Niet vast te stellen of zorgaanbieder onzorgvuldig of nalatig heeft gehandeld

De Geschillencommissie Zorg
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Geestelijke Gezondheidszorg    Categorie: Bewijsniet onzorgvuldige behandeling    Jaartal: 2023
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 190315/211376

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De cliënt is in de periode september 2021 – juni 2022 behandeld geweest door en bij de zorgaanbieder. De cliënt stelt dat er veel fouten zijn gemaakt in de behandeling, waardoor zijn leven is ontwricht en beschadigd. Hij houdt de zorgaanbieder aansprakelijk voor de daardoor geleden schade. De zorgaanbieder ontkent dat fouten zijn gemaakt in de behandeling van de cliënt. De commissie heeft niet kunnen vaststellen dat de zorgaanbieder onzorgvuldig of nalatig heeft gehandeld jegens de cliënt, verklaart de klacht ongegrond en wijst de vordering tot schadevergoeding af.

Volledige uitspraak

Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Geestelijke Gezondheidszorg (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De cliënt heeft de klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder. De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen.

Ter zitting heeft de zorgaanbieder fysiek het standpunt toegelicht. De cliënt heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid ter zitting het standpunt toe te lichten.

Ter zitting werd de zorgaanbieder vertegenwoordigd door de heren [naam] en [naam], verslavingsartsen, en mevrouw mr. [naam], jurist.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 10 november 2023 te Den Haag.

De commissie heeft het volgende overwogen.

Beoordeling

Voor aansprakelijkheid van de zorgaanbieder is vereist dat voldoende aannemelijk is dat de zorgaanbieder, dan wel ieder die werd ingeschakeld bij de uitvoering van de voor de zorgaanbieder uit de overeenkomst voortvloeiende verplichting, is tekortgeschoten in de uitvoering van die verplichting. De tekortkoming moet aan de zorgaanbieder kunnen worden verweten (toerekenbare tekortkoming) en de cliënt moet daarvan nadeel hebben ondervonden.

De verplichting die voor de zorgaanbieder voortvloeit uit een behandelingsovereenkomst wordt in beginsel niet aangemerkt als een resultaatsverplichting, waarbij de zorgaanbieder moet instaan voor het bereiken van een bepaald resultaat, maar als een inspanningsverplichting, waarbij de zorgaanbieder zich verplicht om zich voor het bereiken van een bepaald resultaat in te spannen. Van een tekortkoming kan dan ook pas worden gesproken indien komt vast te staan dat de zorgaanbieder zich onvoldoende heeft ingespannen of bij de inspanning een fout heeft gemaakt.

De commissie dient te oordelen of de zorgaanbieder ten aanzien van de behandeling van cliënt heeft gehandeld, zoals een redelijk bekwame en redelijk handelende zorgaanbieder in dezelfde situatie zou hebben gehandeld. Daarbij merkt de commissie op dat de commissie slechts de klachten kan behandelen die betrekking hebben op het gestelde handelen jegens hemzelf. De cliënt heeft ook klachten ingediend namens zijn vriendin, die gedurende de procedure is overleden. De commissie zal de klachten die betrekking hebben op het gestelde handelen jegens haar dan ook niet behandelen.

De cliënt is in de periode van september 2021 tot juni 2022 meermaals opgenomen en behandeld geweest bij de zorgaanbieder. De cliënt stelt dat aan hem niet de juiste zorg en nazorg is geboden door de zorgaanbieder, waardoor zijn leven extreem ontregeld is geraakt, zowel fysiek als mentaal. Hiervoor heeft de cliënt de zorgaanbieder aansprakelijk gesteld. De cliënt heeft een veelomvattende klacht ingediend bij de commissie en heeft een groot aantal aanvullende stukken ter onderbouwing van zijn klacht toegevoegd. De zorgaanbieder heeft in zijn verweerschrift een adequate samenvatting gegeven van de klachten van de cliënt. Deze samenvatting bestaat uit 13 klachtonderdelen, te weten:

