Wond is niet met zijde gehecht, cliënt vroeg daar vooraf wel om. Ziekenhuis erkende deze fout al in klachtenprocedure. Ziekenhuis zocht zorgvuldig naar effectieve alternatieve antibiotica. Het is gebruikelijk dat assistenten in opleiding de chirurg helpen. Klacht niet-ontvankelijk en ongegrond.

De Geschillencommissie Zorg
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Ziekenhuizen    Categorie: (On)zorgvuldigheid    Jaartal: 2017
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 109457

De uitspraak:

In het geschil tussen

[Cliënte], wonende te [plaats] en Academisch Ziekenhuis Erasmus MC, gevestigd te Rotterdam

Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij wege van bindend advies door de Geschillencommissie Ziekenhuizen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

Het geschil is ter zitting behandeld op 2 oktober 2017 te Rotterdam.

Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen.

Partijen hebben ter zitting hun standpunt toegelicht. De cliënte was ter zitting vergezeld door [naam] en [naam]. Het ziekenhuis werd ter zitting vertegenwoordigd door [behandelend arts], [secretaris van de klachtencommissie] en [naam].

De cliënte heeft ter zitting gebruik gemaakt van schriftelijke aantekeningen. Zij heeft een kopie hiervan overgelegd en deze zijn aan het dossier toegevoegd.

Onderwerp van het geschil

Het geschil heeft betrekking op de handelwijze van het ziekenhuis bij de behandeling van de cliënte op de afdeling Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie en bij de klachtbehandeling door de afdeling Klachtopvang.

Standpunt van de cliënte

In de kern komt het standpunt van de cliënte – kort samengevat – op het volgende neer.

De cliënte heeft aanvankelijk drie klachten ingediend. De eerste klacht ziet op de informatieverstrekking over de behandeling en afhandeling van de klachten bij de gevolgde interne klachtenbehandeling van het ziekenhuis. De eerste klacht is door de cliënte ter zitting ingetrokken en zal niet verder worden besproken.

De tweede klacht is gericht tegen het handelen van de behandelend kaakchirurg, [naam]. In de klacht zijn drie onderdelen te onderscheiden. Ten eerste is volgens de cliënte haar wond na de bilaterale sagitale splijtingsosteotomie (BSSO) gehecht met vicryl, terwijl zij van tevoren heeft verklaard uitsluitend te willen worden gehecht met zijde in verband met allergie, zowel aan [behandelend arts] als op het vragenformulier voor de anesthesie. Ten tweede is bij cliënte meerdere keren onjuiste antibiotica voorgeschreven, terwijl zij van tevoren heeft laten weten allergisch te zijn voor deze typen antibiotica. Ten derde is de BSSO niet uitgevoerd door [behandelend arts], terwijl de cliënte dit wel met hem heeft afgesproken. Zij heeft hem te kennen gegeven dat zij specifiek door hem geopereerd wenste te worden.

De derde klacht is gericht tegen de wijze waarop het ziekenhuis verslag heeft gelegd van de behandeling van de cliënte en het (niet) verstrekken van door de cliënte opgevraagde stukken.

De cliënte heeft desgevraagd niet kunnen zeggen op welke wijze zij denkt dat het geschil kan worden opgelost. Een schadevergoeding zou haar kunnen helpen, maar zij weet nog niet hoe groot de schade is.

Standpunt van het ziekenhuis

In de kern komt het standpunt van het ziekenhuis – kort samengevat – op het volgende neer.

Het ziekenhuis stelt omtrent de tweede klacht het volgende. Volgens [behandelend arts] heeft de cliënte hem erop gewezen dat er sprake was van een allergie voor hechtmateriaal, maar heeft zij aan hem persoonlijk niet te kennen gegeven dat zij wilde dat er alleen gebruik zou worden gemaakt van zijde. Door het ziekenhuis is erkend dat de cliënte voorafgaand aan de ingreep op het vragenformulier voor de anesthesie te kennen heeft gegeven alleen met zijde gehecht te willen worden. Deze klacht is gegrond verklaard in de interne procedure en het ziekenhuis heeft hier lering uit getrokken. Het is juist dat de cliënte te kennen heeft gegeven allergisch te zijn voor antibiotica, te weten amoxiline peniciline. Dit middel is niet gebruikt. De cliënte bleek tevens overgevoelig te zijn voor andere antibiotica, zoals clyndamicine, die wel zijn gebruikt. Uiteindelijk is gebruik gemaakt van het middel erythromycine, dat ook door de huistandarts van de cliënte bij haar wordt gebruikt. Door medewerkers van het ziekenhuis is niet de huistandarts geraadpleegd. Bij het zoeken naar een effectief antibioticum zonder overgevoeligheidsreactie is de gebruikelijke procedure zorgvuldig gevolgd en is telkens de microbioloog geconsulteerd. Het ziekenhuis betwist dat [behandelend arts] de BSSO niet zou hebben uitgevoerd; hij heeft de operatie zelf uitgevoerd en geleid. Dat er twee assistenten in opleiding onder zijn supervisie en eindverantwoordelijkheid operatiehandelingen hebben verricht, neemt het voorgaande niet weg.

