Therapeut heeft te snel een diagnose gesteld en handeld niet als een redelijk bekwaam handelend zorgaanbieder

De Geschillencommissie Zorg
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Psychische en Pedagogische Zorg    Categorie: (On)zorgvuldigheid    Jaartal: 2019
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: ten dele gegrond   Referentiecode: 2672/11404

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De zorgaanbieder heeft op grond van de stukken en hetgeen ter zitting is besproken te snel, namelijk al in de eerste bijeenkomst met de hypothese van autisme is gekomen. Autisme is moeilijk vast te stellen. Toen de zorgaanbieder bemerkte dat er wat dat betreft een gevoeligheid lag bij de cliënt, had de zorgaanbieder dit moeten laten voor wat het was en had zij er niet op door mogen gaan. De zorgaanbieder heeft ter zitting ook erkend dat het haar heeft ontbroken aan een goede timing. Niettemin is door de zorgaanbieder zelfs in het nagesprek druk uitgeoefend door te wijzen op consequenties van niet behandeling. Dit maakt dat de zorgaanbieder jegens de cliënt niet heeft gehandeld als een redelijk bekwaam en redelijk handelend zorgaanbieder.

Volledige uitspraak

In het geschil tussen
[Client], wonende te [woonplaats] en [naam zorgaanbieder], gevestigd te Heiloo
Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij wege van bindend advies door de Geschillencommissie Psychische en Pedagogische Zorg (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.
De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.
Het geschil is ter zitting behandeld op 6 december 2019 te Amsterdam. Verschenen zijn de cliënt en zijn partner, [naam]. Tevens is de zorgaanbieder verschenen, vergezeld door [naam].
Onderwerp van het geschil 
Het geschil heeft betrekking op de kwaliteit van de zorgverlening.
Standpunt van de cliënt
Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie allereerst naar de overgelegde stukken. Het standpunt van de cliënt luidt samengevat en in de kern als volgt.
Rond maart 2018 zijn cliënt en zijn broers en zussen op zoek gegaan naar een systeemtherapeute om de zus van de cliënt te helpen met haar moeizame leven.
De insteek van de familieleden was om onder begeleiding van een systeemtherapeute met elkaar in gesprek te gaan over hun opvoeding en gebeurtenissen van ongeveer twintig jaar geleden. Zij hebben de zorgaanbieder gevonden via de zoekmachine van de Nederlandse Vereniging voor Relatie- en Gezinstherapie (NVRG) en het Nederlands Verbond voor Psychologen, Psychosociaal therapeuten en Agogen. Op haar website staat vermeld dat de zorgaanbieder lid is van de NVRG. Na een telefonisch contact met een zus van cliënt, hebben twee sessies plaatsgevonden met de hier bedoelde familieleden bij de zorgaanbieder, op 30 april en op 4 juni 2018. Cliënt vermoedt dat deze zus al in het telefoongesprek met de zorgaanbieder over autisme sprak. In de eerste sessie heeft de zorgaanbieder meteen aangedragen dat er mogelijk autisme in het gezin voorkomt, waarna zij hier niet meer van af te brengen was. Waarom zij dit heeft gedaan is voor de cliënt tot op heden onduidelijk gebleven. Met haar hypothese over autisme heeft zij de plank volledig misgeslagen. Daarbij komt – aldus cliënt – dat zij erop aandrong dat cliënt en familie  een zelftest op autisme zouden uitvoeren. Cliënt heeft dat niet gedaan omdat in een in het verleden door een ervaren GGZ-psychologe bij hem vastgestelde diagnose bij hem geen sprake is van autisme en hij geen vertrouwen heeft in de “zelftest” omdat autisme een niet eenvoudig vast te stellen stoornis is. In de tweede sessie was de sfeer aanvankelijk nog ontspannen, er werden grappen gemaakt maar is de zorgaanbieder weer direct over autisme begonnen en heeft zij veel druk op de cliënt uitgeoefend. Zij is bij de andere systeemleden gaan vragen wat zij er van vonden dat cliënt niet verder wilde met haar hypothese over autisme. Er is daardoor een onveilige situatie ontstaan en de familieleden zijn boos op elkaar geworden. De sessie was ingepland tot 20:30 uur maar duurde tot 20:45 uur en is toen afgebroken zonder dat zelfs maar aan de orde is gekomen of de andere systeemleden de zelftest op autisme wilden. Later bleek cliënt dat een aantal van hen dit ook niet wilde.
