Intakegesprek was naar oordeel van de commissie eerlijk en zorgvuldig

De Geschillencommissie Zorg
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Geestelijke Gezondheidszorg    Categorie: Zorgvuldigheid    Jaartal: 2023
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 195689/200833

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Cliënt is eerder in behandeling geweest bij de zorgaanbieder. Cliënt heeft, nadat zijn huisarts hem naar de zorgaanbieder doorverwees, het gevoel een oneerlijk intakegesprek te hebben gehad. Na het intakegesprek is aan cliënt medegedeeld dat geen passende zorg geboden kan worden door de zorgaanbieder. De zorgaanbieder heeft aangegeven geen redenen te zien om te twijfelen aan de juistheid van de overwegingen van de intakemedewerker. Naar het oordeel van de commissie is niet gebleken dat de zorgaanbieder in de afwegingen onzorgvuldig heeft gehandeld. De klacht is ongegrond.

De uitspraak

in het geschil tussen

[Naam], wonende te [woonplaats] (hierna te noemen: de cliënt)

en

Stichting de Viersprong, landelijk centrum voor persoonlijkheidsproblematiek, gevestigd te Halsteren
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Geestelijke Gezondheidszorg (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 4 mei 2023 te Den Haag.

Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen. De cliënt is in persoon ter zitting verschenen. Namens de zorgaanbieder waren [naam], zorgmanager van het Centraal Intake Team en [naam], collega-zorgmanager en gz-psycholoog digitaal ter zitting aanwezig.

Onderwerp van het geschil
De cliënt heeft de klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder.

Het geschil betreft de vraag of de zorgaanbieder zorgvuldig heeft gehandeld tijdens de intakeprocedure van de cliënt.

Standpunt van de cliënt
Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dat op het volgende neer.

De cliënt is eerder in behandeling geweest bij de zorgaanbieder. De huisarts heeft de cliënt daarom wederom aangemeld bij de zorgaanbieder, omdat deze gespecialiseerd is in het behandelen van een borderline persoonlijkheidsstoornis. Bij andere zorgaanbieders is de cliënt afgewezen. Tijdens het intakegesprek heeft de cliënt zijn verhaal gedaan en de hulpvraag geformuleerd. De conclusie van het gesprek was een negatief behandeladvies.

Het verslag van het intakegesprek leek erg op de afsluitbrief die de cliënt 1,5 jaar geleden ontving van de zorgaanbieder. Ook staan in het verslag zaken die niet kloppen. Zo is een verkeerde beschrijving gegeven van de woonsituatie en het middelengebruik van de cliënt. Ook wordt gesproken over “excuses” wanneer het over ontwikkelingen gaat die veel tijd vergen en als de cliënt iets wil toelichten is dat “uitweiden” genoemd.

De cliënt heeft het gevoel geen eerlijk intakegesprek te hebben gehad. De cliënt heeft meermaals contact gezocht met de zorgaanbieder om het negatief behandelbesluit aan te vechten. De cliënt werd slecht te woord gestaan en kreeg weinig of verkeerde informatie. De cliënt heeft vervolgens een klacht ingediend over het verslag van het intakegesprek bij de klachtenfunctionaris. Die klacht is opgepakt door de zorgmanager van het intaketeam. Er volgde een gesprek met de zorgmanager, omdat zij in eerste instantie niet schriftelijk wilde reageren. Na aandringen van de cliënt heeft ze dit wel gedaan op 14 november 2022. De zorgmanager stelde dat zij de intake-medewerker heeft gevraagd opnieuw na te denken over een passend behandeladvies. Hieruit volgde de conclusie dat het behandelaanbod van de zorgaanbieder niet passend is. Ondersteunende en structurerende gesprekken zouden centraal moeten staan.