Het ziekenhuis verzoekt de cliënt in de derde klacht niet-ontvankelijk te verklaren, nu deze klacht niet is voorgelegd aan het ziekenhuis conform de interne klachtregeling.

Beoordeling van het geschil

Naar aanleiding van het door partijen over en weer gestelde overweegt de commissie het volgende.

Of de cliënte aan de behandelaar heeft meegedeeld dat zij wilde dat de wond alleen met zijde zou worden gehecht, zoals zij stelt en de behandelaar ontkent, kan in het midden blijven. Het staat immers vast dat de cliënte dit duidelijk en onmiskenbaar naar voren heeft gebracht op het vragenformulier anesthesie. Deze wens van de cliënte heeft het ziekenhuis bij de behandeling niet zonder meer mogen negeren en dat is wel gebeurd. Daarom is de klacht in zoverre gegrond, hetgeen overigens ook het ziekenhuis al heeft geconcludeerd. Voor het overige is niet gesteld of gebleken dat enig causaal verband bestaat tussen het hechten met ander materiaal en de opgetreden complicaties en pijnklachten na de ingreep.

Voor wat betreft de behandeling met antibiotica geldt dat niet is gebleken van onzorgvuldig handelen door het ziekenhuis. Op het ziekenhuis rustte niet de verplichting om bij de huistandarts na te gaan welk antibioticum hij gebruikte bij de cliënte, om dit vervolgens zelf bij de behandeling te gebruiken. Het ziekenhuis heeft niet het middel gebruikt waarvan de cliënte had laten weten dat zij daar allergisch voor was. Dat er ook sprake zou zijn van overgevoeligheid voor andere soorten antibiotica, hoefde het ziekenhuis niet te verwachten. Bij het zoeken naar effectieve alternatieven is het ziekenhuis niet onzorgvuldig te werk gegaan, zo is onder meer een microbioloog geconsulteerd. In zoverre is de klacht ongegrond. Overigens is ook in dit opzicht niet gesteld of gebleken dat enig causaal verband bestaat tussen het gebruik van de antibiotica waarvoor de cliënte overgevoelig bleek te zijn en de opgetreden complicaties en pijnklachten na de ingreep.

De commissie volgt niet het standpunt van de cliënte dat de BSSO niet door [behandelend arts] zou zijn verricht. Hetgeen door [behandelend arts] ter zitting hierover naar voren is gebracht, brengt mee dat dit niet aannemelijk is geworden. Hij heeft immers onweersproken gesteld dat hij steriel aan de operatietafel stond, dat hij zelf operatiehandelingen heeft verricht en dat de gehele operatie onder zijn eindverantwoordelijkheid is verricht. Dat er tevens operatiehandelingen zijn verricht door assistenten in opleiding, is zeer gebruikelijk in een academisch ziekenhuis. Dit is een feit van algemene bekendheid. Dit maakt niet dat sprake zou zijn van onzorgvuldig handelen aan de zijde van [behandelend arts] of het ziekenhuis. Dat de cliënte mogelijk een engere betekenis hechtte aan het zelf verrichten van de operatie hoefde hij of het ziekenhuis niet zonder meer te verwachten. Voor zover de klacht hierop betrekking heeft, is deze ongegrond. Overigens is opnieuw niet gesteld of gebleken dat enig causaal verband bestaat tussen het verrichten van operatieve handelingen door assistenten en de opgetreden complicaties en pijnklachten na de ingreep.

Voor wat betreft de derde klacht geldt het volgende. Volgens artikel 6, eerste lid, onder aanhef en onder a, van het reglement van de commissie dient de commissie een cliënt niet-ontvankelijk te verklaren op verzoek van de zorginstelling – gedaan bij eerste gelegenheid – indien de cliënt zijn klacht niet eerst volgens de wet bij de zorgaanbieder heeft ingediend. Hierop gelden twee uitzonderingen, namelijk indien van de cliënt in redelijkheid niet kan worden verlangd dat hij onder de gegeven omstandigheden zijn klacht eerst bij de zorgaanbieder indient en indien de cliënt ter zake van de niet naleving ervan redelijkerwijs geen verwijt treft. In dit geval heeft de zorginstelling bij de eerste gelegenheid een beroep gedaan op de niet-ontvankelijkheid vanwege te late indiening. Niet gesteld of gebleken is dat van de cliënte in redelijkheid niet kan worden verlangd dat zij haar klachten eerst bij de zorgaanbieder indient. Eveneens is niet gebleken dat de cliënte ter zake hiervan geen verwijt treft. Het voorgaande brengt mee dat de cliënte in deze klacht niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

Beslissing

De commissie:

verklaart de cliënte niet-ontvankelijk in haar klacht voor zover deze is gericht tegen de wijze waarop het ziekenhuis verslag heeft gelegd van de behandeling van de cliënte en het (niet) verstrekken van door de cliënte opgevraagde stukken;

verklaart de klacht gegrond voor zover de klacht betrekking heeft op het niet hechten van de wond met zijde;

verklaart de klacht voor het overige ongegrond.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen op 13 november 2017.