Op 27 juni 2018 heeft naar aanleiding van de klachten van de cliënt een gesprek plaatsgevonden met de zorgaanbieder waarbij de zorgaanbieder psychologische spelletjes met de cliënt speelde door hem af te kappen en aan te geven dat zijn vriendin en zoontje ook wel autisme zullen hebben en nogmaals aan te dringen op onderzoek op autisme. De zorgaanbieder heeft bovendien een dossier aangelegd dat vooral tegen hem spreekt.
Ten gevolge van dit handelen van de zorgaanbieder heeft de cliënt geen contact meer met zijn zussen en zijn broers. Er zijn veel spanningen ontstaan, de cliënt piekert sindsdien veel en heeft slapeloze nachten. Het doel van de therapie is niet bereikt, sterker nog de contacten binnen de familie zijn hierdoor verslechterd.
De cliënt wenst een onafhankelijk oordeel over de kwaliteit van de door de zorgaanbieder geleverde zorg. De cliënt verlangt dat wordt vastgesteld of de zorgaanbieder voldoende in staat was aan de door de cliënt (en zijn broers/zussen) gestelde hulpvraag te voldoen. De cliënt verlangt verder dat wordt vastgesteld of de zorgaanbieder capabel was om de opdracht aan te nemen, gezien haar opleiding en competenties. De zorgaanbieder blijkt achteraf geen gediplomeerd systeemtherapeute te zijn en heeft erkend zelf autisme te hebben. Indien de zorgaanbieder op enig punt niet heeft gehandeld conform de Wet Kwaliteit, klachten en geschillen zorg en de professionele standaard, dan meent de cliënt dat maatregelen dienen te worden genomen om te zorgen dat de zorgaanbieder niet in herhaling valt.
In de beschrijving van de klacht heeft de cliënt een en ander uitvoerig toegelicht en beschreven in verschillende paragrafen.
Dit betreffen de volgende onderwerpen:  ‘Autisme van [naam zorgaanbieder], ‘Capabel op basis van opleiding en competenties’, ‘Toetsing Wkkgz’: veiligheid, doeltreffend en doelmatig, cliëntgerichte zorg afgestemd op de reële behoefte, handelen in overeenstemming met de op haar rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de professionele standaard (‘intake, afstemming werkwijze en gezamenlijk doel’, ‘dossiervorming’, ‘vertrouwensband en werkrelatie’, ‘op de hoogte brengen van klachtrecht en tuchtrecht’, ‘competent, eigen verantwoordelijkheid, deskundigheid, eigen beperkingen’, ‘open, eerlijk en integer, misbruik rol en positie als deskundige’, ‘gebruik huidige stand der wetenschap’, ‘eigen visie cliënt, de cliënt is de expert over zijn eigen leven’, ‘veilige zorg, respect, rechten van de cliënt respecteren en cliëntgerichte aanpak’), ‘Rechten zorgvuldig in acht zijn genomen’, ‘respectvol behandeld’ en ‘maatregelen’.
In zijn reactie op het verweer van de zorgaanbieder stelt de cliënt dat de gedane excuses en de terugbetaling van het honorarium onvoldoende zijn. Hij verlangt onafhankelijk vastgesteld te zien of de zorgaanbieder al dan niet heeft gehandeld als een redelijk bekwaam en redelijk handelend zorgaanbieder.
