Klacht gaat niet over zorgverlening; klaagster niet ontvankelijk verklaard

De Geschillencommissie Zorg
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Verpleging Verzorging en Geboortezorg    Categorie: Ontvankelijkheid    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: niet-ontvankelijkverklaring   Uitkomst: niet-ontvankelijk   Referentiecode: 214016/243822

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De commissie verklaart client niet-ontvankelijk in haar klacht over de ontzegging door de zorgaanbieder van de toegang tot haar moeder, nu de klacht niet ziet op gedragingen van de zorgaanbieder jegens de moeder van cliënt.

De uitspraak

In het geschil tussen

mevrouw [naam], wonende te [plaatsnaam] (hierna te noemen: de cliënt)

en

Dagelijks Leven Zorg B.V., gevestigd te Apeldoorn
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Samenvatting
De commissie verklaart client niet-ontvankelijk in haar klacht over de ontzegging door de zorgaanbieder van de toegang tot haar moeder, nu de klacht niet ziet op gedragingen van de zorgaanbieder jegens de moeder van cliënt.

Behandeling van het geschil
Uit de stukken blijkt dat eerst dient te worden vastgesteld of de cliënt in zijn klacht ontvankelijk is. Geschillencommissie Verpleging Verzorging en Geboortezorg (verder te noemen: de commissie) heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen.

Ter zitting werd de zorgaanbieder vertegenwoordigd door mevrouw mr. [naam] (bedrijfsjurist), mevrouw mr. [naam] (extern jurist) en de heer [naam] (operationeel manager).

De behandeling heeft plaatsgevonden op 19 april 2024 te Zwolle.

De commissie heeft het volgende overwogen.

Beoordeling

Het standpunt van cliënt
De moeder van cliënt, mevrouw [naam], verbleef van november 2022 tot in mei 2023 op de locatie ‘Het Snijdelhuis’ te Boskoop van de zorgaanbieder. Cliënt heeft tijdens een bezoek aan haar moeder op 10 mei 2023 vernomen dat zou worden overgegaan tot palliatieve sedatie van haar moeder. Op 11 mei 2023 wilde cliënt haar moeder opnieuw bezoeken, maar werd cliënt bij het betreden van de locatie ‘Het Snijdelhuis’ door de locatiemanager medegedeeld dat haar, conform de wens van de zus van cliënt, de toegang tot haar moeder werd ontzegd. Uiteindelijk is de politie ingeschakeld en is aan cliënt een toegangsverbod opgelegd van drie maanden, waardoor cliënt stelt geen afscheid hebben te kunnen nemen van haar moeder.

Ter zitting heeft cliënt verklaard dat de kern van haar klacht is dat ze zich afvraagt hoe het heeft kunnen gebeuren dat een zorginstelling zich zo heeft gemengd in familieaangelegenheden dat cliënt uiteindelijk geen afscheid meer heeft kunnen nemen van haar moeder. Volgens cliënt gaat de klacht – in tegenstelling tot wat de zorgaanbieder beweert – wel degelijk over zorg aan haar moeder. Het gaat er volgens cliënt om dat de zorgaanbieder de best mogelijke zorg aan een zorgvrager moet bieden, waarbij het ook gaat om betrokkenheid van familie bij die verzorging. Volgens cliënt heeft haar moeder, doordat cliënt door de zorgaanbieder – ondanks verzoeken daartoe – niet bij de verzorging van haar moeder werd betrokken, onvoldoende goede zorg ontvangen van de zorgaanbieder.

Het standpunt van de zorgaanbieder
Volgens de zorgaanbieder is cliënt niet-ontvankelijk in haar klacht, omdat het geschil bij de commissie op grond van artikel 19 Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) en artikel 3 van het Reglement Geschillencommissie Verpleging, Verzorging en Geboortezorg (Reglement) over gedragingen van de zorgaanbieder jegens de cliënt van de zorgaanbieder moet gaan en klaagster geen cliënt is van de zorgaanbieder. De klacht heeft geen betrekking op zorgverlening aan de moeder van cliënt. Cliënt klaagt over gedragingen jegens haarzelf en niet jegens haar moeder.

De overwegingen van de commissie
Volgens artikel 19 lid 1 Wkkgz heeft de geschilleninstantie tot taak geschillen over gedragingen van een zorgaanbieder jegens een cliënt in het kader van de zorgverlening te beslechten. Een cliënt in de zin van de Wkkgz is een natuurlijk persoon die zorg vraagt of aan wie zorg wordt verleend. In artikel 3 lid 1 van het Reglement is bepaald dat de commissie tot taak heeft alle geschillen tussen cliënt en zorgaanbieder te beslechten tot en met een totaalbedrag van € 25.000,–.

De commissie is van oordeel dat degene die de klacht heeft ingediend, oftewel klaagster, in dit bindend advies aangeduid als cliënt, geen cliënt is van de zorgaanbieder en dus geen cliënt is in de zin van de Wkkgz. De moeder van klaagster is cliënt van de zorgaanbieder. De commissie heeft op grond van de Wkkgz en het Reglement tot taak een oordeel te geven over geschillen tussen de cliënt (moeder) en de zorgaanbieder over zorgverlening aan die cliënt (moeder). De commissie is van oordeel dat in ieder geval in deze zaak het al dan niet betrekken van familie bij de zorg aan een cliënt, in dit geval moeder, niet onder gedragingen van de zorgaanbieder jegens de cliënt in het kader van de Wkkgz (moeder), kan worden geschaard.

De commissie is op grond van vorenstaande van oordeel dat klaagster (in dit bindend advies ook aangeduid als cliënt) niet-ontvankelijk is in haar klacht.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie:

Verklaart klaagster (in dit bindend advies ook aangeduid als cliënt) niet-ontvankelijk in haar klacht.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Verpleging Verzorging en Geboortezorg, bestaande uit mr. M.M. Verhoeven, voorzitter, mr. M.B. van Leusden-Donker, dr. J. Zomerplaag, leden, in aanwezigheid van mr. C. Koppelman, secretaris, op 19 april 2024.