Ondernemer gaf informatie over cliënt door aan hulpverlenende instanties

De Geschillencommissie Zorg
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Publieke Gezondheid    Categorie: Privacy    Jaartal: 2023
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 179413/194119

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De cliënt verwijt de zorgaanbieder dat zonder toestemming informatie over het verleden van cliënt is doorgegeven aan verschillende instanties. De zorgaanbieder heeft erkend dat de mededeling over het verleden van cliënt niet had mogen worden gedaan. De commissie is van oordeel dat de zorgaanbieder heeft gehandeld zoals van hem verwacht mocht worden door excuses te maken en de cliënt uit te nodigen voor een gesprek. De klacht is ongegrond.

De uitspraak

in het geschil tussen

[Naam], wonende te [woonplaats] (hierna te noemen: de cliënt)
gemachtigde: [naam], ARAG

en

GGD Hart voor Brabant, gevestigd te Tilburg
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Publieke Gezondheid (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 18 januari 2023 te Utrecht. Nadat partijen hun standpunt naar voren hadden gebracht heeft de commissie besloten de behandeling aan te houden om [naam], medewerker van de zorgaanbieder (de wijk GGD-er) te horen. Van de behandeling is een proces- verbaal opgemaakt waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast wordt beschouwd. De voortgezette behandeling heeft plaatsgevonden op 22 mei 2023 te Utrecht.

De cliënt werd ter zitting vertegenwoordigd door zijn gemachtigde, [naam]. De zorgaanbieder werd vertegenwoordigd door [naam], sectormanager bedrijfsontwikkeling, [naam], regiomanager en [naam], wijk GGD-er.

Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft de schending van de privacy van de cliënt. De cliënt verwijt de zorgaanbieder dat zonder zijn toestemming vertrouwelijke en medische informatie met anderen is gedeeld.

Standpunt van de cliënt
De cliënt verwijt de zorgaanbieder dat een medewerker, de wijk GGD-er, zonder zijn toestemming informatie over zijn verleden heeft doorgegeven aan verschillende instanties. Zo heeft de medewerker aan Fivoor (Fivoor biedt forensische en intensieve psychiatrische zorg en behandelt mensen die voor overlast zorgen door psychiatrische problemen) te kennen gegeven dat hij de cliënt kende uit de PAAZ (Psychiatrische afdeling Algemeen Ziekenhuis). Hierdoor zijn er vooroordelen over de cliënt ontstaan hetgeen heeft geleid tot aangiftes tegen hem. De cliënt heeft zijn dossier bij de zorgaanbieder laten vernietigen maar heeft daar zelf een kopie van behouden.
De cliënt verlangt excuses van de zorgaanbieder en een erkenning van het leed dat hem door toedoen van de zorgaanbieder is aangedaan.

Standpunt van de zorgaanbieder
Het geschil van de cliënt ziet op een langslepende klacht die al vanaf 9 augustus 2021 speelt. Voor de zorgaanbieder is het moeilijk te reageren op de klacht. De cliënt heeft zijn klacht steeds veranderd waardoor de inhoud daarvan voor de zorgaanbieder steeds onduidelijker is geworden.

Aanvankelijk bestond de klacht uit het verwijt dat de wijk GGD-er (hierna te noemen: de medewerker) zonder toestemming van de cliënt aan Fivoor had aangegeven dat hij de cliënt uit het verleden kende uit de PAAZ. De medewerker heeft erkend dat hij dit niet had mogen doen en heeft de cliënt daar meerdere keren zijn excuses voor aangeboden. Die excuses zijn door de manager en klachtenfunctionaris nadrukkelijk en formeel bevestigd aan de cliënt. Er zijn meerdere gesprekken met de cliënt gevoerd over onderwerpen die hij naar voren heeft gebracht en die onderwerpen zijn uitvoerig aan de orde gekomen en besproken met de cliënt.

