Van zorgaanbieder mag in redelijkheid worden verwachten dat onderzoek wordt uitgevoerd

De Geschillencommissie Zorg
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Zelfstandige Klinieken    Categorie: Onvoldoende/onzorgvuldig onderzoek zorgaanbieder    Jaartal: 2023
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 212951/227217

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Cliënt klaagt over de kwaliteit van zorg en het gebrek aan behandeling. De commissie acht het onzorgvuldig dat bij de zorgaanbieder geen huidschilferonderzoek kan worden gedaan en dat er geen huidbiopten kunnen worden afgenomen. Van een tweedelijnskliniek in dermatologie mag in redelijkheid worden verwacht dat dergelijke onderzoeken daar kunnen worden uitgevoerd. Cliënt had niet hoeven verwachten dat hij voor die onderzoeken zou worden terugverwezen naar de huisarts. De klacht wordt gegrond verklaard.

Volledige uitspraak

Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Zelfstandige Klinieken (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De cliënt heeft de klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder. De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen.

De aanbieder was digitaal en fysiek ter zitting aanwezig.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 26 oktober 2023 te Den Haag.

De commissie heeft het volgende overwogen.

 

Beoordeling

Standpunt van de cliënt

Cliënt heeft zich aangemeld bij de zorgaanbieder op basis van verkeerde informatie op diens website. Op de website van de zorgaanbieder wordt namelijk aangegeven dat zij over dezelfde faciliteiten beschikt als een ziekenhuis. Dit blijkt echter niet het geval te zijn. Zo kan de zorgaanbieder geen schraapsels afnemen of een biopt doen, omdat de apparatuur daarvoor niet aanwezig is. Als gevolg daarvan kon er bij cliënt geen diagnose worden gesteld en kon hij bij de zorgaanbieder niet behandeld worden. Aangezien het noodzakelijk was dat bij cliënt een biopt zou worden afgenomen, en dit bij de zorgaanbieder niet mogelijk bleek te zijn, is hij doorverwezen naar een andere dermatoloog. Had hij dit eerder geweten, dan was hij direct naar een andere dermatoloog gegaan. Cliënt bleek schurft te hebben en als gevolg van de vertraging bij de zorgaanbieder is de ziekte van cliënt te laat gediagnosticeerd, waardoor deze is toegenomen.

Gelet op het voorgaande stelt cliënt de zorgaanbieder aansprakelijk en verzoekt hij de commissie om schadevergoeding toe te kennen van € 2.500,- voor onder andere onnodige ritten naar de zorgaanbieder, toename van pijn en jeuk, medicijnkosten, het niet kunnen accepteren van werk en psychische klachten.

Standpunt van de zorgaanbieder

Cliënt heeft zich bij de zorgaanbieder aangemeld met als hoofdklacht jeuk. De zorgaanbieder heeft eerst getracht om het een en ander uit te sluiten. Bij het eerste en tweede bezoek heeft de zorgaanbieder met een zogenaamde dermatoscoop gekeken of bij cliënt sprake was van schurft maar daarvan bleek op dat moment geen sprake. De zorgaanbieder twijfelde weliswaar bij sommige plekken, maar het was niet direct duidelijk dat sprake was van schurft, omdat geen delta sign werd gezien. Gelet op de aard, ernst en duur van de klachten en de gestelde differentiaaldiagnosen werd door de dermatoloog eerst getracht om met behulp van crèmes, medicatie en leefregels de klachten te behandelen en aan de hand van het beloop het effect daarvan te evalueren. Dit alles vond plaats in de periode 29 november 2022 tot en met 17 januari 2023. Op 17 januari 2023 heeft de dermatoloog een verwijzing via de huisarts uitgeschreven voor het maken van een biopt.

Op de website van de zorgaanbieder staat vermeld dat zij dezelfde professionele zorg biedt als het ziekenhuis. Er stond niet, zoals cliënt schrijft, dat de zorgaanbieder dezelfde faciliteiten heeft als een ziekenhuis. Wat hier ook van zij: het is niet onzorgvuldig of ongebruikelijk dat een patiënt in voorkomend geval naar een andere zorgaanbieder wordt verwezen voor een bepaalde vorm van diagnostiek, zoals hier het nemen van een biopt. Van het verstrekken van onjuiste informatie door de zorgaanbieder is geen sprake geweest. Cliënt is nimmer mondeling of schriftelijk kenbaar gemaakt dat bij de zorgaanbieder gebiopteerd kon worden.

Voor het toekennen van financiële compensatie ziet de zorgaanbieder geen aanleiding. Niet is bewezen dat de behandeling bij de zorgaanbieder onjuist is geweest en/of tot lichamelijke dan wel psychische schade bij cliënt heeft geleid.

Oordeel van de commissie

Bij de beoordeling van de klacht van cliënt geldt het volgende toetsingskader.

