Klacht gaat niet over gedragingen zorgaanbieder in het kader van de zorgverlening dochter, commissie onbevoegd

  • Home >>
  • Zorg Algemeen >>
De Geschillencommissie Zorg
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Zorg Algemeen    Categorie: Bevoegdheid    Jaartal: 2023
Soort uitspraak: voorbeslissing   Uitkomst: onbevoegd   Referentiecode: 199683/206869

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De zorgaanbieder was verantwoordelijk voor de evenementenzorg tijdens de Dam tot Damloop van 2016. De dochter van klager heeft deelgenomen aan dat evenement. Zij is daags na het evenement overleden aan de gevolgen van hitteletsel. Op basis van het standpunt van de zorgaanbieder, heeft de commissie via deze voorbeslissing de ontvankelijkheid van klager en de bevoegdheid van de commissie beoordeeld. De commissie oordeelt dat zij in beginsel bevoegd is kennis te nemen van het geschil. Echter, in dit geval verzoekt klager statistische informatie en niet om informatie over de specifieke zorgverlening aan zijn dochter. Daardoor valt de klacht buiten de bevoegdheid van de commissie.

De uitspraak

in het geschil tussen

[naam], wonende in [plaats] (hierna te noemen: klager)

en

Het Nederlandse Rode Kruis, gevestigd in ‘s-Gravenhage
(hierna te noemen: de zorgaanbieder)

Behandeling van het geschil
De Geschillencommissie Zorg Algemeen (verder te noemen: de commissie) heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken. Uit de stukken blijkt dat eerst dient te worden vastgesteld of de commissie bevoegd is het geschil te behandelen.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 9 mei 2023 in Utrecht.

Partijen zijn niet voor de zitting opgeroepen.

Onderwerp van het geschil
De zorgaanbieder was verantwoordelijk voor de evenementenzorg tijdens de Dam tot Damloop van 2016. De dochter van klager heeft deelgenomen aan dat evenement. Zij is daags na het evenement overleden aan de gevolgen van hitteletsel, dat zij tijdens het evenement had opgelopen. Klager heeft de zorgaanbieder gevraagd om informatie te verstrekken die betrekking heeft op de uitvoering van de evenementenzorg.

De zorgaanbieder heeft zich op het standpunt gesteld dat de commissie niet bevoegd is van het geschil kennis te nemen, dan wel dat klager niet-ontvankelijk is in zijn klacht. Dat is het onderwerp van deze voorbeslissing.

Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De zorgaanbieder stelt dat de commissie niet bevoegd is om het geschil in behandeling te nemen. Daarvoor is van belang dat klager geen klacht heeft in het kader van de zorgverlening aan zijn dochter. Hij wil algemene informatie ontvangen over de kwaliteit en de prestaties van de zorgverlening door de zorgaanbieder bij evenementen. Het betreft dus geen geschil dat onder de Wet kwaliteit, klachten en geschillen (Wkkgz) valt. De commissie is niet bevoegd om het geschil te beoordelen.

Standpunt van klager
Voor het standpunt van klager verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Klager heeft erop gewezen dat hij een melding heeft gedaan bij de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). De IGJ heeft klager meegedeeld dat de zorgaanbieder verplicht is de verlangde informatie te verschaffen. Ook baseert klager zich op artikel 10 lid 3 van de Wkkgz. Daarin staat dat de zorgaanbieder een informatieverplichting heeft. Klager heeft belang bij het antwoord op de gestelde vragen, ook omdat hij in een eventuele civiele procedure tegen de zorgaanbieder geholpen moet worden bij het vergaren van het benodigde bewijs.

Beoordeling van het geschil
De commissie is van oordeel dat zij niet bevoegd is om het geschil te beoordelen. Dat betekent dat zij zich onbevoegd zal verklaren en dat er geen inhoudelijke beslissing volgt op de vraag of de zorgaanbieder informatie moet verstrekken aan klager. De commissie licht haar oordeel als volgt toe.

Wettelijk kader
Op grond van de Wkkgz, die van toepassing is op – kort gezegd – het gebied van de individuele gezondheidszorg, moet elke zorgaanbieder zijn aangesloten bij een erkende geschilleninstantie, die is ingesteld door een of meer cliëntenorganisaties en door een of meer organisaties van zorgaanbieders. De zorgaanbieder is via haar brancheorganisatie aangesloten bij de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken, die voor de behandeling van klachten over de individuele gezondheidszorg onder meer de Geschillencommissie Zorg Algemeen heeft ingesteld. Daarmee is ook het kader gegeven waarbinnen de commissie bevoegd is om over aan haar voorgelegde klachten te oordelen: klachten moeten betrekking hebben op de individuele gezondheidszorg (artikel 19 Wkkgz).

Kortom, de commissie is bevoegd om te oordelen over gedragingen van een zorgaanbieder in het kader van de zorgverlening aan de cliënt. Ook nabestaanden mogen over deze gedragingen jegens de cliënt klagen.

Klager klaagt niet over de zorgverlening aan de dochter. Klager heeft aan de zorgaanbieder een aantal vragen gesteld. Hij wil weten hoeveel van 1.000 willekeurige sporters statistisch gezien zullen overlijden bij hitte-uitputting of bij hitte-beroerte. En hij wil weten wat de overlevingskansen zijn geweest van de deelnemers aan de Dam tot Damloop van 2019 en de Marathon van Amsterdam van 2017, die leden aan hitteletsel. Ook vraagt hij naar beschikbare statistische gegevens.

De commissie kan uit de vraagstelling van klager niet opmaken dat hij geïnformeerd wil worden over de specifieke zorgverlening aan zijn dochter. Geen van zijn vragen ziet op de evenementenzorg bij de Dam tot Damloop 2016. De klacht gaat dus niet over een gedraging van de zorgaanbieder in het kader van de zorgverlening aan de dochter. Daarom valt de klacht buiten de bevoegdheid van de commissie en zal zij zich onbevoegd verklaren.

Klager heeft nog gewezen op het e-mailbericht van de klachtenfunctionaris van de zorgaanbieder van
18 november 2022. Zij verwijst klager daarin naar de commissie voor zover hij het niet eens is met de afhandeling van zijn eerdere vragen door de advocaat van de zorgaanbieder. Het is voorstelbaar dat daardoor mogelijkerwijs bij klager de indruk is ontstaan dat hij bij de commissie aan het juiste adres is. Maar dergelijke berichtgeving kan niet meebrengen dat de commissie slechts op grond daarvan toch bevoegd is over het geschil te oordelen.

Voor onbevoegdverklaring bestaat reden te meer, omdat de commissie alleen de gegrondheid van een klacht kan beoordelen en op verzoek een schadevergoeding tot maximaal € 25.000, — kan toekennen. De commissie is dus niet bevoegd om de zorgaanbieder te veroordelen bepaalde gegevens te verstrekken.

Overigens en geheel ten overvloede wijst de commissie op een uitspraak van de Hoge Raad van
10 februari 2023, te vinden op rechtspraak.nl met kenmerk ECLI:NL:HR:2023:202. Daarin heeft de Hoge Raad beslist dat patiënten en hun nabestaanden geen recht hebben op inzage in interne kwaliteitsrapporten (het interne incidentenregister).

Op grond van het voorgaande acht de commissie zich onbevoegd het geschil te behandelen.

Daarom wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie verklaart zich onbevoegd het geschil te behandelen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Zorg Algemeen, bestaande uit mr. A.R.O. Mooy, voorzitter, dr. J.W. Stenvers, mr. P.C. de Klerk, leden, in aanwezigheid van mr. C.J.H. Terwal, secretaris, op
9 mei 2023.