Niet aannemelijk dat klachten door zorgaanbieder zijn veroorzaakt.

De Geschillencommissie Zorg
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Zorg Algemeen    Categorie: Bewijs    Jaartal: 2023
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 201493/206195

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De cliënte had klachten aan haar linkerarm, waarvoor zij onder behandeling was bij de zorgaanbieder. Cliënte is van mening dat de behandeling klachten aan haar achterhoofd heeft veroorzaakt. De commissie stelt vast dat de zorgaanbieder bij de behandeling van de cliënte geen nekmanipulatie heeft toegepast. Het valt daarom niet in te zien dat de behandeling door de zorgaanbieder de klachten van de cliënte heeft veroorzaakt. De klacht is dus ongegrond.

De uitspraak

in het geschil tussen

[Naam], wonende in [woonplaats] (hierna te noemen: de cliënte)

en

TAPA the anti pain army, gevestigd in Zwolle
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Zorg Algemeen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 9 mei 2023 te Utrecht.

Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen.

Partijen hebben ter zitting hun standpunt toegelicht.

Onderwerp van het geschil
De cliënte heeft de klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder.

Heeft de behandeling door de zorgaanbieder ertoe geleid dat de cliënte nu te kampen heeft met occipitalis neuralgie?

Standpunt van de cliënte
Voor het standpunt van de cliënte verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De cliënte heeft op 23 en 29 september 2022 behandeling ontvangen van de zorgaanbieder voor haar klachten aan de linkerarm. Na de tweede behandeling ondervond de cliënte enorme pijn aan het achterhoofd. Daarop heeft de cliënte de behandeling bij de zorgaanbieder gestaakt.

Onderzoek in het ziekenhuis heeft uitgewezen dat de cliënte lijdt aan occipitalis neuralgie. Volgens de cliënte heeft de zorgaanbieder dat veroorzaakt, door te hard op een zenuw te drukken tijdens de behandeling die zij bij hem heeft ondergaan. De cliënte wenst de zorgaanbieder daarvoor aansprakelijk te stellen.

Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De zorgaanbieder betwist dat hij verantwoordelijk is voor de ontstane occipitalis neuralgie. Dat betreft een aandoening van de nek, een gebied dat hij niet heeft behandeld. Hij heeft geen tracties of manipulaties van de nek noch van de schouder/rug uitgevoerd. De zorgaanbieder is te werk gegaan volgens de diagnose van spierspanning in de arm/schouderspieren en -gewrichten door middel van massage. Hij behandelt frequent dit soort klachten en in geen van die gevallen komt hij in de buurt van de nek of het achterhoofd.

Beoordeling van het geschil
De commissie verklaart de klacht ongegrond. De commissie vindt dat de cliënte onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het handelen van de zorgaanbieder heeft geleid tot de ontstane occipitalis neuralgie. Dat oordeel licht de commissie als volgt toe.

Het toetsingskader
Ook medische beroepsuitoefenaars maken fouten, maar niet iedere fout of onvolkomenheid leidt ertoe dat de zorgaanbieder aansprakelijk is. Van een fysiotherapeut mag verwacht worden dat hij handelt zoals een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot in dezelfde omstandigheden zou hebben gedaan. Dat betekent dat het aan de cliënte is om in dit geschil te stellen en aannemelijk te maken dat de fysiotherapeut onzorgvuldig heeft gehandeld. In het bijzonder moet zij aannemelijk maken dat de behandeling heeft geleid tot haar klachten van occipitalis neuralgie.

De verdere beoordeling
Ter onderbouwing van haar stelling wijst de cliënte op twee omstandigheden.

In de eerste plaats heeft zij de klachten van occipitalis neuralgie vrijwel direct na de tweede behandeling door de zorgaanbieder op 29 september 2022 gekregen. Bedacht moet echter worden dat occipitalis neuralgie ook spontaan kan ontstaan. Het is daarom niet zo dat de commissie een causaal verband al kan aannemen slechts omdat de klachten een dag na de behandeling door de fysiotherapeut zijn ontstaan.

In de tweede plaats verwijst de cliënte naar de bevindingen van de neuroloog. De neuroloog vermeldt in de anamnese (brief aan de huisarts van 22 november 2022): Hierbij is er fors gemanipuleerd aan haar nek, schouder en arm, waarbij het tijdens de behandeling al fors pijnlijk was. Dag na de behandeling werd patiënte wakker met een zeer hevige, brandende pijn vanuit de achterzijde van de nek wat doortrekt naar de kruin beiderzijds en tot aan de oren.

De neuroloog heeft een MRI-scan laten uitvoeren. Daarmee is bevestigd dat de cliënte lijdt aan occipitalis neuralgie. De neuroloog schrijft in de brief aan de huisarts van 22 december 2022: hoogstwaarschijnlijk als rekletsel van deze zenuwen door de nekmanipulatie die ze heeft ondergaan. En als conclusie: Occipitalis neuralgie beiderzijds, meest waarschijnlijk ontstaan na nekmanipulatie.

Tijdens de zitting heeft de cliënte verklaard hoe de behandeling door de zorgaanbieder is verlopen. De zorgaanbieder heeft de arm gemasseerd door op spieren te drukken c.q. te masseren. Ook het
nek-schoudergebied is behandeld door hard op een spier te drukken. De zorgaanbieder heeft dit een en ander bevestigd door aan te wijzen op welke delen hij zijn behandeling van de cliënte heeft uitgevoerd. Uit deze toelichting heeft de commissie opgemaakt dat de zorgaanbieder zeker niet heeft gedrukt op de zenuw (Nervus Occipitalis) die de veroorzaker is van de klachten van de cliënte. Die zenuw bevindt zich namelijk niet in het nek/schoudergebied, maar hoger op het achterhoofd. De zorgaanbieder heeft bovendien gesteld dat hij helemaal niets met de nek heeft gedaan. Dat heeft de cliënte niet weerlegd. Al met al stelt de commissie vast dat de zorgaanbieder bij de behandeling van de cliënte geen nekmanipulatie heeft toegepast en ook niet op de Nervus Occipitalis heeft gedrukt. Het valt daarom niet in te zien dat de behandeling door de zorgaanbieder de klachten van de cliënte heeft veroorzaakt.

Dat wordt niet anders door de verklaring van de neuroloog. De neuroloog baseert zijn informatie over de behandeling door de zorgaanbieder op hetgeen de cliënte aan hem heeft verteld. Hij had geen beschikking over het medische verslag van de zorgaanbieder. De neuroloog spreekt over nekmanipulatie, maar voor de commissie staat vast dat de zorgaanbieder die behandelwijze niet heeft toegepast. De cliënte heeft ter zitting nog naar voren gebracht dat de neuroloog heeft verklaard dat occipitalis neuralgie ook kan worden veroorzaakt door hardhandig op een spier in het schoudergebied te drukken, maar die verklaring – die ook overigens niet op schrift is gesteld – kan de commissie niet volgen. Het betreft een zenuwpijn als gevolg van beknelling of drukuitoefening op die zenuw, niet op een spier in het schoudergebied.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Daarom wordt als volgt beslist.

Beslissing
Het door de cliënte verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Zorg Algemeen, bestaande uit mr. A.R.O. Mooy, voorzitter, dr. J.W. Stenvers, mr. P.C. de Klerk, leden, in aanwezigheid van mr. C.J.H. Terwal, secretaris, op
9 mei 2023.