Ter zitting heeft de cliënt opgemerkt dat zijn klacht in feite twee onderdelen behelst, allereerst dat de zorgaanbieder niet voldoende gediplomeerd is, ten tweede dat de cliënt ontevreden is over de hulpverlening, met name omdat vrijwel direct autisme als hypothese naar voren werd gebracht waar de zorgaanbieder vervolgens niet meer van af te brengen was. De cliënt had als eerste vraag verwacht, ‘wat verwachten jullie van mij?’. De cliënt en zijn broers en zussen wilden praten over iets wat 20 jaar geleden met cliënt is gebeurd, wat doorwerkte in het hele gezin. En toen ging het ineens over autisme. Aan het einde van het eerste gesprek kreeg de cliënt van de zorgaanbieder een kaartje mee van de praktijk “De Autismespecialist” en werd hij verwezen naar een zelftest op de website van die praktijk. Er lag echter geen vraag voor van de familie om een stoornis vast te stellen. Er is geen doel vastgesteld voor het geplande tweede gesprek. In dat gesprek heeft de zorgaanbieder meteen gevraagd of de test op de website van “De Autismespecialist” was gedaan. Toen heeft de cliënt aangegeven dat hij volgens een andere test (Baron Cohen) geen autisme heeft en dat deze diagnose 20 jaar geleden ook al door een psycholoog was uitgesloten. Vervolgens heeft de zorgaanbieder aan de broers en zussen gevraagd wat zij er van vinden en heeft de zorgaanbieder benadrukt dat autisme niet erg is, maar dat het wel erfelijk is. Toen kreeg de cliënt het te kwaad. Het gesprek escaleerde en is voortijdig beëindigd. De cliënt had in zijn visie mogen verwachten dat de zorgaanbieder zijn reactie over de test accepteerde – hier niet op door ging – en dat ze vervolgens verder was gegaan met het rondje en had gevraagd of autisme iets is waar het gezin verder over wilde praten. Zo nee, dan had het doel van het verdere gesprek moeten worden besproken.
Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie allereerst naar de overgelegde stukken. Het standpunt van de zorgaanbieder luidt samengevat en in de kern als volgt.
De cliënt heeft de klacht eerder ingediend bij P3NL, de klachtencommissie voor vrijgevestigde zorgverleners van de Nederlandse Vereniging Relatie- en Gezinstherapeuten. In haar reactie op de klacht heeft de zorgaanbieder haar oprechte excuses aan de cliënt gemaakt.
Zij heeft ook het door haar ontvangen honorarium aan de cliënt terug betaald. Zij betreurt het dat de cliënt de procedure nu toch heeft voortgezet en de klacht bij de commissie heeft ingediend.
De zorgaanbieder heeft van de situatie geleerd. Het is geenszins haar bedoeling geweest om de cliënt of de andere systeemleden te benadelen of te schaden.
Ter zitting heeft de zorgaanbieder nog het volgende opgemerkt. Zij is maatschappelijk werker en is bezig met een traject tot systeemtherapeute. Zij heeft dit traject bijna afgerond. Bij het googelen is bij haar naam de vermelding ‘psychotherapeut’ te zien, doch dat doet google en is door haar niet te wijzigen. Op haar website is volledig vermeld welke opleidingen zij heeft gedaan. Zij is een ervaren eerstelijnszorgaanbieder. Voor haar bestond geen enkele aanleiding om bij de hulpvraag (een afspraak om te praten over punten uit het verleden) van de (familie van de) cliënt te denken dat zij daarvoor niet de geschikte zorgaanbieder zou zijn. Zij heeft immers veel ervaring – bijvoorbeeld als jeugd/gezinscoach – met het voeren van gesprekken met gezinnen.