De cliënt heeft zijn klacht vervolgens ingediend bij de Ombudscommissie die bij brief van 28 juni 2022 heeft besloten geen onderzoek in te stellen om de volgende redenen: “De klacht die zag op de gedraging van de wijkverpleegkundige is door u opgepakt en afgerond middels een klachtafdoeningsmail. De klachtafdoening is ter beoordeling voorgelegd aan de Ombudscommissie. De commissie heeft gekeken naar de klacht en de oplossing die de GGD bood. De vraag van verzoeker om een andere wijk GGD-er in te zetten is door de GGD gehonoreerd en voorts heeft de GGD op de klachtonderdelen welke de GGD betreffen, excuses aangeboden”. Hierna heeft de cliënt op 15 september 2022 opnieuw een klachtenformulier ingevuld en dezelfde klachten naar voren gebracht. Vervolgens heeft de cliënt een klacht ingediend tegen de klachtenfunctionaris en daarna tegen de manager.

Alle pogingen van de zorgaanbieder om de klacht voor de cliënt in der minne op te lossen hebben onvoldoende resultaat gehad hetgeen de zorgaanbieder zeer betreurt. De voortdurende klacht heeft een grote impact op de medewerkers van de zorgaanbieder en legt veel beslag op hun tijd. De zorgaanbieder verzoekt de commissie dan ook de klachten van de cliënt ongegrond te verklaren. Voorts verzoekt de zorgaanbieder vast te stellen dat de kwestie als afgedaan wordt beschouwd en dat de zorgaanbieder klachten van de cliënt verder niet meer in behandeling behoeft te nemen.

Tijdens de voortgezette mondelinge behandeling heeft de medewerker het standpunt van de zorgaanbieder als volgt nader toegelicht:

Na een melding van de politie en de gemeente over de cliënt in 2021 is de zorgaanbieder gevraagd een bezoek aan hem te brengen. Het bezoek werd gebracht door de medewerker samen met de wijkagent. De bedoeling van het bezoek was voorkomen dat de cliënt in het strafrechtelijk circuit terecht komt en bekijken of de cliënt zorg nodig heeft en welke instanties die zorg het best kunnen bieden.
De cliënt werd aangetroffen in een geblindeerde woning; hij durfde niet naar buiten te gaan. Aan de cliënt werd toestemming gevraagd met zijn behandelaars te overleggen over wat de beste zorg voor hem zou zijn. De psychiater van Fivoor wilde een klinische opname voor de cliënt. De cliënt heeft die toestemming verleend waarna de medewerker contact met de psychiater heeft opgenomen. In dat contact heeft de medewerker benoemd dat hij de patronen van de cliënt herkende uit een eerdere setting waaruit hij de cliënt kende, namelijk uit de PAAZ. De medewerker heeft dit verleden benoemd vanwege ernstige zorgen over de cliënt maar heeft erkend en bevestigd dat hij dit niet had moeten doen. De medewerker heeft daar meermaals aan de cliënt zijn excuses voor aangeboden.

De medewerker was niet de behandelaar van de cliënt maar slechts degene die met de wijkagent zocht naar een goede behandelmogelijkheid en behandelinstantie voor de cliënt. De medewerker heeft ongeveer vijf bezoeken aan de cliënt gebracht, steeds in het bijzijn van de wijkagent. De zorg was vrijwillig. De informatie die over de cliënt werd verstrekt is eerst met de cliënt besproken en in zijn medische dossier vastgelegd. De bewoordingen daarvan zijn niet meer na te gaan omdat het dossier van de cliënt op zijn verzoek is vernietigd. Voorafgaand aan het verstrekken van informatie werd de cliënt steeds om toestemming gevraagd behalve op momenten waarop er ernstige zorgen waren over zijn veiligheid en de suïcidaliteit weer opspeelde. In die gevallen, waarin haast was geboden, werd zonder toestemming vooraf contact opgenomen met de crisisdienst. Uit een oogpunt van hulpverlening is het delen van informatie op die momenten toegestaan. De medewerker heeft met de beste bedoelingen en intenties voor de cliënt gehandeld en is zeer bereid daar verantwoording voor af te leggen. De medewerker weet echter niet wat hij verder nog kan doen na het meerdere malen aanbieden van zijn excuses.