De cliënt vindt het vreemd dat dialectische gedragstherapie (DGT), schematherapie of mentalization-based treatment (MBT) niet zouden werken. Deze behandelingen bieden ook ondersteunende en structurerende gesprekken ten aanzien van vaardigheden. Het bevreemdt de cliënt ook dat hij wordt verwezen naar een zorgaanbieder die hem heeft afgewezen en dat de zorgaanbieder ineens afwijkt van het behandeladvies zoals gegeven in het verslag van het intakegesprek.

Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dat op het volgende neer.

Bij heraanmelding van een cliënt wordt goed gekeken of er een indicatie is om iemand opnieuw in behandeling te nemen. Na aanmelding van de cliënt op 4 juli 2022 is deze aanmelding op 14 juli 2022 beoordeeld door een klinisch psycholoog. Omdat de cliënt in september 2021 een DGT behandeling heeft afgebroken na 11 maanden, heeft de psycholoog gesteld dat behandeling bij de zorgaanbieder alleen zinvol is als de cliënt kan reflecteren op het niet slagen van de eerdere behandeling en een passende hulpvraag kan formuleren. Deze opdracht heeft de intakemedewerker meegenomen in het intakegesprek met de cliënt op 9 augustus 2022.

Het intakeverslag is op 10 oktober 2022 naar de klager verstuurd en hierin is inderdaad het advies overgenomen zoals in de afsluitbrief geformuleerd. De intakemedewerker zorgaanbieder is van mening dat dit nog steeds het beste behandeladvies is. Dit is ook besproken met een collega-psychiater. De zorgaanbieder heeft geen reden om aan juistheid van deze (zorgvuldig tot stand gekomen) professionele overweging te twijfelen.

De cliënt heeft aangegeven dat hij behoefte had aan een vervolgbehandeling waarbij hij geholpen zou worden om actief veranderingen aan te brengen in zijn leven en het reguleren van emoties. Herhaling van de eerdere behandeling bij de zorgaanbieder werd niet zinvol geacht. Een meer ondersteunende en structurerende behandelvorm past beter bij de problematiek van de cliënt. Uit het intakegesprek is niet gebleken dat de cliënt voldoende mogelijkheden heeft om een meer inzicht gevende behandeling op effectieve wijze in te zetten voor zijn problematiek. Andere behandelingen zoals MBT en schematherapie bieden inderdaad ook ondersteunende en structurerende gesprekken, maar altijd in combinatie met commitment en reflectie.

De cliënt stelt dat bepaalde zaken in het intakeverslag een verkeerde beschrijving van zijn situatie geven. Als dat zo is, dan spijt de zorgaanbieder dat. Dergelijke feitelijke onjuistheden kunnen helaas voorkomen en de zorgaanbieder staat ervoor open om dit op verzoek aan te passen.

De zorgaanbieder herkent zich niet in de weigering tot een schriftelijke reactie op de klacht, zoals de cliënt omschrijft. Op verzoek van de cliënt is het advies nogmaals met de cliënt besproken door de zorgmanager. Hierover heeft de zorgmanager de cliënt ook gemaild op 2 december 2022. Een vervolgafspraak was niet wenselijk voor de cliënt. Er is niet afgeweken van het behandeladvies, maar met het aanvullen van ondersteunende en structurerende gesprekken dacht de zorgaanbieder de cliënt concretere handvatten te kunnen bieden.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

Het toetsingskader
De cliënt en de zorgaanbieder hebben met elkaar een behandelingsovereenkomst in de zin van artikel 7:446 van het Burgerlijk Wetboek (BW) gesloten. Naast hetgeen partijen in die overeenkomst hebben afgesproken, gelden tussen hen – voor zover in het concrete geval van toepassing – de bepalingen van dat wetboek.

Op grond van de geneeskundige behandelingsovereenkomst moet de zorgaanbieder bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen en daarbij handelen in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (artikel 7:453 BW). Deze zorgplicht houdt in dat de zorgaanbieder die zorg moet verlenen die een redelijk bekwaam en redelijk handelend hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben verleend.