De zorgaanbieder merkt verder op dat zij geen voorinformatie heeft gekregen voorafgaande aan het eerste gesprek. In de verslaglegging van het eerste gesprek heeft zij genoteerd wat de gezinsleden wilden bereiken. De zorgaanbieder heeft het verloop van de gevoerde gesprekken niet zien aankomen. Achteraf bezien had de timing misschien anders gemoeten. Zij heeft inderdaad aan het einde van het eerste consult aangedragen om te kijken naar de hypothese autisme. Zij heeft dat oprecht goed bedoeld. Zij meende dat zij in het aanreiken van deze hypothese hulp zou kunnen bieden, namelijk dat het zou bijdragen aan het “ontschuldigen”. Het eerste gesprek ging ook goed. Dat er daarna geen daadwerkelijk vervolg meer aan is gegeven, komt omdat het onveilig werd. Daar acht zij zichzelf verantwoordelijk voor. Gelijk bij de start van het tweede gesprek werd afwijzend gereageerd door de cliënt. Toevallig zat de cliënt naast haar en daarom heeft zij hem als eerste een vraag gesteld. Toen de zorgaanbieder schrok van de reactie van de cliënt, die weerstand had zij niet voorzien, heeft zij aangegeven dat bij haar ook de diagnose autisme is gesteld. Het is niet gelukt om het gesprek op een constructieve wijze voort te zetten. De zorgaanbieder wijst er op dat er elementen missen in het door de cliënt aan de commissie vertelde verhaal.
Zij heeft na afloop tegen de cliënt enkel iets gezegd in de trant van ‘stel dat u het heeft, denkt u dan niet dat dat prettig is om te weten voor uw partner, uw kind? Het is erfelijk.’
De zorgaanbieder meent dat de klacht van de cliënt ongegrond dient te worden verklaard.
Beoordeling van het geschil
De commissie overweegt als volgt.
Uitgangspunt in deze is de overeenkomst die tussen partijen is gesloten. De zorgaanbieder moet op grond daarvan bij haar werkzaamheden de zorg van een goed zorgaanbieder in acht nemen en daarbij handelen in overeenstemming met de op haar rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor zorgaanbieders geldende professionele standaard.
Deze zorgplicht houdt in dat de zorgaanbieder die zorg moet betrachten die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend zorgaanbieder in dezelfde omstandigheden mag worden verwacht.
Voor aansprakelijkheid van de zorgaanbieder is vereist dat voldoende is vastgesteld dat de zorgaanbieder tekort is geschoten in het nakomen van de overeenkomst. De aanwezigheid van een fout of verwijtbaar nalaten is een vereiste voor aansprakelijkheid van de zorgaanbieder.
Ter zitting is vastgesteld dat de klacht van de cliënt in de kern betreft dat 1) de zorgaanbieder ten onrechte heeft gesuggereerd dat zij een gediplomeerd systeemtherapeute is en 2) dat zij vrijwel direct met de hypothese autisme kwam waardoor de gesprekken niet hebben bijgedragen aan de gevraagde zorg of hulp. Daarbij heeft de zorgaanbieder weliswaar uit coulance het honorarium terug betaald, maar heeft zij nooit erkend dat zij fout heeft gehandeld.
Klachtonderdeel 1
Voor wat betreft het eerste klachtonderdeel stelt de commissie vast dat op de website van de zorgaanbieder is vermeld dat zij de opleidingsroute van de Nederlandse Vereniging voor Relatie- en Gezinstherapie volgt. Nu het de zorgaanbieder niet kan zijn ontgaan dat op internet via google de indruk wordt gewekt dat zij de opleiding heeft afgerond verdient het naar het oordeel van de commissie aanbeveling in het eerste gesprek of al bij het maken van de afspraak duidelijk te maken dat zij geen gediplomeerd psychotherapeute respectievelijk gediplomeerd gezins- of relatietherapeute is. De omstandigheid dat zij dit niet deed betreft evenwel geen fout of verwijtbaar nalaten als hiervoor bedoeld. Datgene wat de zorgaanbieder zelf op de website heeft gezet, klopt. Dit klachtonderdeel is dan ook ongegrond.