Beoordeling van het geschil
De cliënt verwijt de zorgaanbieder dat hij, zonder toestemming van de cliënt, informatie over hem heeft verstrekt aan derden.
Uit de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandelingen naar voren is gebracht is de commissie het volgende gebleken.

Op verzoek van de politie en de gemeente heeft de medewerker van de zorgaanbieder in 2021 bezoeken gebracht aan de cliënt vanwege zorgen omtrent zijn gezondheid en veiligheid. Die bezoeken vonden steeds plaats in het bijzijn van de wijkagent. Bekeken werd welke vorm van hulpverlening en zorg passend was voor de cliënt. De hulpverlening was in het vrijwillig kader waarmee toestemming van de cliënt nodig was voor het verstrekken van informatie aan of het opvragen van informatie over de cliënt bij hulpverlenende instanties. Die toestemming is steeds bij de cliënt gevraagd en door hem ook verleend met uitzondering van één contact tussen de medewerker en Fivoor waarin de medewerker te kennen heeft gegeven de cliënt te kennen uit een verleden in de PAAZ. Voor het verstrekken van die informatie had de cliënt geen toestemming gegeven. De cliënt heeft de zorgaanbieder daarop aangesproken en de zorgaanbieder heeft erkend dat de mededeling over het verleden van de cliënt niet had mogen worden gedaan en daar meerdere malen zijn excuses voor aangeboden en die excuses en erkenning voorts schriftelijk bevestigd. Ook ter zitting zijn de excuses herhaald.

Naar het oordeel van de commissie heeft de zorgaanbieder in de reactie op de klacht van de cliënt gehandeld zoals van een goed zorgverlener verwacht mag worden. De zorgaanbieder heeft de cliënt uitgenodigd voor een gesprek, excuses aangeboden en die excuses schriftelijk bevestigd. De commissie is van oordeel dat hiermee recht is gedaan aan de erkenning van de klacht van de cliënt waarmee er geen taak meer is weggelegd voor de commissie. De commissie verklaart de klacht dan ook ongegrond.

De zorgaanbieder heeft toegelicht dat de zorgen omtrent de cliënt enkele malen zo groot waren dat gevreesd werd voor de veiligheid van de cliënt en die van zijn omgeving en het zogeheten ‘gevaarscriterium’ gold. Op die momenten, waarin acuut gevaar dreigde en sprake was van een crisissituatie vanwege de toegenomen suïcidaliteit van de cliënt, is vooraf geen toestemming gevraagd voor het verstrekken van informatie aan hulpverleners. De commissie is van oordeel dat de zorgaanbieder voor deze situaties, waarin de vrijwillige zorg tijdelijk overging in bemoeizorg, juist en in het belang van de cliënt heeft gehandeld. Voor die crisissituaties is voor hulpverlening en informatieverstrekking geen voorafgaande toestemming van de cliënt nodig. Welke informatie er aan welke instanties is verstrekt heeft de commissie niet kunnen nagaan of controleren omdat het dossier van de cliënt op zijn verzoek is vernietigd. De commissie heeft echter geen enkele aanwijzing gevonden dat de zorgaanbieder wat dit betreft onzorgvuldig heeft gehandeld. De commissie verklaart ook dit klachtonderdeel ongegrond.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie verklaart de klacht van de cliënt in alle onderdelen ongegrond en wijst het door hem verzochte af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Publieke Gezondheid, bestaande uit mevrouw
mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, de heer drs. Th.N.J. van Rijmenam en de heer mr. R.P. Gerzon, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. J.C. Quint, secretaris, op 22 mei 2023.