De klacht
Vast staat dat de cliënt in de periode tussen 2019 en 2021 zorg heeft ontvangen bij de zorgaanbieder. De cliënt heeft een DGT-behandeling van 12 maanden gevolgd, die hij na 11 maanden heeft afgebroken. In juli 2022 heeft de cliënt zich opnieuw aangemeld voor behandeling bij de zorgaanbieder.

Kort samengevat valt de klacht van de cliënt zoals ingediend op het vragenformulier in twee onderdelen uiteen: enerzijds is de cliënt van mening dat het intakegesprek niet op juiste en zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden en anderzijds staat er foutieve informatie in het verslag van het intakegesprek.

Het intakegesprek
De cliënt is van mening dat de zorgaanbieder het intakegesprek niet op zorgvuldige wijze heeft uitgevoerd. Ter zitting heeft de cliënt toegelicht dat bij het intakegesprek is uitgegaan van behandeldoelen die bij de vorige behandeling zijn gesteld. Ondertussen zijn de behandeldoelen van de cliënt echter gewijzigd en de zorgaanbieder is bij de intake dan ook uitgegaan van onjuiste informatie. Verder zou de zorgaanbieder hebben verwezen naar een andere zorgaanbieder, die volgens de cliënt niet de benodigde zorg kan bieden.

De commissie begrijpt dat de zorgaanbieder bij de heraanmelding van een cliënt alle omstandigheden meeweegt en daarbij zowel het oude dossier als de nieuwe informatie betrekt. Ook het gegeven dat de cliënt de vorige behandeling vlak voor afronding heeft afgebroken, weegt daarbij mee. Dat de zorgaanbieder hier bij de intake aandacht aan heeft besteed, komt de commissie niet vreemd voor. Het is aan de zorgaanbieder om op basis van alle beschikbare informatie een zorgvuldige afweging te maken. Het standpunt van de cliënt dat de zorgaanbieder hierin vooringenomen of onzorgvuldig is geweest, is door de cliënt onvoldoende gemotiveerd.

Naar het oordeel van de zorgaanbieder is geen sprake van een zodanige wijziging in omstandigheden van de cliënt dat het de heraanmelding van de cliënt rechtvaardigt. De zorgaanbieder is op basis van de feiten en omstandigheden tot de conclusie gekomen dat hij niet de passende zorg kan bieden aan de cliënt. Niet is gebleken dat de zorgaanbieder in de afweging onzorgvuldig heeft gehandeld of tekortgeschoten is in zijn zorgplicht. De zorgaanbieder heeft voldoende gemotiveerd waar het negatieve behandeladvies op is gebaseerd. Dit klachtonderdeel is dan ook ongegrond.

Het verslag
In hoeverre het intakeverslag foutieve feitelijke informatie bevat kan de commissie niet beoordelen. Wel heeft de zorgaanbieder zich zowel in de initiële reactie op de klacht als ter zitting bereid getoond om eventuele feitelijke onjuistheden in het verslag aan te passen. De cliënt kan daarvoor de zaken (voor zover die zien op feitelijke onjuistheden) die hij concreet gewijzigd wil zien, doorgeven aan de zorgaanbieder.

Tot op heden heeft de cliënt hiertoe naar het begrip van de commissie geen verzoek ingediend bij de zorgaanbieder. De commissie kan niet concluderen dat sprake is van opzettelijke waarheidsverdraaiing of de weigering tot aanpassing. Dit klachtonderdeel is dan ook ongegrond. Mocht de cliënt alsnog de in zijn ogen feitelijke onjuistheden willen laten aanpassen, dan vertrouwt de commissie erop dat de zorgaanbieder zijn aanbod ten aanzien van een concreet verzoek tot aanpassing zoals ter zitting herhaald, gestand zal doen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie:
– verklaart de klachten van de cliënt ongegrond.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Geestelijke Gezondheidszorg, bestaande uit mevrouw mr. P.W.M. de Wolf MSM, voorzitter, de heer drs. D.J.L. Jonker, mevrouw mr. R. Jelicic, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. S.M.E. Balfoort, secretaris, op 4 mei 2023.