  1. Tijdens de eerste opname op de HCD (High Care Detox) is de afspraak niet nagekomen om de cliënt en zijn partner gezamenlijk op één afdeling op te nemen.
  2. De sfeer tijdens de tweede opname op de HCD was onder andere agressief en bedreigend.
  3. Er was geen geschikt en/of onvoldoende personeel aanwezig tijdens de tweede opname.
  4. De opname van de cliënt op de HCD is verlengd in verband met het kerstfeest.
  5. De cliënt is verkeerd ‘voorgespiegeld’ bij de overdracht van zorg naar zijn nieuwe huisarts.
  6. De cliënt heeft medicatie meegekregen voor een andere persoon.
  7. Afspraken m.b.t. methadonverstrekking zijn niet nagekomen.
  8. Behandelaren zijn onbereikbaar per telefoon en e-mail. Gesprekken zijn bruut verbroken.
  9. Het heeft anderhalf jaar geduurd voordat de cliënt inzage heeft gekregen in zijn (onvolledige) medisch dossier.
  10. Zonder overleg met de cliënt/zijn partner is Veilig Thuis ingeschakeld.
  11. Zonder overleg met de cliënt is de behandelrelatie met zijn partner beëindigd, inclusief tandartsbezoeken.
  12. De cliënt is ontevreden over het interne klachttraject en de onafhankelijkheid van de klachtenfunctionaris.
  13. Er is ten onrechte bemoeienis geweest van Roads, een onderdeel van de zorgaanbieder dat dagbesteding verzorgt.

De cliënt is, hoewel behoorlijk opgeroepen, tijdens de mondelinge behandeling niet verschenen. Het lag op zijn weg om zijn klachten/stellingen, die de zorgaanbieder gemotiveerd heeft betwist, nader te onderbouwen. Dit heeft hij niet gedaan. De commissie dient zich bij de behandelingen van klachten te baseren op vaststaande feiten en aantoonbaar gemaakte fouten. Daarvan is niet gebleken.

In de klachten van de cliënt is sprake van subjectieve ervaringsgevoelens van klager. Hoewel de commissie er niet aan twijfelt dat de periode bij de zorgaanbieder voor de client als nadelig is ervaren, is niet objectief komen vast te staan dat door de zorgaanbieder fouten zijn gemaakt in de zorgverlening aan hem, die verwijtbaar zijn en een toerekenbare tekortkoming opleveren. De cliënt is er ondanks de vele documentatie en overlegde stukken naar het oordeel van de commissie niet in geslaagd dit aannemelijk te maken.

Gelet op het vorenstaande is de commissie van oordeel dat niet is gebleken dat de zorgaanbieder niet heeft gehandeld volgens de professionele standaard. Niet kan worden vastgesteld dat de zorgaanbieder ten aanzien van de behandeling van de cliënt niet heeft gehandeld, zoals een redelijk bekwame en redelijke handelende zorgaanbieder in dezelfde situatie zou hebben gehandeld. De zorgaanbieder heeft zich voldoende ingespannen om de cliënt te helpen. Dat dit uiteindelijk voor de cliënt niet tot het gewenste resultaat heeft geleid, kan de zorgaanbieder niet worden verweten. Nu de zorgaanbieder niet tekort is geschoten in de behandeling van de cliënt, komt hem geen aanspraak op schadevergoeding toe. De commissie zal deze vordering dan ook afwijzen.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:

–       verklaart de klacht van de cliënt ongegrond;

–       wijst af de vordering tot schadevergoeding.

Het door de cliënt verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Geestelijke Gezondheidszorg, bestaande uit de heer mr. H.A. van Gameren, voorzitter, mevrouw dr. N.D. Veen, de heer mr. S. Sierksma, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. M. Gardenier, secretaris, op 10 november 2023.