Klachtonderdeel 2
Voor wat betreft het tweede klachtonderdeel overweegt de commissie het volgende. Op grond van de stukken en hetgeen ter zitting is besproken stelt de commissie vast dat de zorgaanbieder te snel, namelijk al in de eerste bijeenkomst met de hypothese van autisme is gekomen. De vraag of autisme voordien bij het eerste telefoongesprek door de betreffende zus van cliënt bij de zorgaanbieder aan de orde is gesteld (de zorgaanbieder ontkent dit) kan in het midden blijven nu dit niet relevant is voor de door de commissie te nemen beslissing. Autisme is moeilijk vast te stellen. Toen de zorgaanbieder bemerkte dat er wat dat betreft een gevoeligheid lag bij de cliënt, had de zorgaanbieder dit moeten laten voor wat het was en had zij er niet op de door haar gedane wijze – als rondvraag bij de andere systeemleden – op door mogen gaan. De zorgaanbieder heeft ter zitting ook erkend dat het haar heeft ontbroken aan een goede timing. Niettemin is door de zorgaanbieder zelfs in het nagesprek op
27 juni 2018 druk uitgeoefend door te wijzen op consequenties – voor de cliënt, zijn zoon en vriendin – van het onbehandeld laten van autisme. Dit maakt dat de zorgaanbieder jegens de cliënt niet heeft gehandeld als een redelijk bekwaam en redelijk handelend zorgaanbieder.
Daarmee is de commissie van oordeel dat de zorgaanbieder in de uitvoering van de verplichtingen die voortvloeien uit de overeenkomst gedeeltelijk tekortgeschoten is. Dit betekent dat dit klachtonderdeel van de cliënt gegrond zal worden verklaard.
Voor zover de klacht zich richt tegen de dossiervorming blijft deze buiten behandeling nu de cliënt dit dossier niet heeft ingebracht.
De commissie hecht er voorts aan op te merken dat door de commissie niet is kunnen worden vastgesteld of de heftige reactie bij de cliënt en/of de overige systeemleden, de escalatie van spanningen in dit familieverband, in redelijkheid waren te voorzien en aldus als gevolg van het tekortschieten aan de zorgaanbieder kunnen worden toegerekend. De commissie is door de cliënt niet voorzien van informatie voor de vaststelling van een causaal verband en schade. Dat de cliënt materiële of immateriële schade leed is gesteld noch gebleken. Het door de cliënt aan de zorgaanbieder betaalde honorarium is terugbetaald.
De door de cliënt verzochte maatregelen, zijnde een berisping en het bekend maken van de bevindingen bij het NVPA en RBCZ, behoren niet tot maatregelen die de commissie bevoegd is op te leggen.
Mogelijk ten overvloede merkt de commissie op dat met de behandeling van de onderhavige zaak de in de Wkkgz bedoelde termijn van zes maanden is overschreden.
Hetgeen partijen verder nog hebben aangevoerd, behoeft geen bespreking nu dit niet tot een ander oordeel kan leiden.
Klachtengeld
Nu de klacht gedeeltelijk gegrond wordt verklaard, ziet de commissie aanleiding om te bepalen dat de zorgaanbieder het klachtengeld aan de cliënt dient te vergoeden.
Gelet op het vorenstaande beslist de commissie als volgt.
Beslissing
De commissie, beslissend naar redelijkheid en billijkheid met inachtneming van de regels van het recht, de tussen partijen gesloten overeenkomst en de daarvan deel uitmakende voorwaarden:
– verklaart de klacht van de cliënt voor wat betreft klachtonderdeel 2 gegrond;
– bepaalt dat de zorgaanbieder het door de cliënt betaalde klachtengeld van € 52,50 dient te vergoeden, zulks binnen 14 dagen na verzending van dit bindend advies;
– wijst af het anders of meer gevorderde.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Psychische en Pedagogische Zorg, bestaande uit mevrouw mr. C.M.E. van der Hoeven, voorzitter, de heer mr. R.P. Gerzon en mevrouw J.B.A. Bos, leden, op 6 december 2019 in aanwezigheid van mevrouw mr. B.J. van Gent, (plaatsvervangend) secretaris.