot verwijdering van de gegevens te doen bij de betreffende instellingen en het juridisch niet zuiver is als de zorgaanbieder dit verzoek zou doen. Klaagster stelt dat dit niet van haar verwacht kan worden, het is immers niet haar fout dat deze informatie is gedeeld. De commissie is van oordeel dat de zorgaanbieder zich meer dient in te spannen om de gemaakte fout ongedaan te maken dan thans is gedaan. Van klaagster kan niet verwacht worden dat zij zelf actie onderneemt om de fout van de zorgaanbieder te herstellen. Er bestaat geen enkel bezwaar tegen dat de zorgaanbieder de instanties die over de informatie beschikken, verzoekt deze informatie te verwijderen. Het is aan deze instanties hoe dit verzoek verder wordt opgepakt. De commissie oordeelt dit klachtonderdeel gegrond en draagt de zorgaanbieder op zelf een verzoek te doen aan de betreffende instanties de ten onrechte gedeelde informatie te verwijderen.

Ten aanzien van de incidenten met de moedermelk
De zorgaanbieder heeft erkend dat er fouten zijn gemaakt en heeft hiervoor excuses aangeboden.
Daarnaast hebben de betrokkene medewerkers beschreven welke acties er naar aanleiding van de incidenten met de moedermelk zijn ondernomen om herhaling in de toekomst te voorkomen.
De commissie is van oordeel dat de zorgaanbieder hiermee voldoende aan de klacht is tegemoetgekomen en acht de klacht daardoor ongegrond.

Schadevergoeding
Klaagster heeft de commissie verzocht een schadevergoeding aan haar toe te kennen voor geleden materiële en immateriële schade van € 3.114,84. De zorgaanbieder heeft primair aangevoerd dat klaagster niet-ontvankelijk is in haar verzoek tot schadevergoeding, omdat zij haar claim pas bij de zorgaanbieder heeft ingediend nadat de klacht bij de commissie is ingediend. De zorgaanbieder is hierdoor niet de gelegenheid geboden binnen de wettelijke termijn een reactie op de geëiste schadevergoeding te geven. De zorgaanbieder stelt dat klaagster daarom het geschil over de schadevergoeding nog niet aan de commissie kan voorleggen. Wat daar ook van zij, nu de zaken niet goed verlopen zijn gedurende de behandeling bij de zorgaanbieder acht de zorgaanbieder een schadevergoeding van € 400,–, op zijn plaats.

De commissie is van oordeel dat klaagster ontvankelijk is in haar verzoek tot schadevergoeding. Reeds bij het indienen van de klacht bij de zorgaanbieder op 13 maart 2023 heeft klaagster gemeld aanspraak te maken op een schadevergoeding. Hierover is in augustus 2023 uitvoerig gecorrespondeerd tussen partijen, maar hebben zij daarover geen overeenstemming bereikt en zijn zij overeengekomen de zaak verder bij de commissie voort te zetten Waarom de zorgaanbieder nu aangeeft niet voldoende in de gelegenheid te zijn gesteld de schadeclaim zelf te behandelen, ontgaat de commissie. De commissie acht een vergoeding van € 400,–, zoals ook door de zorgaanbieder aangeboden, redelijk en billijk.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie:

– verklaart klaagster in haar klacht ontvankelijk;
– verklaart de klacht gegrond voor wat betreft het zonder toestemming verstrekken van medische gegevens en draagt de zorgaanbieder op de betreffende instanties te verzoeken de gegevens te verwijderen;
– verklaart de klacht ten aanzien van de incidenten rond de moedermelk ongegrond, nu dit reeds door de zorgaanbieder is erkend en hiervoor excuses zijn aangeboden;
– wijst toe een schadevergoeding van € 400,–
– bepaalt dat de zorgaanbieder aan klaagster vergoedt het door haar betaalde klachtengeld van €52,50;
– bepaalt dat de hierboven genoemde bedragen aan klaagster dienen te worden overgemaakt binnen twee weken na ontvangst van dit bindend advies.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de zorgaanbieder aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit mevrouw mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, de heer drs. G.J. van der Burg, de heer J. Donga, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. M. Gardenier, secretaris, op 6 december 2023.