Vanwege de onduidelijkheid in de statusvoering, oordeelt de commissie dat noch voorafgaand, noch tijden de operatie, er overleg met cliënt heeft plaatsgevonden over een operatie die zich zou uitstrekken tot in de pink. De inkomensschade als musicus is niet aangetoond. Wel ontvangt de cliënt een vergoeding voor immateriële schade

De Geschillencommissie Zorg
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Ziekenhuizen    Categorie: Informed consent    Jaartal: 2019
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 118570

De uitspraak:

In het geschil tussen

[Cliënt], wonende te Rotterdam, en IJsselland Ziekenhuis, gevestigd te Capelle aan den IJssel, (verder te noemen: het ziekenhuis).

Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Ziekenhuizen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten. De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

Het geschil is ter zitting behandeld op 20 december 2018 te Rotterdam. Beide partijen waren ter zitting aanwezig en hebben hun standpunten nader toegelicht. Het ziekenhuis werd ter zitting vertegenwoordigd door [naam].

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft het resultaat van een chirurgische ingreep.

Standpunt van cliënt

Voor het standpunt van cliënt verwijst de commissie allereerst naar de overgelegde stukken in het bijzonder het vragenformulier dat de cliënt op 5 juli 2018 aan de commissie heeft gezonden.
Het standpunt van cliënt luidt in hoofdzaak als volgt.

Cliënt is op 31 maart 2017 geopereerd aan een knobbel in zijn linker hand. Door de operatie is zijn pink krom gaan staan. Cliënt is zanger, componist, tekstdichter en producer van muziek. Met de kromme pink kan hij niet meer behoorlijk gitaar en toetsinstrumenten bespelen, hetgeen noodzakelijk is voor het componeren en uitwerken van de muziek.

De cliënt is direct na de operatie naar de fysiotherapeut gegaan en heeft op diens aanraden een spalk gedragen. Dit heeft geen resultaat gehad. Een hersteloperatie is niet meer mogelijk.

Door deze kromme pink wordt cliënt ernstig in zijn werkzaamheden belemmerd. Dit probleem kan het verschil uitmaken tussen een leuk liedje en een hit uitmaken. De cliënt vordert van het ziekenhuis een bedrag van € 25.000,–.

Ter zitting heeft cliënt zijn standpunt toegelicht.
Vanwege een knobbel in de handpalm van zijn linkerhand, heeft hij zich tot de plastisch chirurg gewend. Cliënt was bekend met de operatie. Eerder was hij al aan knobbels in de handpalm van zijn rechterhand geopereerd. Hij ging ervan uit dat hij plaatselijk zou worden verdoofd, zoals de vorige keer, maar in plaats daarvan werd zijn hele arm verdoofd. Vervolgens heeft de arts niet alleen in de handpalm maar ook in de pink van de linkerhand geopereerd. De arts heeft hem geen toestemming gevraagd of hij in de linker pink mocht opereren. Er is ook nooit sprake geweest van een pinkoperatie. Cliënt had het volste vertrouwen in de arts.
Na de operatie bleek de pink krom te staan en heeft hij op advies van de arts een spalkje één jaar gedragen. Daarna op aanraden van een andere arts nog 3 maanden zonder enig resultaat. 
Tijdens het spelen van diverse instrumenten ondervindt cliënt pijn. Hij is zijn snelheid kwijt waardoor hij veel minder verschillende nummers kan componeren, met inkomstenderving als gevolg.

Standpunt van het ziekenhuis

Het ziekenhuis heeft een kopie het medisch dossier overgelegd. In de brief van de klachtenfunctionaris van 28 juni 2018 aan cliënt stelt het ziekenhuis zich op het standpunt dat niet is gebleken uit het operatieverslag en de navolgende controle dat er tijdens de operatie iets niet goed zou zijn gegaan. Dit wordt bevestigd door het rapport van de handtherapeut d.d. 11 april 2017, waarin hij aangeeft dat sprake is van een normaal postoperatief beloop.
Cliënt is geopereerd aan een Dupuytren van de linker pink. Na de operatie stond de pink volgens de medische verslaglegging niet krom. De later optredende verschijnselen zijn mogelijk het gevolg van een littekenreactie en/of mogelijk snel recidief of groei van de Dupuytren streng van de pink.
Van een medische fout is naar het oordeel van het ziekenhuis geen sprake.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft op grond van de door partijen overgelegde stukken het volgende overwogen.

Met betrekking tot de klacht overweegt de commissie als volgt.

De cliënt en het ziekenhuis hebben met elkaar een behandelingsovereenkomst in de zin van artikel 7:446 van het Burgerlijk Wetboek (BW) gesloten. Naast hetgeen partijen in die overeenkomst hebben afgesproken, gelden tussen hen – voor zover in het concrete geval van toepassing – de bepalingen van dat wetboek.

Cliënt houdt het ziekenhuis aansprakelijk voor de onjuist uitgevoerde medische ingreep op 31 maart 2017. Voor aansprakelijkheid van het ziekenhuis is vereist dat voldoende aannemelijk is dat het ziekenhuis, dan wel ieder die werd ingeschakeld bij de uitvoering van de voor het ziekenhuis uit de overeenkomst voortvloeiende verplichting, is tekortgeschoten in de uitvoering van die verplichting.
De tekortkoming moet aan het ziekenhuis kunnen worden verweten (toerekenbare tekortkoming) en cliënt moet daarvan nadeel hebben ondervonden.

