Voor het inwendig onderzoek van de plasbuis en de blaas heeft de arts conform die richtlijnen op de buitenkant van de cystoscoop glijmiddel met een verdoving aangebracht. De cliënt was daarover geïnformeerd. Dat er ook een andere werkwijze mogelijk is, maakt de werkwijze niet onzorgvuldig

De Geschillencommissie Zorg
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Ziekenhuizen    Categorie: (On)zorgvuldigheid    Jaartal: 2018
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 115249

De uitspraak:

In het geschil tussen

[Cliënt], wonende te [plaats], gemeente [naam], en Medisch Centrum Leeuwarden B.V., gevestigd te Leeuwarden, (verder te noemen: het ziekenhuis),

Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij wege van bindend advies door de Geschillencommissie Ziekenhuizen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten. Het geschil is zonder partijen ter zitting behandeld op 6 juni 2018 te ’s-Gravenhage omdat partijen te kennen hebben gegeven geen prijs te stellen op een mondelinge behandeling. De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.
Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de gang van zaken rond het inwendig onderzoek van de plasbuis en de blaas (cystoscopie) van de cliënt.

Standpunt van klager

Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt van de cliënt op het volgende neer.

De cliënt stelt zich op het standpunt dat het ziekenhuis opzettelijk heeft nagelaten een verdovende gelei in te brengen alvorens de cystoscopie te starten. Cliënt stelt het ziekenhuis dan ook aansprakelijk voor het kwaadwillig handelen in strijd met artikel 7:453 Burgerlijk Wetboek. Doordat geen verdovende gelei was ingebracht, had cliënt een verschrikkelijke pijn bij het inbrengen en verder duwen van de cystoscoop in zijn geslachtsorgaan. Volgens de cliënt kan en mag een inwendig onderzoek van de geslachtsorganen bij mannen helemaal niet zonder verdoving worden uitgevoerd. Het opzettelijk nalaten van het inbrengen van een verdovende gelei bij een inwendig onderzoek om een patiënt opzettelijk pijn te doen, impliceert volgens cliënt een onrechtmatige daad van het ziekenhuis.
De cliënt stelt het ziekenhuis aansprakelijk op grond van artikel 6:162 BW en wenst een vergoeding van de immateriële schade op grond van artikel 6:106 lid 1 aanhef en onder a en b BW.
Cliënt verlangt een schadevergoeding van € 5.000,–.

Standpunt van het ziekenhuis

Voor het standpunt van het ziekenhuis verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt van het ziekenhuis op het volgende neer.

Het ziekenhuis stelt dat de cystoscopie volgens de richtlijnen en het protocol van het ziekenhuis is uitgevoerd, althans is geprobeerd uit te voeren. De verdovende gelei wordt niet in de plasbuis ingebracht, maar op de cystoscoop aangebracht, in die zin dat aan de buitenkant van de cystoscoop glijmiddel wordt aangebracht met verdoving er in. Uiteindelijk is er in het geheel geen onderzoek geweest, omdat er geen medewerking van de cliënt was. De cystoscoop is misschien 1 tot 2 cm maximaal in de uretha geweest. Klager heeft de cystoscoop c.q. de handen van de behandelend arts weggeslagen.

Beoordeling

Op grond van de stukken overweegt de commissie als volgt.

De cliënt houdt het ziekenhuis aansprakelijk voor de slechte kwaliteit van de medische behandeling. Als gevolg daarvan heeft cliënt verschrikkelijke pijn geleden. Voor aansprakelijkheid van het ziekenhuis is vereist dat voldoende aannemelijk is dat het ziekenhuis, dan wel een ieder die werd ingeschakeld bij de uitvoering van de voor het ziekenhuis uit de overeenkomst voortvloeiende verplichting, is tekortgeschoten in de uitvoering van die verplichting.

Op grond van de geneeskundige behandelingsovereenkomst moet het ziekenhuis bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen en daarbij handelen in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (artikel 7:453 Burgerlijk Wetboek). Deze zorgplicht houdt in dat het ziekenhuis die zorg moet betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht.

De verplichting die voor een hulpverlener (in dit geval het ziekenhuis) voortvloeit uit een geneeskundige behandelingsovereenkomst wordt in beginsel niet aangemerkt als een resultaatsverplichting, waarbij de hulpverlener moet instaan voor het bereiken van een bepaald resultaat, maar als een inspanningsverplichting, waarbij de hulpverlener zich verplicht zich voor het bereiken van een bepaald resultaat in te spannen. De reden hiervoor is dat het bij een geneeskundige behandeling meestal niet mogelijk is een bepaald resultaat te garanderen, omdat het menselijk lichaam in het (genezings-)proces een ongewisse factor vormt; zelfs bij onberispelijk medisch handelen kan het beoogde resultaat uitblijven. Van een tekortkoming kan dan ook pas worden gesproken indien komt vast te staan dat de hulpverlener zich onvoldoende heeft ingespannen of bij de inspanning een fout heeft gemaakt. Indien voldoende aannemelijk is dat het ziekenhuis jegens cliënt toerekenbaar tekort is geschoten in de zorgplicht, waardoor cliënt schade heeft geleden, kan het ziekenhuis hiervoor aansprakelijk worden gesteld.

De commissie is van oordeel, gelet op de overgelegde stukken, dat niet kan worden geoordeeld dat in deze niet de zorg is betracht die een redelijk bekwaam en redelijk handelend hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht.
Niet in geschil is dat van tevoren in het geslachtsorgaan geen verdovende gelei is ingebracht. Dit neemt echter niet weg dat de behandelend arts heeft gehandeld conform de richtlijnen van het ziekenhuis. De behandelend arts heeft conform die richtlijnen op de buitenkant van de cystoscoop glijmiddel met een verdoving erin aangebracht. Dat de behandeling op een dergelijke wijze zou plaatsvinden, wordt ook vermeld in de informatiefolder die aan de cliënt is verstrekt. De commissie verwijst naar pagina 2 van die folder. De cliënt was daarvan op de hoogte. Dat er weliswaar ook een andere werkwijze mogelijk is, zoals klager aanvoert, maakt een en ander niet anders. Niet is dan ook komen vast te staan dat de behandelend arts zich onvoldoende heeft ingespannen met betrekking tot de medische behandeling of bij die inspanning een fout heeft gemaakt.

De commissie is op grond van hetgeen zij hiervoor heeft overwogen van oordeel dat er geen sprake is van een toerekenbare tekortkoming van het ziekenhuis in de nakoming van de uit de behandelingsovereenkomst voortvloeiende inspanningsverplichting. De klachten van de cliënt dienen dan ook ongegrond te worden verklaard.
Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:

– verklaart de klachten van cliënt ongegrond.

Aldus beslist op 6 juni 2018 door de Geschillencommissie Ziekenhuizen.