De overeenkomst die cliënt met de zorgaanbieder heeft gesloten, betreft een geneeskundige behandelingsovereenkomst in de zin van artikel 7:446 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Op grond van de zorgovereenkomst die cliënt met de zorgaanbieder is aangegaan, moet de zorgaanbieder bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen en daarbij handelen in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (de zorgplicht uit artikel 7:453 van het BW). Deze zorgplicht houdt in dat de zorgaanbieder die zorg moet betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht.

De commissie overweegt over de klacht als volgt.

Volgens cliënt had voor de zorgaanbieder direct duidelijk moeten zijn dat bij hem sprake was van schurft, maar de commissie volgt hem niet in dat standpunt. Cliënt was immers bekend met eczeem dus het was niet ondenkbaar dat de zorgaanbieder ook aan eczeem heeft gedacht. Cliënt bleek eveneens bekend met schurft, aangezien hij dat eerder had opgelopen. Bij een cliënt waarbij sprake is van een verleden met zowel eczeem als schurft, en waarbij enige twijfel kan bestaan over de diagnose, ligt het op de weg van de zorgaanbieder om direct uit te sluiten dat sprake is van schurft. Het enkel onderzoeken van de huid door middel van een dermatoscoop, zoals de zorgaanbieder heeft gedaan, acht de commissie daarvoor onvoldoende aangezien een dergelijk onderzoek doorgaans een hogere kans op een positief resultaat geeft op het moment dat de schurft verder ontwikkeld is. In dat kader acht de commissie het ook begrijpelijk dat de schurft pas bij de derde afspraak zichtbaar was en niet bij de eerste en tweede afspraak. De commissie is van oordeel dat de zorgaanbieder in dit geval direct had moeten overgaan tot het verrichten van een huidschilferonderzoek van meerdere plekken, naast dermoscopie. Een dergelijk onderzoek van huidschilfers van meerdere plekken verhoogt de kans dat schurft wordt vastgesteld vóórdat deze zich verder heeft ontwikkeld. De commissie acht de door de zorgaanbieder gevolgde weg dan ook onzorgvuldig.

Gebleken is echter dat een dergelijk onderzoek, net als het afnemen van een biopt, bij de zorgaanbieder niet kon worden uitgevoerd. De commissie is van oordeel dat in redelijkheid van een tweedelijns kliniek in dermatologie had mogen worden verwacht dat dergelijke onderzoeken daar hadden kunnen worden uitgevoerd. De zorgaanbieder presenteert zich immers als een goed tweedelijns alternatief voor een ziekenhuis. Het materieel dat voor dergelijke onderzoeken benodigd is, valt onder de standaarduitrusting van een polikliniek in dermatologie. Cliënt had zeker niet hoeven verwachten dat hij voor het afnemen van een biopt weer terug zou worden verwezen naar de eerste lijn, namelijk naar zijn huisarts, met alle vertraging, ongemak en wisseling van zorgaanbieders vandien.

De commissie zal de klacht dan ook gegrond verklaren.

Cliënt heeft schadevergoeding gevorderd, maar dit verzoek zal de commissie afwijzen, omdat het verzoek onvoldoende is geconcretiseerd en onderbouwd, terwijl dat voor toewijzing daarvan wel noodzakelijk is. Cliënt heeft immateriële schadevergoeding gevorderd vanwege psychische schade. Uit rechtspraak volgt dat degene die daar een beroep doet met voldoende concrete gegevens moet onderbouwen dat sprake is van psychisch letsel. Cliënt heeft geen verklaring van een arts overgelegd of met gegevens uit bijvoorbeeld zijn medisch dossier aangetoond dat daarvan sprake is. Naar objectieve maatstaven kan het bestaan van geestelijk letsel niet worden vastgesteld. Hetzelfde geldt voor de niet onderbouwde stelling dat de schade aan zijn huid minder groot zou zijn geweest als cliënt direct naar een andere dermatoloog zou zijn gegaan. De schade aan de huid van cliënt is het gevolg van de aandoening waar cliënt aan leed en voor de commissie is niet komen vast te staan dat die schade minder erg zou zijn geweest als cliënt direct naar een andere dermatoloog zou zijn geweest, die de schurft mogelijk eerder had ontdekt. Ook de overige posten die cliënt heeft genoemd zijn niet onderbouwd. Zo heeft cliënt bijvoorbeeld gesteld dat sprake is van onnodige ritten naar de zorgaanbieder, zonder te specificeren welke kosten daaraan verbonden zijn. De commissie zal het verzoek dan ook afwijzen. Dit laat onverlet dat de commissie begrijpt dat cliënt teleurgesteld is door de door hem geschetste gang van zaken.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie verklaart de klacht gegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Daarnaast dient de zorgaanbieder overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van €52,50 aan de cliënt te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de zorgaanbieder aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Zelfstandige Klinieken, bestaande uit mevrouw mr. P.W.M. de Wolf MSM, voorzitter, de heer prof. dr. E.P. Prens, de heer mr. P.O.H. Gevaerts, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. N. Sewradj, secretaris, op 26 oktober 2023.