Op grond van de geneeskundige behandelingsovereenkomst moet het ziekenhuis bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen en daarbij handelen in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (artikel 7:453 BW). Deze zorgplicht houdt in dat het ziekenhuis die zorg moet betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht.

De verplichting die voor het ziekenhuis voortvloeit uit een geneeskundige behandelingsovereenkomst wordt in beginsel niet aangemerkt als een resultaatsverplichting, waarbij de zorginstelling moet instaan voor het bereiken van een bepaald resultaat, maar als een inspanningsverplichting, waarbij de zorginstelling zich verplicht zich voor het bereiken van een bepaald resultaat in te spannen. De reden hiervoor is dat het bij een geneeskundige behandeling meestal niet mogelijk is een bepaald resultaat te garanderen, omdat het menselijk lichaam in het (genezings-)proces een ongewisse factor vormt; zelfs bij onberispelijk medisch handelen, kan het beoogde resultaat uitblijven. Van een tekortkoming kan dan ook pas worden gesproken indien komt vast te staan dat de hulpverlener zich onvoldoende heeft ingespannen of bij de inspanning een fout heeft gemaakt.

De commissie is van oordeel dat de arts van het ziekenhuis niet heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwaam en redelijk handelende arts in dezelfde situatie.
De cliënt heeft zich tot de arts gewend met klachten over knobbels in zijn linker handpalm. Zoals cliënt ter zitting heeft aangegeven is met de arts besproken dat deze knobbels zouden worden weggehaald zoals ook in het verleden aan zijn rechterhand is gebeurd.
De commissie heeft vastgesteld dat het overgelegde medisch dossier geen duidelijkheid geeft over de indicatie van de ingreep. Er is geen klachtbeschrijving in het dossier aangetroffen. Het lichamelijk onderzoek geeft aan: beginnende Dupuytren zonder kromstand.
Nu er in dit opzicht onduidelijkheid is in de statusvoering, moet het ervoor worden gehouden dat, voorafgaand aan de operatie, geen overleg met cliënt plaatsvond over een operatie die zich zou uitstrekken tot in de pink. Ook indien tijdens de operatie was gebleken dat een verdere operatie, namelijk tot in de pink noodzakelijk was, dan had de arts dit tijdens de operatie aan cliënt kunnen en moeten meedelen. Daarbij overweegt de commissie dat in de regel een zeer terughoudend beleid met betrekking tot het verwijderen van een Dupuytren streng wordt gevoerd, zeker indien er nog geen klachten zijn en helemaal als de patiënt als musicus zeer afhankelijk is van een goed functionerende pink. Nu het ervoor moet worden gehouden dat cliënt niet heeft ingestemd met de thans uitgevoerde operatie, is  het ziekenhuis in dat opzicht toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de behandelingsovereenkomst en is de klacht van cliënt gegrond.
 
Cliënt stelt zich op het standpunt dat hij voor de thans uitgevoerde operatie vanwege het voor hem als musicus geldende risico nimmer instemming zou hebben gegeven en vordert € 25.000,– als vergoeding van door hem door de operatie geleden (inkomens-)schade. De commissie is van oordeel dat de vordering van cliënt voor wat betreft inkomstenderving niet kan worden toegewezen nu deze onvoldoende is onderbouwd. De commissie heeft vastgesteld dat cliënt in het verleden 80/100% arbeidsongeschikt is verklaard. Cliënt heeft niet inzichtelijk gemaakt in welke mate hij vóór de operatie als musicus inkomen genoot, zodat de commissie niet in staat is gesteld vast te stellen of hij materiële schade heeft geleden. Nu cliënt geen enkele onderbouwing van de schade gaf en het ook niet zonder meer aannemelijk is dat hij daadwerkelijk inkomensschade leed, moet het ervoor worden gehouden dat deze er niet is.

Wel acht de commissie het aannemelijk dat cliënt als gevolg van de operatie hinder ondervindt bij het musiceren. Gelet hierop acht de commissie een vergoeding voor immateriële schade, die zij ex aequo et bono vast stelt op € 500,– op zijn plaats. De commissie zal het ziekenhuis veroordelen tot vergoeding van dit bedrag aan cliënt.
 
Nu de klacht van cliënt gegrond wordt verklaard, ziet de commissie voorts aanleiding het ziekenhuis te veroordelen tot vergoeding aan cliënt van het door hem betaalde klachtengeld, zijnde een bedrag van € 127,50.

Hetgeen partijen ieder voor zich verder nog naar voren hebben gebracht, behoeft naar het oordeel van de commissie geen verdere bespreking, nu dat niet tot een ander oordeel kan leiden.

Beslissing

De commissie:

I. verklaart de klacht van de cliënt gegrond;

II. bepaalt dat het ziekenhuis aan cliënt een bedrag van € 500,– aan immateriële schadevergoeding dient te betalen binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies;

III. bepaalt dat het ziekenhuis overeenkomstig het reglement van de commissie aan cliënt het klachtengeld ten bedrage van € 127,50 dient te vergoeden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies;

IV. wijst het meer of anders verzochte af.

Aldus beslist op 20 december 2018 door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit
mevrouw mr. C.M.E. van der Hoeven, voorzitter, de heer dr. M-B. Bouman en de heer ir. H.J.A.M. Bodelier, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. W. Hartong van Ark, plaatsvervangend secretaris.